De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Via de voet naar de top

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Via de voet naar de top

7 minuten leestijd

gingen zij uit naar de Olijfberg. Matth. 26 : 30b

De evangelist Mattheüs vermeldt ons, bij het begin van de lijdensgeschiedenis van Jezus, dat Deze me Zijn discipelen ging naar de Olijfberg. Heeft de Heilige Geest hem tot deze mededeling bijzonder geïnspireerd?

De Olijfberg biedt een schoon uitzicht over de omgeving. Een wijd vergezicht opent zich. En deze berg is immers de berg van Jezus' Hemelvaart en Troonsbestijging?

De Olijfberg! Deze naam heeft een feestelijke klank.

Wordt ons hier niet met nadruk gepredikt: inderdaad loopt Christus' weg uit op zijn Troonsbestijging, maar ze is een omweg? Als Hij, nadat de lofzang gezongen is met Zijn discipelen vanuit de Paaszaal naar de Olijfberg gaat, dan begeeft Hij zich daarheen toch niet om de top ervan te bestijgen en Zijn verhoging te beleven. Doch om aan de voet daarvan heel andere dingen te ondergaan en te beleven.

Tevoren was Hij verzocht om een weg naar de heerlijkheid in te slaan maar zonder lijden. Hij had dit afgewezen met een beroep op het Woord. Daarin stond toch opgetekend dat Hij alleen langs de omweg van Zijn lijden in Heerlijkheid zou mogen ingaan. Hij mocht niet als de Verhoogde de top van de Olijfberg beklimmen om daar nog verder verhoogd te worden, als Hij eerst niet aan haar voet naar Gethsemané en zo naar Jeruzalem en Golgotha zou zijn gegaan. Hij zou toch niet in Zijn heerlijkheid ingaan alleen voor zichzelf? Maar ook opdat anderen - Zijn Volk - daarin zouden delen?

Doch dan moest eerst verzoening van de schuld en verlossing van de machten der duisternis en van het oordeel, waarin en waaronder wij allen gebonden lagen, tot stand worden gebracht. Dat werd van Hem gevraagd en zou door Hem volbracht worden, door Zijn angsten in Gethsemané en Zijn offer op Golgotha. Daarom moest Zijn weg hier nog lopen langs de voet van de Olijfberg. Naar Gethsemané en Golgotha en het graf in de hof van Jozef van Arimathea.

In geografisch opzicht lagen de top en de voet niet ver van elkaar. In andere diepere zin was hier voor Jezus de afstand tussen beide groot. Deze afstand moest Hij eerst overbruggen. Kwam hier in stilte de verzoeking weer tot Hem om de omweg maar te laten liggen? Echter uit liefde tot eer van Zijn Vader en tot Zijn volk - zondaren - gaat Hij eerst deze omweg, ten einde toe.

Jezus zegt in het vervolg, dat deze omweg voor Zijn discipelen, voor elk mens, zonder meer, een brok ergernis is. Dat Hij Zich zo diep vernederen moest, ergert ons.

Omdat wij wel gevoelen, dat deze diepe vernedering alles te maken heeft met het feit, dat wij voor de Heere God diep schuldig zijn en radicaal verloren liggen. Wij trachten dit ergens weg te werken, al is dit onmogelijk. Wij modelleren en moderniseren de Christus der Schriften zó, dat die prikkel tot die ergernis er uit is. Zolang deze ergernis bij ons blijft of wij die op onze wijze trachten te verdringen, kunnen wij geen deel hebben aan de Christus der Schriften, noch aan wat Hij voor ons, zondaren, verwierf. Deze ergernis doet ons over Hem vallen met een dodelijke val.

Alleen, wanneer wij, inplaats van ons aan Hem, de diep Vernederde en Vervloekte, te ergeren, in Hem als de Zodanige leren geloven en van harte gaan liefhebben, krijgen wij deel aan Hemzelf en aan wat Hij verwierf. Tot dit geloven worden wij in de lijdensweken weer in het bijzonder opgeroepen. Doch wie doet dit uit zichzelf? Maar de Heilige Geest wil, met en door het Woord, ons dit immers leren? Dan leren wij het Woord van harte gelijkgeven, dat wij inderdaad diep schuldigen voor de Heere God zijn, het oordeel waardig, die zonder de verzoening en verlossing door de gekruisigde Christus tot stand gebracht, echt niet kunnen. Wij verstaan dan Rembrandt, die zich zelf schilderde, - onder degenen die Jezus aan het Kruis sloegen. Wij deden door onze zonden en ongeloof Hem dit aan!

Dan leren wij tevens, - hoé soms daarin ook bestreden, - het Woord van harte bijvallen, dat de Gekruisigde Zichzelf niet zonder rijke zegen, zo diep, uit liefde vernederd heeft. Dit kan dan bij ons niet blijven, zonder dat grote, dat wij, door Hem zelf daartoe getrokken, de toevlucht nemen tot Heni en wij Hem om Zijn liefde, boven alles lief krijgen.

Inderdaad, in déze weg krijgen wij deel aan Hem zelf en aan wat Hij verwierf. Wij verdienen het oordeel en ontvangen vrijspraak. Wij vielen de zonde en de macht van de boze toe, maar worden aangenomen tot kindéren Gods, die de Heere God weer hun Vader mogen noemen. Wij die onszelf voor eeuwig buiten wierpen, zijn alzo erfgenamen en burgers van die heerlijkheid en dat Koninkrijk, waarin Jezus reeds is ingegaan. Op de top van de Olijfberg, nadat Hij Zijn gang langs de voet daarvan volbracht had.

Wanneer wij door genade hiervan weet hebben, mag dit aan ons leven iets feestelijks geven. Zelfs in deze tijd, waarin de ontwikkeilingen zorgwekkend zijn. Het gaat immers naar de top en naar de volkomen heerlijkheid. Waarin de machten der duisternis, nu nog zo woedend, krachtens de reeds behaalde overwinning van Christus, voor goed gebonden zullen zijn in de eeuwige duisternis, doch de glorie van Christus en al de Zijnen, ongekend schitteren zal.

Wel heeft dit feestelijke hier altijd nog een getemperd karakter. Jezus zelf ging via Zijn omweg door lijden tot heerlijkheid. Op een geheel enige wijze! Om zo Zijn werk als Borg en Zaligmaker met de Zegen daaraan verbonden, te volbrengen. Doch als wij van harte in Hem leren geloven en alzo aan Hem verbonden worden en deel hebben aan wat Hij tot stand bracht, dan kan ook onze weg door dit leven nog niet zonder kruis of offer blijven. Onze verbondenheid aan Hem gaat toch niet samen met het op de troon blijven van ons eigen 'ik'? Met het aan de hand houden van onze zonden - karakterzonden - ?

Met het prat gaan op onze werken? Met het zoeken van enige waardigheid, grond of voorwaarde in onszelf? Dat alles moet aan het kruis geslagen en in de dood overgegeven. Zo is de weg, waarop Christus hier de zijnen leert gaan, ook een weg van kruis en offer. Een omweg, die echter niet zonder zegen is. Zo toch leren wij temeer Hem alleen als onze Heere, tot zaligheid, erkennen en volgen. Bovendien, kunnen wij echt door het geloof aan Hem verbonden zijn zonder mede Zijn smaadheid te dragen? Ook nu zijn er Christenen van wie dit op heel bijzondere wijze wordt gevraagd. Wat wacht ons, en onze kinderen nog, wat dit betreft?

Toch blijft staan! Jezus zelf ging op geheel enige wijze door lijden tot heerlijkheid. Via de voet naar de top van de Olijfberg. En waar Hij nu is, daar zullen ook de Zijnen zijn. Zo blijft het feestelijke! Hij heeft reeds de top beklommen en is tot Zijn heerlijkheid ingegaan. Tot eer van Hemzelf en van de Vader en van de Heilige Geest zullen al de zijnen volgen. In deze verwachting moesten wij meer leven, strijden en 'getuigen'. Laten wij dan tot Hem uitgaan naar de voet van de Olijfberg en naar Golgotha, Zijn smaadheid dragend. Opdat wij Hem ook mogen volgen naar de top van die berg, in Zijn Heerlijkheid en Koninkrijk. Omdat Hij, O welk een liefde, eens de omweg verkoos, heeft Hij daar zondaren een plaats bereid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Via de voet naar de top

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's