De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Wat houdt de evangelisatieopdracht in?

Over dit onderwerp schrijft prof. dr. K. Runia enkele artikelen in het Centraal Weekblad. Hij haakt in op artikelen wan drs. J. B. G. Jonkers, stafmedewerker van het Evangelisatiecentrum in Leusden. In de loop der jaren is binnen de Geref. synode de visie op evangelisatie nogal veranderd. Sprak men in 1923 van terugroepen van de van Gods Woord vervreemden tot de Here en zijn dienst, in 1973 vallen woorden als communicatie, delen in het bevrijdend handelen van de Here. Is dit alleen maar een verandering van woorden? Of zijn doelstelling en methoden nu ook veranderd? Zitten we methodisch in het slop? Runia wijst op de nadruk op de missionaire gemeente.

Deze nadruk op de héle gemeente als missionaire gemeente is niet een uitvlucht omdat we het anders ook niet weten. Het is een door en door bijbelse gedachte, die we gelukkig weer duidelijker in het zicht gekregen hebben. Maar ze lost de vraag naar goede eigentijdse methoden natuurlijk niet op. De missionaire gemeente heeft er ook grote behoefte aan om methodisch geholpen te worden. Jonkers zelf zegt het zelfs zo sterk: 'Gemeenteleden kunnen alleen dan hun missionaire roeping praktisch nakomen als hun daarbij goede hulp wordt geboden. Tóerusting en begeleiding zijn dan onmisbaar'. Ik vind dit wel wat al te sterk uitgedrukt (net alsof er zonder hulp niets gebeuren kan; dat lijkt me een onderschatting van de gemeente en een overschatting van de professionele hulp), maar ik ben het wel eens met de bedoeling: gemeenteleden hebben in dit opzicht recht op toerusting en begeleiding. En die ontbreken maar al te veel.

Jonkers zelf komt tot de conclusie dat we niet naar de oude methoden terug kunnen keren. 'Zij bleken minder bruikbaar in de veranderde maatschappelijke omstandigheden. Zij passen ook niet bij de veranderde visie op evangelisatie. Evangelisatie zal experimenteel, zoekend naar nieuwe vormen, moeten plaatsvinden. Snel succes kan niet verwacht worden. Evangelisatie is moeilijker geworden, maar tevens uitdagender'.

In het laatste artikel komt hij daar nog eens op terug, en spreekt van een 'voortdurend zoeken en experimenteren' , maar legt tegelijk weer grote nadruk op woorden als 'communicatie, ontmoeting en dialoog' . Ik heb op zichzelf geen enkel bezwaar tegen deze woorden. Ik denk dat ze altijd als werkelijkheid aanwezig geweest zijn in goede evangelisatie. Vroeger gebruikten ze deze woorden niet, maar velen deden het wel op deze wijze. Vandaar dat ik er ook wat karikaturaals in vind als Jonkers er onmiddellijk achteraan zegt: 'Evangelisatie is niet langer een praten tegen mensen aan, maar met mensen'.

Ontmoeting en dialoog? Uitstekend! Mits het maar geen vrijblijvend gesprek wordt. In zijn grote boek Inleiding tot de Evangelistiek wijst Verkuyl terecht de tegenslling tussen dialoog en verkondiging af. Je mag er geen dilemma, geen óf-óf van maken. Hij wijst nadrukkelijk de volgende opvatting van prof. dr. A. J. Rasker af: 'We kunnen en mogen er niet op uit zijn mensen te bekeren, maar om de ander beter te verstaan om hem te helpen zichzelf en dan ook ons beter te verstaan'. Hij is het daarentegen eens met zijn Utrechtse collega Hasselaar, wanneer deze in antwoord op Rasker schrijft: 'De kerk moet echt maar thuisblijven, als ze het kerygma verwisselt voor onderlinge kennismaking met discussie na' (120).

In zijn bespreking van Verkuyl's boek in ons blad zei dr. A. Wind het zo: 'Wij zouden niet eerlijk zijn in de verantwoording van de hoop die in ons is, als we op een zeker moment niet zeiden, dat het tot het wezen van het christelijk geloof behoort Jezus te zien als de enige Heiland en Redder van alle men­sen. Wij kunnen geen mensen bekeren, dat is het werk van de Heilige Geest. We mogen en moeten ook, denk ik, blijven vragen - bescheiden en toch duidelijk — in naam van Christus: laat u met God verzoenen en verzoent u met elkaar in deze kapotte wereld'.

Zo bezien kan er methodisch wel een en ander veranderen, maar wezenlijk blijft bij Runia's benadering de doelstelling van 1923 overeind staan. En ik meen dat die ook overeind moet blijven staan. Evangeliseren is meer dan humaniseren, al is het wel zo dat vanuit het kennen van Christus ook het mens-zijn terecht komt.

Karrespoor en snelweg

In het slot van zijn artikel gaat Runia in op Jonkers bewering dat we niet terug moeten verlangen naar vroegere tijden. 'Het kenmerk van de moderne tijd is de snelweg en niet het karrespoor'. Runia acht de beeldspraak niet gelukkig.

Want als één ding kenmerkend is voor de snelweg, dan is het wel dat men elkaar razendsnel voorbijvliegt! Maar goed, dat is maar een zijlijntje. De grondgedachte is dat we niet naar de oude methoden terug kunnen gaan. Maar waar we m.i. niet omheen kunnen is de oude inhoud. Daarmee ben ik weer terug bij het begin: de doelstelling. Telkens weer kom je het in de literatuur tegen dat het niet zou gaan om het 'winnen van zieltjes'. De uitdrukking zelf is al negatief en ze roept dan ook allerlei negatieve reacties op.

Maar is die negativiteit wel correct?

Kortgeleden (8 oktober) stond in Trouw een stuk over de visie van het Hervormd Evangelisatorisch Beraad. Daarin werd gesteld dat het evangelisatiewerk van de kerken te lang beperkt gebleven zou zijn tot het 'zieltjes winnen voor de Heer'. We zien het nu veel beter. De kerk zal weer nieuwe aantrekkingskracht verwerven, wanneer zij positie durft te kiezen in de moeilijke problemen van de samenleving. Politieke partijkeuze zou de kerk weer aantrekkelijk maken voor buitenkerkelijken. Ik moet zeggen dat ik hier niets van geloof. Ja, misschien krijgt de kerk voor bepaalde mensen een politieke betekenis, maar ik waag het te betwijfelen of de meeste buitenkerkelijken daar nu op zitten te wachten. Is dat nu het eigene van de kerk? Gaat het daar werkelijk om in het evangelie? Leren ze zo JEZUS Christus kennen als hun Heiland en Heer?

Gaat het trouwens wel om het 'aantrekkelijk' maken van de kerk? De kerk heeft toch een heel andere zending en boodschap? Het gaat om het Rijk van God. Dat is een geweldig breed begrip. Dat omvat alles: ons persoonlijk leven en de hele schepping. Geloven in en behoren tot dat Rijk heeft allerlei consequenties: persoonlijke en politieke. Maar het is nooit 'aantrekkelijk'. Want in alle gevallen en voor iedereen betekent het dat hij zich bekeren moet. Het is opvallend dat zowel Johannes de Doper als Jezus zelf hun prediking beginnen met de aankondiging van het komende Rijk én de oproep tot bekering.

Ook vandaag zal een mens bekeerd, totaal omgekeerd moeten worden, wil hij tot dat Rijk behoren. Daar helpt geen politieke stellingname van de kerk aan. Het woord van Jezus tot Nicodemus laat niets aan duidelijkheid te wensen over: 'Voorwaar, voorwaar Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koningkrijk Gods niet zien' (Joh. 3:3).

Dat is allerminst 'aantrekkelijk', maar het is wel de weg naar het Rijk. En in welke vorm evangelisatie ook plaats vindt, om deze werkelijkheid kan ze nooit heen. Ik vraag me wel eens af, of dat niet het grote probleem is waar we mee zitten in al ons evangelisatiewerk. En ligt daar misschien nog een diepere vraag achter: weten we zelf, in eigen leven, nog wat bekering is? Want Verkuyl heeft gelijk als hij schrijft: 'Wie... het leven volgt van hen die deze keuze (de keuze voor Jezus en het Rijk) maakten, merkt hoe dwaas het is te denken, dat deze keuze slechts eenmaal in het leven der discipelen geschiedt (toen en toen en zó en zó). Want telkens is er op de weg achter Jezus aan sprake van mislukkingen, van verloochening en verraad, van struikelen en vallen. Daarom moet telkens opnieuw gekozen worden en is het nodig te blijven leven van de vergeving der zonden door de Heer en zich de voeten te laten wassen door Hem (vgl. Joh. 13)' (17).

Ik geloof dat het hierom ten diepste ook gaat in alle evangelisatiewerk.

Liever dan karrespoor en snelweg zou ik willen spreken van de weg. Daar gaat het om in het Evangelie: Jezus Christus is de Weg. (Joh. 14 : 6) Christenen zijn mensen van de Weg. En in evangelisatiearbeid gaat het erom dat mensen die Weg leren kennen. Stellig heeft dat uitwerking ook in het maatschappelijk-sociale vlak. Maar het eigen geluid van de Kerk - de oproep tot geloof en bekering - zal toch nooit ingewisseld mogen worden voor een modieus spreken dat mensen in het gevlei komt.

***

Schillebeeckx en de bevrijdingsbeweging

In Credo van nov. 1981 schrijft ds. M. P. v. Dijk over een interview van Huub Oosterhuis met de Nijmeegse dogmaticus, prof. dr. Edward Schillebeeckx. We citeren uit Credo:

Schillebeeckx en de bevrijdingsbeweging.

In de Nieuwe Linie van 16 september jl. staat een interessant interview, afgenomen door Huub Oosterhuis. De bekende r.k. theoloog geeft daar onder meer zijn mening te kennen over de bevrijdingsbeweging van Nicaragua. Hoe moeten wij deze beweging zien vanuit het evangelie? Op deze vraag luidt het antwoord: 'Als het mensbevrijdend is — en dat blijkt in Nicaragua - dan zeg ik: dat is genade, heil wat daar gebeurt'.

Op de volgende vraag van Huub Oosterhuis: 'Die kracht in mensen die naar bevrijding werkt, die mag je noemen: God-in-mensen, genade - dat zijn synoniemen? ' antwoordt S.: 'Heil wordt wel degelijk gerealiseerd door deze bewegingen, die inderdaad hetzij lichamelijk, hetzij sociaal héél-zijn brengen. Het heil van Godswege is universeel. Emancipatieve zelfbevrijding is een stuk heil voor mensen. En dat kan ik als Godgelovige, als christen, als verlossing kwalificeren. Christelijk heil in zijn totaliteit is natuurlijk nog meer, maar het is ook dat'.

Ja, hoe moetje op zo iets reageren? Ik vind dit een ongeoorloofd stukje identificatie: een bevrijdingsbeweging, déze in Nicaragua, wordt zonder meer met het Koninkrijk Gods geïdentificeerd. Wat vroeger wel met de kerk gebeurde gebeurt nu met de bevrijdingsbeweging. Niet dat ik deze beweging niet zeer begrijpelijk vind en noodzakelijk in een wereld van onrecht, uitbuiting en onderdrukking, maar het gaat me toch te ver om dit als heil van Godswege te kwalificeren. De gemeente zal dit als horizontalisering ervaren. Helemaal ten onrechte?

Het gesprek Oosterhuis-Schillebeeckx gaat ook over de bekende passage in Mattheüs 25. 'De arme die een glas water heeft gekregen, gaat oordelen, niet Jezus. De arme oordeelt, in hoeverre wij solidair zijn geweest met hem', aldus S. Terwijl in Mattheüs uitdrukkelijk staat dat Jezus oordeelt. De arme zegt straks: kom maar binnen, aldus S. Mattheüs zegt het anders: Jezus zegt: kom maar binnen. Jezus wordt in het oordeel uitgeschakeld, in zijn plaats treedt de arme, lees de bevrijdingsbeweging. Zij voltrekken het eschatologische oordeel, nu reeds.

Nog eens: dit komt over als horizontalisme en niet ten onrechte. Jezus zegt in vers 40: in zoverre gij dit aan deze mijne minste broeders hebt gedaan hebt gij dit mij gedaan. Wie zijn deze minste broeders? Jezus wijst ze aan in het woord 'déze': ze staan om hem heen, het zijn de discipelen die straks heengaan om het evangelie te verkondigen en op deze weg tegenstand ontmoeten, vervolgd worden, naakt zullen zijn, hongerig, dorstig, in de gevangenis geworpen. Voor deze exegese is veel te zeggen. Het Koninkrijk komt in de weg van prediking en getuigenis.

Komt hier toch ook niet een typisch r.k. visie op de relatie van natuur en genade om de hoek kijken? De genade geschiedt in het intermenselijk gebeuren. Niet het Woord bepaalt wat heil is en wat genade is. Maar waar bevrijdende ervaringen zijn is heil. De genade sluit hier aan op de ervaringen en de praktijken van mensen. Moet dit toch niet leiden tot een verwereldlijkte heilsopvatting. Wat verlossing is sluit dan merkwaardig goed aan bij wat mensen ervaren, terwijl in de Schrift verlossing en heil van Godswege tot ons komen, en juist niet aansluiten bij wat in ons hart leeft. Het wordt ons aangezegd in de verkondiging en alleen in het geloof, door de Heilige Geest deel ik er in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's