Vragen rondom de verstaanbaarheid (slot)
De bedoeling van de prediking is dat mensen het Woord van God gaan verstaan,
De bedoeling van de prediking is dat mensen het Woord van God gaan verstaan, zodat het een doorslaggevende rol gaat spelen in hun leven. In deze laatste bijdrage over dit onderwerp willen wij enige aandacht besteden aan de prediker, die geroepen is dit Woord van God te verkondigen. In de tweede plaats moet ook de hoorder in het vizier komen. Wat is het effekt van de prediking bij de hoorders? Tenslotte zal blijken, dat niets zo hard grondig nodig is als de werking van Gods Geest om tot een werkelijk verstaan te komen van Gods Woord.
De prediker
De verantwoordelijkheid van de prediker is groter dan die van de arts, de burgemeester en de manager, omdat aan hem de zielen van zijn toehoorders zijn toevertrouwd (Ezech. 3 en 34). Tot die verantwoordelijkheid behoort, dat hij in zijn woorden het wel en wee van het Woord aan het woord laat komen. Het Woord is een scherpsnijdend zwaard. Het werpt neer, maar richt ook op. We worden geroepen om af te breken, maar ook op te bouwen. Ten diepste gaat het om de prediking van Christus. De Schriften zijn het die van Hem getuigen. De opdracht om deze Boodschap te vertolken in een taal die verstaan kan worden, zou mensonmogelijk zijn als Christus niet onze Zender zou zijn. Maar Hij staat er achter en Hij staat er voor in. Het Woord zal niet ledig wederkeren. Dat ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid, maar onderstreept die. We kunnen het Woord niet ernstig genoeg onderzoeken en niet dringend genoeg leggen aan de harten der hoorders. Hoe zou het anders waar kunnen zijn: Wie u hoort, hoort Mij.
Naast het besef van verantwoordelijkheid is kennis van zijn afhankelijkheid nodig. Hij is maar een beperkt mens, zelfs al zou hij meer dere talenten gekregen hebben. Hoe naarstig hij ook de Schriften onderzoekt, ten diepste leeft hij van het 'gegeef'. Hij moet ook eerst zelf het Woord ontvangen 'in de toegenegenheid des harten', wil hij zender kunnen zijn. Paulus vraagt om de voorbede van de gemeente, opdat hij in staat zou zijn de verborgenheden van het evangelie bekend te maken. We hebben hulp van Hogerhand nodig.
Dat geldt in des te sterkere mate als wij zien hoe geschakeerd de gemeente is samengesteld. Weliswaar bestaat de gemeente uit tweeërlei kinderen van het Verbond, maar daarin bevindt zich toch ook een scala van typen hoorders. We denken aan gevoelsmatige en verstandelijke typen, aan mensen van verschillende leeftijdsgroepen, maar ook aan mensen die leven uit het denken van een bepaalde cultuurperiode. Van der Meiden onderscheidt zelfs diverse behoeftengroepen. Aan al die verschillende typen moet die ene Boodschap worden verkondigd. En al zal hij lang niet iedereen even sterk kunnen aanspreken, elke prediker zal moeten zoeken naar woorden en wegen om zijn hoorders te bereiken. Dit betekent één grote worsteling om aan de ene kant naar woorden te zoeken en aan de andere kant het Woord in zijn volheid te laten staan. Wij mogen immers niets van het Woord afdoen noch eraan toedoen. Het gaat om de eer van God en om de zaligheid van mensen.
De hoorders
Wij stellen voorop dat de hoorders iets moeten merken van de worsteling van de prediker. De Boodschap mag niet als iets vanzelfsprekends overkomen. Maar wordt de Boodschap ook verstaan?
Met 'verstaan' bedoelen wij niet alleen maar het kunnen volgen van de prediking. Dat is uiteraard wel van grote betekenis. Als je de prediking niet kunt volgen, zal het moeilijk tot het verstaan kunnen komen. Maar het kunnen volgen op zich is niet genoeg. Het is ook niet voldoende om het met de prediking eens te zijn. Soms is verzet tegen de prediking heilzamer dan het verstandelijk instemmen ermee. Het verzet toont aan, dat de prediking ons toch ergens heeft geraakt.
Tot het verstaan komt het, wanneer ons verzet is gebroken en ons hart is geopend zodat wij acht geven op het Woord dat gesproken wordt. De kamerling kwam tot het verstaan van het Woord en van de Christus der Schriften door het onderricht en door het geloof. 'En het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods'.
In een appellerende taal wordt tot dat geloof opgeroepen: Gelooft het evangelie. Tegelijk mogen we niet over het hoofd zien, dat het geloof een vrucht is van de Heilige Geest. De spanning tussen verantwoordelijkheid en afhankelijkheid, die we signaleerden bij de prediker, vinden wij in feite ook bij de hoorders. Het is de spanning tussen de oproep tot en de gave van hef geloof. Deze spanning mogen we in de taal der prediking niet opheffen. Op deze wijze wordt enerzijds voorkomen dat we in ons ongeloof worden gestijfd en anderzijds dat wij het geloof gaan zien als een vanzelfsprekende zaak. En dat is het bepaald niet. Het geloof is de grootste genade, zoals ook het ongeloof de grootste zonde is.
Woord en Geest
De aandacht die gevraagd wordt voor het Woord van God kan niet genoeg onderstreept worden. Het gaat in de prediking om het Woord. Maar prediker en hoorders hebben de Heilige Geest nodig om het Woord te verstaan. 'Hij zal u alles leren en zal u indachtig maken alles wat Ik u gezegd heb' (Joh. 14 vers 26).
Calvijn wijst er op, dat het geloof het Woord nodig heeft, zoals de vrucht niet kan zonder de wortel der boom. Betekent dit, dat ons prediken van het Woord voldoende is om de hoorders tot het verstaan te brengen? Calvijn antwoordt: 'En dit open en uiterlijk betoog van Gods Woord moest ruimschoots genoeg zijn om geloof te wekken, indien niet onze blindheid en hardnekkigheid het verhinderde. Maar, daar ons verstand geneigd is tot ijdelheid, kan het Gods Waarheid nooit aanhangen, en daar het stomp is, is het altijd blind voor zijn licht. Daarom, zonder de verlichting van de Heilige Geest, wordt er door het Woord niets gewerkt. Daaruit blijkt ook, dat het geloof het menselijk inzicht ver overtreft'.
Woord en Geest, prediking en Geest, vertolking en Geest, zijn beiden nodig, omdat anders de Boodschap niet verstaan en geloofd wordt.
Slot
Bij de vragen rondom de verstaanbaarheid, waarover overigens nog veel meer te zeggen zou zijn, gaat het vooral om drie dingen. In de eerste plaats dienen wij in verstaanbare taal te prediken. In de tweede plaats dient in onze prediking het Woord aan het woord te komen. Hoe dichter bij de Heilige Schrift we blijven, des te beter en des te helderder is de prediking. In de derde plaats kunnen wij bij spreken en luisteren niet zonder de Heilige Geest. Als er aan één ding behoefte is in onze dikwijls geesteloze tijd, dan is het aan theologen en gemeenteleden die vervuld zijn met de Heilige Geest Die van de Vader en de Zoon getuigt in onze harten. Veni creator Spiritus!
P. Buitelaar
P.S. Om alie misverstand te voorkomen. Bolkestein bekritiseert niet alleen de gereformeerde prediking, maar ook andersoortige.
B.
Rectificatie
In het artikel van P. Buitelaar, 'Vragen rondom de verstaanbaarheid(7), van vorige week op pag. 36, is een storende fout geslopen.
In de 3e kolom, de 2e regel onder het kopje 'Vertolken en de Heilige Geest' staat: de Heilige Claus. Dit moet zijn: de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's