De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Verschuivingen in de medische ethiek

Hulpverlening aan jongeren

Het jongerenblad 'Daniël' van de Geref. gemeenten schenkt in het nummer van 11 december aandacht aan het diakonaat. Niet alleen komen aan de orde een aantal principiële vragen inzake het diakonaat vanuit een Schriftuurlijke belichting, maar ook brengt het blad praktische vormen van Diakonaat ter sprake. Onder meer is een artikel opgenomen van de hand van de heer W. v. d. Kamp, secretaris van de Stichting 'De Vluchtheuvel', een stichting voor hulpverlening aan jongeren, met als opvangcentrum 'De Berenbos' in Nunspeet. Het werk is in een aantal terreinen verdeeld:

De ambulante hulp

Dit is de individuele hulpverlening die gedaan wordt door onze jeugdkonsulent. Het betreft hier het persoonlijk kontakt met jongeren die om hulp vragen. Deze hulpverlening moet beschikbaar zijn waar deze gevraagd wordt. Daarom hebben we deze ambulant genoemd.

Hierbij is naast bewogenheid, deskundigheid van belang, reden waarom hiervoor omgezien is naar een maatschappelijk werker.

Is er door iemand om hulp gevraagd, dan wordt geprobeerd gezamenlijk de beste weg te zoeken om de problemen te verminderen. De problemen die naar voren komen kunnen van zeer uiteenlopende aard zijn en het is de taak van de jeugdkonsulent te trachten de juiste hulp te verlenen.

Dit kan zijn het geven van advies - bij begrensde problematiek-, begeleiding - bij langdurige intensieve hulpverlening, dikwijls in samenwerking met ouders en ambtsdragers - , bemiddeling - in konfliktsituaties met de omgeving (ouders, school, werk) - en verwijzing - indien onze deskundigheid en mogelijkheden tekort schieten.

Deze geschetste hulpverlening gestart in de regio Nunspeet hebben wij onlangs uitgebreid tot de regio Partikuliere Synode Oost, omvattende de classes: Barneveld, Kampen en Utrecht.

Onze jeugdkonsulent houdt iedere werkdag van 9-10 uur telefonisch spreekuur op zijn kantoor, maar is overigens ook op andere tijden beschikbaar.

De opvang

Als het hulpverlenen in de eigen omgeving (het gezin) niet mogelijk is, is er de mogelijkheid voor tijdelijke plaatsing in ons opvangcentrum 'De Berenbos' te Nunspeet.

De problematiek waardoor een opname nodig is kan zeer verschillend zijn. Toch willen we graag eerst een groot misverstand proberen uit de weg te ruimen. De Berenbos is beslist geen opvangcentrum voor alkohol-en/of drugsverslaafden, en ook niet voor psychiatrische patiënten. Indien deze problemen zich bij ons aanbieden, zijn wij genoodzaakt deze naar andere instanties te verwijzen, waartoe wij overigens gaarne onze medewerking verlenen. Wij missen echter de mogelijkheid en deskundigheid voor behandeling van deze problemen.

In de Berenbos is een vaste staf van medewerkers aanwezig die een groep van 6 a 8 jongeren intensief kan begeleiden. In het opvangcentrum lijkt het op een gezinssituatie. Sommige bewoners gaan naar school of naar hun werk. Maar de meesten zijn thuis. De bewoners en de staf doen met elkaar alle huishoudelijke taken, zoals het huis schoonhouden, wassen, eten koken, kamers verven en behangen, de tuin onderhouden. De jongeren leren hier­ door een aantal praktische en sociale vaardigheden. Het samen bezig zijn geeft ook een band en aanleiding tot gesprekken, wat naar wij hopen mag leiden tot oplossing van de problemen. Het is juist van zo groot belang dat wij dit werk vanuit onze gemeenten naar bijbelse normen mogen verrichten.

De stichting heeft deze hulp ook tot haar taak gerekend, ofschoon de opzet een tijdelijk experimenteel karakter heeft tot medio 1982. Na evaluatie moet blijken of wij deze hulpverlening - financieel - kunnen en moeten voortzetten.

Vrijwillig kader

Wil hulpverlening aan haar doel beantwoorden dan dient dit vanuit de gemeenten te worden onderbouwd. Jongeren dienen in de eerste plaats door het gezin en/of kerkeraad te worden geholpen. Vorming van een vrijwillig kader is daartoe nodig. Wij hopen dat deze tak van hulpverlening met andere stichtingen binnen onze gemeenten gekombineerd kan worden, om versnippering en verspilling van mogelijkheden te voorkomen.

Het is een bescheiden stukje werk, waarin de bijbelse opdracht tot dienst aan de naaste, de mens in nood, handen en voeten krijgt. De Vluchtheuvel, hoopt door bezinning op de jeugdproblematiek en de vragen rondom de voogdij wegen te vinden tot verantwoorde hulpverlening. Persoonlijk had ik in het najaar het genoegen met bestuur en medewerkers een avond van gedachten te wisselen over uitgangspunten voor de christelijke hulpverlening. Mij trof de inzet waarmee men op bescheiden schaal in 'De Berenbos' bezig is. Het is te hopen dat men mogelijkheden ziet de hulpverlening uit te bouwen. De herkenbaarheid van het werk voor de eigen kerken is mede een overweging om dit werk vanuit de Geref. gemeenten op te zetten. Dat kan men begrijpen en billijken, maar tegelijk ben ik van mening dat juist hier een stukje gezamenlijke aanpak binnen de Geref. gezindte het werk ten goede zou kunnen komen. Over en weer zou men dan gebruik kunnen maken van elkaars deskundigheid. Ook financiële aspecten zouden voortzetting op een bredere basis gewenst kunnen maken. Al mag dat nooit een eerste motief zijn. Belangrijker is dat zij die willen leven uit het gereformeerde belijden hier een opdracht zien, waar we gezamenlijk voor staan.

***

Verschuivingen in de medische ethiek

We blijven met het tweede onderwerp wat we deze keer aan de orde stellen wat in de buurt van de hulp aan de mens in nood. Ditmaal beslaan we een wat breder terrein, nl. de vraag naar de achtergronden van allerlei verschuivingen in het medisch ethisch handelen. Het maandblad Credo (dec. 81) wijdde aan dit onderwerp een zeer lezenswaardig nummer. Over de verschuivingen schrijft prof. dr. G. A. Lindeboom, bij velen bekend door zijn publicaties over dit onderwerp en onderwerpen als abortus en euthanasie. Lindeboom spreekt van een aardverschuiving op dit terrein. Gedurende meer dan 2000 jaar vond de medische stand haar richtlijnen in de eed van Hippocrates, door Lindeboom genoemd het geboorte-document van de medische ethiek. Christenen en humanisten vonden zich in de belofte te strijden voor het leven en het heil van de zieken. Maar in deze eed ontbreekt de dragende bezinningsgrond. Vaak heeft men later gewezen op het beginsel van eerbied voor het leven, en respect voor de menselijke persoon. Vanwaar nu de verschuivingen?

'Het is niet zo eenvoudig aan te geven, hoe het tot zulke diep ingrijpende wijzigingen is kunnen komen in zo korte tijd. Men zou kunnen zeggen, dat de innerlijke zekerheid en vastheid geleidelijk is verzwakt, zodat reeds een enkele schok in het traditionele stelsel voldoende was om het te doen wankelen. Als zodanig zou men kunnen wijzen op de aanvaarding van de z.g. abortuswet in Engeland in 1968. Deze wet veroorzaakte een golfbeweging, waardoor ook in vele landen van Europa het opwekken van abortus, zij het onder uiteenlopende beperkingen, vrij gesteld werd van de strenge straffen die haar tevoren bedreigden.'

Daarmede is de innerlijke zwakte echter nog niet voldoende verklaard. Het bestek van dit artikel laat niet toe daar in den brede op in te gaan. Genoeg zij, dat hier verscheidene factoren werkzaam zijn geweest. De voornaamste daarvan zijn naar mijn inzicht de volgende.

Daar zijn allereerst de verschrikkingen van twee wereldoorlogen geweest, waarbij de eerbied voor het leven onderworpen was aan het spel van militaire machten, die de moraal in het algemeen ondermijnden, en mede onder invloed van de psychoanalyse van Freud een revolutie in de sexuele moraal veroorzaakten.

Hierbij kwam in Europa een snel voortschrijdende ontkerkelijking en zelfs ontkerstening, waarbij tal van vroeger vrijwel algemeen aanvaarde opvattingen, zoals de geslachtsgemeenschap en voortplanting, huwelijk en gezin, scherp werden aangevochten. De anticonceptie-pil vloog als een kogel door de kerk. Door deze en dergelijke ontwikkelingen ontstond een pluriforme samenleving, welke als geheel haar vroeger christelijk karakter goeddeels verloor. De overheden, ook ten onzent, begonnen onder deze invloeden hun roeping ten aanzien van de (al of niet) openbare zedelijkheid te verzaken. Het mag waar zijn, dat de wetten alleen bepaalde handelingen strafbaar stellen, en wanneer ze dat niet (meer) doen, die daarom niet zedelijk goed of aanvaardbaar noemen, en dat wetten, welke in het bewustzijn der samenleving geen (voldoende) weerklank meer vinden, moeilijk of moeilijker te handhaven zijn - daar staat tegenover, dat straffeloosheid van te voren verboden daden de moraal der bevolking doet dalen, en het zedenbederf bevordert. Bij de voortschrijdende verloedering onzer maatschappij behoeft dit te dezer plaatse geen toelichting. Deze factoren hebben zeker ook, direct of indirect de ontwikkelingen in de medische ethiek beïnvloed. (Men denke maar weer slechts aan die rondom abortus en euthanasie).

Voor de medische ethiek en praktische moraal komen daar nog bij de adembenemende technische ontwikkelingen van de geneeskunde en een ongedachte vergroting van haar mogelijkheden, alsmede de luide geproclameerde mondigheid van de patiënt. Met name deze laatste factoren zijn aanleiding tot druk en drang vanuit de samenleving op de traditionele medische ethiek.

Toegenomen medische macht

Maar de auteur wijst op nog een andere factor, nl. de geweldige toename van medische macht.

Tot een verandering in de inzichten en opvattingen heeft aanzienlijk bijgedragen het werkje van prof. J. H. van den Berg, getiteld 'Medische macht en medische ethiek', dat bij een christelijke uitgever uitkwam en sinds 1969 meer dan twintig herdrukken beleefde - een succes dat vermoedelijk mede te danken is aan een aantal illustraties, die voor mijn besef in een uitgave voor het algemeen publiek niet thuis behoren, maar toch wijst op een belangstelling en weerklank in zeer brede kring.

De schrijver kon, volkomen terecht, wijzen op excessen van medisch handelen, die voortkwamen uit de nieuw geschapen mogelijkheden der geneeskunde, maar getuigden van laakbare overmoed. Men denke aan grote, levensgevaarlijke, soms sterk verminkende operaties, welke hoogstens uitzicht boden op een korte verlenging van het leven onder zeer bezwarende omstandigheden. Inderdaad is er niet zelden van een ontoelaatbare overschrijding van grenzen sprake geweest. Die waarschuwing tegen misbruik van medische macht was zeker volkomen terecht.

Maar Van den Berg ging ook wel verder, en bracht bijvoorbeeld een indringend pleidooi om het leven van demente bejaarden op verzoek der familie, na beoordeling door een kleine commissie, te kunnen beëindigen. Dat was dus een openlijke breuk met de traditionele medische ethiek.

De ontwikkelingen in de geneeskunde brachten voorts vele geheel nieuwe, medisch-ethische vragen met zich: men denke alleen aan de reageerbuisbabies, kunstmatige bevruchting ook met donorsperma, aan het vruchtwater-onderzoek ter prenatale herkenning van erfelijke aandoeningen (alleen zinvol, indien er abortus op kan volgen), aan de z.g. hersendood na hartstilstand of schedelletsels en aan de overplanting van organen.

De harttransplantage is in ons land nog wel niet van de grond gekomen, maar een ziekenfonds stelde reeds voor één patiënt de som van één miljoen gulden voor zulk een, in Amerika uit te voeren operatie, beschikbaar, tenzij, naar het oordeel van een commissie deze ingreep nog in het experimentele stadium zou verkeren. De transplantatie van een nier wordt tegenwoordig vrij geregeld met succes uitgevoerd, maar de herkomst van een over te planten orgaan (hart, lever of nier), bijvoorbeeld van verkeersslachtoffers levert soms netelige, ethische kwesties op.

Kortom, de toegenomen macht bracht een toegenomen verantwoordelijkheid met zich, die zeer verschillend wordt gevoeld.

Toegenomen medische macht enerzijds en toegenomen mondigheid anderzijds. Daaruit, trekt Lindeboom de conclusie dat de medische ethiek geen zaak meer is van artsen alleen. Mensen willen ingelicht worden en willen meepraten. De patiënt is mondig. Ouders van gehandicapte, kinderen dragen een eigen verantwoordelijkheid. Verpleegkundigen hebben direct met de gewijzigde ethische normen te maken. Ook zij hebben hun eigen verantwoordelijkheid die gezien de praktische consequenties van de gewijzigde opvattingen niet eenvoudig zijn, zoals Lindeboom terecht opmerkt.

Binnen de medische wereld zijn de opvattingen verdeeld. Enerzijds volgt men ontwikkelingen in de samenleving, en hoort men pleidooien voor abortus op verzoek, euthanasie, anderzijds zijn er ook tegenstemmen. Hoe worden deze tegenstemmen onderbouwd?

Theologie en medisch ethi.sch handelen

Anders gezegd: welke bijdrage geven kerk en theologie in dit geheel? Lindeboom wijst op de tegenstrijdige geluiden uit kerkelijke en theologische kringen. In dit verband schrijft Lindeboom.

De theologische ethiek, die van Goddelijke verboden en geboden uitgaat, wordt door de theologen zelf teruggedrongen, en de natuurlijke ethiek, die haar licht ontvangt van Gods algemene openbaring in de natuur, komt weer meer naar voren. Kuitert heeft nog onlangs duidelijk te kennen gegeven, dat men de normen voor onze samenleving niet van de theologie mag verwachten. Hier liggen dus zeer principiële vraagpunten en verschillen van inzicht. Nu mag het waar zijn, dat vroeger op het Protestants en Rooms-katholieke erf, binnen het kader ener Christelijke ethiek, moraal en zede, voorschriften zijn gegeven, die bij nadere beschouwing voor vele oprecht gelovigen niet meer als zodanig houdbaar bleven. Ook moet worden toegegeven, dat men in de Bijbel tevergeefs zal zoeken naar bijzonder medisch-ethische voorschriften, en moet met nadruk gesteld worden, dat wie zich over medisch-ethische vraagstukken wil uiten, zich eerst terdege op de hoogte moet stellen van de feitelijkheden, en met gezond verstand en redelijkheid te werk moet gaan.

Wijsgerige of wetenschappelijke bezinning op de gerezen vragen zal kunnen bijdragen tot een helderder zicht. Vanzelfsprekend is daarvoor allereerst nodig een zuivere en deskundige presentatie van de problematiek door geneeskundigen van primair belang; de bijdragen, die de medische wetenschap en kunst, de psychologie en psychiatrie inbegrepen, aanbrengen, zijn van grote waarde, en zullen in de beschouwingen dienen te worden betrokken. Maar dan blijft het voor mijn besef toch waar, dat men als men de Bijbel dicht laat, één van de belangrijkste bronnen waardoor het medisch ethos gevoed wordt, afsluit. De Schrift geeft wel het algemene kader van een mensbeschouwing. Het leven is een gave Gods, de mens is een schepsel Gods, geschapen naar zijn beeld, en blijft dat ook in afzichtelijke ziekte en totale ontluistering van lichaam of geest. Naast verboden... (zoals: Gij zult niet doden), staat het gebod van de liefde tot de naaste. Deze houden de christelijke levensovertuiging in stand. Die levensovertuiging, welke ook voor het geneeskundige beroep en de ziekenzorg een diepe, innerlijke motivatie vraagt, kan ook op het veld der medische ethiek een weldadig schijnsel spreiden.

Intussen zijn daarbij niet alle problemen der medische ethiek opeens opgelost. Bij de bezinning op haar oude en nieuwe vragen kunnen het gesprek en de uitwisseling van gedachten en opvattingen, allereerst onder Bijbel-gelovigen, leiden tot verdieping van inzicht. Daarom is het een goede zaak, als ook in een tijdschrift als 'Credo' de medische ethiek sprake komt, nu zij zozeer in beweging is gekomen en aangevochten wordt.

De ethiek staat in allerlei opzicht in het brandpunt. Niet alleen ten aanzien van samenlevingvragen, of m.b.t; de sexuele moraal, ook in de medische ethiek is volop beweging. Christenen staan in het spanningsveld van Schrift en aktuele situatie. Beslissend is of we uitgaan van de situatie, en van een autonoom zelfbeschikkingsrecht, of dat we vanuit de Schrift willen nadenken over onze verantwoordelijkheid ten opzichte van God en de naaste. Dat laatste lijkt me voor een christelijke ethiek geboden. Nee, we krijgen geen pasklare antwoorden, maar het komt er wel op aan of we willen zoeken bij het licht van de Schrift naar de wegen die we vandaag hebben te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's