De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eeuwige goedertierenheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eeuwige goedertierenheid

8 minuten leestijd

Want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Ps. 136 : 1b

Als een onbetreden sneeuwveld ligt het nieuwe jaar voor ons. Anno Domini 1982. Niemand weet, wat het ons brengen zal. Er is in elk geval veel, dat ons zorg baart, o zooveel, dat verbijstert en benauwt. Geleerden voorspellen, dat er binnenkort reusachtige zonnestormen zullen komen, die een enorme invloed op de aarde zullen uitoefenen; en een zeer speciale constellatie van negen planeten, met als gevolg een verschrikkelijke aardbeving op onze planeet. Zou 't waar zijn? Moeten we naar de sterren kijken om gevaren te duchten. Als we om ons heen zien, is er genoeg, dat beangstigt. De grootmachten der aarde bedreigen elkaar, Zij bedreigen zelfs heel het menselijk bestaan met schrikbarend vernietigingsmateriaal. En daarbij komen dan nog al die andere dingen, die het leven uitzichtsloos lijken te maken. Om zich heen grijpende werkeloosheid en daarmee gepaard gaande zinloosheidsgevoelens. De voortwoekerende volksziekte, die we om het woord kanker te vermijden, de 'gevreesde kwaal' noemen. Hoevelen worden er niet jaarlijks door naar' t graf gesleept? En wanneer zijn wij aan de beurt?

Op weg. Waarheen?

Ja, en dat is dan in feite nog maar een greep uit het vele, dat ons met zorg een nieuw jaar doet binnentreden. Er zijn dieper liggende oorzaken te noemen, waarom het uitgerekend slecht gaat in onze tijd. Langzaam maar zeker zijn we gaan leven in een zelfverzekerde wereld, die zich losgerukt heeft van de levende God en waarin ieder doet, wat goed is in zijn ogen. Hoeveel debet-posten staan erop de balans van ons nationale leven? Hoeveel huwelijken gaan er jaarlijks stuk door zg. duurzame ontwrichting? Hoeveel jonge mensenlevens raken op drift door een massale uitverkoop van geestelijke en morele waarden? Propaganda van homosexualiteit, inclusief de eis van gelijkberechtiging. Pleidooien voor het recht van zelfmoord, als de mens zijn leven niet meer zinvol acht. Een tarten van elk gezag, dat van vader en moeder, dat van de politie, dat van God en Zijn Woord. En ook dat is nog maar een greep uit het vele, dat ons zorg baart. Geen God, geen meester, geen wet, waardoor wij belemmerd worden in de uitleving van menselijke hartstochten. De mens moet hele­maal zichzelf kunnen zijn. Dat lijkt het hoogste geluk. En juist dat maakt de mens zo nameloos eenzaam en angstig, zo wanhopig en overspannen.

In een klein boekje, geschreven voor het evangelisatiewerk, staat het verhaal van een dronken man, die in een bus zat. Elke keer, als de bus bij een halte stopte, zei die man tegen de chauffeur: 'Hier moet ik er uit'. Maar als hij naar de deur gewankeld was, zei hij: ' Nee toch niet'. En dan ging hij maar weer zitten, zo goed en zo kwaad, als 't ging. Iedereen in de bus had er plezier in en maakte er grapjes over. 'Hij is wel op weg', zei er één, 'maar hij weet niet, waarheen'. 'Inderdaad', antwoordde iemand, die medelijden met die man had. 'Hij is op weg en hij weet niet, waarheen. Maar van hoeveel mensen, die in deze bus zitten, zou je dat ook kunnen zeggen? Op weg, maar waarheen?'

Houvast aller tijden

Die vraag stellen wij ook met het oog op de wereld, waarin wij leven en met het oog op het jaar, dat wij thans schrijven, 1982. Of zou er dan toch een houvast zijn, een lichtpunt voor mensen, die in het duister dwalen? Een enige troost voor eenzamen en wanhopigen? Ja stellig. Kijkt u eens naar de tekst boven deze meditatie? Een tekst uit Psalm 136. Een refrein, dat in die Psalm 26 keer herhaald wordt. Deze Psalm is haast niet te lezen. Wel te zingen. En dat deed men dan ook onder Israël. De priester in het heiligdom zong steeds de eerste regels: 'Looft de Heere der heren... die alleen grote wonderen doet... die de hemel met verstand gemaakt heeft... die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerst geborenen... die de Schelfzee in delen deelde... die heerlijke koningen doodde... die hun land ten erve gaf... aan Zijn knecht Israël... die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid... looft de God des hemels...' En dan het volk, dat niet moe werd na elk van deze regels te zingen: 'Want zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid'. In Psalm 136 gaan alle registers open. Vol spel. Welk een rijke geschiedenis heeft Israël. Welk een rijke God heeft dat volk. Een goedertieren God, Die Zijn volk vrijwillig liefheeft. Niet omdat het uitstak boven andere volken.

Waar heeft die goedertierenheid van God klaarder bewijs gekregen dan in de donkerste nacht van de wereldgeschiedenis, toen God Zijn Kind liet sterven temidden van moordenaars? Wat kan een mens meer opvrolijken dan wanneer hij zicht op Jezus krijgt? Om Zijnentwil genade voor een doodschuldige. Of is dat geen goedertierenheid, als een mens, die een walg heeft gekregen van zichzelf, van al zijn rebellie tegen God en van al dat zoeken van zichzelf, het wonder mag gaan doorleven, dat er Eén is. Die om hem geeft? En dan nog al liefst de levende God? 'Gij hebt, o Heer' in 't dood'lijkst tijdsgewricht, mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen'.

Ik zal van deze goedertierenheid des Heeren zingen. Ook als 1982 een rampjaar wordt? Een jaar van nog meer werkeloosheid, van aardbevingen en oorlogen? Het laatste jaar van mijn levensgeschiedenis misschien? Het laatste jaar van de wereldgeschiedenis? Ja, want als Jezus eenmaal zei: 'Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde', geldt dat dan niet van het jaar, dat voor ons ligt? Als de schepping in barensnood is tot nu toe, roepen dan niet juist de Geest en de bruid: 'Kom' ?

Ja, tenzij...

Er is een houvast, een enige troost, tenzij deze goedertierenheid van onze God en Zaligmaker onze toevlucht niet is. Maar dan zijn we ook volstrekt aan onszelf overgelaten. Als de goedertierenheid des Heeren ons zelfs niet meer tot bekering kan leiden, willen wij kennelijk onbekeerd blijven leven. Geen God, geen meester. Geheel onszelf ten wet. Overgegeven in de roes van ons hartstochtelijk bestaan aan het goeddunken van ons hart. Met alle gevolgen van dien. En intussen zijn we dan bezig de toorn van God op te hopen en ons klaar te maken voor de dag van het grote gericht. Wie zal bestaan? Of vrezen we zelfs geen Goddelijke toorn en geen God van gericht meer?

Ja nochtans

Elke boterham, elke ademtocht zijn er alsnog een bewijs van, dat we leven in een heden van genade, een tijd des welbehagens. Wie echter zichzelf heeft leren kennen en niet aan de nood der tijden voorbijleeft, kan die eeuwige goedertierenheid van Psalm 136 niet zomaar even annexeren als een vanzelfsprekende zaak. Integendeel, ieder die God vreest komt op zijn tijd, zeker in onze tijd, voor de vraag te staan: Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten en voortaan niet meer goedgunstig zijn? Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? ' (P. 77 : 8, 9b). Daar is teveel voor gebeurd in ons verzondigde leven en daar passeert te veel voor in onze Godvergeten wereld om vlot weg op goedertierenheid te rekenen. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Zij, die God vrezen, weten van verberging van Gods Aangezicht, iets, dat voor hen bitterder is dan de dood. 'Ik heb', spreekt de Heere, 'van dit volk weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden' (Jer. 16 : 5). En zo zien dan ook Gods kinderen een nieuw jaar met zorg tegemoet. Zo zou 1982 ook wel eens een jaar van veel slapeloze nachten kunnen worden: 'Mijn hand was des nachts uitgestrekt en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden' (Ps. 77 : 3).

Of zijn daar dan juist zo de vorige goedertierenheden des Heeren? Gaat God niet door, zelfs in slapeloze nachten? 'k Zei daarna: Dit krenkt mij 't leven; maar God zal verandering geven' (ber. Ps. 77 : 6). Kan eeuwige goedertierenheid ooit uitvallen? Is Jezus maar een halve Zaligmaker. Dat zou toch, 'een al te ongeschikte godslastering' zijn (N.G.B., art. 22). Kom, laat ons 'door ernstige boetvaardigheid op de weg wederkeren, opdat het Vaderlijk Aanschijn Gods opnieuw verschijnt. Dat is de godvruchtigen immers zoeter dan het leven' (Dordtse Leerregels, V, 5, 13). I

Eeuwige goedertierenheid. Dat wil zoveel zeggen, als dat God niet terugkomt op Zijn Woord van eer. Hij komt op 1 januari 1982 niet terug op wat Hij 31 december 1981 zei. Ook niet op het sterfbed, wat Hij op het kraambed sprak. Ook niet in de gruwelijkse nacht van de wereldgeschiedenis op wat Jezus op de grootste dag van heel het wereldgebeuren (op Golgotha) riep: 'Het is volbracht'. En als God er niet op terugkomt, mogen wij daar dan op terugvallen?

Wie kiest, o verdwaasden voor dit leven, de dood?

Wij zijn op weg. Weet u ook, waarheen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Eeuwige goedertierenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's