Boekbespreking
C. W. Mönnich: Toegedaan de Onveranderde Confessie van Augsburg 1530-1980; Ten Have, Baarn, 111 blz., ƒ 14, 50.
Boeken van prof. Mönnich hebben iets aparts. Zij hebben een aparte stijl. Die is modern, boeiend, hier en daar briljant. Die eer willen wij de schrijver geven, onbekrompen. Anders is het gesteld met de inhoud. Ook die heeft iets aparts, maar wij kunnen het minder goed waarderen. Mönnich blijft niet bij zijn onderwerp. Het boekje dat voor ons ligt, gaat over vele dingen en dan ook nog over de Confessie van Augsburg. Het dankt zijn ontstaan aan de herdenking van de Augsburgse Confessie. Vorig jaar, 1980, was het 450 jaar geleden dat deze Confessie door de lutherse vorsten en reformatoren in Duitsland aan keizer Karel V te Augsburg werd aangeboden.
Dat biedt een kerkhistoricus een mooie gelegenheid om wat door te geven van zijn kennis omtrent de ontstaansgeschiedenis en de inhoud van zulk een belijdenisgeschrift. En zeker, dit alles ontbreekt in dit boekje niet, maar het wordt overspoeld door eigen meningen en (moderne) beschouwingen. De vraag kwam bij mij op: Weet de schrijver nog wel goed raad met deze Confessie? Een officieel dogmatiek is de AC niet, zegt hij, en dan zeggen wij: accoord! Maar is dat ook ooit door iemand beweerd? Vreemder wordt het wanneer wij Mönnich steevast horen beweren dat de AC ook geen Confessie, geen belijdenisgeschrift is. En dat terwijl zij toch wel die naam draagt. Volgens Mönnisch is de AC niet meer dan een verweerschrift, met een weergave van wat er door Melanchthon, de opsteller, en de zijnen geleerd werd. Wij vragen: maar liggen leer en belijdenis dan zo ver uit elkaar? De AC zou, volgens Mönnich, slechts hebben willen verwijzen naar het Woord van God dat in de kerk klinkt (65). Dat 'klinkt' aardig, maar wat verstaat de schrijver dan onder dat 'Woord van God'? De inhoud van het boekje doet mij vrezen dat elk lezer, beter: elk hoorder, dat zélf mag invullen.
En daarmee is dan precies het tegenovergestelde gezegd van wat Melachthon en Luther met de AC hebben bedoeld. Mönnich is doodsbenauwd voor orthodoxie. Dan nog liever Piëtisme! Hij wraakt alle invloed van Aristoteles - en daarin zullen wij hem niet afvallen. Maar weet hij niet, dat hij ook zelf vanuit een filosofie redeneert, en dan een filosofie die in haar invloed op de theologie nog kwalijker is dan die van Aristoteles? Het is onder andere merkbaar in zijn onbarmhartige, en naar mijn gevoelen onzinnige kritiek op de eerste zeven artikelen van de Ned. Geloofsbelijdenis. Tenslotte, Mönnich schenkt nogal aandacht aan de Verlichting. Zijn affiniteit daarmee leek mij sterker dan die met de Reformatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's