De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragen rondom de verstaanbaarheid (1)

Bekijk het origineel

Vragen rondom de verstaanbaarheid (1)

6 minuten leestijd

Wij kunnen op verschillende manieren spreken over de (on)verstaanbaarheid van de prediking.

Wij kunnen op verschillende manieren spreken over de (on)verstaanbaarheid van de prediking. Als illustratie noemen wij er drie. In de eerste plaats denken we aan de duidelijkheid van het spreken. Als iemand niet duidelijk en goed hoorbaar spreekt, gaat de boodschap - hoe voortreffelijk op zichzelf mis­schien - voor een belangrijk deel aan de hoorders voorbij. Het prediken en het (kunnen) horen zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De prediker dient daarom grote zorg te besteden aan zijn spreken. In de tweede plaats dient ons spreken (onze prediking) begrijpelijk en goed te volgen te zijn. Onder 'begrijpelijk' verstaan wij niet, dat de prediking een puur verstandelijk en logisch betoog zou moeten zijn. Wel bedoelen wij ermee, dat de prediking moet kunnen aanspreken. De taal van de prediking zal verstaanbaar moeten zijn. De hoorders moeten het goed kunnen volgen. En dat heeft weer te maken met het blijven bij de tekst of pericoop en met de gehele opbouw van de preek. In de derde plaats heeft de verstaanbaarheid te maken met de Heilige Geest. De prediking wordt pas echt verstaan, wanneer het Woord - ook het woord der prediking - opengaat voor ons hart en verstand (!), en ons hart en leven opengaat voor het Woord. Lydia gaf acht op het woord dat door de apostel gesproken werd, toen de Heere haar hart opende.

Deze drie facetten van de verstaanbaarheid mogen wij niet tegen elkaar uitspelen. Het komt wel voor, dat alle nadruk gelegd wordt op het verstaan door de Heilige Geest, of op de verstaanbare taal. Bij het eerste dreigt het gevaar dat de taal der prediking als onbelangrijk wordt afgedaan. Bij het tweede is het niet denkbeeldig, dat de taal der prediking losgekoppeld wordt van de taal van het Woord en de werking van de Heilige Geest. Ik denk dat prediker noch gemeente gediend zijn met één van beide eenzijdigheden.

Eenzijdigheden

We willen de genoemde eenzijdigheden trachten wat nader te omschrijven. Het is volstrekt Bijbels om het verstaan van het Woord en van de prediking van het Woord te zien als een werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest immers werkt het geloof in de harten, waardoor wij het Woord en de prediking daarvan gaan verstaan. Het Woord gaat a.h.w. open voor ons hart en ons hart gaat open voor het Woord. Wij kunnen bij het prediken en het luisteren dat werk van de Heilige Geest niet missen. Daar moet en mag de nadruk op worden gelegd. Waarom? Omdat het verstaan van het Woord en van de prediking geen automatische en vanzelfsprekende zaak is. Toch moeten wij niet alle nadruk op dat verstaan door de Heilige Geest leggen. Ook de taal van de prediking is van betekenis. Onze taal kan namelijk blokkerend werken. Door ons woord-en taalgebruik, of dat nu ouderwets of hypermodern is, maar ook door de vorm van de prediking (ook dat heeft met taal te maken!), kan de voortgang van het evangelie worden belemmerd.

Wij moeten echter niet denken, dat onze min of meer geslaagde taal de sleutel is tot het verstaan van het evangelie. Als in de taal van de prediking het Woord niet aan het woord komt, kunnen wij niet verwachten dat de boodschap een doorslaggevende rol gaat spelen in de harten en levens der hoorders. De Heilige Geest werkt in de harten tot het verstaan van de boodschap door het Woord en door de uit het Woord opkomende prediking. Samenvattend stellen wij, dat de boodschap van Gods Woord verstaan wordt door de Heilige Geest. De Heilige Geest maakt daarbij gebruik van de taal der prediking. Deze taal dient echter niet blokkerend te werken. De prediker moet daarom veel zorg besteden aan die taal der prediking. En dat heeft niet alleen te maken met ons woord-en taalgebruik, maar ook met de vorm der prediking en talloze vragen die ermee samenhangen.

Woord- en taalgebruik

In de prediking dienen wij zorgvuldig met woorden om te gaan. In het algemeen kan men zeggen, dat woorden begrepen moeten kunnen worden en niet voor meerdere uitleg vatbaar mogen zijn. Dat betekent b.v. dat we zo weinig mogelijk vreemde woorden dienen te gebruiken en het theologisch vakjargon op de studeerkamer moeten achterlaten. In een onderzoek naar de communicatievormen signaleert Bolkestein gemiddeld 17 vreemde woorden per (korte) preek. Dat is te veel van het goede.

Nu is het helaas zo, dat ook talloze Bijbelse woorden tot vreemde woorden geworden zijn. Velen kennen de betekenis en waarde van woorden als zonde, genade, verlossing, verzoening enz. niet of nauwelijks meer. Moeten wij daarom zulke woorden maar vergeten en vervangen of moeten wij ze juist handhaven en verklaren? We kiezen zeer bewust voor de laatste mogelijkheid. Als voorbeeld wijzen wij op Jakobus 1 vers 18 waar de nieuwe vertaling het woord 'baren' vervangen heeft door 'voortbrengen'. Wij achten dat een verarming, omdat het hele beeld van het natuurlijke verwekkings-en baringsproces is verdwenen. Het is de taak van de prediker om de grondwoorden zo zuiver mogelijk te vertalen en ze daarna zo uit te leggen, dat de hoorders de betekenis kunnen gaan verstaan.

Toch schieten onze woorden soms tekort. Zeker als het in de prediking gaat over de eeuwige dingen. Hoe zullen wij het onder woorden brengen? Het treft mij weleens hoe de apostel Paulus soms bijna stotterend en stamelend spreekt (schrijft).

Het gaat echter in de prediking niet alleen om woorden. Het is mogelijk om allemaal bekende woorden te gebruiken en toch onverstaanbaar te spreken. Dat is letterlijk het geval, wanneer we onze woorden als een waterval uitstorten over de hoofden en harten der hoorders. Wie kan het dan nog volgen? Prediking wordt ook onverstaanbaar, wanneer wij te lange zinnen met tussenzinnen gebruiken. Wie weet aan het eind van zo'n lange zin nog wat de prediker aan het begin zei? Korte en bondige zinnen houden de aandacht beter vast.

Ook in meer figuurlijke zin kunnen we onverstaanbaar spreken ondanks het gebruik van bekende woorden. We bedoelen eigenlijk dit: Woorden en taal kunnen zo bekend voor ons zijn, dat zij ons niet meer verrassen. We denken het allemaal al lang te weten. Maar dat is wat anders dan ze innerlijk te verstaan!

Inhoud en taalgebruik

De aard van de inhoud van onze prediking zal - als het goed is - invloed uitoefenen op ons taalgebruik. Wie over de onbekeerlijkheid van mensen spreekt, mag dat niet doen met woorden die de ernst van deze zaak weerspreken. En wie met een somber gezicht en eentonige stem en in louter termen spreekt over het Heil in Christus voor arme zondaren, laat aan zijn hoorders niet merken met welk een vreugdevolle boodschap hij bezig is. Toen Stéfanus de hemel geopend zag, blonk zijn aangezicht als dat van een engel. Zo vergaat het ook de prediker die onder een open hemel mag spreken. De glans van de verheerlijkte Christus straalt dan af op zijn prediking. Dan wordt onze taal echt en levend, omdat Hij er bij is.

Een volgende keer willen wij iets zeggen over de vorm van de prediking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vragen rondom de verstaanbaarheid (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's