De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Vandaag (3 december) hoopt aan de theologische faculteit van de Rijksuniversiteit te Leiden te promoveren drs. J. Hoek, hervormd predikant te Veenendaal. Zijn proefschrift handelt over Daniël Colonius (1566-1635), 'theoloog tussen Reformatie en orthodoxie'. Promotor is prof. dr. G. H. IVI. Posthumus Meyjes.

We willen op deze plaats de nieuwe doctor van harte gelukwensen en de wens uitspreken, dat zijn wetenschappelijke arbeid ten dienste van kerk en theologie mag worden voortgezet, tot welzijn vooral van de gemeente, die ook door de theologie gediend wil zijn. Volgende week hoopt drs. K. Exalto in een artikel in ons blad nader op het proefschrift in te gaan.

Van de gebruikelijke stellingen bij het proefschrift noemen we:

* 'Het "Anliegen" van Jacobus Arminius moet verstaan worden tegen de achtergrond van de verstarde predestinatieleer van een vereenzijdigd calvinisme.'

* 'Het begrip "dood" in Rom. 5 : 12 mag weliswaar niet tot het biologische sterven worden beperkt, maar sluit dit wél in.'

* 'De kosmische aspecten van de verzoening in Christus bleven in de gereformeerde traditie vaak onderbelicht.'

* 'In het benoemingsbeleid m.b.t. kerkelijke hoogleraren dient de Nederlandse Hervormde Kerk te zorgen dat alle theologische faculteiten een zó brede schakering vertonen als binnen de door art. X van haar Kerkorde aangegeven ruimte legitiem is.'

* 'De tijdens de kabinetsformatie 1981 gesmede aanduiding "Staphorster variant" is een schoolvoorbeeld van discriminerende typering.'

***

In het blad Kerknieuws van Scheps stond een interessant artikel over 'geloof en Satire anno 1600'.

Hier volgt de Inleiding met een bijgevoegde spotprent:

Tot 17 januari volgend jaar organiseert Rijksmuseum Het Catharijneconvent in Utrecht (Nieuwegracht 63) een expositie onder de titel 'Geloof en satire anno 1600'. De tentoonstelling, die een beeld geeft van de wijze waarop de religieuze tegenstellingen tussen rooms-katholiek en protestant in de zeventiende eeuw tot uitdrukking kwamen in de prent-en schilderkunst, past geheel in de doelstelling van het museum, nl. het geven van een beeld van de christelijke cultuur van ons land. Zowel de prent als het (veelal daarvan afgeleide) schilderij vormden in die dagen een belangrijk instrument in de godsdienstige polemiek. Van de schilderijen zijn er overigens slechts weinig bewaard gebleven. Een aantal ervan behoort tot de vaste collectie van Het Catharijneconvent.

De tentoonstelling 'Geloof en satire anno 1600' vestigt de aandacht op elf schilderijen uit deze verzameling.

Hier volgen nog enkele passages uit het stuk in Kerknieuws:

'De oorsprong van de prentkunst moeten we zoe­ ken bij onze oosterburen en wel in de eerste helft van de zestiende eeuw. De prenten werden veelal gebruikt om bij de analfabete achterban bepaalde denkbeelden ingang te doen vinden. Bij ons vinden de prenten pas later ingang: in de tweede helft van de zestiende eeuw. (...)'

'Wanneer de hedendaagse prentcollecties een representatief overzicht bieden van het aantal prenten, dat in het verleden uitgegeven werd, is daaruit op te maken dat in de laatste decennia van de 16de eeuw relatief weinig spotprenten verschenen zijn. In de Zuidelijke Nederlanden kan de oorzaak daarvan gezocht worden in het feit dat de katholieken in de beeldtaal van de contra-reformatie een alternatief vonden, dat hun eigen geloofswaarheden bevestigde. In deze voorstellingen kwam spot op de tegenpartij ook voor. Dit is op te maken uit het schilderij 'De Katholieke Kerk en haar Genadeleer' waarop staat afgebeeld hoe onder meer reformatorische ketters als Luther en Calvijn dreigen te verdrinken.

Voor het opstandige noorden, en daarmee voor het protestantse kamp, geldt dat de prentnijverheid zich daar slechts zeer geleidelijk ontwikkelde. In de behoefte aan spot op de katholieken wordt hier voorzien in literaire vorm, zoals in het zeer populaire 'De Byen Corf der H. Roomscher Kercke' door Marnix van S. Aldegonde.

Een enkele prent verzet zich tegen de godsdiensttwisten. De oorsprong ervan moet men zoeken in de verdraagzame leefwereld van de rederijkers. Zeker is deze prent niet representatief voor de gevoelens van de elkaar beconcurrerende godsdienstige groeperingen in het noorden. Maar al te graag schilderden de overheid en de calvinisten de katholieken, die tot in de 17de eeuw een meerderheid van de bevolking vormden, af als onbetrouwbare vaderlanders en potentiële bondgenoten van Spanje. De opleving van het aantal uitgaven van anti-katholieke spotprenten tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) en de jaren direct daarna, zou men met deze houding in verband kunnen brengen. Daarnaast moet het calvinisten geleidelijk aan duidelijk geworden zijn dat het katholicisme, ondanks het verbod van eredienst, als godsdienst niet zomaar zou verdwijnen. De opleving houdt echter vooral verband met de algemene bloei van de Noordnederlandse prentnijverheid in de jaren van het Bestand. Allegorische voorstellingen en zeer uitgebreide prenten met Latijnse teksten, zoals In de 16de eeuw uitgegeven werden, maken in deze ontwikkeling plaats voor prenten die dienen ter ondersteuning van pamfletten. Zij worden verkocht door straatventers en zijn bestemd voor het meer eenvoudige publiek. Een prent uit deze tijd is het exemplaar dat Christus in sobere kleding op een ezeltje toont en de paus in een rijk gewaad op een schimmel. In deze prent naar Duits voorbeeld wordt onder meer de eenvoud van Christus gecontrasteerd met de rijkdom van de paus.

De uitgave van katholieke spotprenten was in de Republiek, waarin het calvinisme de staatsreligie was, moeilijk. Het is in dit verband niet verwonderlijk dat anti-calvinistische spotprenten buiten de Republiek uitgegeven werden, in Antwerpen werd in 1611 een gravure gepubliceerd met een portret van Calvijn en daaromheen, afbeeldingen van het opknopen van monniken, de beeldenstorm en oorlogstaferelen. In de tekst wordt Calvijn van sodomie beschuldigd en daarmee is een vooral onder Jezuïeten geliefd anti-Calvijn thema aangesneden. '

***

Soms komt men onzuivere uitdrukkingen tegen. In het Leidsch Dagblad van 7 oktober stond een verhaal over het nieuwe parlementslid voor het CDA, de heer A. de Jong uit Leiden. De verslaggever schreef o.a. het volgende (of de uitdrukking uit zijn eigen pen vloeide of zó is opgetekend uit de mond van de heer De Jong weet ik niet):

'Hij (de heer De Jong, v. d. G.) is ouderling-kerkvoogd van de Marekerk, de kerk van ds. de Jong in de Molenwijk en zegt dat, hoewel er veel Gereformeerde Bonders in de Marekerk komen, het persé geen Gereformeerde Bondskerk is.'

Een Gereformeerde Bondskerk, wat is dat eigenlijk? Elke gemeente, ook die men als 'Gereformeerde Bonds Gemeente' aanduidt is gewoon een hervormde gemeente, met meelevenden en minder - of niet - meelevenden en met alle problemen, die de Hervormde Kerk kent. Is de uitdrukking Gereformeerde Bondsgeméénte al problematisch. Gereformeerde Bonds Kerk slaat alles.

***

De lezers kunnen van week tot week constateren, dat we voor ons blad een groot advertentieaanbod hebben. Het komt regelmatig voor dat over bepaalde advertenties vragen worden gesteld. Dat geldt dan meestal advertenties van maatschappelijke organisaties. De redactie staat op het standpunt, dat de inhoud van een advertentie tot de verantwoordelijkheid behoort van de indiener ervan. De redactie heeft te bepalen waar de grens ligt van wat opgenomen wordt en wat niet. Zo worden regelmatig advertenties geweigerd, b.v. van sectarische groepen, van instituten of personen, waarvan het de vraag is of gelden, die men wil ontvangen, verantwoord worden besteed en van organisaties, die met het kerkelijke en geestelijke leven niets te maken hebben. Gaat het echter om advertenties van dagbladen, (christelijke) politieke partijen, omroepen, organisaties op onderwijsgebied, uitgeverijen, dan maakt de redactie geen absolute keus. Adver­tenties van de één wel opnemen en van de ander niet zou betekenen, dat de redactie zich met één bepaalde organisatie vereenzelvigt. Dat doet de Gereformeerde Bond niet, dat doet derhalve ook de redactie van ons blad niet. Wat niet wil zeggen, dat er geen persoonlijke keuze of voorkeur bij de leden van de redactie kan bestaan voor de politieke partij, een dagblad, een onderwijsorganisatie of een omroep. Maar de lezers zijn zelf mondig om uit het geheel van de aangeboden advertenties zélf hun conclusies te trekken. Op de inhoud van de artikelen en commentaren is de redactie direct aanspreekbaar, op de inhoud van de advertenties niet, ook al wordt er wel terdege op toegezien met welk oogmerk bepaalde advertenties worden aangeboden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's