Boekbespreking
Drs. C. Huisman e.a. De vreemdeling in uwe poorten, uitg. Van den Berg, Zwijndrecht, 154 pag., prijs ƒ 16, 90 excl. porto.
De ondertitel van dit boek luidt: Islamitische gastarbeiders in Nederland. Het is geschreven door een 6-tal medewerkers. Achtereenvolgens komen de volgende thema's aan de orde: Geschiedenis van de Islam (door drs. C. Huisman), De islamidsche djihad (heilige oorlog) (door mr. drs. W. F. J. den Ottolander), Het geloof der onderworpenen (door L. M. P. Scholten), Gastarbeid (door W. van der Hoeven), De roeping van de overheid (door B. Stolk) en Een taak voor de reformatorische school? (door C. Dubbeld). Een lijst van namen en woorden geeft verduidelijkende informatie bij de bezinning op het thema. Met name de eerste 3 hoofdstukken bevatten goede voorlichting over resp. de geschiedenis, de heilige oorlog en de godsdienst van de Islam. Ook wordt in hoofdstuk 4 duidelijk op de hele problematiek van de gastarbeid ingegaan. Dit hoofdstuk wordt besloten met de wens dat de gastarbeider ook tot de erkenning mag komen dat de Heere God is. Ook hij kan alleen door het Evangelie van Jezus Christus zalig worden. Dan zeg ik: accoord. Vreemd is het dan in het laatste hoofdstuk op de vraag of er hierin dan een taak ligt voor de reformatorische school een negatief antwoord te lezen. Voor kinderen en van gastarbeiders hoort geen plaats te zijn op een reformatorische school. De school is geen evangelisatiemiddel. Verdere argumenten: wie kinderen van gastarbeiders aanneemt, moet het inhoudelijke van het onderwijs op de school wijzigen. Vervolgens: toelating tast het leefklimaat van de school aan. De Schriftplaats: mijn volk zal alleen wonen, acht de schrijver hier van toepassing. Een derde bezwaar is: in de toekomst dreigt aantasting van het beheer gelet op het streven naar democratisering binnen het onderwijs. Kortom: voor een christelijke school is het onmogelijk geworden om ten dienste van het hele volk werkzaam te zijn. Het is zo erg geworden dat nog maar één plaats overblijft: het volstrekte isolement. Hoe moeten die kinderen dan met het Evangelie benaderd worden? Dat is een zaak voor de kerk en voor elk mens persoonlijk. Hoewel ik geen onderwijsman ben en deze problematiek niet uit ervaring ken, vind ik dit toch een Onbevredigend antwoord. Ingegeven door angst en gekenmerkt door een krampachtige opstelling. Van mensen die graag het woord 'reformatorisch' gebruiken, mag je meer moed en vooral Godsvertrouwen verwachten. Het isolement kan onder ons ook weleens gekozen worden omdat we de confrontatie niet aandurven. Omdat we ons niet kwetsbaar durven opstellen.
J. Maasland
Peter Bergwerff en Tjerk S. de Vries in gesprek met ds. D. van Dijk: Reclite lijnen trekken. De Vuurbaak, Groningen, 115 blz.
Dit boekje bevat een aantal gesprekken die de heren Bergwerff en De Vries gehad hebben met ds. Douwe van Dijk, de oudste predikant binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast treffen wij er in aan een preek van ds. Van Dijk gehouden op oudejaarsavond 1980. Vele foto's verluchten het geheel. Het is een tweede boek dat de heren Bergwerff en De Vries publiceerden in een door hen opgezette serie die de naam draagt 'De eerste generatie'. Zij willen daarmee een stukje kerkelijke geschiedenis vasdeggen. Op deze wijze dat mensen die er persoonlijk bij betrokken zijn geweest, en dan wordt vooral aan de Vrijma king gedacht, worden uitgehoord.
In Van Dijk hadden zij een willig 'voorwerp'. Hij heeft heel wat te vertellen, wat niemand zal verbazen die weet welk een plaats hij gedurende vele jaren in de vrijgemaakt-gereformeerde kerk heeft ingenomen. Wie weet dat Van Dijk 17 december 1887 geboren is, en dus inmiddels de leeftijd van 94 jaren heeft bereikt, verwondert zich over zijn vitaliteit. Meermalen is reeds deze predikant in het nieuws geweest, vanwege zijn nogal geprononceerde stellingen en krasse uitspraken. Eén van die uitspraken is dat Christus als Hij een brief zou sturen naar zijn kerk. Hij die zou laten bezorgen bij de scriba van de vrijgemaakt-gereformeerde kerk. In het boek zelf vinden wij uitspraken die in krasheid hier weinig voor onderdoen. Staande voor de opdracht een oordeel over dit boekje te geven, aarzel ik, want ik word van 'tweeën gedrongen'. Graag wil ik reverentie opbrengen voor een man van deze leeftijd, die het levenseinde op zich ziet afkomen. Maar anderzijds: ik kan er maar weinig goede woorden aan besteden.
Ik vraag me allereerst af, of het van de redacteuren wel verstandig mag worden geacht om iemand de gelegenheid te geven zoveel over zichzelf te vertellen. Het is wel een beetje de mode van deze tijd, maar is het een góéde mode? Vervolgens, mij stuit geweldig tegen de borst de toon der kerkelijke voldaanheid en zelfverzekerdheid.
Ik neem voor honderd procent aan dat Van Dijk de oprechte begeerte heeft gereformeerd te zijn. En toch vraag ik me af: is het dat wel? De wijze waarop over de kerk gesproken wordt is meer rooms dan gereformeerd. In onze Belijdenis wordt zodanig over de kerk gesproken dat men uitgaat van het wezen van de kerk; vanuit het wezen komt men tot haar zichtbare gestalte; maar Van Dijk doet het tegenovergestelde, of stelt beide gelijk, en dat is typisch rooms! Een gevolg daarvan is, dat hij dan ook op precies dezelfde wijze als de roomsen spreken over degenen die buiten hun kerk zijn, spreekt over degenen die niet behoren tot de gereformeerde kerken, vrijgemaakt. Zij leven zegt hij, clandestien van wat van de kerk is (64). Er is voor Van Dijk maar één ware kerk en dat is zijn kerk. Zoals hij over de kerk denkt, zo denkt hij ook over het verbond. Daar zit niet de minste 'gebrokenheid' in. En daarom is de prediking ook algemeen en vlak, zelfs niet ongevaarlijk voor het heil der zielen. Ik kan begrijpen dat hij Kuypers veronderstelde wedergeboorteleer afwees, dat doen wij ook, maar Van Dijk zelf is gevallen in een ander kwaad, nl. een massief spreken over het verbond, dat ook niet bijbels en niet gereformeerd is.
De wijze waarop hij het geloof preekt, vind ik bij de Heere Christus zelf nergens terug (114). Zeker, de hervormers preekten ook het Woord, de beloften Gods en het geloof daarin, maar altijd tegen de ontzettende achtergrond van ' s mensen diepe verlorenheid en onmacht. Bij Van Dijk vind ik, wat zijn prediking betreft, een onaangevochten geloof, het is mij te redelijk, te effen, te gemakkelijk. Ik hoop van harte dat men in de vrijgemaakt-geref. kerken deze vorm van prediking ervaart als die van een voorbije generatie.
En dan komt men ook vanzelf tot een andere - geestelijker - opvatting van de kerk. Dat zal aan het gereformeerd-zijn niets afdoen; integendeel, dat kan ertoe leiden béter gereformeerd te zijn.
K. Exalto
Hermann Hartfeld: Honing uit de rots; Getuigenissen van vervolgde christenen in de Sowjet-Unie, Wever, Franeker, ƒ 22, 50.
De ondertitel zegt eigenlijk al genoeg over de inhoud van dit boek. Hoe zouden wij verhalen als deze kunnen beoordelen? Het past ons eerder eerbiedig op een afstand te blijven staan. Ons westers critisch vermogen heeft de neiging zo nu en dan te protesteren - is hier niet teveel fantasie in het spel, is alles wel waarheid, het lijkt immers vaak zo onwaarschijnlijk.
Nu behóeven wij ook niet alles te 'slikken' als het maar komt uit de winkel van 'getuigenissen'. Toch: wie zal, op zo grote afstand, uitmaken wat écht is en wat niet echt is? Ik onthoud mij van een oordeel. Zelfs al zou het waar zijn dat maar de helft naar waarheid is beschreven, dan nog is het meer dan voldoende om ter harte te nemen. Wij leven hier in de' wije wereld' nog zo rustig - beseffen wij dat wel voldoende? Hebben wij voldoende zicht op het lijden van onze broeders en zusters in een land als de Sowjet-Unie?
Dissidenten worden in het Westen steeds met name genoemd en om hun vrijheid wordt gestreden, maar de namen der christenen, en dat zijn er tallozen, komen maar weinig ter sprake. Als u eens iets concreets van hen wil weten, lees dan dit boek. U kunt er gerust een gewoon romannetje voor laten liggen.
K. Exalto
L. Praamsma: De kerk van alle tijden; Deel III, Wever, Franeker, 432 blz., ƒ 49, 50 (na verschijnen deel iV ƒ 55, - ).
De serie heeft eigenlijk onze aanbeveling niet meer nodig, zij loopt toch wel. Wij bemerken het op de catechetencursus en wij bemerken het in de gemeente. Voor mij persoonlijk overtreft dit derde deel nog de twee vorige delen. De 'ideologische' kant van de kerkgeschiedenis komt er sterker in naar voren, anders gezegd: de strijd der geesten. Elke eeuw der kerkgeschiedenis heeft zijn eigen bekoring, maar de 18e en de 19e eeuw hebben iets . heel aparts. Daarin vindt men hetgeen direkt aan onze eigen tijd vooraf is gegaan, dus de wortels van het heden. Wij zijn ook nu weer dankbaar voor de vele mooie platen die het boek verluchten. En nu maar wachten op het laatste deel. Hopelijk met een naamregister.
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's