De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerst in het Oude Testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerst in het Oude Testament

9 minuten leestijd

God heeft, behalve in Lukas 2, ook elders de kribbe van Bethlehem neergezet.

Geen vreemde titel!

Denken en spreken we over kerstfeest, dan gaan onze gedachten uit naar de komst en geboorte van de Heiland. Dan zullen we de Schriften opslaan in het Nieuwe Testament, in Lucas 2. Eigenlijk verwacht de gemeente, dat op eerste kerstdag een keer uit het 'kerstevangelie gepreekt' wordt. Is dat sentimenteel, romantiek? Calvijn moge midden in de zomer over Lukas 2 hebben gepreekt, bij de zogenaamde "lectio continua', de doorlopende lezing van de Schrift, ook uit verweer tegen al die roomse feestdagen, terwijl er slechts een wettige, door God Zelf ingestelde is - de zondag - wij houden ons over het algemeen meer aan de orde van het kerkelijk jaar. Toch hebben we ook dan te bedenken het woord van Da Costa: God heeft, behalve in Lukas 2, ook elders de kribbe van Bethlehem neergezet. Dit woord leidt me eigenlijk bij het schrijven van deze bijdrage over 'kerst in het Oude Testament'. Het valt me ook bij de adventsprediking op, hoe heerlijk het kerstwonder ook reeds in het Oude Testament is gepredikt, beleden, bezongen.

Geen teksten, wel lijnen

Het zou ons te ver voeren al de teksten uit het Oude Testament te bespreken, die ons voor ogen stellen de gestalte van Immanuel. Ongetwijfeld zijn er Schriftplaatsen die ons als advents-of kerstteksten zeer bekend en geliefd zijn, reeds vanaf onze kinder-en schooljaren. Maar als we ons anderzijds hiertoe zouden beperken, zijn we dan wel bijbels bezig? Als we toch belijden, dat de Bijbel het geïnspireerde Woord Gods is, door de Heilige Geest ingegeven, en de Geest is de Geest van Christus, door Hem verworven, dan is eigenlijk geheel de Schrift... messiaans, en dan 'plukken we van het onafzienbare veld van het Oude Testament niet maar enige teksten als bloemen in een boeket bij elkaar'. Veel liever trek ik enige lijnen om u te tonen dat de titel boven deze bijdrage terecht aldus luidt. Het Oude Testament is het boek der verwachting, dat verwacht en doet verwachten de Messias. Deze titel is een soort vervorming van het woord 'mesjicha', een afleiding van het werkwoord, dat betekent 'zalven'. En u weet, gezalfd werden personen en voorwerpen, die uit de gewone, profane sfeer werden overgebracht in de heilige, sacrale sfeer van God. En wat personen betreft, gezalfd werden onder Israël priesters, koningen en profeten. Nu was niet iedere ambtsdrager een messias in de bijzondere zin van het woord. De Messias is Degene, Die komen zou. En dan heeft het woord vooral betrekking op de figuur van de komende Heilskoning van het einde. Daarom willen we tegen deze achtergrond een drietal lijnen uittekenen om duidelijk te maken, dat in het Kind van Bethlehem de verwachte en gepredikte Messias is verschenen.

Koning en Messias

Omdat vooral de koningen werden gezalfd tot hun taak voor God en over Zijn volk, zinnebeeldige uitbeelding van de roeping en bekwaammaking, zien we eerst hoe in de koning onder Israël de Messias werd voorafgeschaduwd. De verwachting van de koninklijke Verlosser is niet door Israël verzonnen tijdens of na het koningschap uit Davids huis. Maar deze is vrucht van goddelijke openbaring. Buiten Israël, in Egypte en Babylonië kwam de idee en figuur van de koning die god was, veelvuldig voor. Maar Israël heeft nimmer het vergoddelijkt koningschap gekend of aanvaard. Maar het is ook een heel zware opgave geweest om de monarchie ingebed te zien en te aanvaarden in de theocratie. Beurtelings hebben volk en vorsten deze opgave niet gewenst. Ze faalden jammerlijk. Er was ook geen plaats voor de koning, die zelf goddelijk was, omdat eigenlijk de Messias al beloofd is eeuwen, voordat er van het koningschap sprake was. Wordt buiten Israël de koning, die god is, in de hofstijl vaak als herder geprezen, ook in het Oude Testament, is het beeld van de herder overbekend, zeer geliefd. Alleen... wordt dit beeld zeer weinig op de koning toegepast, eigenlijk slechts door de profeten, overigens is God Zelf de Herder van Israel. Wel wordt voorzegd de eeuwige heerschappij van de koning, dat wil zeggen, niet van een of andere koning, maar van David, de man naar Gods hart. Opmerkelijk is het ook dat Davids dynastie tot het laatst toe aan het bewind is geweest in juda, na de scheuring van het rijk. En hoezeer hebben beloften en profetieën niet steeds gewezen op de David-idee, die komen zou. In later tijden kwam steeds sterker, als het om de Heilskoning ging, het beeld van David en zijn rijk voor ogen. Want menig koning faalde. De vromen hebben nogal eens zwaar te lijden gehad onder goddeloze koningen. Ach, hoe steeg dan het verlangen naar die Koning, Die rechtvaardig, wijs en zacht het Godsvolk zou beheren. Niet, dat de messiaanse verwachting door de nood zou zijn voortgebracht. Deze was vrucht van Goddelijke openbaring. Maar wel werden de gelovigen onder het Oude Verbond heerlijk getroost door de heerlijke verwachting van Immanuel. Eens zou blijken, dat de overwinning op alle machten der duisternis aan Israels God is. Die de Koning zou geven.

Profeet en Messias

Op de vraag 'wat was of deed een profeet in Israël', komt nog wel eens het antwoord 'hij was toekomstvoorspeller en zei wat er gebeuren ging'. Nu, dat is wel de profetie op zijn smalst, en onjuist. Profeten spraken altijd namens, in opdracht van de goddelijke Zender, althans de ware profeten. Door hun boodschap mochten zij voorbereiden de komst van het grote heil. Wie de profeten er op naleest, ziet nog wel eens hoe in hun boodschap komst de wederkomst van de Messias samenvallen. Het is alsof zij staan in een dal en aanzien tegen hoge bergen, waarvan de toppen soms vlak achter elkander liggen, zonder 'dat gezien wordt, hoe tussen die beide een diep dal ligt. Ter inleiding op hun heilsboodschap klinken vaak de woorden 'te dien dage', 'zie, de dagen komen', 'in het laatste der dagen'. Hoe vaak spreken zij er niet van, om een andere bekende term te gebruiken, dat de Heere 'de gevangenis zal wenden', een totale omkering in het lot van Sion zal brengen. Het herstel, uit de ballingschap, is tevens beeld, profetie en waarborg van de veel grotere verlossing, die de Messias brengt. 'Veel profeten spreken van 'de dag des Heeren' ten oordeel over alle goddelozen en ter verlossing voorgoed van allen, die op de Heere hopen. De komende heilstijd is er een van grote zegen en welvaart, van ongekend grote en definitieve heerschappij van de Heilskoning. Was hun heilsverwachting produkt van eigen idealen, zouden ze dan niét veel eerder de Messias als profeet slechts hebben getekend? Hoezeer de ware profeten menige koning hebben moeten bestraffen, zij bleven getuigen van de komst van een Koning. Dat beeld lag reeds vast, in Gods bedoeling en openbaring. In hun prediking treffen we ook steeds de tweeslag heil-onheil, gericht-genade, zonde-verlossing aan. Ze waren nimmer 'eenzijdig' in dat opzicht. Het heil zou komen, zeker, maar daarin zouden zij slechts delen, die de Heere trouw waren en bleven. Anders zou het onheil komen, ja, ook over Gods eigen volk, als straf op de zonde. Daarom spreken de profeten ook van de 'rest', het overblijfsel naar de verkiezing der genade. Gelouterd door de gerichten en vernieuwd van hart zou men ervaren, dat God getrouw is en woord houdt. Het heil komt, niet door toedoen van mensen maar als gave van God. Alleen door het geloof in God en Zijn Woord, de belofte van de komende Messias zou men rechtvaardig zijn en delen in het heil van Israël en voor de volkeren. Want het woord, dabar, is ook zaak, daad. De Messias zou de Leraar der gerechtigheid zijn. Die door Zijn Woord en Werk zou brengen, waarvan de profeten wel konden getuigen, maar wat ze niet konden brengen.

Priester en Messias

Nog voor de koning en de (Schrift)profeet ontmoeten we reeds de priester, als eerste van de ambtsdragers gezalfd. Aaron moest door Mozes worden gezalfd, eer hij zijn ambt ging bekleden. Wat toont ook het priesterschap het schaduwbeeld van het werk van de Messias. De priester moest offeren, de Messias zou Zichzelf offeren. De priester moest bidden, voor zich, zijn huis en het volk. De Messias zou bidden ten zegen, Zelf had Hij het niét nodig, omdat Hij rein en rechtvaardig zou zijn. Wel lezen we, dat Christus persoonlijk in de vroege morgen of op de late avond Zijn ziel uitstortte voor de Vader. De priester moest zegenen. Hoeveel te heerlijker zou de Messias Zelf de zegen zijn voor land en volk. Opvallend is, dat de Messias als priester getekend niet slechts in 'de priesterlijke gedeelten' van het Oude Testament verschijnt, maar ook bij de profeten bekend is. Priesterlijke trekken bevat zeker een hoofdstuk als Jesaja 53: 'en voor de overtreders gebeden heeft', en ook Jeremia tekent de Messias als de priester, die nadert tot God.

Buiten Israël kende men de koning-priester. De vergoddelijkte koning was opperpriester, die in contact met de goden stond, regelrecht. In Israël is dit onmogelijk. Saul vergrijpt zich aan het priesterlijk voorrecht en overschrijdt de grens, als hij offert en Samuels komst niet afwacht. Uzzia wordt met melaatsheid gestraft, als hij toch offert. Maar Immanuël zou priester-koning zijn, priesterlijk optreden, omdat Hij koning was. Ook in dat opzicht zal Hij zijn en doen, wat in het ver verleden bij David en Salomo, inwijding van Gods huis, zichtbaar werd. Hij zou het ware, oorspronkelijke priesterschap bekleden, niet als een afstammeling van Aäron maar naar de orde van Melchizedek. Hij zou verzoening te weegbrengen en daarom ook verlossen. Hoezeer ontsporen we daarom als we woorden als verzoening, verlossing inruilen voor woorden als bevrijding, en vermenselijking.

De Zaligmaker zou de priesterlijke Middelaar zijn, die voor zijn volk intreedt bij God.

Samentrekking

Al deze lijnen komen samen in Hem, Wiens komst we dezer dagen overdenken, en... naar Wiens Wederkomst we uitzien. Want het is toch advent, dubbel advent, voor de gemeente van Jezus Christus? Begroeten we in het Kind in de kribbe de Koning, de Profeet en de Priester, dan wordt het echt kerstfeest, en... we ontdekken ook hoevaak het reeds kerst was in het Oude Testament, wanneer Hij gezien werd door de Geest der profetie en met een oog des geloofs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kerst in het Oude Testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's