De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

14 minuten leestijd

In het blad De christelijke school stond het volgende aardige rijm in vier dialecten:

• 'Ik bidde oew, jonge volk van noew:
Hoaldt d'eigen sproake in eer'n
oew beste doon de-j Hollaands könt
Mar... 't eigne neet verleer'n (Twente)

• 'Ik vraog joe, jongelu van no
Hoal joen algen toal In eren,
Joen best doun, dat je goud Hollands kennen.
Mar joen algen' nalt verleren' (Groningen)

• 'Ik bid je, jonk volk van now.
Hol je eigen taol In eren.
Je best doen daj ok Hollands kent.
Mor 't eigen niet verleren'. (Drente)

• 'Ik bidde ow, jonge volk van noo,
Holdt de eigen spraok in aere,
Ow beste doon da'j Hollands kont,
Moar 't eigne neet verlaern'. (Achterhoek)

***

Zomaar een knipsel over 'Willem':

Hij had nooit bijster veel verstand bezeten,
hij was zo simpel als een kind van vier.
Hij wist alleen maar dat hij Willem heette
en zelfs die wetenschap deed hem plezier.

Zijn lichaam werd wel oud, maar niet zijn denken
dat kinderlijk en onvolwassen bleef
Hij had de maatschappij niet veel te schenken
maar in de kerk was Willem goed op dreef

Hij had zijn plaats vlak bij de ouderlingen
dan zit hij mooi dicht bij de dominee
Het fijnste van de dienst vond hij het zingen
Daar deed hij op zijn wijze graag aan mee.

Hij had van God een simpele gedachte,
God was Zijn Vader, groot en sterk en stoer.
Die in de hemel op hem zat te wachten.
En Jezus was vanzelf zijn grote Broer.

Hij had nog nooit een letter kunnen lezen
en van een dogma had hij nooit gehoord,
maar twijfels waren bij hem nooit gerezen,
want hij geloofde Vader op Zijn Woord.

Toen hij zo ziek werd op die woensdagmorgen
wist hij meteen dat hij nu komen mocht
Hij had dan ook geen angst en geen zorgen
want Jezus zou wel meegaan op zijn tocht.

Al heeft hij geen begrip gehad van zonde,
al was hij zo eenvoudig als een kind.
God heeft bij hem zo'n groot geloof gevonden
als hij bij theologen zelden vindt.

'Als een kind'

***

Het aantal reacties op Het voorontwerp wet gelijke behandeling heeft gigantische afmetingen aangenomen. Van dag tot dag ontvangen we afschriften van brieven, die aan het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (CRM) zijn gericht. Het is ondoenlijk om alles wat ons hierover thans bereikt in deze kolommen een plaats te geven. Enkele punten slechts.

Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zond dezer dagen een schrijven aan kerkeraden, waarin wordt opgeroepen vóór 1 februari een protestschrijven aan CRM te richten. Bijgevoegd was een artikel van prof. dr. W. H. Velema - een lezing gehouden op een voorlichtingsdag van de Evangelische Alliantie.

De Evangelische Alliantie schreef in een Appèlbrief:

September 1981 presenteerde het ministerie van CRM het 'voorontwerp van een wet gelijke behandeling'. Hierin zijn de ideeën uit bovengenoemde adviezen verwerkt. Het is allemaal wel iets subtieler geformuleerd, maar het komt op hetzelfde neer. Het wordt christelijke instellingen onmogelijk gemaakt, om inzake hun personeelsbeleid en dus ook inzake de inhoud van hun werk, Gods Woord als hoogste norm te hanteren. De wet verbiedt onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen, gehuwden en anderszins samenwonenden, homosexuelen en heterosexuelen in onder meer de volgende gevallen:

- bij het doen van een aanbod van arbeid

- het aangaan of beëindigen van een arbeidsovereenkomst

- in statuten of regelementen

- bij toelating als lid van een vereniging

- bij het toelaten tot onderwijs.

Wat het eerste punt betreft, men heeft bewust het woord 'advertentie' gemeden en stelt daarmee buiten twijfel 'dat het niet alleen gaat om advertenties waarin onderscheid wordt gemaakt, maar om alle wijzen van het aanbieden van werk waarbij onderscheid wordt gemaakt'.

Wat het laatstgenoemde punt; het onderwijs, betreft wordt betoogd 'dat het emancipatieproces er ten zeerste bij gebaat is wanneer in het onderwijs reeds aandacht wordt geschonken aan het beginsel van gelijkwaardigheid van mensen en het doorbreken van traditionele waarderingen en rolpatronen. Het toepassen van het non-diskriminatiebeginsel vormt daarbij een zeer belangrijk facet'. (...)

Er moeten zoveel mogelijk mensen op het voorontwerp reageren. Het is niet alleen onze plicht, maar het heeft ook zin. De opstellers van een van de adviezen schreef met het oog hierop: 'Slechts indien de weerstanden tegen een dergelijk verbod van zodanige aard zouden zijn dat het verbod krachteloos zou blijven of zelfs averechts zou werken, kan van de invoering ervan worden afgezien.

De Besturenraad protestants christelijk onderwijs wijst het voorontwerp van wet uitdrukkelijk af. Een persbericht terzake geeft het volgende:

BIJZONDER ONDERWIJS OP DE TOCHT...

De Besturenraad P.C.O., belangenbehartiger van ruim 2050 schoolbesturen In het protestants christelijk onderwijs staat in beginsel positief tegenover wetgeving welke tot doel heeft ongerechtvaardigde discriminatie tussen burgers in ons land op grond van o.m.: geslacht of geaardheid tegen te gaan.

Hoewel het 'Voorontwerp van een wet gelijke behandeling' dit doel wel beoogt, wijst de Besturenraad dit voorstel, afkomstig van het ministerie van C.R.M, en nog ondertekend door leden van het vorige kabinet uitdrukkelijk af.

Dit wetsvoorstel, welke van toepassing is op arbeid, onderwijs, bedrijfs-en verenigingsleven en de overheid, heeft grote consequenties voor het bijzonder onderwijs. Als deze wet ingevoerd wordt is het verboden nog langer onderscheid te maken op grond van geslacht, huwelijkse staat, of homofilie. Het ontwerp maakt een uitzondering voor voorzieningen en activiteiten van godsdienstige en levensbeschouwelijke aard.

De gevolgen voor het bijzonder onderwijs gelden met name de toelating van leerlingen en studenten, het benoemings-en ontslagbeleid en de statuten en reglementen van een schoolvereniging.

In dit voorontwerp wordt in het geheel geen rekening gehouden met het eigen karakter van de instellingen van bijzonder onderwijs.

Een schoolbestuur zal toch bij een benoeming het recht moeten hebben te beoordelen of een sollicitant, tegen de achtergrond van grondslag en doel van de instelling, in de organisatie past of niet. Met dit voorontwerp wordt aan een schoolbestuur de mogelijkheid ontnomen iemand af te wijzen omdat die een (gehuwde) vrouw is, ongehuwd samenwoont of homofiel is. De Besturenraad is van mening dat met dit ontwerp de vrijheid van onderwijs ontoelaatbaar wordt aangetast. Verder wordt de vrijheid van godsdienst zeer beperkt opgevat. Die vrijheid houdt namelijk ook in de eigen overtuiging binnen een organisatie te beleven en vorm te geven.

Als dit voorontwerp toch wet wordt zullen voordien ingrijpende wijzigingen moeten plaatsvinden, anders is het voor het bijzonder onderwijs onaanvaardbaar.

Bijgevoegd commentaar is inmiddels naar het minsterie van C.R.M, verzonden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: mr. R. T. Steinvoort-de Groot, 070-694201 tst. 17; K. D. Bruintjes, 070-694201 tst. 55.

Er worden van bepaalde zijde ook krachtige pleidooien gevoerd voor de wet.

De protestantse stichting voor verantwoorde gezinsvorming doet b.v. op de volgende wijze een duit in de zak:

De PSVG is een protestantse organisatie die zich bezighoudt met vorming en voorlichting op het gebied van seksualiteit en relaties.

Een belangrijke beleidslijn van de PSVG is het bestrijden van die waarden, normen, regels en ethiek, die ertoe leiden dat mensen in onvrijheid moeten leven. Met deze beleidslijn probeert de PSVG haar visie op het evangelie en op de bijbel concreet gestalte te geven.

De PSVG gaat daarbij het stellen van ethische vragen niet uit de weg. Nieuwe opvattingen en ontwikkelingen worden niet kritiekloos verworpen of geaccepteerd, noch ook worden bestaande waarden even kritiekloos verworpen.

Een centrale vraag in het werk van de PSVG is: leveren nieuwe ontwikkelingen een bijdrage aan de leef-en keuzemogelijkheden van mensen?

Het voorontwerp van een Wet Gelijke Behandeling (de zogenaamde anti-discriminatiewet) is zo'n nieuwe ontwikkeling die de PSVG krachtig wil steunen. De wet is een voortvloeisel van de Wet Gelijk Loon (1975), de wijziging van de Grondwet, waarin een non-discriminatie-artikel werd opgenomen (1979), en van de Wet Gelijke Behandeling van mannen en vrouwen (1980).

Bij de Wet Gelijke Behandeling gaat het om de erkenning van de principiële gelijkwaardigheid van mensen. Via deze wet kan voorkomen worden, dat mensen op grond van vermeende ongelijkwaardigheid bepaalde rechten en mogelijkheden worden ontnomen. De voorgestelde anti-discriminatiewet is nog maar slechts een eerste stap.

Wie het pleidooi voor gelijkwaardigheidsverhoudingen in de samenleving afwijst, probeert daarmee onderdrukte en achtergestelde groepen op hun plaats te houden en de eigen bevoorrechte positie veilig te stellen.

Onderscheid tussen mensen mag er zijn, maar dat onderscheid mag nooit vertaald worden in termen van ongelijkwaardigheid. Laat staan dat dat in wettelijke regels wordt vastgesteld. Daarom ook is de PSVG tégen het opnemen van nog meer ontheffingsbepalingen in de wet.

Het maken van uitzonderingen op de (wettelijke) regel schept precedenten. Daardoor wordt mogelijk gemaakt datsteeds meer organisaties voor zo'n ontheffing in aanmerking willen komen. Organisaties, die met een onjuist beroep op hun gewetensbezwaren, weigeren de principiële gelijkwaardigheid van mensen te erkennen en daarnaar te handelen. Daarnaast zou zich er de paradoxale situatie voordoen, dat via een anti-discriminatiewet wettelijk geregeld wordt, dat bepaalde organisaties kunnen blijven doorgaan met hun ronduit discriminerende praktijken. Met andere woorden: de PSVG vindt dat ook de organisaties die zich verenigd hebben binnen de Evangelische Alliantie zich moeten onderwerpen aan de bepalingen van een anti-discriminatiewet.

Een vraag onzerzijds: kan de PSVG haar naam nog wel handhaven? Het gaat haar toch om verantwoorde gezinsvorming?

***

Het Hervormd Kerkblad Voetius (Altena en Heusden) geeft het volgende verhaal over 'De lijdensgeschiedenis van een Bijbel', geschreven door Lic. H. Klugkist, in leven predikant te Wuppertal-Elberfeld in Duitsland (overgenomen uit het Kerkblaadje van de Vrienden van Kohlbrugge):

Het is slechts een blad of een heel klein blaadje aan de boom van de lijdensgeschiedenis van onze vaderen-in-het-geloof.

Nu moesten zij zich ook gereedmaken voor de vlucht. Want waarom zou men elkaar verdringen om de marteldood te ondergaan? De martelaarskroon komt vanzelf voor hem, die zich haar waardig maakt. Daarom nam een kleine gemeente van hervormden in Frankrijk, die getroffen waren door de bankvloek van koning Lodewijk XVI, het besluit om te vluchten. De oude predikant Ormond ging naar alle gezinshoofden van zijn kleine schare en drong er bij hen op aan, de dingen die zij het allermeest nodig hadden bijeen te brengen en in draagbare pakken met touwen aaneen te binden. Een zware last was voor hen de zorg, of de vlucht over de grens hun wel zou gelukken. In een stormachtige nacht braken zij op. Door de tuin van een ouderling, die Brunet heette, kwamen zij op de grote weg en, toen zij drie uur gaans achter de rug hadden, sloegen zij links af naar het gebergte. De oude Ormond had dit gebied nauwkeurig verkend en leidde zijn kudde. Ook hij had een pak in zijn hand. Dit bevatte een vierhoekig voorwerp, waarvan hij geen afstand wilde doen: een uitzonderlijk dikke bijbel. Ik heb deze met eigen ogen gezien.

In een diep ravijn vonden de voortvluchtigen hun eerste onderkomen en hun eerste rustplaats. Reeds waren de vervolgers hun op het spoor. Zij reden in snelle vaart langs de Rhone en dachten, dat het toch niet zo moeilijk zou zijn om zeventig mensen, die zich tezamen hadden verborgen, op te sporen. Daarom bleven de vervolgden vier dagen in een grot bij uiterst guur weer. Tenslotte waagden zij het om verder te gaan. Nu moesten zij de Rhone oversteken. Een bevriend oeverbewoner vervaardigde een vlot, en twee aan twee of drie aan drie kwamen de vluchtelingen bij hem aan. Drie volle nachten duurde dit oversteken. Eindelijk was alles aan de overkant, het vlot werd vernield, en de eigenaar ervan sloot zich bij de vervolgden aan. Zij verdwenen in een donker bos. Alleen 's nachts trokken zij verder, maar overdag verborgen zij zich in de uitgestrekste bossen. Het ergste was, dat zij geen vuur hadden en dat de levensmiddelen, die zij hadden meegenomen, binnen afzienbare tijd opraakten. Door wortels van planten te eten wisten zij hun leven te rekken. De meesten leden gewillig honger en ontbering. Zo werd de reis wekenlang voortgezet. De mensen beschouwden hen als doortrekkende zigeuners en keken hen met bijgelovige vrees aan. Op de heilige dagen des Heren hielden zij in de uiterste afzondering hun sobere godsdienstoefeningen. En dan nam de predikant uit zijn pak het plompe hoekige voorwerp, dat er hoe langer hoe meer gehavend door weer en wind uitzag. Het was een bijbel, gedrukt nog in de dagen van Calvijn. Ik heb deze met eigen ogen gezien. Eindelijk was de Rijn en de Elzas bereikt. Een nieuwe moeilijkheid was, dat niemand ook maar één woord Duits verstond. Daarom trokken zij zich ook nu schuw terug. Als hun gevraagd werd, waar zij heengingen, dan zeiden zij wel: 'Naar Pruisen, naar Berlijn'. Maar niemand wist, waar het lag en welke weg zij moesten inslaan. Zij trokken de Rijn afwaarts, staken boven Mainz de rivier over en verdwenen in de bossen van de Taunus, nog steeds beschouwd als heidense zigeuners, die niemand in het dorp wilde laten overnachten. Het laatste, dat zij bij zich hadden, was uitgeput, en er scheen niets anders meer over te blijven dan te gaan bedelen. Het was op de zaterdag vóór Pasen, dat zij hun kwartier opsloegen in het kreupelhout, waarin niemand meer de weg wist te vinden. Met macht liet de honger zich gevoelen. Er waren alleen nog maar harde broodkorsten om de honger van de kinderen te stillen. Niemand wist waar zij zich bevonden. Slechts de woorden van de zwaarbeproefde predikant gaven enigszins moed. Uit dat oude boek in de Franse taal versterkte hij door de prediking van het kruis en de opstanding van de Heiland de harten. De bijbel zag er verschrikkelijk uit en hing, doorweekt door regen en weer, nauwelijks meer in de band.

Tegen de middag van de Paasdag werden de vluchtelingen verrast door de komst van een ruiter van voorname allure en in voorname kleding, begeleid door twee heren en wild blaffende honden. De ruiter bleef versteld staan en keek verwonderd naar de bruine gestalten, die hij voor een troep zigeuners hield. Toen ging de oude predikant Ormond voor hem staan en sprak hem aldus toe: 'Wij zijn protestanten uit Frankrijk, verdreven, vervolgd, en wij zijn al haast maandenlang onderweg. Laat ons in vrede gaan! Maar als u ertoe in staat bent, moge het U behagen de hongerigen te spijzigen. Sinds drie dagen hebben wij geen voor mensen geschikt voedsel meer gebruikt'. - Het was een edelmoedig mens, tot wie hij sprak. Het was graaf Wilhelm Moritz von Solms-Braunfels. Hij gaf de hongerigen brood, hij gaf de ballingen land. Hij schonk hun huizen en goederen.

Hij onderhandelde met de inwoners van het dorpje Daubhausen en vroeg hun of zij hem hun huizen en landerijen wilden verkopen onder voorwaarde dat hij hun ander land goedkoper zou afstaan, dat zij konden bewerken, en dat hij voor hen uit zijn bossen een nieuw dorp met kerk en school zou opbouwen. Zij stemden hierin toe. En reeds op de tweede Paasdag, om de vervolgden niet langer te laten wachten, vertrokken zij en vonden in de naburige plaatsen onderdak. De vervolgde Franse gemeente echter kon zich nu in Daubhausen vestigen, waarvoor zij uiterst dankbaar was. Door nijverheid en vlijt kwam zij tot bloei met haar filiaaldorpje Greifenthal. - De namen van de families Ormond en Brunet bleven aldaar de eeuwen door bewaard. De bron, waaruit de uitgeputten vanuit het kreupelhout van het bos water haalden, wordt nog heden de 'Fransenbron' genoemd. De oude Franse bijbel uit de tijd van Calvijn is ondanks zijn gehavende toestand bewaard gebleven.

Ik heb hem met eigen ogen gezien. Een aanstaand zendeling uit het Zendingshuis te Barmen bracht hem mij in de afgelopen zomer. Lange tijd lag hij in mijn kamer en van tijd tot tijd heb ik hem nauwkeurig bekeken. Een boek, dat zou hebben kunnen zeggen: 'Al Uw waterstromen, Here, zijn over mij heengegaan!' Deze bijbel draagt het kenmerk van de weken en maanden, waarin hij met de vervolgden en daklozen en vreemdelingen en hongerigen, met de kleine gemeente, die prijsgegeven was aan de grillige weersgesteldheid, meeging van over de Rhone en de Rijn tot aan dat toevluchtsoord in Daubhausen. Af en toe tilde ik hem op en voelde hoe zwaar hij was. Al was hij nog zo belast door druk en leed, door zorgen en vurig verlangen - van deze last heeft hij de oude man met zijn grijze haren, geen afstand kunnen en willen doen. De namen en getallen, de data van verjaardagen zijn meermalen hierin opgetekend, maar bijna niet meer leesbaar en ten dele uitgewist.

Toch bekeek ik ze met eerbied: dit zijn de namen van hen, die de lijdensgeschiedenis van de Heiland niet slechts overdacht, maar deze ook in hun eigen lichaam ondervonden en doorgemaakt hebben.

Dit alles is slechts een blad, een heel klein blaadje aan de boom van de lijdensgeschiedenis van onze protestantse vaderen. Maar heel wat staat hierop geschreven voor hem, die in staat is het te lezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's