De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

J. Kamphuis: In dienst van de vrede; De kerkelijke consensus als dogmatische factor, De Vuurbaak, Groningen, 78 blz., ƒ 13, 90.

Schrijver en uitgever bied ik mijn excuus aan dat een bespreking van dit boekje langer dan te doen gebruikelijk is achterwege gebleven. De schuld ligt bepaald niet bij de inhoud. Die is van dien aard dat ik er gaarne de aandacht op vestig. leder die bezig is op dogmatisch terrein zou van dit boekje kennis moeten nemen; het is leerzaam en richtinggevend. Het biedt in uitgewerkte vorm de Rede die door prof. Kamphuis, nog maar sinds een paar jaar hoogleraar in het vak dogmatiek (tevoren kerkgeschiedenis, etc.) gehouden is bij de overdracht van het rectoraat der Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland, op 6 december 1979. In het dogma (Confessie) gaat het, zegt Kamphuis, om de eendracht, de overeenstemming-(Consensus) en zo ook om de vrede. Het dogma is een vredesformule.

Natuurlijk heeft het dogma ook nog andere functies, maar dit is er althans ook een. De schrijver gaat na, wat consensus betekent in het rooms-katholicisme en in de oosterse orthodoxie. Bij Rome is de consensus samengetrokken in het leerambt van de paus. In de oosterse orthodoxie is de kerk zichzelf tot levensnorm, en daarom is hier de 'overeenstemming der kerk' (consensus ecclesiae) verzelfstandigd tegenover het Woord Gods. En hoe is het in het protestantisme van nieuwere snit, door Kamphuis het neo-protestantisme ge­noemd? Hierin overheerst de geëmancipeerde wetenschap. De eenheid van het Schriftgetuigenis is prijsgegeven. En toch is juist de aanvaarding van die eenheid een onmisbare voorwaarde om tot een dogmatische consensus te komen. Wie een veelheid van 'theologieën' b.v. in het Nieuwe Testament, accepteert, frustreert het dogmatisch denken. Het is het éne Woord Gods in al z'n veelkleurigheid dat norm voor de dogmatiek is (66). Dus: dogmatiek op basis van de Heilige Schrift, het ene Woord Gods! Dan zoekt men samenbindende formules. Dan zegt men 'neen' tegen de ketterij, maar keerzijde van dit 'neen' is een 'ja' tegen de broeders: om voor eenzijdigheid behoed te worden (71). En zo dienen wij dan de vrede. Ik maak tenslotte bij dit boekje nog een drietal opmerkingen. De eerste is: bijzonder trof mij de gefundeerde kritiek die Kamphuis levert op de term 'organische Schriftinspiratie', een term die vooral door Kuyper en Bavinck (onder invloed van de Romantiek) is - geïntroduceerd.

Mijn tweede opmerking raakt het niveau van dit boekje. Hier vindt men een gereformeerd theologiseren op waarlijk professoraal niveau; en toch verstaanbaar voor elk geïnteresseerde. Daar voelde ik mij gelukkig mee. Aan studies van deze kwaliteit en gedragen door dit beginsel hebben wij behoefte. Mijn derde opmerking betreft de toon. Die is mild en broederlijk. Alle eenkennigheid is hier afwezig. Er staat een deur open naar de 'broeders'. Het oog is gericht op de hele christelijke kerk (77). De ketters worden afgewezen en terecht, maar er is de uitgesproken behoefte aan een samen bezig zijn. Samen met al de heiligen, zegt Kamphuis, daarbij herinnerend aan wat Paulus zegt in Ef. 3, 18. En wij zeggen er van harte 'amen' op. Dit opent perspectieven. Dienstbaar aan de vrede der kerk. Iedere stap is er één (77).

K. Exalto

Jan van der Lans: Volgelinge nvan een goeroe; ondertitel: Hedendaagse religieuze bewegingen in Nederland, uitgave Ambo, Baarn, 120 blz.

De schrijver, wetenschappelijk medewerker aan de theologische faculteit in Nijmegen, geeft zijn bevindingen betreffende een onderzoek naar de achtergrond van nieuwe religieuze bewegingen in ons land. Hij richt zich daarbij vooral op de zgn. goeroebewegingen, d.w.z. bewegingen waarin men een goeroe volgt. Schrijver vraagt zich af hoe deze stromingen in onze westerse wereld zo'n weerklank hebben kunnen vinden, wat voor mensen zich in het algemeen bij deze bewegingen aansluiten en hoe we deze bewegingen moeten waarderen. Uiteraard deed hij bij zijn onderzoek een keus. Er komen zes bewegingen aan de orde, nl. Transcendente Meditatie, de Verenigingskerk, de Hare-Krishnabeweging, Ananda Marga, Divine Light Mission en de Bhagwan-beweging. Opvallend is dat vooral veel studenten zich bij deze bewegingen aansluiten. De gemiddelde leeftijd van hen die zich tot een van deze bewegingen wenden is twintig tot dertig jaar. Schrijver geeft vele interessante getuigenissen van mensen uit deze bewegingen. Als oorzaak van de zuigkracht van deze bewegingen noemt hij o.a. de onzekerheid en verwarring in onze tijd, de nuclaire dreiging, de welvaart, de urbanisatie etc. Schrijver meent, dat we daarom niet in de eerste plaats deze bewegingen moeten bestrijden, maar dat we de oorzaken moeten wegnemen waarom deze bewegingen konden ontstaan. Of daar alles mee gezegd is, is voor mij de vraag. Een interessant boekje voor hen die zich in hedendaagse bewegingen nader wil verdiepen.

H. Veldhuizen

Mulder, K.: De natuurwetenschap en het christelijk geloof, uitg. De Vuurbaak, Groningen, 52 pag., prijs ƒ 10, 50.

In de serie' Kleinbeeldcahiers' wordt in kort bestek informatie en uitleg gegeven over onderwerpen, die in het voortgezet onderwijs aan de orde komen, maar waarover geschikt studiemateriaal ontbreekt of onvoldoende voorhanden is. Deze opzet voor schoolgebruik houdt evenwel niet in, dat deze oriënterende lectuur niet buiten de school kan worden gebruikt.

De auteur van bovengenoemd werk is docent scheikunde aan de Gereformeerde Scholengemeenschap (Gereformeerd Vrijgemaakt) te Amersfoort. In kort bestek geeft hij een uiteenzetting over de verhouding tussen de natuurwetenschap en het christelijk geloof. Het derde hoofdstuk over Kennisverwerving in de moderne natuurwetenschap valt dan enigszins buiten de beoogde doelstelling. Het vierde hoofdstuk is het meest toegespitst op christelijke wetenschapsbeoefening.

In dit kader spreekt Mulder liever niet over een fundamentalistische manier van natuurwetenschapsbeoefening. Hij schetst de gevaren, die de fundamentalisten lopen. Waakzaamheid is geboden ten aanzien van zelfoverschatting of zelfs hoogmoed. Als voorbeeld noemt hij het uitgewerkte scheppingsmodel tegenover het evolutiemodel van de evolutionisten. Ons door zonde verduisterd verstand zal genoegen moeten nemen met deeloplossingen en moeten erkennen, dat wij op veel vragen het antwoord schuldig blijven.

Dit kleinbeeldcahier nummer 7 is een studie, die aandacht verdient. Jammer, dat ook in de geciteerde literatuur het accent valt op geluiden uit eigen kring. Om meer aandacht te krijgen buiten de eigen kerkelijke kring had een andere selectie aanbeve­ling verdiend.

J. Slot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's