Presbyteraat en pastoraat (3)
Pastorale overwegingen
In dit laatste artikel wil ik naar aanleiding van vragen ingaan op de betekenis van de ouderling voor de dienst des Woords en voor de dienaar des Woords.
De presbyter en de pastor
In dit laatste artikel wil ik naar aanleiding van vragen ingaan op de betekenis van de ouderling voor de dienst des Woords en voor de dienaar des Woords. Het opschrift lijkt wat vreemd: de presbyter en de pastor. Een goede ouderling zal echt pastoraal zijn en werken. Maar als we ook nu onderscheid maken tussen de predikant en de ouderling, zal de laatste niet in het minst op de rustdag voor de predikant van waarde zijn. En dan met name 'de ouderling van dienst'.
Voor de dienst
Niet in elke gemeente bestaat dezelfde gewoonte. In sommige (stads)wijkgemeenten is slechts de ouderling van dienst aanwezig met nog een of twee ambtsdragers, in andere de gehele of gedeeltelijke kerkeraad. Het ligt erg teer in de Woordbediening; de omgang en de gesprekken met elkaar mogen daar ook een goede weergave van zijn. Aan opgeschroefde vroomheid hebben we even weinig als aan geesteloze, ongezouten praat. Gelukkig als er goede verhoudingen zijn onder elkaar, dat mist de uitwerking op de gemeente niet. Omgekeerd is dat helaas net zó goed waar.
Het ambtelijk gebed
Nog niet zo lang bestaat de gewoonte vóór de aanvang van de dienst in de consistoriekamer het 'voorgebed' te houden. In de tijd van de afscheiding, in de dertiger jaren van de vorige eeuw, toen samenkomsten dikwijls uit elkaar werden gejaagd, bad men te voren aan God om een ongestoorde dienst. Die gewoonte vond ook elders ingang. Het 'stil gebed' voor de dienst, door de predikant bij de kansel, later door de kerkeraad ook vóór het innemen van de plaats in de kerkeraadsbank(en) bestond al veel eerder. Het eerste kwam tijdens de hagepreken al voor, eer er sprake was van een kerkeraad nog. Dat stil gebed is en zij geen herhaling van het voorgebed in de consistoriekamer. Dit laatste moet wel zijn wat het wil zijn. Geen lange gebeden, die de dienaar des Woords, toch al gespannen om de dienst te leiden en de boodschap te brengen, meer hinderen dan wel doen. Het mag ook niet vooruitgrijpen op het openbare gebed in de kerk, waarin ook de voorbede gedaan wordt. Eigenlijk gaat het om het vragen van een zegen over de dienst, waarin het Woord Zijn weg gaat en wil vinden door de kracht van de Heilige Geest. 'Toestanden van land en volk' passen daarbinnen niet! In een kort, eenvoudig gebed drage de ambtsdrager de prediker tot voor Gods troon. En wat kan er een verademing en verkwikking van uitgaan. Vaak zal ook na de dienst de ouderling afsluiten met dankzegging voor de gehouden dienst en prediking. Nimmer oefene men kritiek in het gebed op de predikant. Er is geen eerlijk weerwoord, het gebed is daarvoor ook te heilig. Soms kunnen visitatoren de vraag op tafel leggen, of diakenen dan wel ouderling-kerkvoogden wel eens eindigen. Dezen voelen zich soms wel eens wat terzijde geschoven, zeker als na de dienst de ingezamelde gaven nog moeten worden verzorgd. Over een wisseling kan altijd in de kerkeraad worden gesproken. Men herhale in het dankgebed in de consistorie niet wat de predikant reeds aan het einde van de dienst bij en voor de Heere heeft gebracht.
Het gesprek na de preek
Ik raak hier een teer punt, dat ik toch evenwel graag van een enkele pastorale kanttekening voorzien wil. Het kan soms benauwend zijn, als er na een preek het diepste stilzwijgen wordt bewaard dan wel terstond over alledaagse dingetjes wordt gekeuveld. Dat kan pijn doen. Wie ootmoedig en eerlijk de boodschap bracht, zit bepaald niet te wachten op complimentjes, soms was de duivel daar al mee bezig. Maar het is wel fijn, als er op ingegaan wordt. Soms, met instemming wordt een zinsnede aangehaald, soms een vraag ter verduidelijking gesteld, soms ook een lieflijke terechtwijzing gegeven. Maar men diene het grote doel altijd voor ogen te houden. Vergeet niet, dat een predikant, van de kansel gekomen, vaak nog zeer gespannen is. Betreft het gesprek een onderhoud, omdat de ouderling of de kerkeraad bepaald ernstige bezwaren heeft, dan kan men beter op een wat later tijdstip spreken, of desnoods schrijven. Heet van de naald vallen er licht harde woorden, die een eerlijke gedachtenwisseling blokkeren. Het gaat er nimmer om wie gelijk heeft, of wie het wint, de dominee of de ouderling. De predikant moet niet eigenwijs menen 'ik weet het, want ik heb gestudeerd'. De ouderling moet niet waanwijs denken: 'ik zal die dominee eens even de wacht aanzeggen'. Wel moet men eerlijk met elkaar omgaan voor Gods aangezicht. Niemand worde de mond gesnoerd. De ouderling 'zit op de leer', maar moet wel zijn gezond verstand gebruiken. Zelf denk ik nog met veel liefde terug aan een ouderling, die, toen nog in leven, eens zei 'dominee, ik hoop u altijd na te gaan; kom ik thuis, dan pak ik de bijbel met kanttekeningen, en lees ik het nog eens na'. Wie, kan tegen een dergelijke 'controle' bezwaar hebben? Van tijd tot tijd spreke men ook in kerkeraadsvergadering eens apart over geestelijke-zaken, zoals de ligging van de gemeente, accenten in de prediking, persoonlijke indrukken van de prediking en de viering der sacramenten. Men houde het hart niet voor elkaar gesloten.
Met deze opmerkingen heb ik voldoende, naar ik meen, de vragen beantwoord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's