Diakonaat in de gemeente meer dan een collecte?
Over het ambt van diaken wordt de laatste tijd veel gezegd en geschreven.
Niet gescheiden, wel onderscheiden
Over het ambt van diaken wordt de laatste tijd veel gezegd en geschreven. Vooral in positieve zin. Al proeft men reeds terstond een zekere verlegenheid als het gaat om de concrete invulling. Vroeger lag het werk van de diaken meer voor de hand. Hij bracht de benodigde gelden bijeen en deelde die uit aan de armen en behoeftigen in de gemeente. Het lenigen van de nooddruft van de naaste was een tastbare zaak; had letterlijk handen en voeten. In onze door de overheid geleide orde van de samenleving is daar thans veel minder sprake van. Dienstbetoon in deze zin is de laatste jaren teruggebracht tot onder het minimum. Dat heeft, geleid tot een nadere bezinning op het diakenambt die tot op zekere hoogte een verrijking heeft teweeggebracht. De rijkste gaven kunnen pas dan worden uitgedeeld als men zichzelf arm en behoeftig gevoelt. Dat is de paradox van het geloof en het dienen in liefde. De genade is om niet door Christus toegekend en verworven voor een ieder die gelooft. De dienst aan de naaste, de diakonie, is daar niet vreemd aan; zij geeft aan de andere als nietbezittende, omdat men alleen uit een vol gemoed met goede moed de onuitsprekelijke verdienste van Christus' zoendood in schamele navolging kan omzetten in daadwerkelijke hulp. Dat geeft reden tot bescheidenheid en bevlogenheid. Daarom moet onze hand vlijtig zijn om die dingen te doen die zij op haar weg vindt. Maar dat behoedt ons ook voor overijling. De rijkdom van de genade baant zich een weg in een wereld vol van zonde en schuld. Tot de wederkomst van Christus is het kwaad de wereld nog niet uit. De Heere Jezus Christus heeft weliswaar de krachten uit de hel overwonnen maar zij blijven tot het einde van de wereld woeden. Als wij het over diakonaat hebben dan mogen wij niet uit het oog verliezen dat de diepste nood die van de zonde is. Anders ontsporen wij licht. Diakonaat heeft daarom alles te maken met pastoraat en apostolaat. Het collectezakje doet ook een geestelijke duit in het zakje. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar om deze reden is het bepaald verkeerd om te spreken over een diakonale gemeente; eveneens is het niet juist om te spreken over een missionaire, een vierende of een geëngageerde gemeente. De ambten in de gemeente zijn er ten opzichte van elkaar; zij zijn er niet om te overheersen. Zij zijn er niet gescheiden, maar wel onderscheiden. Zij kunnen alleen samen de gemeente dienen en leiden.
Onderling dienstbetoon
De diakenen zijn vooral geroepen tot onderling dienstbetoon. Wat dat betreft bekleden zij in het bijzonder het ambt aller gelovigen. Zij nemen in dit tweesporenbeleid, in deze vorm van veredelde democratie, een stimulerende en bewustmakende plaats in. Omdat de nood nu niet meer direct voor de voeten ligt is hun marsroute groter geworden en hun blikveld wijder. In de ordinantie voor het diakonaat wordt gesteld, dat de gemeente, in al haar leden geroepen tot de dienst der barmhartigheid , beantwoordt, onder de leiding of door de arbeid van de diakenen, aan deze roeping in het diakonaat. Nader uitgewerkt heet het dat dit diakonaat gestalte krijgt in het betrachten van onderling dienstbetoon; het verlenen van bijstand, verzorging of bescherming aan hen, die dat behoeven; het verrichten van bepaalde taken op diakonaal terrein; het verlenen van medewerking aan andere arbeid ten behoeve van het maatschappelijk welzijn; het bijeenbrengen van de voor de uitoefening van het diakonaat in en buiten Nederland benodigde gelden; en het dienen van de kerk in haar taak om overheid en samenleving te wijzen op haar roeping ten aanzien van de sociale vraagstukken de gerechtigheid te betrachten.
Als je dit leest dan kruipt wellicht het bange vermoeden bij menig diaken omhoog dat hij daar op vele punten in faalt. Je zult er maar aangezet worden aan zo'n klus. Je bent tenslotte een vrijwilliger en je doet het werk in je vrije tijd. Wel heeft dat het voordeel dat je al functionerend in de maatschappij beter grip hebt op de noden van de medemens, maar of dat werkelijk opgaat is voor mij nog maar de vraag. Belangstelling voor de maatschappelijke en sociale nood is echter wel een eerste vereiste om als diaken te kunnen meedraaien, echter die kan op velerlei manier gestalte krijgen. Hoe vaak komt het niet voor dat juist gepensioneerden de maatschappelijke draad beter weten op te pakken en uit te spinnen dan ambtsdragers die nog volop in de strijd om het dagelijkse bestaan participeren? Onderling dienstbetoon blijft echter het sleutelwoord als het gaat om de arbeid van een diaken. De gemeente kan niet zonder en hij kan niet zonder de gemeente. Het moet zowel uit de lengte als de breedte komen. In dat spanningsveld staat hij en heeft hij de opdracht om zijn werk te doen.
Gemeentelijke bewustwording
Persoonlijk ben ik lid van een wijkkerkeraad. Ben ik derhalve ambtelijk werkzaam in een gemeente die is ingedeeld in wijkgemeente. Ondanks het feit dat namens onze wijkraad van diakenen iemand is vertegenwoordigd in het College van Diakenen wordt het zicht op het geheel van het stedelijk diakonaal gebeuren toch enigszins getemperd. Elke wijkkerkeraad heeft wel een vinger in de pap, maar die ene hand kan niet altijd tot dezelfde vuist worden, samengebald. Dat heeft consequenties als het gaat om de gemeentelijke bewustwording van de diakonale opdracht. Gelukkig wordt er voldoende speelruimte geboden om de eigen taak naar behoren uit te voeren. Het collecterooster, dat normaliter wordt vastgesteld door het College van Diakenen, kent een eigen inbreng, terwijl tevens veel wordt gedelegeerd naar de wijkraad. De gemeentelijke bewustwording van de diakonale handreiking krijgt zeer in het bijzonder gestalte in de bijkans wekelijkse berichtgeving van activiteiten door de diakonale consulenten in Hervormd Utrecht. Op dit moment zijn er drie van aangesteld die niet aflaten om bij voortduring hun stempel van dienstbetoon op een dienblad aan te reiken. Het beleid ten aanzien van de financiën wordt in zorgvuldigheid gevoerd in die zin dat bij voortduring de apartstelling van diakonale fondsen en inkomsten ten opzichte van de kerkvoogdelijke verplichtingen nauwkeurig wordt overwogen. Men gaat bepaald niet over één nacht ijs als verzoeken van de kerkvoogdij, gelet op hun benarde financiële positie, aan de diakonie in de beraadslaging over de besteding van de gelden in ogenschouw worden genomen. Ook in dezen geldt het adagium: wel gescheiden, maar niet onderscheiden! Het beheer over de diverse fondsen komt qua opbrengst bijkans volledig een diakonale bestemming toe. En zo hoort het ook. Wat dat betreft wordt niet spaarzamelijk herinnerd aan het feit dat de zorg voor eigen bestaan, voor eigen predikantsplaats, voor eigen kerkgebouw en pastorie niet ten koste mag gaan van de diakonale verantwoordelijkheid.
Verschoon mij echter van de opdracht om de gerichte bestedingen hier op te sommen. Zij zijn er wel en vele. In hoeverre dit echter het, gewone gemeentelid aangaat en raakt in een zaak die zich aan mijn beoordeling onttrekt.
Nog dichter bij huis
Diakonaat hoort meer te zijn dan een collecte. Dat is een ding wat zeker is. Je collecteert niet om het collecteren. Het geld dat wordt opgehaald, daar moet iets mee gebeuren. Maar hoezeer het geld een intrigerend onderdeel uitmaakt van het beoefenen van het ambt van diaken, je kunt er echt niet mee volstaan. De materie wil ook door de geest worden gediend.
In Christelijke Hulpverlening in een veranderende tijd schreef ds. A. Romein bijvoorbeeld: 'Diakonaal huisbezoek is beslist nodig, nodiger meestal dan allerlei andere activiteiten waarmee diakenen zich bemoeien... Het gaat immers om de opbouw van de gemeente van Christus; het gaat erom dat ook diakenen ambtelijk worden ingeschakeld in de toerusting der gemeente tot 'diakonia', tot dienstbetoon' .
Enerzijds wordt klemmende positieve behoefte gevoeld om de naaste veraf te helpen, anderzijds blijkt evenzeer de behoefte aanwezig om de buurman naast de deur te helpen. Noden veraf en dichtbij liggen tegenwoordig op de stoep. Wat doet een doorsnee wijkgemeente daaraan?
Allereerst attendeert zij op de noden die er zijn. Zowel dichtbij als veraf. Niet puur maatschappelijk, maar als gestalte van de liefde van Christus. Assistentie bij het Heilig Avondmaal is daarbij vertrekpunt en breekpunt. Het delen van het brood en het schenken van de wijn als handeling in navolging van de opoffering van Christus krijgt daardoor lijfelijk gestalte. De dienst van Schrift en Tafel is daarom van niet te onderschatten betekenis. Het hart van ons werk zij en blijve de opmerking van de apostel in de brief aan de Philippenzen: gij hebt, aan mijn verdrukking gemeenschap gehad.
Werelddiakonaat kan alleen in die gestalte worden bedreven. En wij mogen er ook aan doen. Sinds kort mochten er diverse projecten ter hand worden genomen. Door gerichte informatie en publicatie werden de gemeenteleden op de hoogte gebracht. Dat resultaat niet uitbleef was vooral hieraan te danken. Het kan niet genoeg worden beklemtoond dat de diakenen bij het voortouw nemen de gemeente serieus nemen als het gaat om een juiste voorlichting. Zij zijn daartoe geroepen en kunnen daarom alleen maar oproepen als het gaat om de inschakeling van de gemeente.
Natuurlijk is als het gaat om de bewustwording van de gemeente niet alleen het werelddiakonaat in het geding. Hoezeer ook van belang nu de centen voor de voeten niet meer worden weggeraapt, toch blijft de nood van de naaste dichtbij ook zijn tol vragen. Het diakonaat in het geheel van het gemeentewerk krijgt op velerlei wijze gestalte. Zij regelt de werkzaamheden van de ontvangstcommissie (collectanten), de autodienst voor hen die gereden moeten worden, de verantwoording voor de organisatie van hulpverleners bij het koffiedrinken na de eredienst, de leiding van de crèche, het meewerken aan de bejaardensoos enz.
De problemen in een grote stad vliegen meer op je af dan in een dorp. Zo hebben wij ook onze bemoeienis met buitenlanders, het straathoekwerk en het welzijnswerk. De gebruikelijke kerstbakjes ontbreken ook niet in het werk van onze wijkdiakenen. Bejaarden en alleenstaanden krijgen vooral aandacht van de werkgroep Diakonaal huisbezoek, waarbij tevens in samenwerking met de evangelist de jongeren niet uit het oog worden verloren.
De veelheid van taken waarvoor de diaken zich geplaatst ziet kan echt niet worden verricht zonder de hulp van de evangelist, die als vrijgestelde de nodige vingers op de zere wonden weet te leggen. En dat ook doorspeelt, zowel naar de ouderlingen en de diakenen, als naar de ouderlingen en de diakenen onderling.
Bezinning blijft echter geboden. Het is verheugend dat de afgelopen jaren meer aandacht is gegroeid voor de noodlijdende naaste dichtbij en veraf. Maar daarbij is de spreekwoordelijke druppel op de gloeiende plaat die kortstondig sist en plotseling verdampt ook in het blikveld gekomen. Toch mag ons dat er niet van weerhouden om met de bescheiden middelen en krachten die wij hebben het hoofd in de schoot te leggen. Velerlei participatie blijft gebiedende eis. De verbinding naar de zending is in onze wijkgemeente gelukkig een spontane gebeurtenis. Diakonaat en evangelisatie hebben elkaar wederzijds broodnodig. Veel heb ik verzwegen. Hetzij uit verlegenheid, hetzij uit de volheid van het werk. Gebrekkig blijft het. Echter als de Heere Zijn zegen gebiedt dan is het welgelegen. Dan is het diakonaat pas echt onder dak.
Inderdaad meer dan een collecte
Geld verzoet de arbeid, maar maakt tevens dat arbeid wordt mogelijk gemaakt. Collecteren blijft noodzakelijk, maar geeft tevens aan dat het daarbij niet kan blijven. Er dient meer te gebeuren. Het afgeven van een gift mag, maar men kan er niet mee volstaan. Zowel wereldwijd als naast de deur dient het vergezeld te gaan van het Woord ten Leven. Wil men dageraad hebben, dan kunnen wij daar niet om heen. Diakonaal huisbezoek is daarom ten zeerste nodig. Diakenen, ouderlingen en predikanten hebben in dezen een gezamenlijke taak. Met minder kan men in de gemeente van Christus echt niet toe.
Door een werkgroepje van de HGJB is een opzet gemaakt voor enkele artikelen over het diakonaat in ons blad. De afgelopen weken heeft ds. C. den Boer, voorafgaand aan die artikelen, enkele meditaties mede afgestemd op het diakonaat.
In dit nummer van ons blad worden nu de eerste drie artikelen opgenomen. Volgende week zullen nog enkele artikelen worden geplaatst over diakonaat en eredienst, het jeugddiakonaat en het werelddiakonaat. Het ligt in de bedoeling dat in een kleine reeks, waarin ook het boekje 'Met vreugde...' verscheen, deze artikelen over het diakonaat, samen met nog enkele andere stukken, een plaats zullen krijgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's