De toerusting van de gemeente (1)
'Met Vreugde...'
...dat wij onze aandacht uitsluitend richten op het ambtelijke werk ten dienste van de gemeente, en dan nog bijzonder toegespitst op de zaak en de taak van het predikantschap.
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond belegde weer de jaarlijkse ambtsdragersvergaderingen, waar vele honderden ambtsdragers aanwezig waren. Ditmaal was het thema 'De Toerusting van de gemeente'. Ter voorbereiding was aan de kerkeraden het boekje 'Met Vreugde' uitgereikt, waarvan intussen de eerste druk is uitverkocht, terwijl de tweede druk in voorbereiding is. Van de gehouden lezingen nemen we die van drs. A. de Reuver (gehouden te Veenendaal en Middelharnis) hier op. We hopen dat deze artikelen met op de achtergrond het boekje Met Vreugde kerkeraden en gemeenten dienen mag voor de toerusting.
Ons thema is bijna oeverloos. Daarom moeten wij het indammen. Wij leggen ons de strikte beperking op, dat wij onze aandacht uitsluitend richten op het ambtelijke werk ten dienste van de gemeente, en dan nog bijzonder toegespitst op de zaak en de taak van het predikantschap. Niet omdat de persoon van de predikant zo nodig aparte aandacht zou behoeven, maar hierom: enerzijds omdat zijn ambtswerk nu eenmaal een spilfunctie inneemt in het gemeenteleven, en anderzijds omdat het met name zijn ambtelijke identiteit is die in onze tijd meer en meer dreigt verstikt of althans verstrikt te geraken door bezigheden die op zichzelf meestal nodig zijn én nuttig, maar evengoed of beter door een ouderling of diaken kunnen worden verricht. Vandaar dat wij deze materie u als ambtsbroeders voorleggen. U immers draagt, samen met ons, de verantwoordelijkheid voor een gezonde gemeentetoerusting. Tegen de gesignaleerde kwaal begint de predikant-alleen hoegenaamd niets. Het is de gemeente in haar geheel en het zijn de ambtsdragers in het bijzonder, die de ziekte kunnen bestrijden. Kruid is er zeker tegen gewassen, 't Moet alleen nog meer worden geplukt en toegediend!
Met deze inleidende woorden zult u de strekking van ons betoog wel aanvoelen. Wij leggen terwille van de overzichtelijkheid ons thema nu in vieren uiteen, en zoeken het antwoord op de volgende vragen: wat is toerusting, waarmee geschiedt zij, wie volvoert haar en hoe voltrekt zij zich? Hierbij valt het zwaartepunt volledig op het laatste!
Wat is gemeentetoerusting?
Toen Jezus Zijn eerste dicipelen riep, waren zij doende hun visnetten te vermaken. Door ze te herstellen maakten ze die weer geschikt voor de visvangst.
Wel, hetzelfde woord gebruikt de apostel Paulus als hij wil aanduiden, hoe de ambtsdragers de gemeente hebben te bouwen. 'De volmaking der heiligen', heet dat in Efeze 4 : 12, naar de Statenvertaling. En in dezelfde vertaling luidt het in het slot van 2 Kor. 13: 'Wordt volmaakt'. Deze vertaling zou even de indruk kunnen geven, dat hier het perfectionisme om de hoek kwam kijken, alsof de gemeente op aarde een status van volmaakte vlekkeloosheid zou kunnen bereiken. Het Grieks duidt echter veeleer op het besef dat de volmaaktheid juist niet tot stand is gekomen. Daarom moet de gemeente bij de voortduur worden hersteld en terecht gebracht! Dat is nu de toerusting van de gemeente: dat zij wordt gerepareerd zoals 'n schip op de helling, en zo geprepareerd om de vaart weer voort te zetten. De gemeente bestaat in deze bedeling levenslang uit zieken. De kerk is een groot gasthuis voor kreupelen, lammen en allerhande gebrekkigen. "Gods Koninkrijk gelijkt op een groot zieken-en armenhuis... Christus' ambt schijnt meer dat van een geneesheer dan van een Koning te zijn. Allen die onder Zijn scepter leven, al Zijn onderdanen zijn in zichzelf beschouwd wel de allerellendigsten" (Kohlbrugge). In dit herstellingsoord van de kerk mogen wij ambtsdragers het verplegend personeel zijn om de patiënten te revalideren. Tot deze toerusting zijn wij aan de gemeente gegeven, in zekere zin dus allemaal als ziekenhuispredikanten en - ouderlingen en - diakenen! Zo belieft het Koning Jezus Zijn, volk te funderen in Zijn genade en te formeren tot christenmensen, die Hem kennen in de diepte van het hart, in de breedte van de liefde, in de lengte van de navolging en op de hoogte van de hoop.
Waarmee geschiedt zij?
De vissers aan het meer van Galilea hadden materiaal en werktuigen om de gescheurde en gespleten netten te vermaken... Zo ook wij!
Waaruit nu bestaat ons instrumentarium? Uit het Woord Gods. Dat is niet alleen hetzwaard van de Geest, maar ook het werktuig van de Geest dat wij mogen hanteren.
Ten diepste is ons geen ander gereedschap gegeven. Ieder ambt is in dienst aan en bediening van het Woord. Wat minder is, blijft onder de maat. Wat meer is, zal overbodig blijken.
De ouderling regeert met het Woord. Dat is zijn bron en norm. De sprekende God is zijn zegsman. In Diens sprake ligt zijn zeggenschap en zeggingskracht. Dat is zijn stut en zijn steun. Daarmee toetst en ordent hij het leven in huwelijk en gezin, in de samenleving van de staat en de straat, van werk en kerk. De diaken geeft gestalte aan het dienende karakter van Christus' Woord: opmerkend, oprapend, opvangend, opbeurend.
En ook de predikant leidt en weidt de gemeente in niets anders dan het Woord.
Waarop komt het dus aan voor al degenen die gegrepen en geroepen zijn tot toerusting? Dat zij thuis zijn in de vragen van de tijd, weet hebben van de spanningen tussen de generaties, wat zicht hebben op de psychische structuur van de mensen, enigermate op de hoogte zijn van de grote tradities van de kerk en de verworvenheden van de cultuur? Dat spreekt alles een woordje mee. Maar doorslaggevend is het Woord. Beslissend is uiteindelijk deze vraag: hebben wij kennis aan het Woord en dat in de Geestelijke zin. Dat wij vóór de waarheid zijn is niet niets, maar nog minder alles. Er achter zijn, er ingeleid zijn en er uit mogen leven, dat alleen zet vrucht.
Wat is daartoe nodig? Dat wij ons bij de voortduur drenken in het Woord! Het is, zoals Luther wist, 'aan Jezus' voeten zitten en Gods Woord horen. Zo wordt de ziel die aan het Woord hangt net zoals het Woord zelf: rein, wijs en heilig. Als ijzer in het vuur komt, wordt het rood en neemt het de eigenschappen van het vuur aan. En een zwarte kool wordt eveneens rood in het vuur. Evenzo nu maakt het geloof dat de ziel geheel verenigd raakt met het Woord. Het doorvuurt en doorzindert de ziel, zodat die geheel de natuur van het Woord aanneemt... Daarom is er niets beters dan hangen aan Gods Woord. We gaan hier aanstonds nader op in.
Wie volvoert haar?
Om te beginnen: het Woord zelf rust toe. Dat hebben we goed te bedenken. Het Woord, d.i. de mond des Heeren, is de eigenlijke werkmeester. En die werkmeester is het wel toevertrouwd. 'Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering..., opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toeberust.' (2 Tim. 3 : 17).
Maar nu behaagt het de God van het Woord om mensen in dienst te nemen, met name ambtsdragers, en bij uitstek de predikanten om Zijn Woord te verkondigen en te verklaren.
Zo zijn de ambten en ambtsdragers een wezenlijk moment in de grote Geestesgave van de verhoogde Christus. 'Hij Die opgevaren is in de hoogten heeft de mensen (de gemeente) gaven gegeven' (Ef. 4). Al die gaven zijn ongetwijfeld samen te vatten in de ene grote, weergaloze gave van de Heilige Geest. Maar nu is dit het bijzondere van Christus' Geestesbediening, dat Hij die niet 'over-Geestelijk' uitoefent. Middellijk gaat Hij te werk, nl. door middel van het Woord. En daarbij neemt Hij mensen in dienst.
U moet goed verstaan wat Paulus bedoelt in Efeze 4 als hij zegt: Christus heeft gaven gegeven én apostelen, profeten, evangelisten en herders en leraars. We moeten dat niet zo opvatten, alsof Christus enerzijds Zijn Geest zond en anderzijds - los daarvan - de ambten gaf. Nee, het is alles één geschenk, in één goedgeefs gebaar, in één royale handbeweging. In de schenking en zending van de Heilige Geest is opgenomen de gave van de ambten. In de ambten krijgt de Heilige Geest zichtbare, hoorbare, kerkelijke gestalte. (Uit de aard der zaak verloopt hier niets mechanisch, maar pneumatisch!)
Nu lichten wij er - volgens de opzet van deze inleiding - het ambt van herder-en-leraar uit en leggen ons de vraag voor: hoe gaat met name door de hand van de predikant de gemeentetoerusting toe?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's