De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mattheüs 3 : 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mattheüs 3 : 1

8 minuten leestijd

En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea.

De tekst van onze overdenking voert ons eeuwen in de geschiedenis terug totdat wij ons bevinden in de tijd van Johannes de Doper. Nader, geografisch bepaald, het grensgebied met de woestijn van Judea. De tekst laat ons getuigen zijn van de prediking van Johannes. Er is een grote menigte verzameld. Het is een bont gezelschap. Wij kijken om ons heen. Wat voor publiek trekt Johannes? Wat voor soort mensen spreekt hij aan? Wij zien tollenaren, belastingambtenaren in dienst van de gehate Romeinen. Zij staan wat apart. Wij merken militairen op, vertegenwoordigers van de bezettende macht. Voorts Farizeeën, Sadduceeën en Schriftgeleerden, de geestelijke leiders van Israël en de maatschappelijke elite van die dagen, en verder de schare, de gewone man. Zij zijn allemaal, hoofd voor hoofd, onder het beslag van de prediking van Johannes. De menigte is één en al aandacht. Want Johannes de Doper predikt het Woord van God. Johannes is, om een hedendaagse uitdrukking te bezigen, populair. Maar dan niet in deze zin dat hij de boodschap van Godswege aanpast aan zijn gehoor, en de eisen, de smaak en de behoeften van zijn tijd, maar deze boodschap toepast op zijn gehoor en hun levenssituatie. Johannes de Doper is een man, net als John Knox, de hervormer van Schotland, die niemand vreest behalve God. Hij predikt het Woord. Levend en Krachtig. Het heeft gewicht en diepgang. Johannes staat in de vrijheid van de profetische dienst. Het is geen vleiende prediking, die hij brengt. Zijn prediking is fel, niets ontziend, scherp, indringend en ontmaskerend. Als een mokerslag. Een bijlslag. Zijn prediking is boete, oordeel en gericht. Zijn prediking raakt het geweten, het hart, doorlicht het menselijk bestaan, hoe fraai het er aan de buitenkant ook uit mag zien, tot in de verste, donkerste en meest verborgen schuilhoeken.

Tempeldienst en uitleg van de Wet zijn daartoe kennelijk niet in staat, niet meer. Hieruit blijkt een stuk geestelijke nood. Onder Israël ontbreekt het zintuig voor wat de Heere in de tempeldienst aanschouwelijk laat plaatsvinden. De tempeldienst is een voortzetting van de dienst van de verzoening door God onder Israël via Mozes ingesteld. Maar heel de offercultus is tot pure vormen dienst en kille uitwendigheid geworden. De diepe sprake erin wordt niet meer opgemerkt. Dat het bloed van elk dier dat vloeit, schreeuwt om vervulling in het vloeien van het bloed van het Lam van God, al sinds de val aan het eerste mensenpaar beloofd.

Dat de dood van elk offerdier betuigt dat de offeraar, - als zondaar des dood schuldig is, dat elke zonde doodzonde is. Dat de verhouding tussen mens en God grondig verstoord is, en dat dat alles te maken heeft met de zonde, en dat de zonde schuld is en daarom een dodelijk gewicht heeft en om deze reden verzoend dient te worden, uitgedelgd en weggedaan. Dat de Heere genadig is alleen in de weg van het offer, de schuldbelijdenis, de verootmoediging van het hart, en het berouw.

Verder heeft ook de Wet haar zeggingskracht en greep op het volk, in hart en intermenselijk verkeer, verloren. Want het zijn uitgerekend de Farizeeën en de Schriftgeleerden, als uitleggers en handhavers van de Wet, die het zwaarste van de Wet, de liefde, op het diepst schenden en verloochenen. Bovendien hanteren zij de wet als een middel bij uitstek om zich gerechtigheid voor God op te bouwen. Een eigen-gerechtigheid. Deze is de meest verwerpelijke en hardnekkige vorm van de zonde, ook het meest moeilijk te onderkennen. Een gerechtigheid van eigen makelij, die voor God niet bestaan kan.

In fel contrast hiermee staat de profetie van Johannes de Doper. Ze is direct en op de man af. Klaar en helder. Voor geen misverstand vatbaar. Johannes predikt zó dat niemand er onder uit kan, maar iedereen er onder door moet. Je zou geneigd zijn te zeggen dat de prediking van Johannes en de naam van Johannes weinig of niets met elkaar gemeen hebben. De naam Johannes betekent, letterlijk: de Heere is genadig.

De prediking van Johannes behelst het gericht van God over alle mensen. Maar wij vragen: is dat zo? Is de prediking van Johannes liefdeloos, hard, koud en onbarmhartig? Ja, om dit woord maar eens te gebruiken, genade-loos? Het is schijn die bedriegt. Dan begrijpt u Johannes niet. De Heere is nooit uitsluitend een God van het gericht en Zijn Woord van gericht is nooit het enige en het laatste Woord. Als Hij ons tegenkomt, tégen-spreekt, is het om ons best wil. De Heere maakt duidelijk, hoorbaar, en verstaanbaar in hetpubliek in de prediking van Johannes wat hij van het vlees denkt, goddeloos en godsdienstig vlees. De Heere wijst ons onze zonden aan. De zonden van de, ongerechtigheid en van de eigengerechtigheid. Dat is pijnlijk. Het komt hard aan. Daartoe is Johannes uitgezonden. Het is Zijn roeping van Godswege. De taak die de Heere hem vanaf z'n geboorte, van vóór zijn geboorte, op de, schouders heeft gelegd. Maar de stille voor onderstelling, en de grond, ja, de achtergrond van de oordeelsprediking van Johannes, die iedereen geldt, vroom en goddeloos, is de genade van God. Want Johannes wijst ons de zonden aan niet als doel, maar als middel, niet als eindpunt, rpaar als vertrekpunt. De zonde als doel en eindpunt stellen, doet Satan. Gods grote tegenstander en onze grote Tegenstander. Satan is echt tégen ons. Nooit vóór ons. Satan, is als Aanklager, uit op onze ondergang. Hij is ook in geestelijke zin de mensen moordenaar van den beginne.

Hij wijst ons ook de zonden aan. Maar met de bedoeling ons tot wanhoop te brengen. Hij wil dat wij ons zelf op-geven, afschrijven, voor eeuwig veroordelen, om het daarbij te laten. Hij fluistert de boetvaardige zondaar en de verslagjsne van geest in: dacht u dat er voor u uitkomst is, behoud, redding, vergeving en genade? Vergeet het maar! Geen schijn van kans. Ondenkbaar. Johannes wijst de zonden aan, maar dan met heenwijzing naar de mensgeworden Zoon van God, Jezus de Christus, Die als het Lam van God de zonden van de wereld dragen zal. Johannes gaat niet demonisch, maar evangelisch met de Wet van God om. Markus drukt dit heel treffend uit door met betrekking tot Johannes te noteren, dat hij de doop der bekering predikt tot vergeving van de zonden. De doop bij Johannes betuigt één ding: wat vuil is, moet gewassen worden. Zijn doop staat dan ook in intieme samenhang met de wedergeboorte.

Hij is het bad van de wedergeboorte. De doop in de Jordaan markeert de grens tussen het oude en het nieuwe leven, verleden en toekomst, en geeft de overgang aan van zonde naar genade, gericht naar vrijspraak, doem naar behoud. De doop van Johannes wijst enerzijds op het gericht van God over de zonde, anderzijds verzegelt zij de afwassing, de vergeving van de zonden. In deze verbanden, donkere en lichtende, spreekt Johannes over de doop. De doop is bij hem tevens de doop der bekering. Dat wil zeggen dat alleen in de weg van boete, berouw en verbrijzeling, de genade van God ons deel wordt. Tevens ook dat het nieuwe leven, het leven op grondslag van de genade, in het teken staat van de nieuwe gehoorzaamheid, de navolging, en het dagelijks doen van de wil van God. Maar de doop en de bekering staan in de prediking van Johannes onder het glorieuze thema van het goddelijk tot. De doop wordt bediend tot vergeving en bekering is bekering tot God, Die genadig is. Van mensen uit is er geen weg tot God, tot genade, tot vergeving. Dit blijft het onopgeefbare, het onomstotelijke, het onverwoestbare, het gelijk, het bijbels recht, ook de ergernis in de prediking van Johannes. Maar van de Heere uit is er een opening, en een doorbraak. Er is redding van de andere kant, van Boven, van gene zijde van ons verloren bestaan. Jezus zelf heeft hiertoe in Zijn heilig offer, bloedstorting en opstanding de weg gebaand. Voor alle typen mensen die Johannes onder zijn gehoor mocht rekenen. Voor tolle­naren, mensen als Levi en Zacheüs, die anders in hun ongerechtigheid omkomen. Voor Farizeeën en Schriftgeleerden, mannen als Nicodemus en Saulus, want hun eigen gerechtigheid volstaat niet.

Voor hele gewone mensen, mensen uit het volk, een Bartimeüs, en voor velen zonder naam, verpauperden en onaanzienlijken, mensen als een Lazarus. Voor militairen, zoals die hoofdman over honderd en een Cornelius. Voor rijken, welgestelden en vermogenden, zoals Jozef van Arimathea. Voor kinderen en vrouwen. Jezus is voor hen de gróte Wegbereider, Baanbreker. Hij is de Heere, hun gerechtigheid. De prediking van Johannes heeft nog steeds geldingskracht en is in betekenis nog altijd niet ingeboet. De Heere is er op uit om via de prediking van het Woord door de ontdekkende werking van de Wet, en de overmacht van Zijn liefde, zondaren voor zich te winnen, opdat zij al hun rijkdom en schatten, hun zaligheid en vrede zouden vinden in het bloed van het Lam, dat hun een oorzaak is van eeuwige stof tot juichen, waarin de heerlijkheid en de kracht van het verlossingswerk van de Zaligmaker op het hoogst geprezen wordt, en zijn Naam tot in de eeuwen der eeuwen aanbidding en eer, dankzegging en lofprijzing wordt toegebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Mattheüs 3 : 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's