De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

J. Verkuyl: Zijn alle godsdiensten gelijk? Kok, Kampen, 1981, 152 blz.

Dit eertijds bescheiden boekje is, thans in vierde druk verschenen, uitgegroeid tot een stevige paperback. Het thema dat het behandeld is meer dan ooit actueel, en dat zal Wel de reden zijn waarom het boek opnieuw, sterk vermeerderd, ter perse kwam. Door een bekwame hand worden wij binnengeleid in een, heden ten dage, wereldwijde problematiek. Als man van de zendingswetenschap is prof. Verkuyl (eens hoogleraar aan de V.U. te Amsterdam) als weinig anderen op de hoogte van wat er op literair gebied binnen de 'oecumene' te koop is. Wij komen in zijn boek allerlei namen en publicaties tegen die, althans mij, onbekend in de oren klinken. De informatie die hier gegeven wordt, waardeer ik dan ook zeer. De dtel van het boek loopt uit op een vraag. Het • deed mij deugd te bemerken dat Verkuyl deze vraag rondweg ontkennend heeft beantwoord. Dus: niet alle godsdiensten zijn gelijk! Zelfs op de tweede vraag die daarna aan de orde wordt gesteld, nl. of er soms slechts relatieve verschillen bestaan tussen het Evangelie van Jezus Christus en de boodschap van andere godsdiensten, antwoordt Verkuyl in ontkennende zin.

Hij keert zich hiermee duidelijk tegen het oprukkende ideaal van één wereïdgodsdienst, ofwel tegen het moderne syncretisme. Ik wil dit graag onderstrepen en er mijn waardering voor uitspreken. Ik verzoek ook, dit niet te vergeten, wanneer ik nu vervolgens enkele kritische nodes laat horen. Die kritiek geldt dan met name Verkuyls eigen, ook in dit boek duidelijk naar voren tredende, theologische opvattingen. Al dadelijk horen wij hem beweren dat dé christelijke belijdenis is; Jezus is de Heer (Kudos). Gaarne geef ik toe, dat het Kurios-zijn van Jezus Christus al in het Nieuwe Testament een belangrijk gegeven is. Het keert later ook in het Apostolicum terug. Maar mijn bezwaar gaat tegen de verenkeling en verzelfstandiging van deze belijdenis; en dat zij dan, in haar verenkeling, wordt overgeplant in de 20e eeuw en daar voor dominant wordt verklaard. Zo krijgt dit credo, bedoeld of onbedoeld, toch het karakter van een zekere reductie van het christelijke belijden. Aan de volheid die het christelijk belijden, krachtens het Nieuwe Testament dragen moet, wordt tekort gedaan. Ook het Apostolicum omvat veel méér. En het is ook niet te handhaven dat deze formule alleen in het Nieuwe Testament de inhoud van het apostolisch belijden uitmaakt. Wij komen in het Nieuwe Testament ettelijke belijdenissen tegen. Als de kamerling toegang vraagt tot de christelijke doop, wordt van hem geëist de belijdenis dat Jezus Christus de Zoon van God is (Hd. 8, 37). De doopsformule (Mt. 28, 19) draagt al vanouds een trinitarisch karakter - en zij is het die de structuur van het Credo heeft bepaald. Voor Johannes was de kernbelijdenis, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is (1 Jh. 4, 3). Ik noem slechts deze enkele teksten, er zouden er veel meer te noemen zijn.

Vervolgens, de negatieve kanten van de nietchristelijke religies worden door Verkuyl wel genoemd, maar zij krijgen toch niet dat gewicht dat zij in Oud en Nieuw Testament hebben. Bij Verkuyl valt de volle nadruk op Gods lankmoedigheid, die hij uitlegt in de zin van toleranüe. En nu spreekt de Schrift inderdaad over Gods lankmoedigheid. Maar die geldt de volkeren en is niet een toleranüe van hun religies! Verkuyl geeft aan deze religies en hun betekenis een positieve waardering die in de Schrift nergens te vinden is. Het begrip 'lankmoedigheid' vullend met een onbijbelse inhoud, durft hij vervolgens te spreken over 'latente christenen' en geeft hij aan het werk van de Geest een breedte, die toch weer - zijns ondanks - de heidense religies maakt tot een zekere voorbereiding op het Evangelie. Het zo noodzakelijke on-

derscheid tussen een algemene en bijzondere genade ontbreekt in zijn betoog en dat brengt hem tot deze onverantwoorde stellingen.

Tenslotte, het Evangelie zelf wordt, naar mijn inzicht, tot in de kern door Verkuyl misverstaan als hij zo exclusief inzet bij Jezus'koningschap en de Rijksgedachte laat praevaleren over heel de Schriftinhoud. Hij toont zich hierin een ware leerling van Kraemer en andere nieuwere theologen. De kern van het Evangelie is de gekruisigde en opgestane Heere: Christus gestorven voor onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardiging; kortom: zonde en genade.

Ik zeg niet, dat deze elementen bij Verkuyl geheel ontbreken. Maar vergeleken bij zijn (optimistische) Rijksgedachte treden zij in de schaduw. En dan staat men bloot voor een horizontalisering van het Evangelie. Hiermee correspondeert dan vervolgens Verkuyls positieve waardering van Melbourne en zijn lof voor tal van nieuwere theologen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1982

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's