De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Het Licht der wereld

In deze eerste Persschouw in het nieuwe jaar kijken we even terug naar enkele artikelen die in de decembermaand, rondom Kerstfeest, verschenen zijn. Enkele bijdragen gingen speciaal in op de tegenstelling licht-duisternis die in O.T. en N.T. zo'n grote plaats inneemt. We denken aan Jes. 9 : 1, aan de aanhef van het Johannes-evangelie over het Licht dat in de wereld komt en vooral aan de zelfopenbaring van Christus, die zich in Joh. 8 : 12 het Licht der wereld noemt. Dr. C. Bezemer schrijft in het Hervormd Weekblad van 17 december:

'Dat Jezus Christus het Licht der wereld tot ons gekomen is, heeft in elk geval de bedoeling gehad om deze wereld en de mensheid uit het donker vandaan te halen, waarin zij sinds de zondeval verkeerden. Daardoor is het bijzondere van het komen van Christus in de wereld aangegeven tegenover de betekenis, die het licht heeft in de andere godsdiensten. Daar is ook wel sprake van overwinning van het licht op de duisternis (er heeft trouwens een versmelting plaats gevonden van allerlei christelijke en heidense elementen), maar wezenlijk is de 'heidense' overwinning van het licht op de duisternis iets anders dan de komst van Christus als het Licht der wereld temidden van een in zonden gevallen mensheid. De vraag is, waaraan velen bij het Kerstfeest bewust of onbewust de voorkeur geven. Ik herinner me nog de man aan wie gevraagd werd: 'Waarom zet u een kerstboom in huis? ' (hij had er juist ook één op de markt gekocht), die als antwoord gaf: 'Omdat een ander er ook één neerzet; maar het zegt me niets en het doet me niets.'

Het enige wat hem misschien aansprak was de gezelligheid van het licht, dat vooral in deze tijd in de dubbele zin van het woord echt kunstlicht is. Het voordeel ervan is in elk geval dat het brandgevaar er sterk door verminderd is.

De vraag waarom het Kerstfeest gevierd wordt op de 25e (en 26e) december, moet men niet proberen te beantwoorden vanuit de gegevens over de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria, zoals deze vermeld staan in Lucas 1. De keuze van deze datum heeft niet anders dan een religieuze anti-heidense achtergrond. Oorspronkelijk werd het feest van Christus' geboorte door de kerk in het Oosten en in enkele delen van het Westen gevierd op 6 januari. Waarschijnlijk opzettelijk heeft Rome de viering ervan verplaatst naar 25 december. Dit ter vervanging van het heidense feest van de geboorte van de onoverwonnen Zon (natalis invicti solis). In het Oosten heeft de invoering van het Kerstfeest vooral gediend tot bestrijding van de ketterij, met name het Arianisme, dat Christus beschouwde als een schepsel en niet als 'geboren uit de Vader'.'

Voorts wijst Bezemer erop dat Jezus Christus als het Licht der wereld een gave is die tegelijk voor een opgave stelt. Door Christus kunnen we de weg vinden in de tijd (Van Ruler). In deze stikdonkere wereld mag getuigd worden van Hem die het Licht is in de nacht. Ook Runia in het Centraal Weekblad van 23 december gaat in op de betekenis van het bijbels spreken over het Licht. Hij wijst op het contrast tot de wereld:

'Maar we hoeven niet alleen terug te gaan in de kerkgeschiedenis. Onze eigen wereld, de wereld waarin wij zelf leven, is een wereld waarin er meer duisternis schijnt te zijn dan licht. We leven in een wereld die bol staat van de angst. Ik hoef het alleen maar aan te duiden. Wereldwijd is er de armoede en de onderdrukking. Als een donkere dreiging hangt over onze wereld de mogelijkheid van een kernwapenoorlog, die in grote delen van de wereld voorgoed het leven kan uitblussen.

En in de kleine wereld van ons eigen leven is het vaak al niet veel beter. Ik denk alleen maar aan de vele jonge mensen in onze eigen omgeving, die eigenlijk in het geheel geen verwachting meer hebben. Sommigen zoeken de 'oplossing' in drank of drugs of sex. Anderen (en het aantal neemt schrikbarend toe) zien helemaal geen oplossing meer en nemen bewust afscheid van het leven. Er ligt bij velen iets mats, iets depressiefs over het leven. We kunnen hoe langer hoe meer. D.w.z., op het technische vlak. Maar het leven zelf schijnt voor velen hoe langer hoe doellozer en zinlozer te worden. Ik denk hier aan wat de dichter Piet Kalteren zegt in zijn gedicht dat hij de titel 'Stad' gaf:

De stad stinkt als een bunzing
in het nauw gebracht
gedreven door de macht
van stampende machines
in dampende fabrieken
verworden tot roofzuchtig dier
gehuld in de begeerde pels
van geld en geile lust
adem benemend en geest dodend
raakt zij verstrikt
in zelfgemaakte stroppen.

Heeft het nog zin om in zo'n stad (en ze staat in feite voor onze hele wereld) Kerstfeest te vieren? Zijn we niet bezig met een illusie, met een stuk zelfbedrog? Als we straks de kaarsen aansteken, zijn we dan niet bezig onszelf en anderen voor de gek te houden? Zijn de kaarsen al niet lang overtroefd door de neonlichten van de moderne reclame en het moderne vermaak? Heeft het allemaal nog wel zin?

Of is Kerstmis toch meer dan een illusie die we elkaar voorhouden en waaraan we onszelf proberen óp te trekken? Het is toch een stuk werkelijkheid? Jezus is toch gekomen in deze wereld en Hij heeft toch nieuw licht laten schijnen? Als je zijn woorden in het evangelie leest, dan is Hij toch anders dan wie ook ooit in deze wereld. Als je zijn levensverhaal leest, dat schijnbaar eindigt bij het kruis maar dan ineens weer opnieuw begint bij de opstanding, dan is er toch nog hoop in en voor deze wereld.

Wie Hem ontmoet heeft in zijn of haar leven, weet dat het licht het zal winnen. Het laatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes, neemt de draad van Jesaja weer op. Het eindigt in een festijn van licht! Er wordt opnieuw gesproken van een stad, maar het is een heel andere stad dan Piet Kalteren beschrijft. Het is het nieuwe Jeruzalem. En van die stad wordt gezegd: 'Ze heeft de zon en de maan niet nodig dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam (Jezus Christus). En de volken (weer dat brede, universele perspectief!) zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar; en haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn (alle duisternis is verdwenen!); en de heerlijkheid en de eer van de volken zullen in haar gebracht worden' (Openb. 21 : 23-26).

Het Kerstfeest, dat het begin van deze beweging is, is daarom het feest van de hoop. Als u straks de kaarsen aansteekt, laat dan iedere kaars een teken van die hoop zijn. Niet omdat wij mensen het uiteindelijk zullen verklaren, maar omdat we een lichtende belofte hebben.

Het licht zal het winnen van de duisternis.'

Het aspect van de hoop mag ons bemoedigen aan het begin van een nieuw jaar. Laat de kerk in haar verkondiging en dienstbetoon getuige zijn van het Licht. Een andere taak heeft ze niet.

De kerk en haar tijd

Dat brengt ons tegelijk op een ander aspect, nl. het spreken en handelen van de kerk in de tijd waarin we leven. De waarheid is immers geen tijdloze zaak. Elke generatie worstelt met het probleem hoe zo bij de tijd te zijn dat ze het Woord van God voluit recht doen. Vandaag wordt op allerlei wijzen aandacht geschonken aan deze zaak. Het vraagstuk van de communicatie, de mededeling van de boodschap, staat centraal. Hoe komen de woorden over? Rondom het Woord wijdde er enkele artikelen aan, naar aanleiding van een publicatie van prof. dr. A. v. d. Meiden. Interressante dingen worden daar gezegd over het horen en verstaan, over zenders en ontvangers. Tegelijk zien we levensgroot in onze tijd het gevaar van de modegrillen, de aanpassing aan de tijd. Ds. J. Overduin in het Centraal Weekblad van 16 december noemt het de schuld van de kerk als ze vanwege populariteit aanpapt met de tijdgeest. Dan schiet de kerk tekort in haar roeping. Hij zegt o.m.:

'De profeten, de apostelen en Jezus zelf waren pas echt 'bij de tijd', omdat zij met Gods Woord haaks op de tijd durfden te staan. Dat moeten wij nu nog ter harte nemen.

De kerk kan haar identiteit goeddeels verspelen door alle hedendaagse sociologische en psychologische en politieke en wijsgerige gegevens zulk een zwaar en heersend gewicht te geven dat haar eigenlijke boodschap met een benauwd-piepend geluid amper gehoord wordt. Wat nu populair en modieus is, wordt haar straks als zware schuld aangerekend. Dit droevige drama herhaalt zich in de geschiedenis telkens weer. Het schijnt dat wij meestal door schade en schande achteraf wijs worden.

Profeten zijn bij voorbaat wijs. Zij bedelen niet om populariteit bij de mensen, maar smeken om de gunst van God. En alleen op die manier verstaan ze hun tijd. Zij zien de wereld voor alles door de ogen van God en niet door de ogen van welke wetenschap of ideologie dan ook.'

Is de kerk bij de tijd? Verstaat ze haar tijd? Vandaag aan de dag wordt door velen gewezen op het tekort aan warmte en geborgenheid in de kerk. Lange tijd heeft men zo eenzijdig alle aandacht gelegd op het hier en nu, dat de aandacht voor de ziel, voor de enkeling in zijn relatie tot de eeuwige God teloor ging. Nu klinken er op dat punt weer waarschuwende stemmen. En Overduin citeert dan uit een artikel van dr. C. Aalders waarin deze zegt:

'Ik denk, dat er een geheim in de 'ziel' ligt, dat door de huidige 'mens-bestudeerders' behoorlijk is onderschat. Maar in de bijbel is het voluit aanwezig. Ik wijs b.v. naar Matthëus 10 : 28!

Dit geheim van de ziel heeft, naar ik meen, wel iets met onze wezenlijke en eeuwige 'identiteit' te maken. De ziel is in de bijbel niet aan de doodsgrens gebonden; én ze is voorwerp van loutering en bestraffing (zie 2 Corintiërs 5 : 6-10!). Dat is toch een heel ander leerproces, dan de 'innerweldiche Befreiung' waar op 't ogenblik zo naarstig mee gewerkt wordt.

Ja, wij, theologen en psychologen, hebben de mensen hun 'ziel' ontnomen; en we hebben ze er 'deze wereld' voor in de plaats gegeven. Wat voor een wereld! Wel mooi, maar hopeloos ón-hanteerbaar. Een wereld, beheerst door krachten en machten, waar we hulpeloos tegenover staan. Een wereld, die we niet in de hand hebben, met geen enkele wetenschap, geen enkele ideologie, geen enkele techniek. We bekijken de wereld verkeerd en hebben haar een status van mogelijkheden verleend, die ze niet verdient. Ze is niet betrouwbaar en kneedbaar naar onze patronen. De bijbel zou zeggen: ze is een 'gevallen' wereld. Maar daar geloven we niet meer zo in.

Zodoende zijn we in de valkuil van het materialisme terecht gekomen: Wij kunnen en zullen de wereld hervormen! Wij kunnen en zullen de materie onderwerpen! Zó zullen wij het Godsrijk op aarde stichten. Dit is de grote utopie, die zich van het oorspronkelijk christelijk geloof heeft meester gemaakt. Met elkaar hebben we daar een reeks bedenkelijke consequenties uit getrokken, vooral op maatschappelijk gebied. We hebben hachelijke vormen van activistische wereldbewoning ontwikkeld, die een narcistische cultuur (Christoffer Lash!) stimuleren.

Dit alles gebeurde ten koste van de ziel. Ja, van de ziel! Want daar ligt het geheim van de mens. Bedoelde Jezus dat niet, toen hij waarschuwde: at baat het u, als ge de hele wereld zoudt winnen en schade leedt aan uw ziel? (Matteüs 16 : 26 e.v.). Deze schreeuw van talloos veel mensen is de schreeuw om de ziel. Ook in de kerk hebben we te veel onze ziel verkwanseld aan wetenschappelijke disciplines, ideologieën en utopieën. Onze ziel is in dit proces verdwenen. Maar steeds meerderen zoeken hun ziel en willen haar terugwinnen.

Dit alles bespeur ik in die merkwaardige, snel toenemende belangstelling voor de reïncarnatie. Ons eigenlijke geheim - onze 'ziel' reikt over geboorte - en doodsgrenzen heen. Dat wist de bijbel en dat wisten de kerkvaders. Maar wij, modernen, zijn het vergeten. Wij zijn letterlijk 'historisch-materialistisch' geworden in een gemaskeerde 'westerse' vorm. Daardoor zijn we ook in overvloedige vormen van activistische 'werkheiligheid' terecht gekomen, die moordend is voor de psychische gezondheid (vroeger zou men zeggen: voor ons 'zieleheil'.) Zie maar om u heen: wat een gesloof van al die christenmensen...

Dat ons aardse bestaan iets te maken zou kunnen hebben met een dieper leerproces dan welvaartsen welzijnstechnieken ontwikkelen - dat is men vergeten. En toch wilde mens van nu juist dat weer horen en weten. Daarom richt hij zich naar het Oosten, waar men dit geheim op een eigen manier bleek vast te houden - b.v. in de leer der reïncarnatie.'

Tot zover dr. Aalders. Een eenzijdig stuk. Zeker, dat weet dr. Aalders ook wel. Maar dit moest eens kras gezegd worden, opdat niet nog meer jeugd de kerk verlaat en zich tot het Oosten wendt. Dan moeten alle theologen, predikers, jeugdleiders en welzijnswerkers bedenken om zich zelf te onderzoeken of ze wel 'bij de tijd' zijn. Wie niet bij de kern van het evangelie blijft, raakt spoedig met zijn actualiteit achter en vermeerdert de schuld van de kerk. Als wij daar niet achterkomen, maken wij brokstukken.

De kerk staande in de tijd met de boodschap van het Licht der wereld, Jezus Christus. Hoe meer we ons op Hem oriënteren, hoe meer we bewaard worden voor modegrillen en aktualismen. We mogen de aktualiteit van de boodschap niet ontkrachten door tijdloze waarheden, we mogen Gods waarheid geen geweld aandoen door aktualistisch (iets anders dan aktueel) spreken. Dat is altijd weer een spannende opgave. Moge het ons gegeven worden in het jaar dat zo pas begonnen is met het Woord van de eeuwige in de tijd te staan en de boodschap getrouw te vertolken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's