(Lukas 23 : 33 midden)
Kruisigden zij Hem aldaar.
De kruisiging van Jezus, die voor een buitenstaander een willekeurige gebeurtenis lijkt, niet meer dan een incident in het machtige, uitgestrekte Romeinse Imperium, een onbetekenende executie in de kantlijn van de wereldgeschiedenis, is in wezen het middelpunt, hoogte-en dieptepunt, van het wereldgebeuren. De spil. Want het is naar goddelijk bestek.
Op het eerste gezicht schijnen de soldaten die hun gruwelijk karwei van de kruisiging uitvoeren, de enige handelende personen te zijn. En inderdaad zit er dit element in het heilig lijden en sterven van onze Zaligmaker. Mensen vergrijpen zich aan een medemens.
De soldaten begaan eigenlijk een moord. Al is het op bevel van hun superieuren, en dragen deze de grootste verantwoordelijkheid. Maar naar goddelijke en menselijke maatstaf is het ontzettend wat er op Golgotha gebeurt. Hier spiegelt zich af, wat er heel de mensheidshistorie door, op deze wereld na de val, steeds weer plaatsvond. Het laat ons zien waartoe wij in staat zijn. In het groot en in het klein. Een levend mens wordt tot een ding. Zij kruisigden Hem. Zij spijkeren Hem aan het hout. Hangen Hem daaraan op. Alsof een mens dood materiaal is. Wij, mensen, kunnen tot pure dingen worden, tot nummers. Dat is eigenlijk daemonisch. In de concentratie-kampen in de Tweede Wereldoorlog werden mensen letterlijk tot nummers, dingen. ledere gevangene droeg een getatoeëerd nummer op de onderarm. Dan zijn wij geen personen meer. Dan hebben wij geen naam meer. En in het communisme is de mens ook een ding. Een radertje in de grote machinerie van de partij, en ondergeschikt aan het gestelde politiek maatschappelijk ideaal. Maar hoewel dit facet ongetwijfeld aan de kruisiging van Jezus onderkend kan worden, zelfs in een nog ergere zin dan wij zojuist weergaven, want de moord op Jezus is een vergrijp aan de Christus van God, dus in wezen Gods moord, vijandschap tegen de Heere en Zijn zaak (Weliswaar voor de soldaten een kwestie van onbewustheid. Maar deze duistere gezindheid is altijd diep verborgen in het leven van mens en wereld aanwezig), is het toch niet de kern. Op de achtergrond, onzichtbaar is op Golgotha de levende God tegenwoordig, en bezig. Hij is de eigenlijk handelende Persoon. Het is God, Zelf, Die zich een Lam tot brandoffer voorziet. En het is de mensgeworden Zoon van God, Die aan het Kruis bezig is, want Hij is doende de wereld met God te verzoenen.
Dáár is het gebeurd wil Lukas zeggen. Op Golgotha. Op een luttele vierkante meter grond. Daar heeft het plaatsgevonden. Wat? Het offer van de verzoening. De wending eeuwig ten goede. Het keerpunt in de wereldhistorie. De aanpak en de oplossing van het allereigenlijkste en diepste vraagstuk in het menselijk bestaan: de schuld van de zonde. Die is daar gedragen, weggedaan en uitgedelgd. Daar heeft God het wereldofferaltaar tot verzoening in de vorm van het kruis opgericht. Daar heeft God zijn eigen Zoon, in onze plaats, gevonnist, gestraft, verlaten en vervloekt. Daar heeft de Zoon van God zich gegeven in de radicale zelfovergave voor de Zijnen tot in de dood, de bittere dood aan het kruis.
Op Golgotha wordt niet zomaar iemand gekruisigd. Ook niet de meest gave en de meest edele mens. Hier hangt de Middelaar van God en de mensen aan het Kruis van de schande. Op Golgotha is er daarom, de uiterste samentrekking van het heilshandelen van God in de verlossing van de wereld. De uiterste concentratie ook van God's zondaarsliefde, zijn eeuwig voornemen vijanden met zich te verzoenen. Op Golgotha trekt zich alles samen op het Kruis waaraan Jezus hangt..Heel de raad van God. Ook alle vuilheid en ongerechtigheid van heel het menselijk geslacht. Deze worden aan Jezus bezocht.
Op Golgotha schitteren de liefde en de genade van. God, tevens worden wij daar gewaar de vuurvlam van het gericht van God, ja, de schrik van Zijn toorn. Op Golgotha is er de uiterste verdichting, in één moment, op één plek, in één gebeurtenis, op één mens, van Gods recht en genade, Gods oordeel en barmhartigheid. Op Golgotha hebben gedane zaken een keer genomen. Daar. Tóén! De gedane zaken van de zonde en de ongehoorzaamheid in Adam. Daar kwam onze zaak voor. Daar diende het geding dat tegen ons liep, onze strafzaak. Uitgesteld sinds de val. Maar de gedane zaken door Jezus Christus op Golgotha nemen geen keer. Onze Heiland is op Golgotha de zonde gestorven, eens en voorgoed. Nu is er geen keer in de gedane zaken van Jezus. Nooit een keer. Jezus heeft in Zijn Kruisdood zondaren een volkomen verlossing aangebracht. Daarom is er in het christelijk geloof concentratie op Golgotha, op wat daar gebeurd is, op het offer dat daar gebracht is, het bloed daar gestort. Dat offer wordt ook gepredikt en verkondigd, want het heeft een eeuwige waarde en betekenis, en omspant in kracht geldigheid en uitwerking de eeuwen van de wereldgeschiedenis. Want er is, sinds toen, op grond van wat daar geschied is, vergeving en behoud. Vanwege de daad van het sterven van Jezus op Golgotha. In het handelen van God op Golgotha, historisch, tijdelijk, en ruimtelijk, op deze planeet aarde, vallen de allereigenlijkste beslissingen. De allereigenlijkste beslissing, en het allereigenlijkste gebeuren spelen zich dus niet af in de menselijke ziel, in de innerlijkheid. Dat stellen de oosterse religies in allerlei variatie en toonaard.
De allereigenlijkste beslissing valt ook niet in de geest, het denken, de speculatie en de wetenschap. Ze hebben veel te bieden, maar geen heil. Het allereigenlijkste vindt ook niet plaats in het menselijk handelen, politiek en maatschappelijk. Ze garanderen ons geen heilsstaat. De allereigenlijkste beslissing vindt plaats in het handelen van God, want dat is heilshandelen en alles beslissend. Uiteraard is ook het innerlijk van de mens (ook werkelijkheid) van belang dat tot op zijn wortels toe door het historische heil dat in Christus, door Hem verworven en in Hem besloten, dient geraakt en tot leven gewekt, verlevendigd, omgezet en veranderd te worden. Daar zorgt de Geest voor. Maar het persoonlijk door Christus met God in het reine komen, via de nauwe weg van berouw en schuldverslagenheid, bestaat bij de gratie van het offer van de verzoening van Jezus op Golgotha. Een andere grond voor de zaligheid, het eeuwig behoud, dan wat er op Golgotha is geschied, is er dan ook niet. Wij hebben daarin tot rust te komen, vrede te vinden. Daaraan genoeg te hebben. Want in niets is verder enig echt houvast te vinden. De meest gelovige mens kan in zijn gelovigheid en verzekerdheid aan het wankelen gebracht worden, maar één ding staat vast, en wel tot in eeuwigheid, onwrikbaar. Het is volbracht! Wij houden ons dan ook in het leven van het geloof niet vast aan onszelf, want dan staan of vallen wij naar de mate waarin, en voorzover wij gelovig zijn, dus toch uiteindelijk met onszelf, al is het ons wedergeboren ik, maar wij staan of vallen met wat er ruim 19 eeuwen geleden op Golgotha is tot stand gebracht. Daarom staan wij, en als wij vallen, zoals een Petrus, vallen wij op Christus en Zijn ons aangebracht verlossingswerk en die grond houdt en draagt ons. Het is rots-grond. Eeuwigheids-grond. En deze verzakt nooit. Om die reden is de verankering daarin zo hecht. Daarom, hoewel het leven van het geloof, en zulks zeer wezenlijk, een binnenzijde heeft, óók, en zulks zeer bepaald een interne aangelegenheid is, want het is juist de Geest, Die dode harten in de kennis van Gods genade in Christus levend maakt en levend houdt, heeft al wie gelooft en gelovig is, 'het beslissende steunpunt buiten zichzelf.
Daarom, als er iemand is, die, door de Geest, overtuigd van de armoede, de reddeloosheid, de vloek waardigheid en de verlorenheid van zijn zondaarsbestaan, zich afvraagt hoe hij, de zondaar die hij is, verzekerd kan zijn van God's hartelijke liefde en trouw jegens hem, voor hem bedoeld, dan neemt het Evangelie hem als het ware aan de hand mee en leidt hem tot Golgotha en betuigt: zie, daar, aan het kruis hangt uw Verlosser. U moogt troost vinden in Zijn wonden en genezing in Zijn bloed. En de Geest betuigt ons, scherpt ons in: Voorziet deze Man van smarten niet in uw grootste nood en diepste behoefte. Toch zonder meer? ! Hij is voor U een gepaste Zaligmaker. Laat Zijn genade U dan genoeg zijn.
Al wie zich hierdoor niet laat overtuigen maar zich afwendt, doet de Persoon en het werk van Christus tekort, sluit zich uit van de zaligheid, en mist de enige troost in leven en sterven; Daarentegen wie dit van harte beaamt, heeft de ware vrede en rust van het hart gevonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's