Vragen rondom de verstaanbaarheid (6)
Wij geloven dat Gods Woord pas werkelijk verstaan wordt door de Heilige Geest.
Wij geloven dat Gods Woord pas werkelijk verstaan wordt door de Heilige Geest. Hij maakt daarbij vooral gebruik van de prediking. Aangezien nu Gods Woord vol verrassingen is, dient dat verrassende karakter ook uit te komen in de inhoud, vorm en taal van de prediking.
Het verrassende Woord
De grote verrassing is, dat God telkens weer omziet naar mensen. Het is niet bij één keer gebleven (Genesis 3 vers 9), maar we vinden dat in de hele geschiedenis van Israël en in het Nieuwe Testament. Het hoogtepunt is, dat God Zijn Zoon gezonden heeft in deze wereld. De genadige toewending van God tot zondige mensen is theologisch gezien de verrassing bij uitnemendheid. De mens heeft het er immers niet naar gemaakt. Het gevolg is dan ook dat - wanneer God in Christus tot zondaren komt - er sprake is van verrassing en verwondering. Hoe dikwijls lezen we niet in de Schrift, dat de scharen versteld stonden over zijn leer? ! Deze verrassende leer, maar ook de in het Evangelie beschreven tekenen, zijn geschreven opdat ook gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam. (Joh. 20 vers 31) Het Woord wil ons ook nu verrassen. Het is aktueel.
Aktualiteit
In zijn boek 'En toch preken' gaat H. Jonker in op het verschil tussen aktuele en aktualistische prediking. Laatstgenoemde prediking is aktueel gemaakt door de prediker. Zij is gewild en geforceerd, niet levend en opbloeiend, gewelddadig en niet weldadig, mechanisch en niet natuurlijk, opzettelijk en niet organisch verbonden met het levende geloof. Aktuele prediking daarentegen is aktueel in zichzelf. Zij laat het Woord gelden in het heden en laat tegenover allerlei fronten de stem van de levende God horen.
In de aktuele prediking wordt de mens aangesproken in de tijd waarin hij leeft. Hij hoort dat die 'oude Boodschap' betekenis heeft voor hem, zowel op het terrein van zonde en genade als op het gebied van het gewone leven van alle dag. Het gaat om leer en leven. Dat laatste, het zogenaamde ethische aspekt, mogen we niet over het hoofd zien.
In een preekonderzoek wordt geconstateerd, dat veel preken een gebrek aan aktualiteit hebben. 'Hoe rechtser de signatuur van de preken is, hoe minder ook de ethiek aandacht krijgt. En juist bij ethisch getinte teksten doet zich de gelegenheid voor om aktueel bezig te zijn' (M. H. Bolkestein). Hij doelt hier vooral op preken uit Hervormd gereformeerde kring. Of dat helemaal waar is, weet ik niet. Daar is een breder onderzoek voor nodig. Bolkestein onderzocht slechts 10 Hervormd-gereformeerde preken! Een klein beetje gelijk zal hij echter wel hebben. Ethiek is over het algemeen niet onze sterkste kant. En wij vermoeden dat gebrek aan aktualiteit op het terrein van de ethiek in verband staat met een wat eenzijdig gerichte tekstkeuze. En daar moet iedere prediker voor oppassen.
Vervreemding
Sinds ongeveer 1965 krijgt het zogenaamde 'vervreemdingseffekt' vrij veel aandacht in de literatuur. (H. D. Bastian, W. Bartholomaus, R. Bohren, M. H. Bolkestein e.a.). Onder dit effekt moeten we verstaan 'een techniek, met behulp waarvan iets als vreemd verschijnt, opdat het opnieuw gekend zal worden.' (M. H. Bolkestein). Het gaat dus in feite om het verrassingselement in de prediking. Zolang dat verrassingselement opkomt uit de Schrift of in ieder geval geheel ligt in de lijn van de Schrift, hebben we daartegen geen bezwaren. Zodra echter de 'tegenpsalmen' uit de moderne literatuur (K. Meyer zu Utrup), film of toneel (B. van Ginkel) of ongewone Bijbelvertalingen (R. Bohren) daarvoor dienst moeten doen, verwerpen wij deze methode. Wie aan het Woord niet genoeg heeft, zoekt het eerst een klein beetje maar daarna volop in de 'hulpmiddelen'. Bijna altijd gaat het van kwaad tot erger, totdat je niets meer van het Woord overhoudt.
Wij hebben dus geen overwegende bezwaren tegen-het vervreemdingseffekt op zichzelf. Het is nodig dat wij door het woord der prediking verrast worden. We weten het dikwijls zo goed! Het klinkt ons allemaal zo vertrouwd, te vertrouwd, in de oren, dat het ons hart niet meer raakt.
Opvallend is dat in de literatuur telkens wordt gewezen op de noodzaak van het vervreemdingseffekt voor 'orthodoxe preken, wier monotonie hun dood is'. De orthodoxe (gereformeerde) preken hebben het blijkbaar gedaan. Over midden-orthodoxe en vrijzinnige preken wordt met geen woord gerept. Zij worden in de praktijk voortdurend gespaard. Hoe minder het Woord aan het woord komt, des te beter schijnt het te zijn. Maar wij zijn zo vrij om dat heftig te bestrijden. Het Woord zal het doen. Bijbelse, gereformeerde, prediking is noodzakelijk. Natuurlijk zijn er orthodoxe (gereformeerde) preken, die dood(s) zijn. Maar hoe verklaart men dan de blijvende (dikwijls grote) belangstelling voor gereformeerde prediking? Toch niet alleen uit conservatisme? Er is juist een grote betrokkenheid bij die prediking. Veel mensen voelen zich aangesproken door belangrijke noties die in deze prediking aan de orde komen.
Zelfkritiek
Wij geloven in de betekenis en kracht van de gereformeerde prediking. Toch blijft zelfkritiek voortdurend nodig. Zijn we wel voldoende biddend, gelovig biddend, bezig bij de voorbereiding van onze preek? Zijn we ook meditatief bezig met de tekst of pericoop? En studeren we wel voldoende, nemen we er echt de tijd voor? Denken wij ons de vragen in, die in de gemeente leven?
We zijn dankbaar dat met name in de laatste tijd gewezen wordt op de noodzakelijkheid van de studie vooral met het oog op de prediking. Ten koste van erg veel moet worden voorkomen, dat we alleen maar platgetreden paden bewandelen. En dat gebeurt, wanneer we onvoldoende tijd hebben voor een grondige voorbereiding. We grijpen dan veel te snel naar een paar commentaren om ons te informeren. We doen er goed aan de commentaren zo lang mogelijk in de kast te laten staan en eerst biddend en mediterend bezig te zijn met de Schrift, opdat de Schriften ons zouden worden geopend door de Heilige Geest. Dit sluit de studie niet uit, maar juist in. Studeren betekent teruggaan naar de bron d.w.z. naar de grondtekst. Wie spreekt er in de tekst, tot wie wordt gesproken, onder welke omstandigheden wordt gesproken, in welke tijd wordt gesproken en vooral wat staat er eigenlijk? En niet in de laatste plaats: wat zegt dat Woord tot mij? Hoe functioneert dat in het geloof en in het ongeloof? Welke vragen uit ons eigen leven en uit het leven van de gemeente staan hiermee in verband? Het gaat er niet om al dit vooral exegetische voorwerk in de prediking te noemen, maar het geeft er wel inhoud en structuur aan. Op die manier komt het Woord aan het woord. En daar gaat het om. Maar dat Woord moet dan wel in verstaanbare taal verder verteld worden, zodat het een doorslaggevende rol kan gaan spelen in het leven van de gemeente.
In een volgende bijdrage willen we iets zeggen over dat verder vertellen of vertolken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's