De toerusting van de gemeente (3)
Wat moet er gebeuren om de ruimte der stilte te creëren?
Wat moet er dan gebeuren om de ruimte der stilte te creëren? Moet het komen tot een ingrijpende revisie van de praktijk van het predikantenambt? Wat de Heere zei tot Baruch, dat moet een kerkeraad ook maar nadrukkelijk zijn predikant voorhouden: 'Zoudt gij u grote dingen zoeken? Zoek ze niet!' (Jer. 45). Wat valt er dan wél te zoeken? Het 'kleine'. Het is de dienst aan het Woord van het Koninkrijk Gods. Zo pover als een zandkorreltje op het eerste gezicht. Je blaast het zo van je hand. Maar kijk eens goed, door het vergrootglas van het geloof! Dan zien we dat het geen zandkorrel maar (met één letter verschil) een zaadkorrel is. Minimaal klein, maar in de grond (dan is er helemaal niets meer van te zien, het sterft!) ontkiemt het en draagt het vrucht en groeit het uit tot een machtige boom.
Dit Woord hebben wij te horen. Horen is meer dan presteren. Horen heeft meer te betekenen dan al dat gehol en gevlieg door gemeente en kerk. Horen draagt voedzamer vrucht dan al dat vergaderen. Wij vergaderen hier en daar zoveel, dat het wel eens kon gebeuren dat Jezus straks zegt: Hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen, maar u had geen tijd, want u zat telkens net in vergadering...
En nu moet men dit niet alleen zéggen tot de predikant, maar er ook taak overnemend naar handelen. Want het gaat niet aan om te stellen: die predikant is toch vrijgesteld en wordt er voor betaald, terwijl het voor óns vrijetijdsbesteding is. Want dan vraag ik u: waarvóór is hij vrijgesteld? Om manager te zijn, óf herder en leraar? Het wordt tijd dat we ons opnieuw te binnen brengen, dat dit het werk is waartoe hij geworven is: de bestudering, uitleg, verkondiging en toepassing van het Woord Gods in prediking, catechese en kringwerk en werkelijk pastoraat. En heel de rest van het gemeentewerk is vrijetijdsbesteding, ook voor de predikant. Dit betekent: dat hij iedere dag van 's morgens tot halverwege de middag (ongeveer dezelfde tijd als u op uw werk bent!) luistert naar wat geschreven staat: 's maandags i.v.m. catechese en kringwerk, dinsdags en 's woendag met het oog op de prediking en nu slaan we één dag over in gehoorzaamheid aan het vierde gebod!, vrijdags in het kader van de theologie in het algemeen, maar met een indirecte lijn naar de gemeenteroerusting, 's zaterdags in de overdenking en bezinking van het te prediken Woord, en 's zondags in de uitdeling ervan.
Idealistisch?
We vinden dit natuurlijk levensvreemd en idealistisch, en ik weet ook nog niet hoe het gerealiseerd moet worden. Maar ik ben wel meer en meer gaan geloven, dat het realiteit moet zijn. Als wij bedenken wat het zeggen wil, dat de predikant staat op de snijlijn van tijd en eeuwigheid, en dat zielen-voor-deeeuwigheid hem toevertrouwd zijn, en dat de bediening der verzoening van beslissende eeuwigheidsbetekenis is, dan kunnen wij niets anders dan de allerhoogste eisen stellen aan diegenen in wie het Woord der verzoening gelegd is. Wie waagt het hier iets af te zwakken?
Nee, dit betekent niet dat de predikant verder 'niets uitvoert'. Hij kan de tweede helft van een aantal middagen bezoeken doen waar het pastoraal nodig is (en nodig is verwant aan nood!). En dan zijn daar nog de avonden (met het oog op zijn gezin, zijn lichaam en zijn ziel kunnen dat er persé niet meer dan vier zijn!) voor catechese, kringwerk en vergaderwerk. En als dat laatste tot een minimum beperkt wordt, kan er wellicht een avond 'gewoon' huisbezoek af; wat zou het een zegen zijn!
Overname
U begrijpt: dit kan alles alleen als u als kerkeraad - zo nodig, na uitbreiding - gaat overnemen wat ten onrechte beschouwd wordt als des dominees. Mag ik wat noemen? Waarom zou een predikant in het bestuur van school of bejaardentehuis moeten zitten, wat moet een predikant in een bouwcommissie, waarom kan de wijkouderling niet ook de langdurig zieken bezoeken?
Naar mijn besef is ook de tijd rijp geworden om het diakenambt weer veel hechter te verstrengelen met het pastoraat. Ik heb hierbij op het oog het helen van geschonden relaties tussen man-vrouw, ouders-kinderen, werkgeverwerknemer e.d.
Voorts zouden wij als ambtsdragers er goed aan doen nog veel attenter uit te zien naar begaafde gemeenteleden die ons terzijde kunnen staan in bezoekwerk, kringwerk, jeugdwerk en diakonale en kerkvoogdelijke arbeid.
Financiële offers
Deze en dergelijke suggesties verdienen onze nadere doordenking en concrete praktisering. Vooral echter deze: zou het niet de moeite van ons aller financiële offer waard zijn (laat ook de predikant zelf hierin mee-offeren), om het aantal predikantsplaatsen uit te breiden, met dien verstande, dat één predikant niet meer dan 1000 zielen onder zijn hoede heeft? Met nadruk wil ik u wijzen ten eerste op de zeer onbekende, maar kerkordelijk legitieme figuur van de predikantevangelist, verbonden aan een classis, een gemeente of een combinatie van gemeenten (Zie Met vreugde, blz. 92 v.), en ten tweede op de noodzaak en de mogelijkheid om geestelijk verzorgers aan te werven voor bejaardencentra e.a. verzorgingstehuizen (idem, blz. 95 v.). En laat ons bij dit alles niet over het hoofd zien dat de catechetencursus en hulppredikersopleiding onder Gods zegen heeft mogen leiden tot een niet te verwaarlozen verbreding en verdieping van kerkelijk kader. En niet te vergeten: er staat een niet gering aantal jonge mannen gereed die theologie studeerden. Er is potentieel genoeg. En zouden wij dan jaren lang de Heere van de oogst hebben gebeden om arbeiders, en nu zij ons geschonken zijn, hen buiten de oogst houden? Wie doen wij dan tekort? Ik geloof: God, de gemeente, onszelf én allen die beschikbaar zijn, maar ledig op de markt staan.
Niet alleen reorganisatie
Tenslotte, van onze reorganisatie hangt onze kerk niet af. Wat van God is hangt niet van mensen af. Hij kan zonder! Maar de kwestie die in het geding is luidt niet: at God al of niet kan, maar wat Hem behaagt. En Hem behaagt het dat alle dingen met orde geschieden; dat wij samen een goed instrument zijn in de hand van Christus en aan de mond van de Geest. Waar wij voor pleiten is daarom, dat een goede taakverdeling de ruimte zal scheppen waarin het Woord des Heeren niet wordt gemuilkorfd en verstikt, maar adem krijgt en kan gedijen. En in de voortgang en ingang van dat Woord is de toerusting van Christus' lichaam gelegen. Met Calvijn geloven wij: 'Het uitnemende en goddelijke werk van de opbouw der gemeente wordt door de dienst aan het Woord tot stand gebracht. Want als de opbouw der kerk alleen van Christus afhangt, dan is het ook zonder twijfel Zijn eigen zaak, te bepalen hoe naar Zijn wil die opbouw zich voltrekken zal'. Wel, het is zijn ordinantie dat niet anders dan door het Woord der prediking Gods kinderen worden geboren, gevoed en geleid 'tot de eenheid des geloofs en der kennis van Gods Zoon', zoals de apostel zegt. Dat is het grote doel, het ene nodige: 'dat Christus wordt gekend.' 'Want op Hem alleen zal ons geloof het oog gevestigd houden, aan Hem alleen zal het hangen, in Hem zijn rust en zijn beslag vinden. En wanneer het hier bovenuit streeft, zal het verdampen en geen geloof maar bedrog zijn. Wij zullen het er dus op houden, dat het ware geloof zo door Christus wordt omsloten, dat het buiten Hem niets weet en rond uit niets te weten begeert' (op Ef. 4 : 12, 13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's