De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Dominee in de politiek’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Dominee in de politiek’

19 minuten leestijd

Aan de partijpolitiek plegen we in ons blad weinig aandacht te geven. Partijpolitici, die iets hebben betekend mogen echter best voor het voetlicht worden gehaald.

Aan de partijpolitiek plegen we in ons blad weinig aandacht te geven. Partijpolitici, die iets hebben betekend mogen echter best voor het voetlicht worden gehaald. Zo hebben we in het verleden aandacht besteed aan een bundel, die verscheen over de heer Algra, ex-senator van de ARP. In dit geval besteden we graag aandacht aan een bundel, die aan ds. Hette G. Abma werd opgedragen ter gelegenheid van zijn 65-jarige leeftijd (overigens geen verdienste maar genade), maar méér nog ter gelegenheid van zijn afscheid als lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Omdat ik niet zelf zijn kwaliteiten wil roemen - al was ik diep onder de indruk van de Woordbediening op zondag 6 september, toen ds. Abma in Putten zijn 50-jarig ambtsjubileum herdacht - laat ik zijn politieke vrienden en tegenstanders in het onderstaande aan het woord. De citaten markeren zijn markante positie. Hij gaf 'Getuigenis van het licht' op momenten dat het nodig was. Hij was het licht niet - wordt gezegd van Johannes; daarover ging de jubileumpreek - maar hij kwam om van het licht te getuigen.

Hier volgen dan enkele kernachtige gezegden van Abma, die van 1963-1981 een door velen geliefd en door velen verguisd politicus was. Toen hij de politiek in ging schreef hij een brochure: 'Dominee in de politiek'. Hij heeft het geweten. Hij weet het nóg. Maar hij mag ook weten dat velen hem hebben gewaardeerd om de wijze waarop hij in het parlement bezig was. Hij heeft het óók geweten omdat hij op bepaalde wijze dominee in de politiek was. Hij was bemind bij vriend en vijand. Hij werd ontluisterd door hen, die hem het meest nabij moesten staan maar die zijn wijze van denken niet konden meemaken.

Abma: intussen de laatste der mohikanen. Over een 'Dominee in de politiek' zal wellicht geen boekje meer verschijnen. Hij zal ongeveer wel één van de laatsten zijn.

In het hiervolgende citeren we een aantal stukjes van mensen, die aan de bundel rneewerkten.

Kamervoorzitter D. Dolman

‘Een der zegeningen van de politiek is de ontmoeting met andersdenkenden. Het zalige isolement voedt onkunde en onbegrip. Confrontatie verheldert en verzacht. Bij gebrek aan tegenspraak is het licht smalen op roomsen en fijnen, oranjeklanten en rooien, kapitalisten en zwartekousenkerken. Waar men elkaar de waarheid zegt, blijkt de werkelijkheid minder simpel.

Mijn eerste scherpe herinnering aan ds. Hette Abma is van begin 1972. Van Dis senior werd begraven. Als zijn vroegere collega in de vaste Commissie Volksgezondheid en als medelid van de zoon in de Commissie Financiën meende ik aanwezig te moeten zijn. Mijn verwachtingen waren niet hoog gespannen. Zou de somberheid niet dubbel drukken in het aangezicht van de dood? Maar neen. Abma bestijgt de kansel en zegt: "Onze vriend slaapt''.

Geen hel en verdoemenis, geen ach en wee, maar troost en blijdschap.

De zachte bedachtzame stem verwierf zich niet in korte tijd gezag. Wie niet goed luisterde, liet zich aanvankelijk afschrikken door wat lijzigheid leek. Geleidelijk echter groeide in de Kamer algemene waardering voor de vaste overtuiging, verpakt in bescheiden ironie.' (...)

'Voor smalle marges schaamt de S .G.P. zich niet. Van malle charges heeft zij een afkeer. Symboolhandelingen en kanselrethoriek passen in de Kamer niet. Met ontzag hebben wij beluisterd, hoe ingetogen Abma zijn initiatief met betrekking tot een zo geladen onderwerp als abortus verdedigde. Die rustige, diep ernstige stijl heeft Ria Beckers bij de laatste algemene beschouwingen de uitspraak ingegeven, dat wij hem zullen missen.'

Drs. G. V. Leyenhorst

‘Ik herinner me nog de rede die hij uitsprak ter gelegenheid van het debat over de "drie van Breda''. In zulke interventies was de parlementariër-dominee op z'n best. De Kamer luisterde alom met intense aandacht. Na zijn rede verdrongen liberale, socialistische, KVP-, AR-en CHU-collega's zich achter het groene gordijn om hem voor zijn speech te bedanken.

Of men het er mee eens was of niet, er was iets substantieels, zo niet fundamenteels gezegd!

Wat niet alleen mij, maar een ieder zal zijn opgevallen, zijn de stylistische gaven waarmee deze afgevaardigde zich en nademaal de Kamer bediende.

De Volkskrant noemde ds. Abma eens de beste stylist van het Nederlandse parlement. Zijn fijnzinnige humor kon plots enige ontspanning brengen in de vaak ellenlange droge debatten.'

Mr. M. W. Schakel

Hij schrijft over 'Het rijk der natuur kent uitstervende planten'.

‘Abma is een geestig man met een goed ontwikkeld gevoel voor fijne humor.

Abma is voorts een man, die zijn moedertaal zeer goed beheerst, de waarde van een woord kent en de wat verzonken betekenis van sommige woorden op verrassende wijze aan het licht weet te brengen. Een ernstig mens, jazeker, maar niet minder een goedlachs man. Mijn persoonlijke ervaring is, dat hij meestal maar een half woord nodig had om die lach uit z'n hoekje telokken.

Samen hebben wij heel wat gemeentelijke herindelingen behandeld. Wij zaten vrijwel altijd op dezelfde lijn, hij tekende mijn amendementen mede en ik de zijne.

In de vaak emotioneel geladen debatten met de Regering na beëindigde gijzelingen stond de inhoud van ons beider inbreng dicht bij elkaar. Heel sterk waren de betogen van Abma als hij kon getuigen van christelijke barmhartigheid, zijn rede in de zaak van mijn anti-revolutionaire collega en vriend Aantjes imponeerde daardoor.

Abma was een Kamerlid, dat de partij die hem afvaardigde getrouw weerspiegelde, Abma was daarenboven een waardig vertegenwoordiger van het Nederlandse volk.

Het was mij een vreugde zijn collega te zijn.'

Mr. G. Holdijk

‘In de rede van 1968 wordt het overlijden van "onze vaderlijke vriend David Kodde" gememoreerd (1968/5). En in 1973 opent de rede met een woord ter nagedachtenis van ir. C. N. van Dis. Over hem wordt dan gezegd; ' 'heel stil en bescheiden ging hij zijns weegs in ons midden. Toch verrichtte hij een enorme hoeveelheid werk voor de partij. Hij was geen man van spectaculaire dingen. Stuntwerk hoefden we van hem niet te verwachten. De SGP verlangt dat ook niet van haar vertegenwordigers" (1973/3).

In 1970 vormde het feit dat ons land toen vijfentwintig jaar bevrijding van de Duitse overheersing mocht gedenken aanleiding om daarmee de partijrede te openen (1970 3/4). De vijfentachtigste Psalm stond daarbij centraal.

Het blijft niet bij dankbaar gedenken alleen, ook de vermaning ontbreekt niet. In het derde vers van genoemde (berijmde) psalm staat o.a.: "Mits hij niet weer op het spoor der dwaasaheid tree". Daarover ds. Abma: "Hoe vurig sommigen gehoopt hadden, dat ons volk niet weder tot dwaasheid zou keren, het is jammerlijk genoeg op grote schaal geschied. Met woorden ontieend aan het Oude Testament moeten we verklaren, dat Nederland deed wat kwaad was in de ogen des Heeren en dat ze Hem tot ijver hebben verwekt meer dan al onze vaderen gedaan hadden met hun zonden, die zij zondigden'.

Ds. H. G. Abma in zijn herdenkingspreek

‘Ik heb in die veertig jaren, denk ik, haast geen consistorie betreden of er is een spiegel of spiegeltje - dat zeer onmisbare instrument - , al zou het alleen maar zijn om te zien of je slabbetje goed hangt. Geen consistorie zonder spiegel.

In onze tekst wordt u ook een spiegel opgehangen en dat is een domineesspiegel, maar het is ook een spiegel voor u. Daarin wordt gespiegeld het kerkelijk leven zoals dat ook in ons vaderland reilt en zeilt. Een spiegel moge ons spiegelen aan een ander: Johannes de Doper. Wie zich spiegelt aan een ander, spiegelt zich zacht en dat zal dan moeten blijken. Er wordt dus gesproken over Johannes de Doper: hij was het licht niet. Hij was niet iedereen, denk ik, maar er staat: hij was een mens. Een mens; zó worden de profeten u voorgesteld. Elia. Van hem wordt gezegd, dat hij was een mens van gelijke bewegingen; als was het om ons te doordringen dat we niet te hoog tegen deze mensen op zien. Een mens, van God gezonden.

Calvijn zegt er dit van: Het is natuurlijk nodig dat een profeet en dat een prediker en dat een verkondiger van God gezonden is. Maar hij zegt: - op mijn manier zal ik het weergeven, maar daar komt het wel op neer - , er zijn er zo heel veel die er hoog van opgeven, er geweldig over opsnijden en er allerlei verhalen over ophangen, hoezeer zij wel van God beroepen, gezonden zijn. Maar hij zegt ook: daar moeten we ons niet al te veel door laten imponeren. Een man van God gezonden, een gezant dus.'

Ik geef geen commentaar meer. Lees het boek maar. 'n Goed boek, niet omdat het gaat over een goed mens maar over een goede God, die in het leven van mensen ook nog genade geeft.

Toespraak bij de aanbieding van het eerste exemplaar van 'Dominee in de politiek' aan ds. H. G. Abma te Putten op zaterdag 23 januari 1982.

Zeer geachte ds. Abma, mevrouw Abma, familie Abma, zeer gewaardeerde en zeer gewenste aanwezigen, dames en heren!

1. Zoeven heeft de heer, Boender u mogen verwelkomen op deze bijeenkomst. Wij zijn blij dat u aan de uitnodiging gehoor hebt willen geven.

Dat geldt in het bijzonder u, ds. en mevr. Abrna, ofschoon we beseffen dat de uitnodiging u uitermate laat bereikt heeft en hoewel er een onverwachte inbreuk gemaakt wordt op uw dagindeling en op uw privacy die u speciaal op deze dag toekomt. Daarbij komt nog dat u, in tegenstelling tot de meesten hier aanwezig, zich zult afvragen wat ons samenbrengt. Niemand tekent graag een blanco cheque (als hij tenminste nog iets te verliezen heeft) en niemand neemt graag deel aan een samenkomst waarvan hij het doel niet kent en waarvan onduidelijk is welke rol hem daarin is toebedeeld. Kortom, we beseffen dat de wijze en het moment waarop wij u uitgenodigd hebben zich beweegt op de rand van hetgeen in het maatschappelijk oirbaar genoemd mag worden. Uw toestemming om te komen, waaromtrent ook wij noodzakelijkderwijs tot voor enkele ogenblikken in onzekerheid verkeerden, heeft onze belaste gewetens lucht gegeven.

Vrijwillige toestemming immers - wij houden het er tenminste op dat u niet ontvoerd bent - kan in principe onrechtmatig gedrag zijn onaanvaardbaar karakter doen verliezen. Tot zover over de legaliteit van deze samenkomst en uw aanwezigheid daarbij.

2. Dan over het doel van deze bijeenkomst. Vooraf dit: Ik voel me in mijn uitdrukkingsvaardigheid wat geremd doordat ik mij afwisselend rechtstreeks tot u persoonlijk ds. Abma én over uw hoofd heen tot de overige aanwezigen zal wenden, waarbij over u als derde aanwezige gesproken zal worden. Dat is één van de nadelen als een bijeenkomst geen voorzitter kent. U wilt mij daarvoor wel verontschuldigen. Onze gewetens zijn te minder bezwaard nu wij ervan overtuigd zijn dat slechts goede bedoelingen ons hier samenbrengen. Iets anders hebt u op deze feestdag, waarop u uw 65e geboortedag mag gedenken, hopelijk ook niet verwacht. Misschien hebt u evenwel niet verwacht dat u zelf ook het middelpunt van dit qua omvang weliswaar bescheiden gezelschap zou vormen, hetgeen desniettemin het geval is. Soms is men middelpunt tegen wil en dank. Het zou kunnen zijn dat het hem - ds. Abma - op dit moment óók zo vergaat, zolang althans geen duidelijkheid verschaft wordt omtrent de bedoeling van dit samenzijn.

Overigens is hij natuurlijk wel gewend om middelpunt te zijn. Als herder en leraar van diverse hervormde gemeenten ons land was hij dat en als voorzitter van de partij is hij dat nog steeds.

Tot voor ruim een half jaar was hij Ook middelpunt van de Tweede Kamerfractie. 18 jaar was hij lid van die Kamer en 10 jaar daarvan voorzitter van de SGP-fractie, die in die tien jaar qua personele samenstelling geen wisselingen onderging.

Middelpunt-zijn is per definitie altijd een hoedanigheid van beperkte betekenis; gelukkig maar, zo zou ik eraan toe willen voegen.

In die Tweede Kamer mét 150 leden is een fractie van drie man geen factor van groot politiek gewicht. De fractie is er onder zijn leiding ook nooit op uit geweest om door spectaculair optreden de publieke aandacht van de politieke arena te trekken en de schijnwerpers van de publiciteit naar zich toe te halen. Die houding zal, naar ik vermoed, ten diepste verband houden met de aard van de boodschap die men te brengen heeft.

Dat alles neemt niet weg dat hij binnen de fractie wel het middelpunt was, niet omdat hij zich als zodanig opwierp en wilde laten gelden, maar omdat hij als zodanig door iedereen, denk ik, erkend werd. En niettegenstaande kamerleden toch altijd individualisten met eigen deskundigheden blijven, was u primus inter pares.

Nu is het zo dat middelpunt-zijn op zichzelf genomen nog weinig zegt. Een voorname vraag is hoe het middelpunt zich gedraagt ten opzichte van zijn omgeving. De natuurkunde leert ons immers dat er middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten werkzaamzijn. Ik hoef hier niet voor zijn fractiegenoten te spreken - zij hebben hun jaren - , maar voor de medewerkers gold in elk geval dat men u wist te vinden en u in vertrouwen nam. Wellicht gaat dat terug op uw pastorale instelling en ervaring.

We spreken tot hiertoe veelszins in de verleden tijd. U hebt reeds vroegtijdig te kennen gegeven in 1981 geen nieuwe 'ambtstermijn' - of noem het zo u wilt mandaat - te ambiëren. Als lid van de Tweede Kamer hebben we op 9 juni jl. afscheid van u genomen. In het verband van fractieleden van Eerste en Tweede Kamer plus medewerkers en echtgenoten, mochten we op de avond van diezelfde dag bij uw vertrek stilstaan. We wisten toen nog niet dat zijn Opdrachtgever nog een nieuwe taak in het politieke vlak voor hem had weggelegd.

Reeds ver daarvóór, nu ongeveer anderhalf Jaar geleden, was in de kleine kring van de redactie van 'Zicht' het idee geopperd om bij zijn vertrek als Kamerlid ook nog op andere wijze stil te staan. Er bestond behoefte aan een vorm waarin men zijn waardering voor de politieke arbeid van ds. Abma kon uitdrukken. Die vorm stond al vrij gauw vast. De vraag was of het denkbeeld voldoende weerklank zou vinden. Nadat in verschillende richtingen gepeild was, bleek de respons zodanig dat het denkbeeld voor zulk een gebaar voor verwerkelijking vatbaar zou zijn. Zo kon het plan om hem een bundeltje artikelen - opstellen zo u wilt - aan te bieden, gestalte krijgen.

3. Tot slot wil ik dan nog iets meer over deze publicatie te berde brengen.

Misschien zult u, ds. Abma, de verschijning van dit bundeltje teveel eer achten, niet uit voorgewende bescheidenheid, maar uit diepe overtuiging. Mogen wij tot onze verdediging, en tot uw geruststelling verklaren wat ons bewogen heeft?

Om te beginnen willen wij wijzen op de bescheiden omvang van het bundeltje. ('Bundel' zal sommigen wellicht ietwat overdreven in de oren klinken, al zal ik dit woord bij deze gelegenheid in het vervolg toch gebruiken, al was het alleen maar ter vermijding van al te popperig en knuffelachtig en daardoor ridicuul aandoende woordverbindingen).

Verder mogen wij het karakter van het boekje misschien wat toelichten.

1. Het is primair een afscheidsbundel ter gelegenheid van het beëindigen van uw lidmaatschap van de Tweede Kamer. Als gezegd, toen het idee voor deze bundel ontsproot, konden wij niet bevroeden dat uw betrokkenheid bij de Staten-Generaal nog geen einde zou nemen. Hadden wij het wél geweten, dan zouden we - evenwel niet anders gehandeld hebben dan we nu gedaan hebben. In de bundel hebben we gepoogd uw werk in de Tweede Kamer te karakteriseren, wat echter niet wil zeggen dat al uw politieke arbeid is geboekstaafd. Wél zijn we met onze beschrijvingen en beschouwingen buiten het strijdperk van de Kamer getreden, eenvoudig omdat u ook nog partijvoorzitter en hoofdredacteur van 'De Banier' was en bent.

2a. De bundel is oók een feestbundel - 'Festschrift', zeggen de Duitsers - voor een jarige, die de leeftijd heeft bereikt waarop men in Nederland in het algemeen geacht wordt van arbeidsplicht ontslagen te zijn, althans van de materiële noodzaak daartoe. Tussen haakjes: deze norm pleegt in de politiek soepel gehanteerd te worden; u bent daar zelf het bewijs van. En ofschoon u de kerk langer gediend heeft dan de staat - tot dusver tenminste - , heeft u een belangrijk deel van uw leven aan de politiek gegeven, waar het Kamerlidmaatschap sinds - pakweg het begin van de zestiger jaren-een dag-en soms een nachttaak vormt, zeker in een fractie met geringe mankracht. 2b. Het is ook een feestbundel omdat u in het jaar waarin u het Tweede Kamerlidmaatschap neergelegd hebt, bij een tweetal jubilea hebt stilgestaan. U was in 1981 veertig jaar predikant en evenlange periode mét uw vrouw in het huwelijk verbonden. Ik mag nu misschien al wel vast verklappen dat de tekst van de jubileum-dienst, welke op 6 september van het vorig jaar door u geleid werd in de oude kerk van de hervormde gemeente hier ter plaatse, in druk is weergegeven en in de bundel opgenomen. Onze excuses dat onze opzet niet toeliet om u daarbij in te schakelen.

4. Last but not least is de bundel ook een vriendenbundel, of beter gezegd: een liber amicorum. Waardering voor uw werk gaat hand in hand met waardering voor uw persoon. De schrijvers willen u dankbaarheid betuigen en een bewijs van respect en vriendschap bieden. Het is een uiting van sympathie en van erkentelijkheid voor wat u tot hiertoe voor de christelijke politiek en voor de SGP in het bijzonder heeft verricht. Uit de bundel mag ook blijken dat uw onversaagde werkzaamheid een inspiratiebron is geweest en nóg is, ook al heeft de politiek als zodanig er misschien geen ander aanzien door gekregen. Toch is er invloed van uw politieke bezigheid uitgegaan, al blijft die meestal verborgen. Ik herinner me echter nog goed dat ir. Van Rossum op de eerste fractievergadering welke hij als nieuwe voorzitter leidde en waarbij u niet tegenwoordig was - het was op 1 september 1981 - stilstond bij de wijze waarop u als zijn voorganger was opgetreden. Hij zei het toen in deze simpele woorden: 'Wij hebben er allemaal wat aan gehad'. Persoonlijk heeft mij steeds aangesproken de wijze waarop u beginselpolitiek bedrijft. Beginselen veronderstellen belijndheid. Die treft men bij u aan. Zie slechts het boek over de Tien Geboden, 'Tien woorden ethiek'. Anderzijds zijn beginselen vertrekpunten. Door het bezig-zijn met beginselen heeft uw werk soms ook een schijnbaar on-af karakter. Niet alles ligt bij voorbaat tot in detail vast. Wél strekken beginselen zich over alle doen en denken uit. Maar beginselen zijn geen doeleinden, geen eindpunten. Wie het verschil niet duidelijk is, moge ik verwijzen naar het onderscheid dat zich openbaart tussen gereformeerde en christen-radicale politiek.

Ik kan het hele terrein van wetenschappen niet overzien, maar ik meen dat het onder theologen én onder juristen nog altijd een regelmatig voorkomend verschijnsel is - van een gewoonte zou ik niet willen spreken - om mensen met verdiensten te eren met een liber amicorum.

Als ik op het terrein van de politiek om mij heen zie, ontwaar ik als meest recente voorganger slechts de bundel 'Bene Meritus', opgedragen aan de anti-revolutionaire politicus dr. Jan Schouten uit 1958. Overigens gaat de vergelijking met de Abma-bundel in veel opzichten niet op. Maar in de juridische discipline zijn er bijvoorbeeld in het voorbije jaar 1981 minstens vier verschenen. Soms wordt ook in de titelt nadrukkelijk duidelijk dat het om een vriendenbundel gaat. Zo trof ik in mijn boekerij deze titels aan: 'Verzekeringen van vriendschap' (T. J. Dorhout Mees, 1974), 'Met eerbiedigende werking' (L. J. Hijmans van den Bergh, 1971) en 'Beeld van goede vriendschap' (B. de Goede, 1980). Nu is een titel niet altijd alleszeggend. De aan u opgedragen bundel draagt niet een dergelijke titel. Het is naar wij menen wél een passende titel, al moeten we bekennen dat hij niet origineel is. Het is leenwerk, maar nog net geen pla-" giaat, hopen we. Hij is ontleend aan één van de eerste geschriften van uw hand in de tijd dat u Kamerlid was.

Het samenstellen van een feestbundel is, als gezegd in sommige kringen gelukkig nog een geregeld voorkomende gebeurtenis. Ze moet echter naar mijn mening en inzicht wel met het nodige onderscheidingsvermogen worden, verricht. Het moet gaan om iemand van wie invloed is uitgegaan. Van die invloed is in deze bundel een neerslag te vinden. We hopen dat er een weerklank van zijn stem en een weerkaatst beeld van zijn persoon in te vinden is. Het is dus eigenlijk een spiegel die wij hem voorhouden. Wij zouden dit niet doen als we niet meenden dat hij daar gunstig op stond. Daarstraks sprak ik over het middelpunt-zijn. Wie middelpunt is, is vaak tevens middelpunt van kritiek. Ook die is niet bespaard gebleven. Voorzover het om opbouwende, gezond-makende kritiek ging, zal hij daar dankbaar voor zijn. Voor het overige zal hij het in handen geven van Hem, Die rechtvaardig oordeelt. Kritiek van deze aard komt in deze bundel uiteraard niet aan bod.

Voor ik besluit nog een wens en een dankwoord.

a. De wens geldt u, ds. Abma. Wij prijzen ons gelukkig dat wij hem als vriend in ons midden houden en hopen nog lange tijd de blijken van zijn pastorale houding en nimmer aflatende humor, maar niet minder van zijn stil geloofsvertrouwen, te ontvangen. Moge hij in zijn Otium, voorzover dat ingetreden is door zijn vertrek uit de Tweede Kamer, nog vele jaren werkzaam blijven. Moge hem die gunst verleend worden. Dat wensen wij hem én zijn vrouw, maar niet minder ons zelf toe.

b. Tot slot een woord van dank.

1. Ik wil deze gelegenheid benutten, om alle scribenten, zowel die vanuit de SGP alsook in het bijzonder van daarbuiten hartelijk danken voor hun spontane medewerking. Mijn dank geldt ook allen, die op welke wijze dan ook, hand-en spandiensten - overigens niet onbelangrijke - hebben willen verrichten.

2. Dank ook aan het hoofdbestuur van de SGP, die deze uitgave financieel mogelijk gemaakt heeft. Ik herinner me nog'^goed het ogenblik waarop ik de heer Pijl, penningmeester, als scribent medewerking voor het plan vroeg. De zakelijke kant was toen nog enigszins in nevelen gehuld. Wij dachten aan een bijzonder nummer van 'Zicht'. De heer Pijl bood toen spontaan financiële hulp aan, waardoor tevens de opzet wat royaler kon uitvallen dan aanvankelijk in de bedoeling lag.

3. Dank tenslotte voor de uitermate prettige samenwerking die ik mocht ondervinden in de contacten met de drukker, de heer Priester van drukkerij Tupos in Rotterdam. Hém mag ik vragen om u, ds. Abma, het eerste exemplaar van de bundel te overhandigen.


N.a.v. Dominee in de Politiek, onder redactie van M. G. Holdijk, uitgave S.G.P., 's Gravenhage, 155 pag., ƒ 10, - . Giro 3733718 t.n.v. Penningmeester Stichting Voorlichting en Vormingscentrum S.G.P. Den Haag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

‘Dominee in de politiek’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's