Boekbespreking
Jörg Zink: Wat liefde bouwt, dat blijft bestaan. Bijbels meditatieboek. 263 pag., Zomer en Keuning, Ede, 1981, ƒ 27, 50.
Dit boek is nu niet bepaald een alledaags dag-of meditatieboek. De schrijver heeft op een poëtische wijze allerlei delen uit de bijbel gegroepeerd rond het thema liefde. De liefde van man en vrouw, vriend en vriendin, tot de naaste, de natuur en de wereld komen aan de orde. De schrijver is een dichterlijke geest, zodat het voor de lezer vaak aankomt op proeven, overwegen en mediteren. Neemt men die moeite dan kan men vele diepe levenswijsheden opdoen en zo beziet men ook allerlei bijbelgedeelten weer van een andere kant. De auteur geeft zelf vaak eigentijdse vertalingen van de bijbel, die soms verhelderend en andere keren eerder wat versluierend werken.
Uit het geheel spreekt een diepe bewogenheid en liefde tot de medemens en Gods wereld. De schrijver is een breed georiënteerd mens, die voor zijn meditaties ook allerlei buitenbijbels materiaal gebruikt om bepaalde zaken nog eens duidelijker of van een andere kant te belichten. In een tijd, waarin vluchtige relaties als proef dienen voor een later 'levensgeluk' doet het weldadig aan het accent op de liefde zo veelzijdig en diep aan de orde gesteld te zien.
Daarmee is echter nog niet alles gezegd over dit boek. Naar mijn gevoelen wordt het bijbels getuigenis nog wel eens overwoekerd door de filosofie en het gevoelen van de schrijver, waardoor meer nadruk komt te liggen op zijn gedachten dan op de meditatie van de Heilige Schrift, en dat is toch wel een groot manco voor een bijbels meditatieboek. Je waant je in dit boek in de brede stroom van de meditatie, waarvan de bijbel de belangrijkste bron is, maar waarbij andere bronnen toch ook heel wat water leveren, zodat het water niet bepaald zuiver meer is.
Het eerste gedeelte van het boek mediteert vooral over Hooglied. Veel pagina's over dat bijbelboek zijn heel mooi en zou je graag in handen wensen van veel jonge én oude mensen. Heel duidelijk wordt daarin getekend dat liefde een zaak van lichaam en geest is en dat beide niet van elkaar gescheiden mogen en kunnen worden. Daarbij vind ik het wel een dissonant als het instituut van het huwelijk onder kritiek geplaatst wordt. Dat lijkt me allesbehalve de bedoeling van Hooglied, integendeel.
Dit boek lijkt me ook geschikt voor gesprekskringen met wat meer 'ontwikkelde' buitenkerkelijken. In dat missionair vlak kan Zink ons zeker verder helpen om de ander de rijkdom van Gods liefde en de christelijke liefde te laten zien.
De lezer zal zich per keer dan wel moeten beperken tot kleine gedeelten uit dit boek. 260 Pagina's over liefde lezen kan een mens onbeschrijfelijk vermoeien: de liefde is uiteindelijk niet gegeven om er dikke boeken mee te vullen, maar om gepraktiseerd te worden.
B. Plaisier
G. H. ter Schegget, De andere mogelijkheid, uitg. Ten Have b.v. Baarn, 1979, 143 pag., prijs ƒ 16, 50.
De ondertitel van dit geschrift is: bijbelse theologie voor de kritische gemeente. Bijbelse theologie. Dat klinkt goed. En ik moet zeggen: Ter Schegget maakt dat op zijn manier in dit boek ook waar. Alleen, zo ooit dan ook hier weer blijkt het beslissende van de uitkomst van zulk een theorie te liggen in het exegetische principe waar men voor kiest. Ter Schegget laat zijn lezers daar niet lang over in het ongewisse. Direct al luidt de eerste regel van het Woord vooraf: 'De hermeneutische regel, dat de bijbel een boek voor hopelozen en onderliggenden is en aan hen dient te worden teruggegeven.. .' En op een andere bladzij is het: 'De bijbel geeft steun aan de stemmelozen, rede aan de redelozen, hoop aan de hopelozen. Hij spreekt tot de grote schare van mensen, die gebukt gaan onder uitbuiting en onrecht, tot de massa van vermoeiden en beladenen' (pg. 30). Ter Schegget vindt dat de bijbel terug gegeven moet worden aan hen van wie hij oorspronkelijk ook is: de zonet genoemden. De bijbel is het boek van de gevestigde religie geworden. Maar uit die handen wil hij onteigend worden. Geloof, hoop en liefde is het enige dat de onderliggenden in deze wereld hebben. Vanuit deze keuze leest Ter Schegget de bijbel. Nou, dat is door heel het boek waar gemaakt. Wat dat betreft hoeft het ook niet onduidelijk te zijn hoe hij in Leiden namens onze kerk de studenten zal voorgaan en voorlichten. Marx is zijn inspirator in deze. Ik heb bij het doornemen van deze bundel aan de kantlijn steeds de naam Marx geschreven om eens na te gaan hoe vaak diens denken bepalend is voor Ter Scheggets bijbels theologische opmerkingen. Ik moet zeggen: voortdurend is Marx' visie op de samenleving bepalend voor wat Ter Schegget vindt dat de bijbel er ook over zegt, of beter: moet zeggen. Op de laatste bladzij erkent Ter Schegget wel: Marxisme kan de bron van mijn geloof niet zijn. Wel vindt hij in het marxisme een geweldige hulp voor zover het de praktische filosofie is van de lijdenden. Als ik zoiets lees en op me in laat werken met het oog gericht op de huidige politieke en maatschappelijke realiteit juist in die landen en streken waar dit Marxisme domineert, kan ik niet ontdekken dat het Marxisme geknechten waarlijk bevrijdt, stem geeft aan de stemmelozen, onderliggenden op de benen zet. Ter Schegget zal dit misschien wel een domme vraag vinden of typisch een vraag voor een man van de gevestigde orde. Of, hij zal vinden dat het Marxisme in zulke landen niet echt funktioneert. Ik wil gaarne toegeven dat de kerk in tijden waarin arbeiders werden uitgebuit en geknecht, zich vaak al te vlot liet indelen bij de machthebbers en geen stem noch opmerking had voor hen die gebukt gingen onder armoede en uitbuiting. Daar ligt zeker schuld die we ons aan mogen trekken. De opkomst van Marxisme en andere bewegingen hebben we mede aan dat falen te danken. Maar daarom is het nog niet de weg om nu dat Marxisme als inspiratiebron voor je theologisch spreken en handelen te kiezen. Trouwens, als het christelijk geloof voor hem niets anders is dan solidair zijn met de armen, het werk van de Messias voortzetten door je met de geknechten mee te laten knechten, heb je daar het christelijk geloof nog bij nodig, waarom zou je daar de naam van God nog bij noemen? Nu ik dit boek gelezen en bestudeerd heb, stemt het me nog meer tot diepe droefheid dat deze man notabene vanwege onze hervormde kerk als hoogleraar studenten moet begeleiden tot het ambt van dienaar des Woords. Dit is zó eenzijdig, zó vooringenomen, bovendien ook zó drammerig en gedreven geschreven, dat je bij jezelf denkt: als deze beweging de boventoon gaat krijgen in kerk en wereld en je bent het er dan niet mee eens, dan wordt jij een nieuw soort geknechte en onderliggende. Ik kan predikanten en studenten juist daarom de lezing van dit boek aanbevelen om kennis te nemen van het inhoudelijke van het denken van onze nieuwe kerkelijke hoogleraar in Leiden. Om niet op kreten en geruchten van derden af te gaan, maar het zelf uit zijn mond te lezen en om zo des te meer te beseffen waar we, ook in onze kerk, aan toe zijn.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's