Een getuigenis van menselijk lijden en verzet
Israel-seminar 1981 (5)
Vóór de oorlog woonden er in Nederland 140.000 Joden. Daarvan kwamen er 104.000 niet terug.
Op de laatste dag van ons verblijf in Israël gingen we voor de tweede maal naar Yad Washem, het instituut dat de herinnering levend houdt aan de martelaars en helden van de Holocaust.
We zouden daar een ontmoeting hebben met mevrouw Leesha Rose, in Nederland geboren, die nu medewerkster is van Yad Washem. Zij heeft over haar ervaringen uit de oorlogstijd een boek geschreven onder de titel 'De tulpen zijn rood'.
Levensverhaal
Haar verhaal geef ik hier door zonder commentaar, als het persoonlijk getuigenis van iemand, die het aan den lijve heeft ondervonden wat het betekende Joodse te zijn in Nederland in 1940.
'Vóór de oorlog woonden er in Nederland 140.000 Joden. Daarvan kwamen er 104.000 niet terug. Dit hoge aantal Joodse slachtoffers van de Holocaust is alleen te vergelijken met Polen. En dat in het democratische Holland, waar een Jood de hoogste niveaus in de samenleving kon bereiken!
Op 10 mei 1940 was ik zeventien jaar en zat voor het eindexamen van de H.B.S. Het was de bedoeling dat ik nu naar de universiteit zou gaan, maar daar kwam niets van in, want in juli kwamen er al anti-Joodse maatregelen. In september moest iedereen een Ariër-verklaring hebben. Voor het eerst in de geschiedenis van Holland!
Hoe reageerde ik daar nu op? Ik wilde alleen maar slagen en geaccepteerd worden in de wereld. De politiek betekende niets voor me. In ons ouderlijk huis waren wij goede religieuze Joden. Onze tafel was altijd gedekt voor méér personen dan ons gezin alleen. Het was een grote schok voor ons, dat ef nu een scheiding kwam tussen Joden en niet-Joden.
De beroving begon. Men moest leven van ƒ 250, - per maand. Mijn vader had een fabriek. Hij moest een Verwalter accepteren. Ik begon me nu heel onzeker te voelen!
Ze begonnen de mensen te concentreren in de grote steden. De eerste oproepen kwamen voor de 'Arbeidseinsatz'. Van wat er gebeurde in Auschwitz, Sobibor en andere plaatsen wisten wij niets af tot vlak voor het einde van de oorlog. Mijn vader en moeder kwamen oorspronkelijk uit Polen. Ze kregen een brief van familie, uit het Ghetto van Lodz. Daarin stond: 'een heleboel van onze vrienden gaan op bezoek bij Oom Jozef'. Oom Jozef was in Palestina vermoord! Die duidelijke aanwijzing werkte verbijsterend. Nooit was een massamoord op zóveel mensen voorgekomen! De angst voor dit onvoorstelbare was verlammend!
Ook mijn ouders en mijn broers zijn in Auschwitz en Sobidor omgekomen. Reden: omdat zij geboren waren als Jood...
In de loop van 1942 zag ik in, dat ik, als ik zo doorging, alleen nog maar kon wachten op de klop op de deur. Dat wilde ik niet. Ik wilde iets doen. Daarom solliciteerde ik bij de Joodse Invalide als leerling-verpleegster. Ik werd aangenomen, 's Avonds en 's nachts konden we de overvalwagens door de straten horen razen. Wij zaten goed - dachten we. De geneesheer-direkteur, dr. Buzaglo, was een heel bijzonder mens: hij slaagde er vele malen in om Aus der Fünten weg te sturen!
Inmiddels was mijn broer ondergedoken in Gouda. Maar bij een controle werd hij gepakt, want hij had een persoonsbewijs met een J. Via Westerbork ging hij naar Sobibor...
Op 28 feb. 1943 kwam toch plotseling het bericht: heel de Joodse Invalide gaat op transport ! Zeer veel personeelsleden namen daarop de vlucht. Maar ik kon dat niet over mij verkrijgen. Zo bleven we over: nog acht verpleegsters en enkele leden van de technische staf. Wij moesten nu de patiënten van twee verdiepingen verzorgen. De dankbaarheid van die mensen zal ik mijn leven lang niet vergeten! De volgende dag waren de Duitsers er. Nu moesten wij de patiënten voorbereiden op de dood. Dr. Buzaglo gaf ons nog een zegewens mee! Ook hij werd weggevoerd, maar wij slaagden erin op het laatste ogenblik in de verwarring weg te lopen.
Waar moest ik nu heen? Ik had geen adres en een persoonsbewijs met een J. Ik solliciteerde daarom maar naar het Nederlandsch-Israëlitisch Ziekenhuis. Op zekere dag had ik daar een patiënt te verzorgen die op sterven lag. Hij bleek lid te zijn van de ondergrondse. Door hem kreeg ik meer contacten. Tenslotte was ik bemiddelaarster tussen het ziekenhuis en de ondergrondse. Mijn wachtwoord was: 'de tulpen zijn rood'. Nadat de Duitsers ook hier een groot deel van de patiënten hadden weggehaald, moest ik op het laatste ogenblik met enkele anderen achterblijven, voor de verzorging van de zeer ernstige zieken, die (nog) niet op transport gesteld waren. Tenslotte kwamen we dan allemaal terecht in de Hollandse Schouwburg. Daar was de toestand absoluut onbeschrijfelijk. Een paar dagen, vijf of zes, kon ik daar nog wat mensen helpen. Er zijn er 50.000 doorheen gegaan!
Op het laatste ogenblik liet de ondergrondse me ontsnappen. Dat moest via het dak. Ik heb altijd last gehad van hoogtevrees en ik weet vandaag nóg niet hoe ik dat toen heb kunnen doen. Maar ik kwam eruit. In afwachting van nieuwe papieren moest ik toen onderduiken in het oude gedeelte van de Joodse Invalide. Uiteindelijk kreeg ik een nieuw (vals) persoonsbewijs, verzorgd door ds. Ader. Voor het eerst liep ik zonder ster op straat!
Zonder de hulp van de Hollanders hadden we het niet gered. Hier in Yad Washem hebben we alle gegevens: 20.000 Hollanders gingen wegens hulp aan Joden naar concentratiekampen (27.000 Joden waren ondergedoken; daarvan hebben 16.000 het overleefd).
Ik kwam terecht in Leiderdorp en daar werd ik lid van de L.O. (Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers) en de L.K.P. (Landelijke organisatie van Knokploegen). Ik deed dienst als koerierster en dat hield o.a. in het vervoer van wapens en munitie. De papieren van de onderduikers deugden niet. Daar moesten nieuwe voor komen en zo heb ik tweehonderd mensen aan valse persoonsbewijzen geholpen. Verder namen we voorraden in beslag bij N.S.B.-boeren om aan eten te komen voor de vervolgden. Voor het benodigde geld zorgde het N.S.F. (Nationaal Steunfonds). Want de ondergedokenen hadden in de regel helemaal geen geld meer en het waren meestal eenvoudige mensen die hen onderdak verschaften. In de hongerwinter woedden de Duitsers nog eens extra. En het eten raakte op. Na 1 mei zou er niets meer zijn. De hongertochten begonnen.
Maar toen kwam ook de bevrijding en daarmee na al die aktiviteiten de leegte. Er was niets meer voor me te doen! We gaven onze namen op bij de Joodse Coördinatiecommissie in Amsterdam. Maar voor mij kwam er niemand opdagen en niemand wachtte op mij. Dat was de grootste crisis van mijn leven! Toen, eindelijk, kwam er via het Internationale Rode Kruis een formuliertje met in totaal vier regeltjes schrift, die de ondergang behelsden van mijn familie...
Vijfentwintig jaar lang heb ik er niets over willen horen en zeggen. Later ben ik getrouwd met een leger-rabbi van het Canadese leger: captain Rose. Hij was de eerste Jood, die ik na de oorlog ontmoette. Hij werkt nu bij het hoger onderwijs. Ik heb twee fijne kinderen. En nooit vertelde ik ze iets van wat ik in de oorlogsjaren had meegemaakt. Totdat mijn zoon, die via een uitwisseling van jongeren Israël bezocht, mij vroeg: wat heb jij meegemaakt in 1940-1945? Toen heb ik het verteld. En nu zie ik het als mijn heilige taak om deze dingen te vertellen tegen het volgende geslacht. Dat is nodig. Want wij mogen het niet vergeten!
Tegenwoordig worden er weer pogingen gedaan om het Joodse lijden tijdens de Holocaust te bedekken, zo mogelijk zelfs de herinnering eraan uit te wissen. Ook het kamp Westerbork bestaat niet meer. Denkend aan het monument, op de plaats waar vroeger de deportatietreinen vertrokken naar het Oosten, heb ik een gedicht gemaakt.'
Op ons verzoek mochten wij de tekst van dit gedicht, dat hiernaast in het Engels staat afgedrukt, mee naar huis nemen. Leesha Rose heeft toen zelf nog van enkele strofen een nederlandse vertaling gemaakt:
~There is no sign anymore
Only two awesome fingers point in the sky
Accusing, threatening and cold
Forged from the very iron tracks
Upon wich the cursed train-wagons rolled. -
There is no sign anymore
In this verdant valley surrounded by trees
No sign of constant trains spitting out their captured victims
No sign of the sick, the powerless and helpless still struggling to go free. -
There is no sign in Westerbork
Of the wretched thousands in transit to torture and extermination
No sign of barracks, watchtowers or barbed wire
No sign of the imminent selection, the shocking fear of further transportation.
Doomed people - men, women and children -
Hunted, beaten - sensing the end -
Desperately backing away from the brink,
The German border - o God, not to be sent!
How many days of respite, how many weeks?
Then the last hearttearing sobs, the outstretched hands
The last glimpse before the doors slam shut
To carry the Nazi victims to blooddrenched lands.
There is no sign anymore
Only two awesome fingers point in the sky accusing, threatening and cold
Forged from the very iron tracks Upon wich the cursed train-wagons rolled.
~Er is geen teken meer in Westerbork
Alleen twee strakke vingers staan uit in de lucht
Dreigend, aanklagend en koud
Gesmeed van dezelfde ijzeren sporen
Waarop de verdoemde doodswagens rolden.
Verdoemde mensen - mannen, vrouwen en kinderen
Gejaagd, geslagen - ze zien al het bittere einde
Uit alle macht wijken ze terug van de afgrond.
De Duitse grens - o God, niet naar 't Oosten!
Hoeveel dagen van uitstel, hoeveel weken?
Dan het laatste hartbrekende gehuil, de uitgestrekte handen
De laatste blik, de deuren slaan dicht
En de Nazi-slachtoffers zijn op weg naar de bloeddoordrenkte landen.
Als afsluiting van Leesha Rose's aangrijpend getuigenis wil ik proberen ook de tweede en de derde strofe van haar gedicht voor u te vertalen:
'Er is geen teken meer,
In deze groene vallei omringd door bomen
Geen teken van alle treinen die voortdurend hun opgeslokte slachtoffers uitbraken Geen teken van de zieken, de machtelozen en de hulpelozen, nog steeds worstelend om vrij te komen.
Er is geen teken in Westerbork
Van de duizenden rampzaligen onderweg naar marteling en uitroeiing
Geen spoor van barakken, wachttorens en prikkeldraad
Geen teken van de dreigende selectie, van de schokkende angst voor verder transport.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's