Jeugddiakonaat
Een christen is helper omdat hij zelf een Helper heeft.
Men kan het diakönale werk kort aanduiden met de woorden: 'Helpen, waar geen helper is.' Een christen is helper omdat hij zelf een Helper heeft. Het helpen is een wezenlijke taak in de christelijke gemeente.
In onze tijd is het helpen in de gemeente toevertrouwd aan de diakenen. De diakonale zorg is echter een taak voor de hele gemeente. Alle gemeenteleden zijn geroepen tot dienst en in dit verband tot dienst aan de naaste en wél ingebed in en voortkomend uit de dienst aan God. De diakenen hebben bij de dienst aan de naaste een stimulerende, organiserende en bezinnende taak, maar het grote werk, helpen in Jezus' naam, is een opdracht voor ons allen. Aangezien het hier dus om de hele gemeente gaat, mogen wij de jeugd hiervan niet uitsluiten. Ook jonge mensen maken een wezenlijk deel uit van de gemeente, daarom worden kleine kinderen gedoopt en daarom zijn jonge mensen ook geroepen tot dienst, net als de ouderen.
Als wij spreken over de gemeente als het lichaam van Christus, zoals Paulus dit doet, dan mag duidelijk zijn, dat niet alle delen van het lichaam dezelfde functie hebben, ieder lid, heeft zijn eigen taak, waar je geschikt voor bent, waar je gaven voor ontvangen hebt. Met name het dienstbetoon voor de naaste is een taak, die voor jongeren een groot werkterrein opent.
Niet allen kunnen preken of huisbezoek doen. In het openbaar getuigen of meedoen in een discussie is voor velen een groot probleem. Daarom ook is het van belang, dat wij inzien, dat hét getuigen door de christelijke daad, vooral voor jongelui, maar niet minder voor de ouderen, een duidelijke plaats verdient in de christelijke gemeente.
Aan de andere kant is het van belang, dat wij inzien, dat de verschillende leden ook niét zonder elkaar kunnen. Spreken over het geloof en doen vanuit het geloof zijn twee kanten van dezelfde zaak: het leven in de gemeente van Jezus Christus. De daad zonder het Woord leidt tot aktivisme zonder ondergrond; het Woord zonder de daad leidt tot een dood geloof.
Nog iets over het helpen van de naaste. Dit kan verweg gebeuren. De projecten voor het werelddiakonaat zijn er een voorbeeld van. Deze aktiviteit bestaat dan te vaak uit het inzamelen van geld voor een doel verweg. Daarnaast is er de dienst dichtbij, misschien wel in de eigen straat. Hier worden wij geroepen om persoonlijk te helpen. Deze taak dichtbij wordt vaak over hef hoofd gezien. Toch is deze taak dichtbij, naast die verweg, een goede mogelijkheid om daadwerkelijk onze dienst uit te voeren. Zelf helpen is vaak moeilijker dan door een gift elders laten helpen!
Bezinning
De Hervormd Gereformeerde Jeugdbonden houden zich op het gebied van het jeugdwerk voornamelijk met twee werkvormen bezig: het jeugdvormingswerk - verenigingen en clubs - en het jeugdevangelisatiewerk - samen met de IZB vanuit de 'Windroos'. Daarnaast hebben zich diakonale vormen ontwikkeld, de projecten, die verband houden met zending en werelddiakonaat en het open jeugdwerk.
Het diakonaal jeugdwerk is echter nog weinig systematisch doordacht en ter hand genomen, zodat deze werkvorm ten opzichte van vorming en evangelisatie in de schaduw staat. Om het diakonaat een vastere plaats in het geheel te geven is begin 1980 de werkgroep jeugddiakonaat van de HGJB van start gegaan. Doel van deze werkgroep is zich bezinnen op jeugddiakonaat en het stimuleren en begeleiden van diakonaat door en voor jongeren in de gemeenten.
Dit artikel is een neerslag van bezinning in deze werkgroep en wil een aanzet geven tot een grotere aandacht voor de jeugd bij het diakönale werk in de gemeente en daarbuiten.
Jeugddiakonaat, een dubbele term
Het woord jeugddiakonaat heeft tweeërlei inhoud. Men kan spreken over diakonaat voor de jeugd en over diakonaat door de jeugd. Dit verschil lijkt aan te geven, dat er twee groepen zouden zijn, die met het werk te maken hebben; er zijn jongeren, die geholpen moeten worden ('voor') en jongeren, die zelf kunnen helpen ('door'). Het verschil tussen 'voor' en 'door' is echter niet absoluut, daarom moeten wij beide mogelijkheden in het oog houden. Men kan niet spreken van een groep hulpverleners tegenover een groep patiënten. Ook hierin is de gemeente één, dat de hulpverleners en de hulpvragers elkaar nodig hebben en de laatsten niet geheel van de eersten afhankelijk zijn.
Zo kan de een op een bepaald gebied de hulp van een ander goed gebruiken, maar in een ander geval zal hij die andere zelf kunnen helpen, omdat hij daarin beter thuis is. Niet ieder heeft dezelfde gaven, maar ieder heeft wel bepaalde gaven, hoe klein soms ook, die hij of zij kan gebruiken ten dienste van een ander. Een ieder, ook zij, die wij vaak hulpbehoevend noemen, mag zijn bijdrage geven als deel van de gemeente.
Zeker bij jongeren, die in een leeftijdsfase verkeren, waarin vele gaven nog ontplooid moeten worden, kan men niet stellen, dat zij alleen hulp behoeven en niets voor een ander kunnen doen. Ik ken genoeg jongelui, die zelf geholpen moeten worden bijvoorbeeld bij het invullen van formulieren voor school of vakantiewerk, maar die best voor anderen, die slecht ter been zijn, boodschappen kunnen doen.
Voor de jeugd
Hulpverlening voor de jeugd veronderstelt, dat er jongeren zijn, die hulp behoeven, die problemen hebben.
Deze problemen kunnen verschillend van aard zijn. Er zijn persoonlijke problemen. Deze hebben veelal te maken met de ontwikkeling. Vaak speelt onzekerheid hierbij een rol. Het is moeilijk om in allerlei situaties je houding te bepalen en je weet eigenlijk niet precies waar je je thuisvoelt. Het eigen gezin speelt hierbij een grote rol, maar ook het grote Gezin, de gemeente, heeft hier een taak, zeker als het gaat om de opvang in de vrije tijd. Ook ziekte, eenzaamheid en invaliditeit behoren tot deze categorie. Nauw hiermee samenhangend zijn er problemen in relatie met anderen, ouderen, maar vooral leeftijdsgenoten. Vaak is het zo, dat een jongere zich in een groep leeftijdsgenoten anders gedraagt, dan hij of zij in werkelijkheid is, omdat het groepsverband dit nu eenmaal vraagt. Een zelfstandige houding aannemen tegenover groepsgenoten is vrijwel een onmogelijke opgaaf met name omdat de groep onmogelijke eisen stelt met de keuze: óf meedoen, óf eruit liggen. Het bespreken van deze problemen met anderen, op wie je aan kunt en het daarbij deel uitmaken van de groep, die de gemeente vormt of die een deel van de gemeente uitmaakt, geeft in moeilijke situaties een grote steun.
Een derde soort problemen is die, die voortkomt uit de maatschappelijke situatie. Dit kunnen moeilijkheden zijn, omdat men werkeloos is, maar ook omdat men in een afbraakbuurt woont, of verhuist naar een heel andere plaats. Vaak zijn er moeilijkheden met de aanpassing aan de situatie en het verwerken ervan. Kun je er toch wat van maken, nu je geen werk hebt? Sta je zelf ook open voor andere gewoonten in de nieuwe woonplaats? Ook hier is de achtergrond van de gemeente zeer belangrijk. Bij de bovenstaande indeling is het mogelijk nog veel meer problemen te noemen. Met opzet zijn er weinig voorbeelden gegeven, zodat ieder om zich heen kan kijken welke problemen in zijn of haar omgeving leven. Worden de moeilijkheden te groot en moet men verwijzen naar deskundigen, bijvoorbeeld maatschappelijk werkers, dan is dat nog geen reden om als mede gemeenteleden deze jongeren uit het oog te verliezen.
Diakonaat voor de jeugd is een belangrijke taak voor de gemeente, vooral nu de jeugd in de huidige samenleving een moeilijke tijd doormaakt. Het is een diakönale taak en daarmee een taak voor de héle gemeente. Daarin kan een diaken, die belast is met de zorg voor de jongeren en die contact onderhoudt met instanties, die onder jongeren werken, goed werk doen.
Hierboven is al gezegd, dat je de jeugd niet mag verdelen in hulpverleners en hulpvragers, omdat de een de ander bij kan staan, maar die ander op een ander gebied best iets voor de ene kan betekenen. Voor de overzichtelijkheid van dit artikel maak ik wel een globale typering van een aantal groepen jongeren, die met overeenkomstige omstandigheden te maken hebben. Dit kan vooral bij het bespreken van dit artikel bijvoorbeeld in kerkeraden en in besturen van jeugdverenigingen. Wij moeten echter bij de uitvoering van dit werk altijd de jeugd in zijn geheel in het oog blijven houden en jongelui niet, van te voren, al bij een bepaalde groep in gaan delen.
Dan nu de eerder genoemde typering:
- jongeren met problemen. De problemen zijn hierboven beschreven.
- jongeren, die nóg geen problemen hebben. Hier geldt het motto: 'Voorkomen is beter dan genezen'. Problemen kunnen gaan ontstaan bij toekomstige veranderingen. Begeleiding, nieuw ingekomenen jeugdbezoek of begeleiding bij militaire dienst kan veel narigheid voorkomen. Liggen de problemen op het gebied van verveling en doelloosheid, dan kan men zelf heel goed ingeschakeld worden bij het werk voor anderen.
- jongeren met verwerkte problemen. Zij kunnen van grote steun zijn, voor hen, die nu in dezelfde moeilijkheden zitten als zij voordien.
Sprekend over kerkelijke hulpverlening kunnen wij tenslotte nog onderscheid maken tussen kerkelijke, randkerkelijke en onkerkelijke jeugd. Ook de situatie thuis, kerkelijk, randkerkelijkof onkerkelijk, speelteen rol. Vooral bij de laatste twee groepen is samenwerking met de evangelisatie commissie aan te bevelen. Samenwerking met jeugdouderling of jeugdraad is altijd nuttig. Sluit de jongere niet aan bij thuis, dan vragen zowel het gezin als de persoon in kwestie hun eigen aandacht.
De jeugddiaken kan hier een centrale plaats innemen. Zijn taak is wezenlijk anders dan die van de jeugdouderling. Deze zal zich meer bezig houden met het pastoraat, terwijl het oplossen of helpen bij problemen van diakonale aard een taak voor de jeugddiaken is. Samenwerking tussen beiden is gewenst, daar beider werkveld niet absoluut te scheiden is.
Door de jeugd
De gehele gemeente - ook de jeugd - is geroepen tot dienst, maar juist omdat de gemeente hiertoe geroepen is, is het diakonaat een zaak van de kerk en in het bijzonder van de diakenen. Als er door wie dan ook hulp verleend wordt, dan is dat altijd namens de gemeente. De diakenen hebben enerzijds slechts een sturende functie, omdat allen tot dienst geroepen zijn, maar anderzijds is het ambt van diaken van belang om diezelfde hulpverlening in juiste kerkelijke en organisatorische banen te leiden.
Initiatieven op meer dan het persoonlijke vlak, dienen dan ook in overleg met de diakenen genoemen te worden. Ook de initiatieven van de jeugd. Om deze laatste initiatieven op te vangen en te stimuleren zal de kerkeraad oog en oor moeten hebben voor wat de jeugd wil en kan doen. In sommige gemeenten is een diaken geheel of gedeeltelijk met dit werk belast. Ook hier is voor deze diaken overleg met de jeugdouderling gewenst. Jongeren in een gemeente zijn vaak enthousiast genoeg om werk voor een ander aan te pakken. Wel hebben zij een eigen kijk op het werk. Het komt maar al te vaak voor, dat juist die eigen kijk ertoe leidt, dat het enthousiasme van de jeugd in de kerkeraad verkeerd overkomt en men terwille van de rust de hulp van de jeugd maar liever buiten de deur houdt.
Anderzijds is de (vermeende) afwerende houding van de kerkeraad een reden voor de jongeren om daar maar niet met hun plannen aan te komen, met als gevolg, dat een eigen aktie op touw wordt gezet, die buiten de kerkelijke en organisatorische banen om gaat gevallen kan men niet meer spreken over 'namens heel de gemeente'.
Naast sturen en stimuleren zal de jeugddiaken ook een brug moeten slaan tussen jeugd en kerkeraad. Hij zal het enthousiasme van de jeugd over moeten brengen in de kerkeraad en wel zo, dat hetwillen dienen van de jeugd naar voren komt. Naar de jeugd toe zal hij duidelijk moeten maken, dat de kerkeraad een verantwoordelijkheid draagt in de gemeente voor al het gemeentewerk. Deze verantwoordelijkheid mag er echter niet toe leiden, dat het willen dienen van de jeugd van tafel wordt geveegd. Bijsturen van initiatieven en luisteren naar elkaar is hier zeker nodig. De jeugd zal dan ook moeten tonen te staan voor wat zij wil en niet een met veel enthousiasme opgezet plan als een nachtkaars uit laten gaan. Beginnen met een tak van werk betekent ook de verantwoordelijkheid blijven dragen.
Als zowel kerkeraad als jeugd samen willen werken zal verantwoordelijkheid en (jeugdig) enthousiasme tot goede resultaten kunnen leiden.
Ook bij het bemiddelen bij praktische zaken zoals het verkrijgen van zaalruimte en dergelijke voor de jeugd kan een jeugddiaken goede diensten bewijzen.
Jeugddiakonaat in de praktijk
Wie neemt het initiatief voor een dergelijke samenwerking.
Vanuit de HGJB wordt materiaal aangereikt. Op diakonaal terrein is een jeugddiakonaatscommissie aan te bevelen als commissie van 6 de jeugdraad met toegevoegde leden uit het college van diakenen. Zo is een officiële band met het jeugdwerk en met de kerkeraad verzekerd. Plannen kunnen in deze commissie besproken en bijgestuurd worden alvorens ze aan de jeugdraad en de kerkeraad voor te leggen. Dit kan samenwerking tussen jeugd en kerkeraad bevorderen.
Een ieder, die te maken krijgt met christelijke hulpverlening, in dit geval kerkeraad en jongeren, zal zich moeten realiseren, wat het wezen van dit werk is. Hierbij komen wij terug op het begin van dit artikel, waar het gaat om de achtergrond van het diakonaat en de plaats van de jeugd in het geheel.
Aanvragen als: waarom doe ik dit werk en wat onderscheidt christelijk helpen van 'algemene' hulpverlening zal dan zowel door de jeugd als door de kerkeraad niet voorbij gegaan mogen worden. Bij de beantwoording van die vragen moet men echter wel oppassen, dat de hulpverlening zelf niet ten koste van eindeloze discussies over het wezen ervan. Een goed evenwicht tussen een en ander is op zijn plaats. Men mag het naast principiële achtergrohden toch ook wel gewoon fijn vinden om wat voor een ander te doen en nodig is de hulp voor een hulpbehoevende altijd! Het hulp verlenen door jongeren kan veelal een oplossing zijn voor problemen van de jeugd zelf, vooral als die liggen op het gebied van verveling en doelloosheid. Een groot probleem onder de jeugd is, hoe je het christen zijn, wat je zondags in de kerk leert, nu in het dagelijks leven terug kunt vinden. Het bewust maken van en gebruiken kan een aanzet geven tot het antwoord op deze vraag.
Aan het werk
De jongeren kunnen bezig zijn op velerlei terrein. Zij kunnen mogelijkheden bieden voor hulp, bijvoorbeeld door het traditionele geld inzamelen. Veelmeer is het zelf aan het werk te gaan. Niet iedereen is geschikt voor hetzelfde werk, maar er is zoveel werk, dat niemand stil behoeft te zitten. In sommige gemeenten draai al een jeugddiakonaatscommissie van waaruit verschillende werkzaamheden gedaan worden als klusjesdienst, kinderoppas of ziekenbezoek.
De mogelijkheden en moeilijkheden bij dit werk zullen plaatselijk sterk verschillen zodat er hier niet nader op ingegaan wordt. Slechts een paar opmerkingen:
- Bij het zoeken van hulpwerk en het uitvoeren ervan zal steeds gecoördineerd moeten worden, zodat niet de een veel hulp krijgt en de ander niets. Opzet van georganiseerd jeugddiakonaat zal moeten beginnen met inventariseren van de mogelijkheden.
- Veel algemene verenigingen, bijvoorbeeld de padvinderij, doen veel goed werk voor anderen. 'Concurrentie' op hun gebieden vanuit de kerk is af te keuren.
- De jeugd moet niet alleen gestuurd worden, maar vooral ook zelf oog krijgen voor de nood in de gemeente en daarbuiten.
- Sommige takken van hulpverlening zijn moeilijk. Hulp van een diaken, die op dit terrein werkt, bijvoorbeeld bij bejaardenbezoek, is gewenst. Zeer moeilijke problemen bijvoorbeeld contact met drugsgebruikers kunnen het beste benaderd worden met inschakeling van deskundigen. Dit zal vaak via de diakenen gaan omdat zij als het goed is de weg weet naar de deskundigheid als maatschappelijk werk of sociale dienst.
Zelf beginnen
Nog even aansluitend bij het begin van dit artikel: doel van de werkgroep voor jeugddiakonaat van de HGJB is zich bezinnen op jeugddiakonaat en stimuleren en begeleiden van jeugddiakonaat in de gemeenten.
Dit artikel wil een aanzet tot bezinning geven: Voor de jeugd; er is een taak voor jonge mensen om dienend in de gemeente bezig te zijn. Voor de kerkeraad; de taak van de kerkeraad bestaat ook in het verstaan van de jeugd en helpen waar nodig bij het dienstwerk.
Voor de gemeenteleden; het christelijk leven is niet begrensd tot het innerlijk, ook het uiterlijk, het 'goede werk' zoals dit in de Heidelbergse Catechismus genoemd wordt, hoort erbij. Ook zijn er geen grenzen wat betreft de leeftijd: een ieder doe wat hij of zij kan doen. Dit doen zal dan wel zelf doen moeten zijn. Men mag het werk niet aan andere overlaten.
Jeugddiakonaat is niet een extra, maar een wezenlijk onderdeel van het kerkewerk en zal daarom ook moeten en mogen strekken tot eer van God.
Voor meer informatie: de brochure van de HGJB 'Tot uw dienst', te bestellen bij de HGJB, Pr. Bernhardln. 1, 3722 AE Bilthoven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's