De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

In De Zaaier, hervormd orgaan van Flakkee, stond het volgende over de watersnoodramp van 1953. De dingen behoeven niet altijd feilloos verwoord te zijn om toch écht te zijn, uit het leven gegrepen. Hier volgt het stuk.

1 februari 1953

Ach, Heer', Bewaarder van ons leven.
Waarom hebt Gij mij eerst drie kindertjes gegeven?
En naamt Gij ze weer terug met een slag.
Op die noodlottige 1ste Februari-dag?

Als moeder droeg ik ze eens onder mijn hart,
stil droeg ik leed en smart.
Wat was de blijdschap dan ontzettend groot,
wanneer je het kindje voor 't eerst in je armen sloot.

De eerste, een jongetje met blauwe ogen.
Wat stond ik dikwijls over dat wiegje gebogen.
De tweede, wederom een zoon, mijn hartedief.
De derde een meisje, zo onuitsprekelijk mooi en lief.

En toch hebt Gij ze mij eerst gegeven,
en Gij naamt ze terug uit het leven.
Niets helpt ons te vragen: Waarom nu en hoe?
Leer mij vragen: Ach Here, waartoe?

Zusje stierf het eerst, slechts een halfjaartje oud.
Toen de oudste, hij zei: "k Heb op God vertrouwd.'
Hij was niet benauwd om zo jong reeds heen te gaan.
Zei nog: 'Dag Mamma' en toen was 't gedaan.

Toen ging ook de middelste heen,
en... liet God ons samen alleen.
Mijn man en ik tesamen in smart.
De Here erbarme zich over mijn arme moederhart!

Toch, we moeten weer verder door 't leven.
Gij hebt ons nog een taak gegeven.
Wij moeten leren berusten en mogen niet klagen.
Helpt Gij ons dan dit zware verlies te dragen!

En heb ik het moeilijke en kan ik niet meer,
leer mij dan knielen en bidden, keer op keer.
Moeders! bidt gij dan samen met mij.
Voor allen, die zo zwaar getroffen zijn!

***

Ook in de negentiende eeuw was het in Polen geen rozengeur en manenschijn. Uit het blad 'Zwingli' namen we het volgende gedicht over.

Een jaar na het uitbreken van den Poolsen opstand van 1830-1831 tegen Rusland en tot herstel der onafhankelijkheid.

Zingt uw lied'ren! Klinkt en drinkt!
Laat den wind daarbuiten razen.
Waar het al in sneeuw verzinkt!
Broeders, zingt en heft uw glazen!
Golvend groeit het stormgedruis.
Ingesneeuwd is heel het huis.

Tot g' in woede u bezint: Klinkt en drinkt!
Op ruige zolen
Danst de winter met den wind
Over 't massagraf van Fooien:
Vrijheid onder 't ijs gesmoord -
Polens heldendom vermoord.

Om de lijken vecht de sneeuw
Met den honger van de raven,
Wil de schande onzer eeuw
Diep en ver van 't licht begraven.
Doden dekt het sneeuwen kleed.
Niet het niet te peilen leed.

Als de leeuw'rik straks weer zingt
In het somb're dal der doden.
Als de lente openspringt.
Aangeraakt door lentegoden.
Als de winter is gezwicht.
Rijst de schande weer naar 't licht.

Als de sneeuw gesmolten is.
Zien w' als zwarten rook haar vluchten.
Op uit graf en duisternis
Naar de hoge lenteluchten.
Zien, wanneer de rook verwaait,
Dat de vlam der wrake laait

Nikolaus Lenau (1802-1850)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's