Boekbespreking
A. R. Millard: Stof en Stenen; Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, 72 pag., ƒ 6, 90 (Telos-boek).
De Bijbelse Archaeologie bespreekt gewoonten en levensverhoudingen op huiselijk, maatschappelijk, staatkundig en godsdienstig gebied b.v. ten tijde van Abraham, in samenhang met Gods bijzondere Openbaring.
Hoofdzakelijk komt daarbij Israël ter sprake. Andere landen als Egypte, Babel en Assur komen minder nadrukkelijk aan de orde. De Bijbelse Archaeologie bestrijkt de tijd vanaf het begin van de Bijbelse geschiedenis tot ongeveer het jaar 70. Naast de Bijbel vormen opgravingen een belangrijke bron om het oude Israël te leren kennen. Daarbij wordt gelet op de bouw van stadsmuren en huizen, maar ook op lampen, kannen en andere gebruiksartikelen. Niet te verwaarlozen zijn de gevonden inscripties.
Het boekje van Millard munt uit in het afbeelden van allerleipinscripties, plaquettes, steen-reliëfs en potscherven met notities (geschreven taal). Belangrijke archaeologische vondsten zijn de afgebeelde steen van Rosette met het hiërogliefenschrift en een fragment van het Gilgamesj-epos (Babylonisch zondvloedverhaal). De Bijbelse Archaeologie beoogt niet, evenals dit boekje, 'het gelijk van de Bijbel' te bevestigen al kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken, dat dit in Stof en Stenen toch wel eens terloops gebeurt (blz. 36 en 41). Op blz. 28 lezen we b.v.: De Bijbelse verhalen over de aartsvaders hebben hierdoor aan geloofwaardigheid gewonnen. Dit interessante boekje verplaatst ons naar de tijd van Abraham en zijn kamelen, en naar het oude Egypte. De uittocht van het volk Israël wordt beschreven evenals de geschiedenis van Salomo en Daniël. Het boekje is mede door zijn illustraties en tijdtaf el waardevol. De schrijver doceert Hebreeuws en Semitische talen aan de universiteit van Liverpool. Als bekend handschriftkundige was hij actief bij opgravingen in Irak, Jordanië en Syrië. Stof en Stenen verschaft ons informatie om meer inzicht te verkrijgen in het dagelijks leven van Israël. Geen enkele vondst spreekt de Bijbel gefundeerd tegen. Met deze conclusie van de schrijver stemmen we van harte in. Stof en Stenen, een interessant boekje, dat het lezen alleszins waard is.
J. Slot
L. J. van Valen: Gelijk de dauvc van Hermon; De Vuurtoren, Urk 1981, 489 blz., gebonden ƒ 47, 50 (na 1 jan. 1982 ƒ 55, - ).
Voor het oog een prachtig boek. Stevig en fraai. uitgegeven. En voor een redelijke prijs. Op de achterkant van de stofomslag lees ik: 'De schrijver, geen kerkhistoricus van berpep maar in het dagelijks leven controller, heeft zich in zijn Vrije tijd verdiept in de Schotse kerkgeschiedenis'. Een dergelijke vrijetijdsbesteding (zich verdiepen in de kerkgeschiedenis) is te prijzen. Wij waarderen dan ook het streven van de auteur. Niettemin - en dat spreekt wel vanzelf - aan het boek is het ook merkbaar, dat hier niet een kerkhistoricus aan het woord is. Het boek is wat eigenaardig van opzet, doet wat 'rommelig' aan. Een kwart ervan bestaat uit 'aanhangsels'. Waarom zijn die niet in de tekst zelf ingevoegd? Ik vond de 'Nabeschouwing' het belangrijkste deel van het hele boek, en het had gevoegelijk in het geheel verwerkt kunnen worden. De behandeling van de stof mist alle overzichtelijkheid. De lijnen waarlangs de Schotse kerkgeschiedenis verlopen is, blijven wazig.
En dat heeft een bepaalde reden. De auteur heeft voor alles een 'stichtelijk' boek willen schrijven. Kerkgeschiedenis staat hier in dienst van 'stichting' . Wij komen hier ettelijke bekeringsgeschiedenissen tegen, allerlei uitreddingen, verlichtingen, profetieën, visioenen, bevindingen. Die vormen zelfs de eigenlijke stof van het boek. Zij maken het boek tamelijk eentonig. Er zijn slechts een paar Schotse figuren die een beetje uit de verf komen, de andere leidden, voor de lezer, een schimachtig bestaan. In de Nabeschouwing, die ook beter be-argumenteerd en gedocumenteerd is, krijgen wij een indruk van de aard der prediking in de Schotse Hooglanden. Men heeft op bepaalde tijden de leer en de prediking naar de Reformatie willen terugbuigen. Wat de heer Van Valen daarover zegt, kan ik waarderen. Voor mij is echter de vraag, in hoeverre het de Schotse vaderen gelukt is. Zeker, zij begonnen weer het geloof centraal te stellen en daarmee de rechtvaardiging (in plaats van de wedergeboorte). Maar ik mis de authentiek gereformeerde verbondsopvatting. En daardoor komt men toch weer min of meer in een wedergeboorte-theologie terecht. Ik geef echter toe: de poging is te waarderen. En als ik de auteur goed begrepen heb, dan staat hij daar ook zelf positief tegenover. Er staan in het boek ook nog een paar preken, door Van Vaten zelf vertaald. Die van John Kennedy vond ik persoonlijk de beste. Wie dit boek leest zal hier en daar wel wat van zijn gading vinden. Een echt kerkhistorisch boek is het volgens mij maar zeer ten dele. Maar nogmaals: er zullen zeker lezers zijn, die er wat aan hebben..
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's