De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het leven (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het leven (2)

12 minuten leestijd

Wanneer wordt de mens een individu? In de huidige problematiek over het afbreken van het ongeboren leven is deze vraag van groot belang.

Wanneer begint het leven

Wanneer wordt de mens een individu? In de huidige problematiek over het afbreken van het ongeboren leven is deze vraag van groot belang. Nu de zondige praktijk van de abortus provocatus in onze samenleving aanvaard en ingeburgerd is, heeft de jonge vrucht geen recht meer op bescherming. Dit is niet altijd zo geweest. Maar bij de voortschrijdende secularisatie werd de abortus wettelijk geregeld en de weg vrijgemaakt voor het doden van ontelbare ongeboren jonge levens.

Waar ligt de grens

De discussie heeft zich onder meer afgespeeld rond de vraag wanneer we van nieuw menselijk leven mogen spreken. Afhankelijk van het antwoord werd een grens gesteld om tot abortus provocatus te mogen overgaan. Er zijn verschillende opvattingen.

In chronologische volgorde noemen we eerst de conceptie of bevruchting. Zo gauw de chromosomen van man en vrouw een nieuw chromosomenpatroon vormen, staat de erfelijke aanleg vast en is er sprake van een nieuw individu. In de loop der jaren realiseert deze erfelijke aanleg zich pas als de omstandigheden dit toelaten. Deze chromosomale bepaaldheid wordt als criterium gezien voor het begin van rechtsbescherming. Anderen betwisten dit, omdat dit stadium geen leed kan ondergaan.

Een tweede grens wordt gelegd bij de innesteling of nidatie van de vrucht, enige dagen na de bevruchting. Na de nidatie kan de vorming van de organen beginnen en is er pas sprake van nieuw menselijk leven.

De placenta-vorming is een derde startpunt van de menswording. Er is meer samenspel tussen moeder en vrucht, nodig voor de verdere vorming van de organen.

De grens van de menswording is in de loop der jaren geleidelijk verlegd en de tijd tussen het ontstaan van een nieuw individu en zijn geboorte werd steeds korter. Zo komen we bij de voltooide aanleg van de organen in de kiem. Dit valt ongeveer gelijk met het begin van het foetale stadium, dus 2 a 3 maanden na de conceptie. De organen zijn aanwezig, met name de hersenen, maar nog niet volgroeid. Aansluitend spreekt men van de zelfstandige levensvatbaarheid van de vrucht. De beschermwaardigheid van de vrucht varieert in de verschillende opvattingen nogal met als uiterste grens de geboorte.

Bij dit laatste stadium (een destijds voorgesteld wetsontwerp) wordt in het geheel geen rekening gehouden met de ontwikkelingsgraad van de vrucht. We dienen deze wel te onderscheiden van de zelfstandige levensvatbaarheid. Deze is namelijk afhankelijk van de kennis, die men bezit en de hulptechnieken, waarover men beschikt om een vrucht te beschermen. Een vrucht van 28 weken oud zou zelfstandig levensvatbaar zijn al zijn er gevallen bekend, dat ook jongere stadia in leven kunnen blijven, als men het maar met grote zorg kan en wil omringen.

Al deze genoemde criteria zijn gehanteerd in verband met de rechtsbescherming van het embryo (ongeboren kind). Ze hebben aanleiding gegeven tot grote meningsverschillen. Ook diverse pausen in de Rooms-Katholieke kerk hadden geen eensluidende mening.

Kernpunt blijft de vraag: wanneer begint het leven? Ze was de beslissende vraag in het abortus-vraagstuk. Zoals we reeds zagen variëren de antwoorden vanaf conceptie en innesteling via levensvatbaarheid tot de geboorte. Al deze antwoorden zijn echter foutief.

Continuïteit van het leven

Alleen de biologie kan de vraag beantwoorden, wanneer bij de menselijke voortplanting het leven begint. Het antwoord moet zijn, dat het leven niet begint, maar verder gaat. Er is geen periode, dat het leven stopt en later weer opnieuw begint. Levende cellen kunnen alleen uit levende cellen ontstaan. Een niet levende eicel zal niet door een zaadcel worden bevrucht. En als de mannelijke geslachtscel niet levensvatbaar is, zal hij nooit een eicel kunnen bevruchten.

Het leven zal niet steeds beginnen maar verder gaan. Wel kan leven eindigen, maar nooit opnieuw aanvangen. Eenmaal heeft God het leven geschapen. Dit leven kent continuïteit en gaat van de ene cel over in de andere cel. Op grond van de continuïteit van het leven is abortus provocatus uit den boze, ook al is het zo algemeen aanvaard.

Het doden van menselijk leven is in iedere fase van de ontwikkeling moord. Hierbij zijn we voorbijgegaan aan de vraag wanneer de ziel in het lichaam komt.

Ook een embryo is een mensje

‘Het is zo klein'. Dit mag nooit een argument zijn voor het aborteren van de vrucht. Ook een minuscuul klein embryo is menselijk leven. We hebben gezien waarom. Na de vereniging van eicel en zaadcel is er sprake van uniek leven, dat van individu tot individu verschilt. Opzet van dit verhaal is niet om de gehele problematiek rond de abortus provocatus aan te snijden. Wel om de aandacht te vestigen op de continuïteit van het leven en het unieke van ieder nieuw individu.

Er zijn al heel wat boeken verschenen, die de abortus provocatus op een goede wijze bespreken en afwijzen. Daarom willen we eindigen met de Heilige Schrift te laten spreken. 'Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden; want God heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt'. (Gen. 9 : 6).'Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doden: maar zo wie doodt, die zal strafbaar zijn door het gericht' (Matth. 5 : 21).

‘Zijt verre van valse zaken: en de onschuldige en gerechtige zult gij niet doden, want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen' (Ex. 23 : 7).

‘Deze zes haat de Heere: ja zeven zijn Zijn ziel een gruwel: hoge ogen, een valse tong, en handen die onschuldig bloed vergieten' (Spreuken 6 : 16, 17).

Er zijn veel Bijbelteksten, die in dit verband kunnen worden aangehaald. We noemen er nog enkele:

‘En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik: en Elizabet werd vervuld met de Heilige Geest' (Lukas 1 : 41).

‘Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijn moeders buik bedekt. Ik loof U omdat ik op een heel vreselijke wijze, wonderbaarlijk gemaakt ben: wonderlijk zijn Uw werken! Ook weet het mijn ziel zeer wel.

Mijn gebeente was voor u niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.

Uw ogen hebben mijn ongevormde klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.'

(Ps. 139 : 13-16)

‘Eer ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u de volken tot den profeet gesteld'

(Jeremia 1 : 5)

De cel, de kleinste eenheid van het leven

Het is niet eenvoudig een omschrijving te geven van 'leven'. Wel is het een bekend woord en iedereen gebruikt het maar het nader definiëren is een moeilijke opgave. Het wordt eenvoudiger als we leven vergelijken met levenloos. Een steen leeft niet terwijl een plant wel leeft. Zo zijn er meer verschilpunten. Een plant gebruikt zuurstof, voedt zich en kan groeien. Stenen moeten het zonder deze eigenschappen stellen. Een van de belangrijkste kenmerken van leven is evenwel het vermogen om zich voort te planten, hetzij geslachtelijk, hetzij ongeslachtelijk. Een levend wezen kan zich voortplanten en eigenschappen doorgeven aan volgende generaties. Daarbij spelen de voortplantingscellen een rol. Cellen, gespecialiseerd om de eigenschappen van ouders over te dragen op kinderen. ledere cel bezit nucleïnezuur-moleculen, die voor deze overdracht van eigenschappen verantwoordelijk zijn. Lichaamscellen als huid-en spiercellen zijn niet bij de voortplanting betrokken. Alleen nucleïnezuren in geslachtscellen spelen rechtstreeks een rol en geven de eigenschappen door aan volgende generaties.

De cel ontdekt

Toen Robert Hooke omstreeks 1665 met de microscoop in een dun schijfje kurk kleine kamertjes ontdekte, betekende dit een nieuwe mijlpaal in de biologie, de wetenschap van het leven. Naar de overeenkomst met de cellen van een honingraat sprak hij van cellula, later kortweg cellen genoemd. Andere onderzoekers ontdekten de celinhoud en een korreltje, dat als kern bekend is geworden.

We kunnen stellen, dat een cel uit drie belangrijke delen bestaat: een celvlies (bij planten ook een celwand), een cellulaire vloeistof, bekend als het cytoplasma, en de kern.

Langzamerhand groeide het inzicht, dat het celplasma of cytoplasma de eigenlijke levende stof is. Alle levende wezens bezitten deze slijmerige substantie, die alle eigenschappen van het leven vertoont. Nieuwe cellen ontstaan altijd door deling uit andere cellen. Bij deze delingen speelt de kern een belangrijke rol.

De structuur van het cytoplasma

Zowel creationisten als evolutionisten zijn het erover eens, dat levende wezens gevormd zijn uit het stof der aarde.

Opvallend is, dat de chemische elementen in de levende wezens eveneens voorkomen in niet-levende voorwerpen. In levenloze stenen zitten dezelfde elementen als in onze cellen. Het gaat om vijf soorten elementen of atomen, namelijk koolstof (C), waterstof (H), zuurstof (O), stikstof (N) en fosfor (P). Deze atomen komen in gebonden vorm voor als moleculen water (H20), kooldioxide (C02), ammoniak (NH3) enz.

De kleinste eenheid van het leven, de cel, bestaat uit miljoenen van deze moleculen. Dat betekent niet, dat een molecuul levend is. In een dode muis zitten immers dezelfde moleculen als in een levende muis. Toch zijn er grote verschillen tussen beide lichaampjes. In een levende muis bestaat ordening. De nietlevende moleculen zijn geordend tot een levende cel. God schept in een levende cel organisatie zodat ordening plaats vindt en de cel eigenschappen van leven vertoont.

Evolutiemodel

In de oorspronkelijke oersoep kwam alleen levenloze stof voor, die geteisterd werd door stormen, bliksem en een verzengende zon. De atmosfeer van waterdamp, methaan, ammoniak, waterstof en mogelijk andere stoffen, wordt gebombardeerd door de bliksem en de stralen van de zon. Eenvoudige moleculen rijgen zich aaneen tot nieuwe grotere moleculen. In de loop van miljoenen jaren treden er chemische reacties op, waardoor meer ingewikkeld gebouwde stoffen ontstaan. Uiteindelijk ontwikkelen zich zulke ingewikkelde structuren, dat we van leven mogen spreken. Regendruppels helpen de vetachtige stoffen uiteenvallen. Zo ontstaan de belletjes in het water, die andere chemische stoffen omsluiten. Dit zijn de eerste cellen. Als de belletjes vol zijn, springen ze open en vormen nieuwe kleinere belletjes, het begin van vermenigvuldiging. Uiteraard is dit een toevallig proces. De primitieve cellen verbruiken het voedsel in de oersoep. Enkele cellen verkrijgen het chlorofyl of bladgroen, zodat ze zelf voedsel kunnen maken. Als gevolg van deze suikervorming geven ze zuurstof af aan de atmosfeer. Vergelijk Genesis 1 vers 11 en 12 (God schiep eerst groene planten tot voedsel voor de dieren en de mens, die later werden geschapen. Bovendien vormen groene planten de zuurstof, die levende wezens voor hun ademhaling nodig hebben).

De cel is zeer gecompliceerd

Aanvankelijk zag men de cel als een zeer eenvoudige bouwsteen van het leven. Slechts een kern met wat cytoplasma vormen de opvallende bestanddelen. Geen wonder dan ook, dat veel ongelovige wetenschappers zich het ontstaan van de cel, als bovenomschreven, voorstelden.

Trouwens ook veel Bijbelcritici waren ontvankelijk voor de geschetste ontwikkelingen. Of God deze evolutie leidt of dat het een toevallig proces is, maakt voor hen niets uit. Alle leven, hoe gecompliceerd ook, is uit deze cellen voortgekomen.

De ontwikkeling van de electronenmicroscoop heeft evenwel een heel ander licht op de celstructuur doen schijnen.

Organisatieniveau

Gemaakte foto's en verfijnde technieken wijzen op een heel hoog organisatieniveau van de cel. In het cytoplasma komen talrijke fijne deeltjes of celorganellen voor, die uitermate belangrijk zijn. In de eerste plaats noemen we deribosomen. Duizenden bolletjes op ragfijne vliesjes fabriceren talrijke soorten eiwitten volgens een vaststaand plan, dat in de celkern wordt bewaard. Grote aantallen aminozuren rijgen zich op de ribosomen aaneen tot een bepaald eiwit. Ook de onmisbare enzymen, eveneens eiwitten, worden op deze wijze gesynthetiseerd. Het aantal soorten eiwitten, dat een cel kan produceren is ontelbaar.

Hoe komt de cel aan energie, om deze processen uit te voeren? Alle cellen in ons lichaam, met uitzondering van de rode bloedlichaampjes, bevatten mitochondria. Per cel komen zeker zo'n 1000 mitochondria voor. Deze staafvormige celorganellen zijn de krachtcentrales van de cel. Ze verstoken brandstof (ons voedsel) en wekken energie op in de vorm van A.T.P. (adenosine-trifosfaat). Kan zo'n cel als bij toeval ontstaan? Een dergelijke miniatuur chemische fabriek kan alleen door een groot Intellect zijn uitgedacht. Door een hoog ontwikkeld productieschema worden enkele grondstoffen omgezet in duizenden producten, daarbij gebruik makend van gecompliceerde krachtcentrales en een volmaakt informatiesysteem in de kern. Een celverlies van een paar honderdmiljoenste centimeter dun zorgt voor een perfect beveiligingssysteem. De Psalmdichter zegt terecht: Hij heeft ze alle met wijsheid gemaakt' (Ps. 104 : 24.

Experimenten van Fox

We zagen reeds, dat Miller het ontstaan van de cel toeschrijft aan het toeval. De theorie van de generatio spontanea had ondanks nieuwe ontdekkingen en experimenten toch niet afgedaan. Fox en andere onderzoekers van de universiteit van Miami (V.S.) zetten de proeven van Miller voort. Mengsels van aminozuren verwarmen ze in een droog of semi-droog milieu. De aminozuren rijgen zich aaneen tot lange ketens, die Fox proteïnoïden noemt.

(Proteïnoïden zijn eiwitachtige moleculen, die enigszins op natuurlijke eiwitten gelijken).

Verder gevormde structuren lijken echter geenszins op cellen. Japanse onderzoekers bouwen aan een cel, opgekweekt in zeewater. Andere onderzoekers trachten de componenten van de cel te creëren (enzymen, eiwitten e.d.) Verontrust u dit?

Stel, dat een geleerde op een dag melding maakt van een cel, die hij in zijn laboratorium gecreëerd heeft. Heeft dat consequenties voor ons en ons geloof?

Stellig niet. Er is een duidelijk verschil met Gods Schepping. 'Wij geloven, dat de Vader, door Zijn Woord, dat is door Zijn Zoon, de hemel, de aarde en alle schepselen uit niet heeft geschapen.' (Belijdenis des Geloofs, art. XII). Zie ook Zondag 9, Hebr. 11 : 3 en Gen. 1:1. Vóór Gods almachtige scheppingsdaad bestond er niets.

De wetenschap maakt gebruik van de grondstoffen, die God geschapen heeft. Stel, dat de wetenschap toch leven zou maken, dan is dit niet anders dan een herhaling van Gods machtige scheppingsdaad. Het scheppen van leven is niet aan de mens maar aan God. De cel is de kleinste eenheid van het leven. De orde en complexiteit wijzen op een geschapen oorsprong. Mag deze kennis ons brengen tot ootmoed en ontzag voor Zijn Heilig Aangezicht en ons vervullen met eerbied voor al wat Hij geschapen heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het leven (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's