Kerstsymfonie in drie delen
Ere zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen! Lukas 2 : 14
Nooit klonk een welluidender zang dan die van de engelen in de kerstnacht. Het stugge proza van gestolde woorden kan haast niet het wonder bevatten. De woorden zijn als wanden, die moeten wijken om de lof een opening te bieden. Ere zij God in de hoogste hemelen! Hadden de engelen hun lied hoger kunnen inzetten dan zó? Zij beginnen bij de eer van God. Zij is de eerste blikvanger bij het Kerstfeest. Ik wandel even met u terug over de paden van de Schrift naar de hoogheilige Sinaï. Daar brengt God in het vijfde gebod alle autoriteit en macht de wereld en de gemeente binnen. Wij horen de bazuinstoot van het gebod: Eert! Dat het eerst en het meest. De eer gaat boven en voor de liefde uit. In de eerbied wordt alles omsloten: de koelte van ons verstand, de warmte van ons hart, de ijver van onze handen...
De engelen beginnen bij de eer van en voor God. De scheppingsglorie van de levende God wordt opgeluisterd in deze lichtende nacht. Zij splijt de dag open, die in het werk van Gods herschepping een aangrijpende en ingrijpende dag is. Het is als herhaalt de morgenstond van de schepping zich, toen al de engelen juichten en de morgensterren vrolijk zongen. De schrijver van de brief aan de Hebreen vat de draad op: 'En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden!'
Hier geschiedt het. God wordt geëerd voor Zijn werk dat Hij in deze nacht kroont in de geboorte van Zijn Zoon. De wereld wordt daarmee gezet in een nieuwe verhouding tot Hem. En wat de engelen vanzelf doen. God eren, daartoe wekken zij in deze nacht het mensengeslacht op: Ere zij God in de hoogste hemelen! Zingt u de lofzang al mee? Het is goed om God te loven. Het is zelfs paradijselijk. Want iets van die oorspronkelijke heerlijkheid doorzindert deze gebeurtenis. Het is ook het eerste waartoe wij bereid worden als de Heilige Geest ons tot God terugbrengt: de God van de hemel Zijn eer te geven!
Nu de engelen dit lied zingen verkeren zij in de sferen van de aarde. Maar ze zingen dit deel van hun kerstsymfonie als het ware met hun aangezicht omhoog geheven. Ze zingen hun lof óp tot voor de troon van God. Al zingende doen zij bericht aan de hemel dat het grote wonder heeft plaatsgevonden. God is geopenbaard in het vlees. Het Kind ligt in de kribbe. Het zwijgt in Zijn hulpeloosheid. Machteloos als ieder ander kind, kan het niet preken. En toch, wat een verborgen macht schuilt in dit Kind. Het zet Zijn dienaren, de engelen, aan het zingen, zodat de hemel met de eer van God wordt vervuld.
En vrede op aarde! Een beduimeld woord. Omdat het van hand tot hand is gegaan en ieder zich ervan meester heeft gemaakt. Een bont gezelschap van allerlei slag en snit heeft het gebruikt, liever misbruikt. Vrede op aarde. Het lijkt een toverwoord, een bezwerende formule, die de slang van oorlog en haat tot rust moet brengen. Men denkt er ruzies mee te kunnen beslechten en geschillen mee op te lossen. Het is een afgeplukte bloem. Even kleurt en geurt ze. Maar spoedig is ze verlept. Ze heeft geen wortel. Vrede! Het is een woord van hoger plan. Het is meer dan afwezigheid van oorlog. Daarom komt de droom van velen niet uit. Wijkt de oorlog, dan is er nog geen vrede. Vrede is heelheid, gaafheid, ongeschondenheid. Ze is van hoge komaf. Van hemelse origine. In de hemel is alles gaaf, zonder breuk of barst. Zonder vlek of rimpel. Van die vrede hebben de engelen genoten, zolang het hun heugt. Daar is geen opstand, geen verscheurdheid, geen verstoring.
Keren wij terug naar de aarde, dan slaat de vrieswind ons tegemoet. De chaos gaapt ons aan. De vrede nam de wijk sinds wij op voet van oorlog met God leven, Hem de strijd hebben verklaard. Daarom en sindsdien is alles hier stuk. Er is geen goeds, geen geluk of het is hier of daar geschonden, geblutst en gedeukt. We moeten alle moeite doen om de scherven van leven en samenleven heel te houden.
En nu: vrede op aarde! De vrede, die week, keert tot ons in. Hemelse gaafheid daalt neer op deze verscheurde aarde. Waar? In de kribbe te Bethlehem. Vrede in vlees en bloed. In dit Kind, de Heiland der wereld. De Heelmaker en Heelmeester van het gebrokene en het stukgeslagene. O, dierbaar Kind, o, stof van vreugd'! Gij verbindt hemel en aarde. God en mens, tijd en eeuwigheid.
De vrede, die het Kind meebrengt, is importartikel, evenzeer als de grote blijdschap. Ze komt niet uit ons op. Hij is onze vrede! De vraag moet overwogen: hoe brengt Hij vrede? Dat brengt Hem aan het kruis. Daarom is het geen zoete en wekelijke vrede. Het is een vrede door recht. Want dit Kind zal lijdend en stervend aan de gerechtigheid van God voldoen. Onze ongerechtigheden verbrijzelen Hem. Ze laten niet heels en niets gaafs aan Hem over. Het Kind komt als de vrede op aarde, doordat het de schuld wegneemt en de zonde uitdelgt. En het duizendvoudig gebrek van ons vervult met een volkomen gehoorzaamheid en eerbied, waarop God nooit iets zal kunnen aanmerken. Dat is in diepste zin: vrede op aarde. Gerust, het kwaad zit niet in de maatschappelijke structuren maar in het menselijk hart. Daarom hebben wij geen revolutie maar bekering nodig. Alle onvrede en haat komt daaruit voort, dat wij allen van nature onverzoend met God leven.
In dit Kind is Gods vredesaanbod aan u en mij belichaamd. Komt dan en laat ons samen rechten. Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. Kom bij de kribbe, u, die de schuld van uw onvrede thuis kreeg. U, die moet bewenen, dat er om uw zonden niets geheels meer in u is. Hier is uw Heiland!
En nu het derde deel. De hemelse muziek stuwt naar een nieuw hoogtepunt. Tegelijk is het alsof er iets verstilds in meetrilt. In de mensen een welbehagen! Twee ongelijke grootheden komen samen. God heeft welbehagen in mensen. De diepten van Gods hart openen zich voor hen. In liefde en in ontferming. In de zending van Zijn Zoon gaat God met Zichzelf te rade en Hij is in Zichzelf bewogen. Zo zoekt dat welgevallen een voorwerp om zich aan kwijt te kunnen. Nu worden diepe tonen aangeslagen. Het wonder breekt zich baan. God heeft lief, die Hem niet liefhebben. Hij, zet Zijn hart op weglopers. Zij heten hier, zoals wij ook kunnen vertalen, 'mensen van het welbehagen'. En dat beroert nu de diepste lagen van ons bestaan. Ons hart valt in scherven voor God. Onze ziel wordt verbrijzeld. Het wonder van een zó grote liefde is niet te bevatten. In mensen een welbehagen! Ongelooflijk, maar waar! Zo waar als Gods lieve Kind in de kribbe ligt. Het oude lied wordt nieuw leven ingeblazen. De Heilige Geest zet het op de juiste toonhoogte en ons hart stemt in: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? Niet om op hem te toornen maar om hem vrede te bieden. Omdat straks over de Zoon van Gods welbehagen de watervloed van Gods geduchte toorn heenbruist. Hij verstoten, opdat wij mensen van het welbehagen zouden zijn. Hoe bestaat het! Wel, omdat in de kribbe het Kind, de Mens ligt, die God anders over de mensen doet denken. In gedachten van vrede en niet van kwaad. Dit Kind trekt met Zijn kleine handen Gods welbehagen naar mensen toe, naar de armen en de verlorenen.
Nu ligt ons heil zo eeuwig vast. In het welbehagen van de Vader, in het offer van het Kindeke Jezus, in de troost van de Heilige Geest. En hoe meer ik nu mezelf leer kennen voor de heilige God, hoe dankbaarder ik word voor dit welbehagen. Dat tenslotte de grond voor mijn zaligheid niet ligt in mij en het mijne. Dat die zang doorgaat. Ook als ik mijzelf zo onthutsend ontwaar als een vijand van God. Ik hoor de engelen zingen dat er geen liefde verder kan gaan, dan die vijanden omvat. Engelen zingt!
Ik kan er niet genoeg van krijgen. Ik kan er niet langer het zwijgen toe doen. Mijn stem klinkt zwak in uw koor. Het is ook de zang van een gebroken hart en een verslagen geest.
Maar eerder zouden de stenen spreken, dan dat ik zou kunnen zwijgen. Mijn ziel stemt aan, met de engelen mee, het lied, dat hemel en aarde vervult en ruisen zal in eeuwigheid: Ere zij God in de hoogste hemelen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's