Genade voor genade
'En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.' (Joh. 1 : 16)
Christus is een overvloeiende Fontein van heil, dat nooit vergaat; een Fontein tegen de zonde en tegen de onreinheid. In Hem is er 'genade overvloeiende voor de grootste der zondaren' (Bunyan). Jezus Christus is ons geworden wijsheid van God en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing (1 Cor. 1 : 30). Is dat niet alles? Is dat geen volheid?
Het is groot als een zondaar zulks mag weten en beschouwen. Groter is het echter, ja noodzakelijk, voor eigen hart uit die volheid te mogen leven. Johannes heeft die volheid en heerlijkheid mogen aanschouwen (vs. 14), niet slechts met een blote beschouwing, maar met ogen des geloofs. En voor wie op Hem mag zien met ogen des geloofs, is zien hebben. Dat volk kan zeggen: En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. Het is nodig dat wij deelkrijgen aan de genade van Christus. Hoe krijg ik die genade? Johannes zegt niet: Wij hebben het genomen! Wie iets neemt, wat niet rechtsgeldig hem geschonken is, die steelt. Hoevelen gaan er met een gestolen Jezus de eeuwigheid in? Hoevelen spreken slechts van geloven in Jezus en aangrijpen van de genade, alsof dat eigen werk kan zijn? Het ware genadewerk in een zondaarshart is geen mensenwerk, maar Geesteswerk.
Wij hebben het 'ontvangen', zegt Johannes. Het is ons eerlijk geschonken, uit genade. Want 'uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is gave Gods!' (Ef. 2). Een gave dus, maar dan inderdaad een gave die door het geloof ons deel wordt. Want genade te ontvangen wil nu ineens weer niet zeggen: maar stil gaan zitten afwachten. Geloven is juist de hoogste aktiviteit. Het is een zaak van toevluchtnemen uit de nood, van bidden, roepen en worstelen om het heil van uw onsterfelijke ziel. Het is uw weg op de Heere te wentelen en te vertrouwen dat Hij het zal maken. Het is alles Gods gave, maar die gave sluit de mens niet uit, maar in. Wij worden niet zalig als stokken en blokken (D.L. 3/4, XVI). Gods genade komt zo onze onwil te breken en het hart te neigen om te willen wat God wil, dat daar geboren wordt een komen tot Jezus (maar door Gods trekkende genade) en een aannemen van Jezus (maar door een geschonken geloofsvermogen). Zo mogen wij ontvangen 'genade voor genade'.
Het is genade dat wij Hem ontvangen; het is genade dat wij er genade bij ontvangen om Hem aan te nemen uit genade. Ja, zo getuigt het hele stuk van zaligworden ons van die overvloeiende volheid van genade, waaruit wij ook ontvangen genade voor genade. Gods ene genade legt als het ware weer de grond voor de andere genade. Augustinus heeft eens gezegd: Zo komt God Zijn Eigen gaven aan ons te kronen met nieuwe genade.
Genade was het reeds, dat God de Vader uit verkiezend welbehagen Zijn volk wilde aanzien in Zijn Eigen Zoon Jezus Christus. Dat volk is immers het overblijfsel naar 'de verkiezing der genade'. Gods verkiezing in Christus was genade. De overgave van Zijn Zoon in deze wereld was genade. Dat Hij wilde arm worden daar Hij rijk was, was genade. Het is alles de genade van God en Christus vóór ons. Daarbij is er ook genade nodig in ons. Namelijk dat wij ons hart deelkrijgen aan alles wat God in Christus voor ons wilde doen. Dat schenkt Hij door Zijn Heilige Geest in ons. Ook zo mogen wij uit Zijn volheid ontvangen genade voor genade.
Daar is zijn wederbarende genade in ons: ls Hij door Zijn machtwoord ons dode zondaarshart levendmaakt en ons doet ontwaken uit onze geestelijke doodsslaap. 'Tenzij dat iemand wederomgeboren wordt...'. En zijn we dan 'gearriveerd'? Neen, dat nieuwe leven moet ook gevoed, onderhouden en onderwezen worden. Er moet zijn een opwassen in de genade en in de kennis van onze Heere Jezus Christus. Ook dat is genade, als de Heere van stap tot stap Zijn Eigen werk komt onderhouden, bevestigen en versterken. De ware christen leert niet alles op één dag, zoals Luther eens beleed: mijn theologie heb ik niet op één dag geleerd! Calvijn zegt bij deze tekst: Gods kind heeft niet alles ineens. Er is meerdere genade nodig: genade voor genade. In bepaalde kringen treft men mensen aan, bij wie alles zo inééns schijnt te gaan. Men getuigt wel van zonde en genade, van verzoening door Jezus' Bloed, maar het gaat alles zo ineens. Vroeger was het niets met hen. Maar ineens mochten zij Jezus zien en aanvaarden als hun Verlosser. Nu zijn ze gered. Nu kunnen ze getuigen en van Jezus zingen enzo voort. Gearriveerde christenen dus. Zo leert Gods Woord het echter niet. Gods Woord spreekt van 'genade voor genade', niet van alles 'ineens'. Daar is ontdekkende genade, waardoor ik ontdekt word aan zonde en aan de gerechtigheid buiten mijzelf in Jezus Christus. Daar is arm-makende genade, die mij al mijn vermeende rijkdom afneemt en mij maakt tot een arme van geest. Daar is bekerende genade, die afkerigen omkeert op hun levensweg en heenkeert tot God. Daar is genade die naar Jezus doet zoeken. Daar is genade die Jezus doet vinden. Daar is de genade van de goede strijd des geloofs. Daar zal eens de genade zijn, die volkomen doet overwinnen. Want wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden (Matth. 24 : 13). Dan zal niet alleen het eerste woord, maar ook het laatste woord genade zijn. Daar wordt geen mens op grond van eigen deugden zalig, ook niet op grond van zijn bekering, maar uit genade alleen. Een oud godgeleerde, die dikke boeken over het geloof geschreven had, moest op zijn sterfbed zeggen: 'Nu blijft er van dit alles maar één woordje over, dat ik op de nagel van mijn duim wel schrijven kan: genade'! Het is alles 'genade voor genade'.
Het woord van de oude meester Lefèvre aan de Sorbonne in Parijs mocht mede dienen tot Calvijns bekering: Mijn zoon, het is alles genade! Genade bij het begin, genade bij de voortgang. En zal eens 't graf mijn stof verzaam'len, juigend zal in stervenspijn, 't laatste woord dat ik zal staam'len, vrije gunst, genade, zijn! Genade voor genade. Genade overvloeiende uit die Heilsfontein Christus.
Zo mag het woord van onze tekst een troostende belofte inhouden voor Gods kinderen. Ook na ontvangen genade kunnen zij nog zo menigmaal in het gemis leven, hunkerend naar meerdere genade. Johannes mag het u aanprijzen: er is ook meer genade. Er is uit Zijn volheid te ontvangen: genade voor genade. Hebben wij ooit in waarheid uit Zijn volheid genade mogen ontvangen, Hij wil meer geven. Hij zal meer geven. De Heer' is zo getrouw als sterk, Hij zal Zijn werk voor mij voleinden. Het gaat met Gods volk toch op naar de zaligheid. Waar de Fontein Christus begint té vloeien, daar is Hij onuitputtelijk. Die stroom houdt nooit weer op, want 'de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk' (Rom. 11 : 29). Op die Fontein mogen wij wijzen. In die Fontein ligt hoop en moed voor al Gods kinderen. Hij zal ons doen horen en ons blij doen zingen van 't heil voor ons bereid.
P.S. In de meditatie van vorige week stond in de 2e kolom, 14e regel van onderen: En het ware geloof is toch iets anders... Dit moest zijn: En het ware geloof is toch niets anders...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's