De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik heb geen mens...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik heb geen mens...

(Diakonaat of medemenselijkheid)

7 minuten leestijd

De kranke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens om mij te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder. Joh. 5 : 7

Het zijn een paar bijzonder trieste woorden, die de achtendertigjarige zieke in Jeruzalems ziekenhuis Bethesda uitspreekt: 'Ik heb geen mens...' Denk het u in. Achtendertig jaar op een ziekbed. Zijn dagen slijten in een ziekenhuis. De één na de ander naar huis zien gaan, nadat zij het eerst in het badwater wisten te komen, als een engel van de hemel dat beroerde en tot een bron van genezing maakte. Achtendertig jaar ziek en dan vlak naast de genezingsbron liggen, maar nooit de gelukkige kunnen wórden om eraan te genezen. Niemand in dat ziekenhuis had kennelijk ooit tegen die arme stakker, die geen been had om op te staan, gezegd: 'De volgende keer ben jij aan de beurt; jij ligt hier al zo lang'. Mistroostig zegt hij tot Jezus, als Hij hem vraagt, of hij gezond wil worden: 'Ik heb geen mens...' Geen uitzicht op helpende handen. Zo lagen de feiten nu eenmaal.

Zo liggen de feiten

't Is waar, zo liggen de feiten. Nog maar steeds. Ook onze maatschappij is hard. Die 't eerst komt, die 't eerst maalt. Ieder mens denkt van huisuit het eerst en het meest aan zichzelf.

Ik, jij, hij... Zo hebben we 't al geleerd op de lagere school. Ja, ondanks het feit, dat onze maatschappij een verzorgingsmaatschappij is, met sociale zekerheden van de wieg tot het graf; in geval van ziekte, in geval van werkeloosheid, in geval van arbeidsongeschiktheid of ouderdom. Er is een heleboel medemenselijkheid in de vorm van materiële hulp. Een parate ziekenauto, als een mens een hartinfarct krijgt. Een bureau voor huwelijks-en gezinsmoeilijkheden. Een perfecte verzorging in tehuizen voor demente bejaarden. En zo zouden we nog wel even door kunnen gaan. Toch is het uiterst merkwaardig, dat juist in deze zo geperfectioneerde maatschappij, waarin wij leven, zo geklaagd wordt over eenzaamheid? En is het niet uiterst merkwaardig, dat er zoveel huwelijken stuk gaan, dat zoveel mensen het niet meer 'zien zitten' en zelfmoord plegen? Het is blijkbaar met geperfectioneerde voorzieningen op sociaal terrein alleen niet goed te maken. Waar is in onze 'wereld die echt menselijke aandacht voor elkaar, waarin de ander zich in heel zijn bestaan werkelijk serieus genomen voelt? Waar is dat liefdevolle luisteren naar de ander, dat zoeken van zijn welzijn, de zelfopoffering, het ter beschikking staan van elkaar ten koste van zichzelf, de waarlijk diakonale bewogenheid over het éne verloren schaapje? Voor zoiets diep-zinnings hebben wij in onze gejaagde wereld geen tijd. Laten, we het zo maar zeggen: Daar komen wij van huisuit, zelfzuchtige mensen als we zijn, die slechts aan een ander doen, wat we voor een ander 'over hebben', niet aan toe.

Zo liggen de feiten. Er wordt druk gesproken over medemenselijkheid. Maar waarom klagen er toch zoveel kinderen over gebrek aan belangstelling van de kant van hun ouders? En waarom vinden zovelen in één, twee-drie huwelijken zelfs geen bevrediging? En waarom lopen er zoveel angstige mensen rond in onze wereld? Zou dat ook gemis aan wezenlijk diakonaat kunnen zijn?

De achtendertigjarige zieke in Bethesda te Jeruzalem, van wie Johannes 5 ons vertelt, moet zichzelf maar zien te redden. Geen moeder meer? Nooit getrouwd geweest? Bij wijze van uitzondering een vluchtig bezoekje, zodat je niet kunt zeggen, dat je helemaal in het vergeetboekje bent geraakt. Maar voor het overige moet de man het elke dag met hetzelfde doen; met zijn schamel matrasje, met zijn droevig lot, waar iedereen aan gewend is geraakt behalve hijzelf. 't Is waar. Hij heeft eigenlijk geen mens... Zo liggen de feiten. En zo liggen ze nog steeds.

Leven uit heilsfeiten

Maar dan op een dag komt daar een Vreemdeling binnen, die uitgerekend bij hem moet zijn. Die Vreemdeling is een Man van weinig woorden, maar Hij is tegelijk groot van daad. Die Vreemdeling is Jezus. Hij peilt 's mans nood tot op de bodem. Hij verstaat kennelijk zijn vruchteloos roepen om ontferming, zijn angst, dat hij zelfs voor een wonder van de hemel niet meer in aanmerking komt. Met één machtswoord helpt Jezus die stakker overeind. 'Sta op, neem Uw beddeke op en wandel' . Het wordt de schoonste dag van zijn leven. Sabbatdag. Straks is hij in de tempel om te danken. En wie komt hij daar dan tegen? Weer diezelfde Vreemdeling. En Die kijkt hem nu nog dieper in het hart. Want Hij zegt: 'Zondig niet meer, opdat U niet wat ergers geschiedde'.

Is er dan nog wat ergers dan achtendertig jaren ziek-zijn? Ja zeker. Een mens kan voor eeuwig verdorven worden in de hel. Daarom is dat voorwaar het grootste wonder geweest voor die zieke man uit Jeruzalems ziekenhuis, dat hij in zijn genezing een teken mocht hebben van Gods ontferming. Dat er tot op de bodem van 's mans bestaart aandacht aan hem besteed werd. Dat hij in Jezus een echt mens op zijn weg kreeg, met wezenlijke innerlijke ontferming. Een mens. Die als Man van smarten zijn krankheden wilde dragen. Nee, veel meer: een God-mens, Die hem voor Zijn Zaligmakersrekening nam. Toen kon die man zeggen: 'Ik heb mijn God, dat is genoeg, ik wens mij niets daarneven'. Ik heb geen mens? Die man kreeg een Mens op zijn weg, zoals Hij er nog nooit één had ontmoet. Die man kreeg echt diakonale aandacht.

Dat is toch iets geweldigs? Zo in de belangstelling staan bij die Ene! Zo dodelijk ernstig genomen worden in al zijn noden! Zo voor rekening komen te liggen van Christus! In zijn schuld, zijn eenzaamheid, zijn wanhoop, zijn angst. Voor tijd en eeuwigheid. Zo kan Jezus het alleen. Daartoe kwam Hij in Bethlehems arme stal. Daartoe stierf Hij aan een vloekhout. Heilsfeiten. Bent u soms ook zo iemand, die geen mens heeft? Geen been om op te staan? Een leven zonder uitzicht. En iets, dat nog veel erger is: onder een eeuwige vloek van God vanwege Uw schuldig bestaan? Zou u dan maar niet in beroep gaan bij Hem? Hij maakt zo graag een héérlijk begin bij mensen, die roemloos aan een eind zijn gekomen. Leven van de hemelse armenbedeling van de Heere Jezus. Een enige troost in leven en sterven, naar lichaam en ziel: niet van mijzelf, maar van Jezus Christus zijn.

'Troostelijke reden'

Als dat in ons leven ondervinding is geworden, komen wij van binnenuit in de diakonale bediening te staan. Dat wil zeggen, dat ook wij op onze beurt in de keiharde maatschappij met meer dan (mede-)menselijke aandacht met onze naasten leren omgaan. Dat we onze Meester zoeken te dienen in hen, die niemand hebben. Als we hart en ogen en oren hebben gekregen, zien we maar genoeg ellende om ons heen. En zouden we er dan geen hand naar uitsteken? De verpleegster in het ziekenhuis die liefde en warmte meebrengt. Een moeder, die met al de liefde van haar moederhart en de nodige gezelligheid thuis haar eenzaam kind uit de discobar houdt. Een maatschappelijk werker, die de pijn voelt van een werkeloze en niet slechts beroepsmatig bemiddelt in sociale noden. Er is een antwoord op de vraag naar de zin van het leven. En dat antwoord zijn wij verschuldigd aan die duizenden, die niemand hebben, die verdwaasd en verdwaald door 't leven gaan. Dat antwoord ligt in het geheim van het geloof in Hem, Die uit pure zondaars-liefde Zijn leven gaf tot een rantsoen voor velen. Dat antwoord ligt in de meesterlijke liefde van deze hemelse Diaken.

Met deze 'troostelijke reden' (bevestigingsformulier diakenen) gaan christenmensen met hun medemensen om. Het belang van de ander is hun eigen belang. Er is hun alles aan gelegen, dat mensen, die geen heil meer in 't leven zien, weten mogen, waar het vaak zo ijdele bestaan goed voor is.

Zolang er nog echte diakenen in de kerk zijn, hoeven de mensen niet vertwijfeld te zeggen: 'Ik heb geen mens...' En zo'n echte diaken kan ambtsdrager zijn. Maar U kunt het ook zijn.

Ik heb geen mens? Welnee, je hebt mij toch? Ik heb geen mens? Welnee, Hij is er toch? Jezus, de Christus. En Hij lost nog steeds het grootste levensraadsel op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ik heb geen mens...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's