Geloofsmoeilijkheden (5)
Pastorale overwegingen
Kan God zekerheid onthouden?
Kan God zekerheid onthouden?
Bij de pastorale overwegingen over de zekerheid des geloofs mocht ik er op wijzen, dat wij daar wel naar hebben te staan. Wij doen het wel vaak verkeerd, door gronden bij en in onszelf te willen aanwijzen, terwijl de enige grond buiten ons ligt, in Christus. Maar nu rees er bij een lezeres een vraag, of het kan zijn, dat de Heere de zekerheid ons kan onthouden. Op het eerste gezicht een vreemde vraag. En toch, ik kan deze begrijpen. Ik denk zelfs, dat de vragenstelster niet geheel ongelijk heeft. Soms kan inderdaad de Heere in Zijn wijsheid de verzekerdheid niet geven. De Heere, ik zou bijna zeggen, past Zich soms aan aan de persoon, het karakter en de omstandigheden van Zijn kinderen. Het kan voorkomen, dat een kind van God zich ernstig voor Gods aangezicht onderzoekt, de zonde hartelijk betreurt, zeggen kan, dat het zijn hart en hand gezuiverd heeft van onrecht, vurig bidt om het zeker te mogen weten, en toch... de zekerheid wordt gemist. Weet u de Heere heeft zo heel graag een volk, dat dicht bij Hem leeft en Hem gedurig nodig heeft. Als de gave van de zekerheid u nu eens minder afhankelijk zou maken? Als de zekerheid nu eens meer tot uw genieting dan tot Zijn eer zou strekken bij u? We zijn zo gauw geneigd meer op de gaven dan op de Gever te zien. Ik denk aan een woord van wijlen ds. Zandt: 'een veer heeft nog wind nodig om de lucht in te gaan, wij... doen 'het vanzelf wel'. Mogelijk zult u van achteren goedkeuren en bewonderen, dat God u door al dat worstelen en tobben maar heel dicht bij Zich hield.
Ook de kruimeltjes
Wij zijn mensen, die graag en gauw onder de indruk zijn van het grote en van het geweldige. En wat is groot en klein in Gods oog? Legt Hij geen geheel andere maatstaf aan? In het leven der genade kan de Heere Zijn kinderen ook wel eens 'kort houden'. Zeker, menigmaal is er alle reden toe om te betuigen: 'dag aan dag - overlaadt Hij ons'. Dan kunnen we het niet op en niet aan. Hoe zalig is het om God verlegen te zijn. Gods kinderen zijn echter ook wel eens met God verlegen. Dan wordt in de weldaden de Weldoener ontmoet. En als we dan in Hem mogen eindigen, is dat een stukje hemel op aarde. Niettemin, de Heere houdt ook wel eens kort, we zouden bijna zeggen, dat Hij dan een magerheid schenkt. Hij kan dat doen in Zijn ongenoegen. Hij geeft ons onze begeerte, wat we zo graag willen, wat we Hem bijkans afdwingen, maar Hij geeft onze zielen een magerheid. Dat te moeten ondervinden is een grote les, die opnieuw ons in een afbrekende weg leidt. Toch kan Hij ook in Zijn liefdevolle wijsheid magerheid doen ervaren. Dan leren we ook de kruimeltjes waarderen; die er van Zijn tafel vallen. Dan kunnen we ook de allerminste bemoeienis zien en waarderen als geheel onverdiend. Want de Heere verheerlijkt altijd Zichzelf in al wat Hij doet en geeft. En hebben we nu onszelf ervoor over, dat Hij aan Zijn eer komt? Is dan onze diepste begeerte, dat hoe het ook gaat. God wordt groot gemaakt? Dan kan, om met Habakuk te spreken, ook met kale bomen, zonder vrucht, en bij lege stallen, zonder ook maar een rund er in.
Maar de roeping blijft
Toch blijft de opdracht dat we onze roeping en verkiezing moeten vast maken. We hebben geen reden om daartegen in te brengen, dat de Heere ons verzekerdheid dus kan onthouden. Ik hoop, dat u duidelijk is, dat dit betrekking heeft op bijzondere gevallen. En wel heeft de Heere er ook recht op, dat we mogen belijden zeker van Hem te zijn. En al is de Heere zo vrij in Zijn leidingen en in de mate, waarin Hij Zijn kinderen bedient, dat doet ook niets af van onze verantwoordelijkheid. Heel wat mensen kunnen nog wel eens tobben met de vraag hoe het dan toch zit met Gods verborgen en geopenbaarde wil. Ik moet eerlijk zeggen, dat ook de vorst der duisternis nog wel eens graag Gods eenvoudige kinderen in verwarring betreft. Graag doet hij twijfelen aan Gods woord. 'Ja, dat staat er nu wel, maar dat is toch voor Gods volk, en als het nu Zijn besluit eens is, dat u het niet krijgt' ? Denk er maar om dat hij graag wil, dat u verkeerd en hard van God denkt. En wat ons onbegrijpelijk voorkomt, is zo goed in orde bij de Heere. Getuigt het ook al weer niet van hoogmoed, als we de vragen en raadsels, die zich voordoen in het geestelijk leven, uitgemaakt willen zien voor de rechtbank van ons verstand, dat... verdorven en verduisterd is? Eigenlijk zou dan ook de aanbidding wegvallen in de belijdenis: 'heilig zij, o God, Uw wegen'. We hebben te staan naar de zekerheid des geloofs. Maar we moeten dat niet begeren om dan ook te denken, dat we klaar zijn. En laten we ook bedenken, dat de Heere geen stervensgenade geeft, die wij als een verzekeringspolis wegleggen in de linnenkast.
In nog een artikel gaan we nog op een paar bezwaren in. Inmiddels hebben zich al weer twee andere briefschrijvers gemeld met geheel andere onderwerpen, die ze graag in dit blad besproken zien. Een schrijft over het ambt van ouderling met name, een ander over liturgische kwesties. Voorzover een en ander in deze rubriek te bespreken is, wijd ik er graag aandacht aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's