De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hasselaar en de Gereformeerde Bond (2)

Bekijk het origineel

Hasselaar en de Gereformeerde Bond (2)

12 minuten leestijd

Vele gedachtenwisselingen die hartelijk, van hart tot hart rond het 'Hart van de zaak', moesten zijn, verlopen hatelijk, waarbij ieder zich miskend voelt, en wellicht terecht.

Moeilijk, maar de moeite waard

Ook ik - zoals waarschijnlijk velen - heb met gespannen aandacht het speciale nummer van 'In de Waagschaal' gelezen, waarin met grote ernst vragen gesteld worden aan het bestaan(srecht), de handelwijze, en de (al dan niet) vruchtbare bijdrage van de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk. Het is heilzaam om zo nu en dan in de waagschaal gegooid te worden door anderen. Het is goed te horen hoe anderen ons wegen.

En als deze anderen ons in hun waagschaal 'te licht bevinden', dan is het zaak nauwlettend op hun redenen te letten.

Vooral als er met zo grote ernst 'gewogen' wordt als ik ervaar bij het lezen van het artikel van prof., Hasselaar. Met des te grotere belangstelling volg je dan ook de reacties in de Waarheidsvriend. Je hoopt op een gesprek. Maar dat zal moeilijk zijn, 'als je elkaars taal niet spreekt', zoals Van Gennep terecht zegt. Daardoor komt de spiritualiteit van de ander ook niet over. Immers onze taal is het middel om van hart tot hart te communiceren. Bij veel gesprekken in onze kerk ervaar je die verstaansmoeilijkheid. Vele gedachtenwisselingen die hartelijk, van hart tot hart rond het 'Hart van de zaak', moesten zijn, verlopen hatelijk, waarbij ieder zich miskend voelt, en wellicht terecht. Een echte gedachtenwisseling tussen de Waarheidsvriend en In de Waagschaal. Moeilijk, maar het is de moeite waard!

Verder dóórpraten

Ik ben dankbaar voor de gelegenheid die de redactie mij geeft om enkele gedachten op papier te zetten. Hopelijk als constructieve bijdrage tot voortgaand gesprek, niet in het minst in eigen kring. Daarbij beperk ik mij tot het artikel van prof. Hasselaar. Voor mijn gevoel zijn het vooral zijn colleges geweest die mij zicht gegeven hebben op nieuwe vragen aan én mogelijkheden vanuit de traditie, juist ook van de gereformeerde theologie. Dat alles hoor ik in Hasselaars vragen aan ons in In de Waagschaal weer doorklinken. Daarom wil ik proberen op papier te zetten hoe ik vooral zijn vragen naar ons als Geref. Bond verwerk.

Bij de andere artikelen hoop ik alleen maar dat In de Waagschaal de wedervragen zal opnemen en verwerken. Ik denk bijv. aan de m.i. zeer ter zake zijnde vragen van C. den Boer betreffende de Bevinding, mede vanuit enkele prachtige citaten bij Van Ruler.

Ds. W. Dekker van Loenen a. d. Vecht was zo vriendelijk mij zijn artikel vooraf toe te zenden. Wat hij schrijft, wil ik alleen maar hartelijk bijvallen. Mijn bijdrage raakt veelal dezelfde thema's als hij naar voren brengt. Maar hopelijk verlevendigt dat het gesprek in de goede zin.

Negatief over de kerk

Als Hasselaar spreekt over de eenheid van de G.B., die toch beslist niet homogeen is, dan vraagt hij zich af of 'het negatieve oordeel over de kerk de facto, zoals ze zich aandient', niet de eigenlijke samenbindende factor is.

Nu gaat het mij er niet om of dit juist is of niet. Ik geloof overigens dat de geestelijke eenheid positiver is dan Hasselaar hier stelt.

Ik geloof stellig dat als het ons zou gelukken de diversiteit binnen de G.B. in vruchtbare, theologische bezinning ter sprake te krijgen, de geestelijke eenheid wel eens groter kan zijn dan we zelf dachten, ondanks theologische diversiteit.

Maar ik hoor in deze kritische vraag nog iets anders. Wie geregeld publicaties in de Waarheidsvriend of in boeken uit G.B. kring leest, weet dat juist een grote liefde tot en meelijden met en aan de Herv. Kerk velen uit onze G.B. traditie gedrongen heeft.

Ik denk bijv. aan de wijze waarop ds. W. L. Tukker als voorzitter gewoon was te spreken en te schrijven over de kerk.

Zonder hoogmoed, zonder verheerlijking van 'eigen gelijk', wel vol hoop en verwachting als God ons allen 'aangordt'.

Toch wordt die liefde vaak niet door de rest van de kerk ervaren. De kritiek vanuit de G.B. op het kerkelijk handelen komt over als beschuldigend, negatief, hard, dus: hoogmoedig. M.a.w.: Men verwijt ons lippentaal als we het hebben over 'liefde tot de kerk'.

Nu is het wel zo dat als liefde niet gewenst is, men ze ook niet ervaren zal; en bij onwil kun je liefde ook niet bewijzen. Maar aan ons de kritische vraag: Als anderen onze kritiek als hard ervaren, komt dat soms ook omdat men het gevoel heeft dat de vragen door ons niet verwerkt zijn. Belijden van solidariteit in de schuld der kerk is alleen geloofwaardig bij solidariteit in de worsteling van de kerk. Dit brengt mij op een ander punt:

Worsteling om de Waarheid

'Een vrucht van gereformeerd belijden is onbevangenheid' , zo formuleert Hasselaar. Hij gaat in dat gedeelte in op de aloude vraag van belijdenis en belijdende kerk.

Ik heb niet de pretentie hierover iets te kunnen zeggen wat niet beter gezegd is. Alleen dit: ik vind het jammer dat collega Exalto dit punt erg negatief opneemt, nl. in zijn afweer van de beschuldiging dat het in de Bond gaat om een wettisch hanteren van de Belijdenis. En hij heeft daar recht toe. Juist collega Exalto laat niet af te benadrukken dat het om het léven des geloofs gaat in de omgang met de Belijdenis.

Wanneer echter Exalto tegelijk bedoelt dat in de Belijdenis ook ten principale alles is uitgezegd wat God ons in Zijn Woord te zeggen heeft; en wanneer hij bedoelt dat in de voortgang van de geschiedenis van de kerk in deze wereld er geen wezenlijk nieuwe vragen opkomen en dus ook geen wezenlijk nieuwe antwoorden uit de Schrift gegeven kunnen worden, dan kan ook ik hem daarin beslist niet volgen.

Persoonlijk heb ik dat dankbaar geleerd van Hasselaar en bij de lezing van Barth, wat Hasselaar zo formuleert: 'dat de waarheid van de belijdenis ons nog veel doet verwachten van de Schrift', en: 'dat in de kerkelijke belijdenis God laat zien hoe Hij met Zijn kerk op weg is, en over haar regeert'. En God regeert door Woord en Geest verder. Met de belofte dat Hij ons zal helpen nieuwe antwoorden te vinden op de nieuwe demonen, zonden en machten die ons bedreigen en waar Calvijn geen weet van had en kon hebben. Maar dat wil zeggen dat de worsteling om de waarheid verdergaat! De Belijdenis der kerk zegt er dan wel direct bij dat we op die nieuwe vragen geen andere antwoorden mogen geven dan we 'van Hem Zelf gehoord hebben'.

Nieuwe antwoorden zullen nieuwe schatten uit het Woord moeten zijn, anders zullen die nieuwe antwoorden al snel oude ketterijen blijken te zijn.

Nieuwe schatten:

Die worsteling proef ik bij Barth, Miskotte en Noordmans. Wie de zgn. 'tijdspiegel' leest als inzet van Miskotte's boek 'Als de goden zwijgen', wie 'Edda en Thora' leest, komt onder de indruk van het 'schouwen van het huidige tijdsgewricht'. Wij hoeven en mogen een ander de profetenmantel niet om te gooien, maar toen ik voor 't eerst deze gedeelten las over het wezen van het nihilisme, over het heidendom als de meer-dan-sluimerende kracht in de christelijke cultuur; als ik lees hoe het wezen van het nazidom doorschouwd werd als maar niet een-allerverschrikkelijkst-incident; als ik lees hoe hij worstelt met de schrikbarende secularisatie en de wortels ervan en dat toch in een tijd dat de kerken nog vol zaten en het corpus christianum nog intact was, dan is het toch niet overdreven te zeggen dat God ons nog 'zieners' heeft geschonken aan wie we ook nu mijns inziens alleen tot schade aan voorbij kunnen gaan.

Maar wat mij vooral heeft bemoedigd is dit: dat ik in preken en meditaties, en vooral in 'Bijbels ABC' en in het tweede deel van 'Als de goden zwijgen' over het Oude Testament, heb bemerkt dat de Heilige Schrift zich niet onbetuigd laat, maar zo verrassend nieuwe schatten voortbrengt. God laat die moderne mens die midden in het secularisatieproces zit, in de Godsverduistering, niet in die koude doodgaan: God heeft 'een woord' voor hem en haar. Maar dan zijn er wel predikers nodig die die vragen kennen en die net zoals Hizkia die brieven in de tempel neerlegde voor God, met die vragen net zolang bij de Bijbel aankloppen totdat de Heilige Geest ons in nieuwe aspecten van de Waarheid inleidt.

Zelf denk ik hierbij aan wat Miskotte noemt: het 'tegoed van het Oude Testament'. Nadere uitwerking is hier verder onmogelijk.

Onbevangenheid

Echter: 'Hiervoor is onbevangenheid nodig', zo zegt Hasselaar. En die onbevangenheid is juist gereformeerd.

Hoe men ook over het laatste stukje van Hasselaar's artikel denken mag als hij zegt die onbevangenheid te missen bij vele studenten uit de.G.B.: de zaak zelf moet ons ter harte gaan.

Trouwens bij het lezen van Exalto' s reactie op dit punt trof het mij hoe jammer het is dat beide theologen elkaar hierover kennelijk niet gesproken hebben, want wie Hasselaar een beetje kent, weet dat het hem er zeker niet om gaat om bittere opmerkingen te maken.

Of collega Exalto gelijk heeft dat het met die bevangenheid meevalt onder ons, kan ik niet beoordelen. Alleen moeten we er ontzettend tegen waken en de waarschuwing van een kerkelijk hoogleraar ter harte nemen.

Per slot van rekening gaat het om de vrijheid van Gods Woord. En bevangenheid bindt Gods Woord.

Bond en Kerk

Wat W. Dekker hierboven schrijft over het latente gevaar bij alle groepsvorming rond de Laarheid Gods waarbij onze ideeën over de Waarheid gaan heersen over die Waarheid, terwijl die toch alle verstand te boven gaat, dat hoef ik niet te herhalen.

Juist nu allerlei beroep op ons als G.B. gedaan wordt door 'evangelical' groepen om samen te werken in nieuwe organisaties, blijven Kohlbrugge's motieven tegenover de Afscheiding en Earth's nadruk op de Souvereiniteit en de Vrijmacht van God in Zijn Openbaring steeds actueel.

Maar graag wil ik Hasselaars kritische vraag aan ons als G.B. - de bekende vraag dus ook naar de organisatie als middel - ook nog verwerken naar een ander punt. Misschien wat persoonlijk gekleurd, maar ik hoop toch als bijdrage tot de discussie.

Ik ben er dankbaar voor dat ik de vijfjaar dat ik predikant ben steeds in een kerkelijke situatie mag werken, waar ik vaak in pastoraat en in prediking gemeenteleden uit andere tradities ontmoet.

Ik ben daar dankbaar voor: juist de levende ontmoeting met gemeenteleden ook uit andere tradities confronteert mij met de vraag naar wat ons wezenlijk beweegt. De vragen van anderen hebben dan een 'gezicht'.

Mijn antwoord, mijn 'neen' in bepaalde zaken kan niet zonder verantwoording. Het dwingt tot voortdurende bezinning op de Schrift.

En de vraag naar het leven uit de gereformeerde belijdenis wordt dan juist niet zwakker maar sterker.

Naarmate wij als Geref. Bond meer die intensieve relatie en confrontatie beoefenen met 'de anderen', juist ook in de levende kerkelijke praktijk, zullen we ook méér die heilzame hulpeloosheid ervaren tegenover zovele steeds weer nieuwe vragen die zwaar zijn om te verstaan. Juist dat dringt tot leven uit Schrift en Belijdenis.

Wat ie zeggen wil is dit:

'Groepsvorming rond de Waarheid Gods mag, maar er kunnen grote ongelukken gebeuren' - zo schrijft W. Dekker.

Hetzelfde zou ik in dit verband zo willen zeggen: Organisatievorming mag en wie is niet blij met het werk van een HGJB, een IZB etc. ten dienste van een stuk gemeenteleven.

Maar zodra de organisatie feitelijk, praktisch de kerk als geheel gaat loslaten, dan gaat het in die organisatie zelf fout. Vragen worden niet meer gehoord of snel afgedaan; hulpeloosheid wordt niet meer ervaren, en dus wordt de noodzaak tot nieuw luisteren naar de Bijbel én naar de Belijdenis der vaderen niet gevoeld. Het gevaar is dan niet denkbeeldig dat de Belijdenis inderdaad in de kluis komt te liggen, zonder innerlijk geleefd te worden. Kortom, mijns inziens is isolement niet (onze) kracht, althans niet de kracht die het Evangelie bedoelt.

Dat is mijn conclusie t.a.v. de verhouding Bond - Kerk vanuit wat ik bij Hasselaar meegekregen heb.

We zullen midden in de kerkelijke praktijk in onze kerk gevonden moeten worden. Ten dienste van de kerk, maar vooral: terwille van onszelf. Ook al zijn we midden in die kerk vaak helemaal niet zo welkom als bij Van Gennep in zijn artikel 'Verbond met de Bond'... En ik geloof hem op zijn woord. Maar, om ook eens een onvriendelijke opmerking te maken: dr. F. Nijssen, voormalig directeur van het Herv. Ev. Beraad, met zijn voorstel dat de Bond er maar beter uit kan gaan om samen met enkele andere kerkgroeperihgen een 'rechtse kerk' te stichten, hij is óók midden-orthodox.

Maar de G.B. moet omwille van zichzelf intensief kerkelijk meedoen. Het zal steeds weer als machtsstreven uitgelegd worden. Daar moeten we ons maar niets van aantrekken. Als we voor God maar weten dat het ons daar niet om gaat.

Tenslotte

Uitdrukkelijk heb ik me willen beperken tot wat 'hardop denken' bij het lezen en herlezen van 'In de Waagschaal' en de eerste reactie op Hasselaar door collega Exalto.

Immers: de zaak raakt je heel wezenlijk: je bent lid geworden van deze organisatie in kwestie. En dat waarachtig niet omdat het slechts ƒ10, - per jaar kost. Of omdat het zo 'gemakkelijk' zou zijn.

Als dan de man, wiens oordeel je hoog acht, de hele zaak principieel afwijst - maar dat wist je allang - en er desondanks zorgvuldig en ernstig op ingaat, dan probeer je zijn kritische vragen te verwerken voor jezelf en voor de Geref. Bond in de Kerk. Hopelijk is het een bijdrage tot intern gesprek. Daarmee is het eigenlijke huiswerk, zoals J. v. d. Graaf het terecht noemt, nog niet begonnen. Dat ik hoop dat dat gedaan wordt, zal duidelijk zijn.

Dat de theologieën van Barth, Miskotte, Noordmans thetisch tersprake zullen komen onder ons. Nogmaals: hun antwoorden op de door hen diep onderkende vragen. Of hun antwoorden de juiste zijn, is een andere zaak. Dat is slechts te onderkennen als eerst de vragen waar zij mee worstelden onder ons verwerkt worden.

Dit alles opdat we dan ook met veelmeer redenen omkleed onze vragen mogen stellen aan velen die zich leerling noemen van Barth, Miskotte en Noordmans. Want die vragen zijn er!

Maar daar gaat het nu niet over. De dringende vraag van W. Dekker aan 'In de Waagschaal' is voorlopig genoeg!

Hasselaar e.a. hebben ons hun vragen voorgelegd.

Ik hoop op een gesprek in eigen gelederen. Uit eerbied voor de Waarheid waarvan de lengte en breedte, hoogte en diepte niet te bevatten zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hasselaar en de Gereformeerde Bond (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's