De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tot Zijn lof en dienst bereid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tot Zijn lof en dienst bereid

12 minuten leestijd

Bovenstaand thema mag zeker de engelen gelden.

Tot Zijn lof en dienst bereid

Bovenstaand thema mag zeker de engelen gelden. Zij zijn de gedienstige geesten bij uitstek, die ons zelfs ten voorbeeld gesteld worden. Dat blijkt wanneer wij de Schriften lezen. Het is zinvol om rond het Kerstgebeuren de plaats en de taak van de engelen in het kort te overwegen. Hun dienst is namelijk meer omvattend dan wij in Adventstijd en Kerstnacht beseffen.

Tot Uw dienst

Het woord engel betekent: bode, afgezant. En wel van Godswege. Hij zendt hen om Zijn wil op aarde bekend te maken en ten uitvoer te brengen. Calvijn zegt in de Institutie, boek I, hoofdstuk XIV, 3 vv.: ' dat de engelen hemelse geesten zijn, wier dienst en gehoorzaamheid God gebruikt om al Zijn besluiten uit te voeren, leest men overal in de Bijbel. Engelen zijn uitdelers en bestuurders van de Goddelijke weldadigheid jegens ons'.

De engelen kunnen nooit eigenmachtig optreden. Zij krijgen altijd hun bevelen van Hogerhand. God de Vader heeft over hen te beschikken en Hij heeft na Zijn volbrachte werk ook de Zoon macht gegeven Zich door hen te laten dienen. Zij zijn Christus onderdanig (1 Petr. 3 : 22).

Tot Uw lof

Hun eerste taak is om God Drieënig te dienen. Om de Heere te loven en te aanbidden. Om Zijn heiligheid uit te roepen. Om al Zijn deugden te verkondigen. Het 'ere zij God' geldt volop in de hemel!

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament horen wij van hun eredienst in hemelse liturgie.

Zij bewonderen pok Gods machtige daden in schepping en herschepping en prijzen Hem daarvoor.

Een veelomvattend takenpakket

In de schepping hebben zij hun taak. Zij mogen chaosmachten bedwingen. Winden al dan niet laten waaien. Zij reguleren krachten in de schepping op Gods bevel, wanneer en zolang Hij het wil. Zij zijn over de elementen gesteld. Tevens hebben zij in de regering van volkeren een bepaalde plaats en taak toegewezen gekregen . Daniël spreekt over de engel der volkeren, (hoofdstuk 10 : 13, 20; 12; 14).

In het Nieuwe Testament is sprake van machten en krachten, van heerschappijen en tronen, van overheden. (Col. 1, Efeze 1). Daarbij hebben wij aan engelen te denken; zie ook Calvijn, Inst. I, XIV, 5, 6.

Engelen vormen Gods legermacht. Het zijn, zo lezen we in Ps. 103 : 20 'krachtige helden' . En in de Kerstnacht is er een menigte van het hemelse heerleger, prijzende God.

Hun aantal is onvoorstelbaar groot. Christus sprak van legionen die de Vader Hem kon geven. Van die grote aantallen lezen we evenzeer in Ps. 68 : 18 en in Daniël 7 : 10. Hebreeën 12 : 22 getuigt van vele duizenden der engelen.

Deze legermacht van God is op Zijn wenk snel ter plaatse. Bij de profeten Ezechiël en Daniël lezen we daarvan. Zij zijn snel als de bliksem. En geen vijand is tegen hun aanvalskracht bestand. Daar hebben de Assyriërs met Sanherib weet van gehad (2 Kon. 19).

In de heilsgeschiedenis en voor het werk van de herschepping heeft God deze dienaren eveneens ingeschakeld.

In het Oude Testament begeleiden zij Gods bijzondere openbaring en brengen zij Zijn boodschap over. Zij hebben naar het getuigenis van Stefanus en Paulus de Wet van God aan Mozes overhandigd (Hand. 7 : 53, Gal. 3 : 19). Dikwijls mogen zij uitleg geven van de verborgenheden en staan Gods kinderen bij in hun profetische, priesterlijke en koninklijke taak. Vooral hebben de engelen Jezus Christus gediend en dienen zij Hem nog. Ook in Zijn heerlijke toekomst zullen zij Hem geheel ter beschikking staan in het uitvoeren van Zijn wil. Bij Jezus' geboorte zijn zij present, nadat Gabriel de komst van Zijn heraut en van de Koning Zelf al had aangekondigd. (Luc. 1 en 2).

In Zijn verzoeking, lijden van begin tot eind dienen zij Hem en versterken Hem. Bij Zijn opstanding geven zij acte de presence en leggen voor de Koning der ere de loper uit. En van Zijn hemelvaart en wederkomst geven zij bescheid. Engelen zijn dus de herauten van het heil des Heeren. (Matth. 4; 28; Luc. 24; Hand. 1). Met vreugde en liefde dienen zij de Heiland der wereod. Op hun funktie ten bate van Gods gemeente legt Hebreen 1 : 14 nadruk: 'zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil die de zaligheid beërven zullen?'

Zij mogen het heil van God aan Zijn kinderen doen toekomen op velerlei wijze; in leven en in sterven. Zij verblijden zich in het heil van Gods kinderen en komen voor hun welzijn op. Zij zijn verheugd, wanneer er één zondaar tot bekering komt. Christus schakelt hen in op velerlei fronten en bij allerlei gelegenheden om Zijn Gemeente van dienst te zijn.

Deze gedienstige geesten kunnen wij niet altijd zien. Zij hebben geen lichaam zoals wij. God moet ze ons laten zien en soms doet Hij dat op het gebed evenals bij Elisa en zijn dienaar. Daardoor wordt de vrees en de ontzetting weggenomen en mag het vertrouwen op God des te krachtiger zijn. Wanneer het God behaagt, nemen engelen de gestalte van een mens aan. Daarin komt God onze zwakheden mede te hulp. Doorgaans wordt duidelijk, dat het een Godsgezant is vanwege het blinkend witte kleed, dat de heerlijkheid van de Zender afstraalt. Maar het kan ook gebeuren, dat wij 'onwetend engelen herbergen'.

Het is opvallend, dat zij zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament optreden in kritieke situaties ten bate van Gods volk. Zij worden gezonden ter bescherming van de gelovigen.

In Psalm 43 en 91 kunnen wij van de zorg des Heeren voor de Zijnen door middel van de engelen lezen. Hagar, Lot, Jacob en vele anderen hebben geweten van de engelenzorg. En Lazarus merkt inderdaad in leven en sterven, dat God helpt. De engelen dragen hem de feestzaal van het Koninkrijk binnen.

Beschermengelen - zij bestaan! Die bescherming is niet aan een persoonlijke engel opgedragen. 'Allen waken eensgezind over ons heil' (Calvijn). Zij leiden de gelovigen tot het dienstwerk hen door God opgedragen. En bevrijden hen als God het wil uit de meest onmogelijke en onooglijke situaties. Denk aan Petrus. Het blijkt waar: 'die bij ons zijn, zijn meer dan die bij hen zijn!' (2 Kon. 6 : 16 v.). Muilen van leeuwen hebben zij toegestopt en in de brandende oven hebben zij kennelijk bewaard. (Daniël en zijn vrienden). En wordt het getuigenis van zorg en bewaring nog niet gehoord en beleden in de gemeenten hier en in de kerken overzee, waar men soms nog meer ervaart van de machten ten goede en ten kwade? !

Verlos ons van de boze

In de verhoring van dit gebed staan de engelen God en Zijn Kerk terzij.

Eeuwenlang is de boze bezig Gods werk te verstoren en te pogen Zijn beloften hun vervulling te doen missen. Maar het lukt hem niet en nooit! Zoals Jezus niet ten onder gebracht kon worden en een engel de schuilplaats meedeelde, zo geschiedt het tot op heden. Er is de engelen wacht! Door Christus ter bewaring van Zijn Kerk gegeven.

Met name in de strijd tegen de boze en zijn medestanders worden de engelen in de strijd geworpen. En de overwinning over alle Gode vijandige machten is bij voorbaat in Jezus' victorie gegarandeerd. Het hemelse heerleger is sterker dan alle geweld van de boze.

Dat is al gebleken in de strijd die in de hemelse gewesten gevoerd is. Onder aanvoering van Michael is de satan verslagen en uit de hemel geworpen (Openb. 12). En in de eindfase van de geschiedenis voeren de engelen Gods raadsbesluiten verder uit. In het laatste Bijbelboek horen wij, dat zij Gods gerichten over deze oude aarde en de mensheid laten komen. Want door al die gerichten, die weeën heen komt het Messiaanse Rijk in heerlijkheid. En juist bij Zijn glorierijke terugkeer op de wolken des hemels en in de definitieve veroordeling en wegvaging van al Christus' vijanden staan de engelen Hem ten dienste.

Al de engelen zullen met Hem komen, zegt de Meester in Mattheüs 25 : 31. En Johannes heeft dat gezien (Openb. 19 : 11v). Bij de scheiding van schapen en bokken, bij het vonnis over alle vijanden, bij de verhoging van al Gods vrienden zijn de engelen aktief betrokken.

Engelen worden ons ten voorbeeld gesteld

De engelen zijn door God geschapen geesten. Zij zijn niet van eeuwigheid zoals hun Maker. Hoewel hun formatie in Genesis 1 niet uitdrukkelijk genoemd is, zijn zij daarin wel begrepen. Augustus meende, dat hun schepping plaatsvond toen God sprak: 'daar zij licht!' Ook anderen hebben dat verondersteld, b.v. a Brakel, wanneer hij schrijft: 'het is het waarschijnlijkst, dat zij op de eerste dag geschapen zijn, tegelijk met de derde hemel, welker heir zij zijn ’.

Anders dan bij mensen is er geen verwekking, dus geen vermeerdering van hun aantal. Evenmin vermindering, omdat de engelen de dood niet ondergaan zoals wij. Zij hebben wel een begin, maar geen einde. Van hen wordt evenzeer beleden, dat God hen goed geschapen heeft. Bij Calvijn en in de Kanttekeningen van de Statenvertaling (zie b.v. Job. 1 : 6) valt te lezen, dat zij geloven, dat de engelen evenals de mens geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis. Hoe dat ook zij, in ieder geval zijn de engelen van hoge komaf! Hen wordt trouwens in de uitleg van Zondag 49 deze eer gegeven, dat zij gewillig en getrouw hun dienst uitvoeren. En daarbij worden zij de gelovigen ten voorbeeld gesteld: 'geef, dat wij en alle mensen onze eigen wil verzaken, en Uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, opdat alzo een iegelijk zijn ambt en beroep zo gewillig en getrouw moge bedienen en uitvoeren als de engelen in de hemel doen'.

Ook engelen zijn gevallen!

In de Bijbel lezen wij van gevallen engelen. Door eigen zonde en schuld zijn zij uit Gods gemeenschap verwijderd en onder Zijn eeuwig oordeel besloten. Hoe peilloos diep hun val is, maakt Openbaring 20 duidelijk. Dat is geheel in overeenstemming met andere Schriftgegevens (2 Petr. 2 : 4; Judas 6). Door Christus' komst en werk, door Zijn overwinning op Golgotha behaald zijn de vorst der duisternis met al zijn medestanders de grote verliezers. Voor deze gevallen engelen is geen redding meer mogelijk. Onze Nederlandse geloofsbelijdenis verklaart: 'Hij heeft ook de engelen goed geschapen om Zijn zendboden te zijn en Zijn uitverkorenen te dienen; van welke sommigen van die uitnemendheid in dewelke hen God geschapen had, in het eeuwig verderf vervallen zijn... De duivelen en boze geesten zijn alzo verdorven, dat zij vijanden Gods en alles goeds zijn; naar al hun vermogen loerende op de Kerk en een ieder lidmaat van die, om alles te verderven en te verwoesten door hun bedriegerijen; en zijn daarom door hun eigen boosheid veroordeeld tot de eeuwige verdoemenis, dagelijks verwachtende hun schrikkelijke pijnigingen' (Art. 12).

Uw dienaren t' aller stond

Van de engelen die niet gevallen zijn, wordt beleden: 'dat zij door de genade Gods in hun eerste staat volhard hebben en staande gebleven zijn'. Zij mogen eeuwig in dienst blijven. Engelen weten en zingen mee: Hij zal genade en ere geven! Nu is er in de engelenwereld verscheidenheid. Dat geldt hun taken, maar evenzeer hun rangorde. Een bekend voorbeeld daarvan is de engel Gabriel, die mag betuigen, dat hij voor God staat. Óok Michael neemt als aanvoerder van het hemelleger een bijzondere positie in. In deze verscheidenheid schittert evenzeer de veelkleurige wijsheid van God!

Geen engelenverering

Heel duidelijk leert de Schrift ons, dat wij engelen niet mogen vereren. Helaas is dat in de loop van de kerkgeschiedenis niet altijd begrepen. In de Oude Kerk was engelenverering niet toegestaan, maar wel werd er gebeden om bewaring door de engelen. In Egypte werd met name Michael erkend en werden kerken naar hem genoemd. In 787 werd het groeten en vereren van engelenbeelden evenals die van heiligen wel toegestaan. En het ging van kwaad tot erger. De Roomse kerk leert, dat de engelen van ons een zeker huldebetoon moeten ontvangen. De hoogste aanbidding geldt God. Maar het is de plicht der gelovigen om ook de engelen te vereren en speciaal de beschermengel die h.i. iedere gelovige heeft.

De Reformatie heeft dit afgewezen. Luther kende de zgn. Michaëlsfeesten, maar stelde in de prediking duidelijk, dat dit een feest ter ere van God moet zijn, Die de engelen heeft geschapen. Wij mogen de engelendienst aan ons erkennen, maar God ervoor danken. De aanroeping van de engelen werd in de Schmalkaldische artikelen dan ook verboden. Calvijn laat in zijn Institutie eveneens geen onzeker geluid horen. Het is de moeite waard zijn uiteenzettingen in boek I, XIV, 3vv te lezen. Trouwens had de apostel Paulus zich al niet tegen verering van engelenmachten gekeerd? Terecht beroept men zich in het Protestantisme op het Schriftgetuigenis, dat een engel laat weten: 'zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht en van uw broeders, die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God!' (Openb. 19 : 10, 22 : 8, 9).

In de tijd van de Verlichting werd evenals dat door Sadduceeën e.a. gebeurd is, het bestaan der engelen naar het rijk der fabels verwezen. Als Jezus over engelen sprak, zou dat een aanpassing bij de voorstellingen van Zijn tijdgenoten geweest zijn, beweerde men. Die reaktie doet evenzeer tekort aan het Schriftgetuigenis.

Tegenwoordig krijgt men weer oog voor het bestaan van allerlei machten en geesten, met name heeft men weet van daemonische geesten en occulte krachten, die hun invloeden laten gelden in deze wereld. Dat is terecht. Maar het blijft taak en zaak voor de kerk om te getuigen van Hem Die de wereld heeft overwonnen en Zijn legermachten inzet ten dienste en tot heil van Zijn Kerk! Voor de gelovigen geldt de belofte van Christus' toekomst, waarin zij naar Jezus' onderwijs zullen zijn 'als engelen Gods in de hemel' (Matth. 22 : 30).

Engelen hebben de komst van de Heiland aangekondigd en bezongen". Zij zullen Zijn wederkomst uitbazuinen en Zijn glorie cachet geven.

Zij zongen en zingen: 'ere zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde in de mensen een welbehagen'. Als knechten van God zijn zij vóór-zangers. De bedoeling is, dat alle kinderen van God dit lied overnemen en het eeuwig zingen. 'Heerlijk klonk het lied der engelen in het veld van Efratha'. Ja, maar de Drieënige wordt nog meer verheerlijkt, wanneer hart en mond van Zijn kinderen vervuld zullen zijn van Zijn lof! Zingt u ook mee, omdat het Kerstfeest is voor anderen en u? God en de engelen horen het gaarne!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Tot Zijn lof en dienst bereid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's