Theologie en marxisme
Een gereformeerdebonder naast een marxist...
Inleiding
Met blijdschap hebben velen in ons land gelezen wat ir. Van der Graaf en ds. Geluk schreven onder de titel: Zwarte dag voor de hervormde kerk, in De Waarheidsvriend van 26 nov. 1981. Op een waardige wijze werd de manier van kerkelijk handelen rond de benoeming van dr. Ter Schegget aan de kaak gesteld, en op even waardige wijze werden de geestelijke wortels van deze handelwijze blootgelegd. Op even waardige wijze hebben, naar mij verteld werd, dr. Balke en de heer Haeck op de synodezitting gewaarschuwd voor de polariserende werking van de kandidatuur en eventuele benoeming van Ter Schegget. Zelfs supporters van de kandidatuur van de laatstgenoemde hebben deze waardering uitgesproken. En toch bracht men op zodanige wijze zijn stem uit, dat er een wissel omging en een marxist werd gekozen om a.s. dienaren des Woords te vormen.
Bewust of onbewust
Onwillekeurig, vraagt men zich af, of de kerk wel echt geweten heeft en wat zij doet. Ik bedoel niet, dat het een informatie over de kandidaten zou hebben ontbroken. Maar alle informatie ten spijt kan men iemand kiezen, wiens geluid óók gehoord moet worden in de Hervormde Kerk. Een theologisch inzicht naast zovele andere. Op deze manier heeft de Wereldraad tot op heden figuren van heel verschillend theologisch inzicht weten te verenigen. Er is maar één belijden, uiteraard, maar er is een veelheid aan theologische inzichten. Meer nog - en hier vertolk ik een algemeen gangbare mening - is het zelfs gewenst, dat er een grote verscheidenheid bestaat in theologische inzichten. Het is gewenst, dat mensen van heel verschillende meningen dat ene belijden op een groot aantal manieren verwoorden. Dat kon weleens een spiegel zijn van de veelkleurige wijsheid Gods!
Wie zo denkt en redeneert, kan heel veel recht praten wat voor het gemoed van andere krom is en blijft. Op deze manier konden volkomen tegengesteld gerichte kerken samen in de Wereldraad van kerken participeren. Immers, belijden en theologie zijn niet hetzelfde.
Het belijden bestaat uit een soort basisformule. Daar mag je niet aan tornen. Maar de theologie is een poging om dat belijden uit te zeggen in de konstant veranderende situatie waarin mensen zich bevinden. En sinds een herderlijk schrijven van onze kerk over de belijdenis en haar handhaving openlijk stelde dat in elke tijd de mens er voor Gods aangezicht weer anders aan toe is, kan men iemand op grond van zijn verwoording van het belijden eigenlijk niets meer maken. Want wie bepaalt, of ik er niet heel anders aan toe ben dan mijn kollega in het volgende dorp en of ik dus niet vanuit mijn positie gerechtigd ben tot heel andere uitspraken dan hij?
Nadat zo de goegemeente zand in de ogen gestrooid is, ontstaat er een situatie waarin bijvoorbeeld aan een theologische fakulteit ruimte geschapen is voor een veelkleurige kerkelijke opleiding. Een gereformeerdebonder naast een marxist en nog enkelen van wellicht ander theologisch inzicht. Nu zal uiteraard ieder begrijpen, dat zo'n werkwijze geen enkel probleem oplevert. De heren moeten loyaal zijn tegenover elkaar, ieder is tot op zekere hoogte vrij om de studenten datgene bij te brengen, dat zijn theologisch inzicht in zijn vak te berde brengt, en het resultaat is een genuanceerd denkend theologisch student, die tussen al deze theologische inzichten en verwoordingen wijselijk het goede gekozen heeft en dat ook nog behoudt. Dat is typisch hetzelfde als wat de Heere Jezus bedoelde, toen Hij Zijn discipelen tot apostelen maakte, hen zond gelijk Hem de Vader gezonden had, en op hen blies met de woorden: 'Ontvangt de Heilige Geest'. Daar was uiteraard ook een theologie van Johannes, en een theologie a la Petrus en een naar het snit van Paulus mee bedoeld...
Laten we aannemen, dat de meesten die over de vakature te Leiden moesten stemmen, hun stem uitbrachten te goeder trouw, en gedacht hebben dat het argument: 'Geef deze theologie óók een kans', voldoende reden was om Ter Schegget te kiezen als hoogleraar ethiek en apostolaat te Leiden. Laten we zelfs aannemen dat een zekere theologische veelkleurigheid het denken scherpt. Laten we er zelfs even (al is het maar even!) van uitgaan, dat het belijden een verschillende verwoording toestaat, al blijkt - om ds. Geluk te citeren - hoe rekbaar men de gemeenschap met de belijdenis der vaderen acht. Maar heel deze konstruktie gaat ervan uit, dat de theologische inzichten elkaar dulden en niet door uiterlijke of innerlijke eigenschappen elkaar uitsluiten. Welnu, dat is naar mijn overtuiging het zwarte van de zwarte dag voor de Hervormde Kerk, dat men een theologie binnen de kerkelijke opleiding heeft binnengehaald, die andere theologieën uitsluit, streeft naar de alleenheerschappij en bijgevolg sektarische trekken vertoont. Ik wil niet beweren, dat dit soort theologie bij vorige benoemingen misgehouden is. Ik wil alleen maar zeggen, dat de kerk haar nu bewust en goed gewaarschuwd binnen de kerkelijke opleiding heeft gehaald.
Verantwoording
Uiteraard moet ik me over de voorgaande uitspraak verantwoorden. En dat zal ik met liefde doen. En die liefde geldt dan de gemeente. Niet een gemeente, van een bepaalde kleur, maar die gemeente, die zich vertegenwoordigd acht via classicale vergaderingen in de synode, die Ter Schegget koos en benoemde. De zondag volgende op de 'zwarte dag' kwamen in de gemeenten, die ik mocht dienen, de demonstratie te Amsterdam en ook de benoeming van Ter Schegget ter sprake. Daarbij viel me op, hoe die demonstratie veel meer aandacht had getrokken dan de benoeming van de kerkelijke hoogleraar. Begrijpelijk, in het licht van de media gezien, maar wel te betreuren voor de gemeente die leeft in een tijd, waarin wij zo waakzaam hebben te zijn. Het fijne gesprek met de twee kerkeraden op die zondag ging ook in die richting, dat er te weinig van de achtergronden van kerkelijke benoemingen in de gemeente bekend is.
Om al deze redenen is het goed, dat we in een blad als De Waarheidsvriend aandacht schenken aan het dodelijk gevaar van een marxistisch soort theologie. En dat niet om politieke redenen, zelfs niet om kerkpolitieke redenen, maar omwille van het leven der gemeente. Het verstaan van het heil, het verstaan van God, het verstaan van de Heere Jezus, het verstaan van de kerk is in het geding. Het is immers niet alleen het linkse of midden-gedeelte van de kerk, dat de benoeming van een marxist afzwakt door de overtuiging dat dit geluid óók gehoord moet worden in de kerk. In onze eigen kringen heb ik deze weken menigeen horen verzuchten: 'Dat dit alles mogelijk is, is omwille van onze zonden. Zo'n benoeming is het uiterste gevolge van onze diepe val in Adam. Wie is er van nature in zichzelf beter dan de benoemde? We zijn allen uit enerlei hout gesneden'. Is dat niet juist? Ik denk dat zulke verzuchtingen geheel op waarheid berusten. En toch denk ik dat, hoe goed ook bedoeld, ze op dit moment niet terzake zijn. Onze diepe val in Adam noopt ons immers niet om onze a.s. dienaren des Woords uit te leveren aan een opleiding, waarbij we op onze vingers kunnen uittellen, wat men van de studenten tracht te 'maken'. In de deftiger jaren zijn er door godzalige predikanten preken gehouden, waarin het naderend onheil van de Tweede Wereldoorlog als een oordeel Gods werd geïnterpreteerd. Ernstig klonk het: 'Aanmerkt de roede, en wie ze besteld heeft'. Maar de oproep werd in veel gevallen alleen verstaan als: we moeten buigen onder de oordelen Gods; en het protest tegen het nazisme en de jodenmoord verstomde bij velen. Zo ook vrees ik voor het heden, dat we met op zichzelf juiste herleidingen van dit kwaad tot de wortel van alle zonde, het kwaad als zodanig laten bestaan en zelfs ongemoeid laten binnen de kerk.
Wat is er aan de hand?
Bij de gratie van het messiaanse rijk wordt in de marxistische theologie - ik vat nu even alle verschillende typen van die theologie samen in algemene lijnen - de maatschappij en ook de wetenschap onder kritiek gesteld. De wetenschap staat in sociaal-ekonomische dienstbetrekking, zo zegt Ter Schegget, en levert mensen af aan industrie, staat en andere grootheden in de maatschappij. Wie nu de vrijheid van de wetenschap maakt tot een waardevrij zijn, legt getuigenis af dat de wetenschap moet dienen om de gevestigde orde te (helpen) handhaven. Wat is een waardevrije wetenschap? Een waardevrije wetenschap is een vorm van wetenschapsbeoefening, die zich onthoudt van waardeoordelen. Een geliefd voorbeeld is het onderzoek dat gedaan wordt met kernenergie. De ingenieur of wie ook, die zich hiermee bezighoudt, moet zich de ethische konsekwenties van al wat er met de resultaten van zijn onderzoekingen gedaan wordt, niet te duidelijk indenken; anders heeft hij geen leven. Ik noem dit voorbeeld, niet omdat ik het een goed voorbeeld vindt, maar omdat het duidelijk maakt, wat marxisten onder het gevaar van waardevrije wetenschap verstaan. Trouwens, behalve de ethische aspecten heeft het veld van onderzoek naar kernenergie ook zoveel politiek raakvlakken. Zo'n ingenieur is, volgens het inzicht van het marxisme aangaande waardevrije wetenschap, gedwongen zich vèr te houden van politieke voorkeur, maar intussen ontwikkelt hij dingen die door politici aangeschaft en gebruikt gaan worden. De ontmaskering van deze misleiding der zogenaamde waardevrije wetenschap doet ons, aldus het marxisme, inzien dat die wetenschap wel degelijk in de greep van van een ideologie verkeert, namelijk die van de gevestigde orde. En dus ook niet waardevrij is.
Maar waarom is zij zo weerloos tegen de macht van de gevestigde orde? Omdat zij waardevrij, zogenaamd objektief wil zijn en haar beoefenaar verhindert, keuzen te doen. De marxistische theologie gaat er dus, voorzover zij zelf prijs stelt op het naamkaartje 'wetenschap' (en dat zou ik wel denken; anders was er niet zo gedramd om Ter Schegget op een hoogleraarsstoel te krijgen), vanuit dat er van begin tot eind keuzen vallen, bij de wetenschapper zelf, maar ook bij het gebied dat hij onder handen heeft.
Ik zal nu een ander voorbeeld dan dat van de kernenergie nemen. Ter Schegget zegt in Het lied van de Mensenzoon (blz. 36) dat de Bijbel dient te worden teruggegeven aan hen voor wie hij bestemd is: de hopelozen der wereld, die monddood worden gemaakt, en in De andere mogelijkheid (blz. 7) wordt gezegd, dat het een hermeneutische regel (d.w.z. een regel voor de uitleg) is dat de Bijbel een boek voor hopelozen en onderliggenden is en aan hen dient te worden teruggegeven. Hij zegt er wel bij, dat de inhoud van hopeloosheid en verdrukking vanuit de Bijbel zelf bepaald wordt, maar men krijgt uit het oeuvre van Ter Schegget nu niet bepaald de indruk, dat dit alles nog uitgevonden moet worden. Kreten als: 'Wij zijn de wereld altijd nog een socialistische omwenteling van Europa schuldig' (De Apokalyps van de Naam, bijdrage in Miskotte's Weg der verwachting, blz. 76) en: 'het politieke partijkiezen der gemeente (...) betekent dus konkreet (...) partij te kiezen voor deze tegenbeweging van de armen zelf' (Partijgangers der armen, blz. 13) wekkende veronderstelling dat het alles reeds duidelijk is, en dat vanuit de Bijbel wel geen kritische vragen zullen komen als: wie zijn die armen? En: wat is socialisme? Het enige antwoord, dat ik bij Ter Schegget kan vinden, is: richtlijnen van het politieke handelen worden niet afgeleid uit zogenaamde evangelische principia, maar uit wat verwacht mag en bereikt moet worden, namelijk de absolute verlossing, waar een permanente en radikaal getinte revolutie alles mee te maken heeft.
Ik moet zeggen dat ik de duidelijkheid van Ter Schegget zeer respekteer. Ook is mij duidelijk, dat zijn ambities de vertolking vormen van zijn geloof. Voor dat geloof moet alles wijken, althans zo komt het bij mij over. En dat is nu, juist, waar onze ernstigste bezwaren zich tegen hebben te richten. Het is ook datgene, dat die mening onzinnig maakt, welke keer op keer rond zijn benoeming werd gehoord: laat óók déze stem gehoord worden. Dat is nu juist onmogelijk. Het is déze theologie óf... En dan kom ik in grote verlegenheid. Wat moet er op dat 'of' volgen? De gereformeerde theologie. Maar nu ga ik al te haastig te werk. Aan hén die meenden, dat óók déze stem gehoord moet worden in de theologische opleiding en in het theologisch wetenschappelijk bedrijf, wil ik de vraag voorleggen: welke theologie meent u dat er uit uw belijden volgt?
Besluit
De gesprekken tussen de richtingen hebben uitgewezen, dat het gesprek over het belijden der kerk en zijn konsekwenties zo vast zit als een muur. Zolang er op dit punt niet meer helderheid komt, is er een heilloos benoemingsbeleid te verwachten, waarbij men zich keer op keer terugtrekt op de ruimte binnen de Hervormde Kerk, d.w.z. opformele gronden. Want inhoud verkrijgt die ruimte pas door theologische bezinning op de belijdenis en haar handhaving.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's