De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kuyper en de Schriftkritiek (slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kuyper en de Schriftkritiek (slot)

8 minuten leestijd

De Heilige Schrift is het boek van de Heilige Geest. Zij wórdt niet slechts het Woord van God (Barth) maar is het Woord van God.

Geen conservatisme

Ons vorig artikel eindigde met de opmerking, dat door Kuyper nadrukkelijk is afgewezen, dat hij een vorm van conservatisme bepleitte. De Vrije Universiteit was door Kuyper opgericht met het oog op de toekomst. Hier zou op basis van de 'gereformeerde beginselen' wetenschap worden bedreven. Men zou de uitdaging van de moderne wetenschap aanvaarden. Men zou de moed hebben nieuwe wegen te gaan. Dus geen conservatisme!

Aan deze instelling ten aanzien van de wetenschapsbeoefening zal het te danken zijn dat men in Kuypfers rede over de Schriftkritiek, waaraan wij nu het laatste artikel wijden, ook een hele passage tegenkomt die de schijn wekt dat Kuyper toch niet zó afwijzend stond tegenover de Schriftkritische bijbelwetenschap van zijn dagen als tot dus ver ons is gebleken. Dat deze passage steeds sterk de aandacht heeft getrokken laat zich denken. Al op een der eerste bladzijden in deel I van G.C. Berkouwer over 'De Heilige Schrift' (Dogmatische Studiën, 1966) vindt men haar vermeld.

Een goede vrucht?

Wat zegt Kuyper daarin dan? Hij stelt dat 'de reuzenarbeid door de kritici onzer dagen aan de Schrift besteed volstrekt niet verloren is' (29). En vervolgt dan: 'Eer ben ik vast overtuigd dat ook de buitensporigheden der radicaalste Schrift-anatomen, van achteren bezien, onder Gods genadige beschikking, een vrucht ten goede zullen afwerpen'. Bij nader onderzoek wat Kuyper dan op het oog heeft gehad, blijkt dat hij waardeert dat men door de wetenschap van zijn dagen 'het ontstaan der Heilige Schrift in haar wordingsproces' nader aan het licht heeft gebracht. Hij zegt dan ook, dat het beslist zijn bedoeling niet is deze studiën te willen stuiten.

Optimisme

Wij maken bij deze passage de volgende opmerkingen. Dat Kuyper hier tot op zekere hoogte positief spreekt over de kritische bijbelwetenschap, die hij zelf te Leiden had meegemaakt en die hem ook in de jaren daarna niet ontgaan was, is onmiskenbaar. Merkwaardig is ook het optimisme waarvan Kuyper hier blijk geeft. Hij zag van deze wetenschap goede vruchten tegemoet. En hij heeft het daarbij niet over gematigde Schriftcritici maar over de radikaalste.

Wij stuiten hier op een trekje in Kuyper dat door lang niet iedereen goed verteerd kan worden. Ook wij hebben er onze bedenkingen tegen. Het lijkt ons zo weinig gegrond. Kuyper zelf geeft er ook geen gronden voor aan. Dat men later, door Berkouwer en anderen, zo gretig hier op afgegaan is, geeft ook te denken. Men heeft er een 'opening' in gezien, om - overigens tegen Kuypers bedoeling in - tot een veel positievere houding te komen ten aanzien van de Schriftkritiek.

De bedoeling

Wij zeiden: overigens tegen Kuypers bedoeling in! Het is namelijk beslist niet mogelijk om, op grond van deze enkele passage, te veronderstellen dat Kuyper toch nog wel de Schriftkritiek in bescherming heeft willen nemen. Dan zou hij trouwens heel zijn rede zelf hebben afgebroken. Wat wij dus ver uit die rede naar voren hebben gebracht, loog er allerminst om. De 'verderfelijke strekking' van de Schriftkritiek stond zonder meer voor hem vast.

Uit hetgeen Kuyper direct op deze passage volgen laat is dat ook wel duidelijk. Wil het onderzoek der Schrift, zegt Kuyper, werkelijk beantwoorden aan de maatstaf die men eraan stellen mag, dan moet zij beantwoorden aan drie regels.

Geen mythe

Als eerste punt noemt Kuyper dan, dat men moet afwijzen dat men de Heilige Geest in de Schrift iets anders toedicht dan door Hem gezegd is! Stelt men het zo voor dat hetgeen in de Schrift door de Geest als geschiedenis wordt verhaald niet anders is dan mythe, dan overtreedt men volgens Kuyper de gestelde maatstaf. Dan is naar zijn oordeel van een wérkelijke Schriftstudie niet meer sprake. Dan zou de Heilige Geest ons door 'vroom bedrog' hebben misleid - en dat wilde er bij Kuyper niet in! Hetzelfde geldt volgens hem ook voor de voorstelling dat bepaalde profetieën, b.v. in het Oude Testament niet gelezen zouden mogen worden als werkelijke profetieën, maar als verhalen achteraf, waarin een profeet iets in de mond wordt gelegd wat intussen gebeurd is. Ook dan heeft men te maken met vroom bedrog. Maar dit alles druist in tegen de eer van de Geest.

Wie ter zake kundig is, weet dat deze voorstellingen niet alleen in de oudere Schriftkritische maar ook in de jongere genoeg voorkomen. Kuyper ging er niet mee, kón er niet mee meegaan. Als hij dus, naar het schijnt, zeer loffelijk spreekt over 'studie' en 'onderzoek', dan zal men in ieder geval er dit soort studie en onderzoek van moeten uitsluiten. Er heeft Kuyper bij deze woorden iets anders, iets beters voor ogen gestaan.

Geen tegenstrijdigheden

Als tweede punt noemt Kuyper, dat afgewezen moet worden 'elke studie, wier resultaat in strijd is met hetgeen de Heilige Geest zelf in de Schrift aangaande die Schrift beweert'. Kuyper wil zeggen: de Schrift mag niet met zichzelf in tegenspraak worden gebracht. De eenheid van de Schrift mag niet worden geschonden. In de Schrift zelf wordt het een en ander over de Schrift gezegd. Men denke b.v. aan hetgeen in het Nieuwe Testament over het Oude Testament wordt gezegd. Men denke aan de vele woorden van de Heere Christus zelf waarin Hij over het Oude Testament spreekt als over 'de Schrift' of 'de Schriften', en aan het gezag dat Hij aan het Oude Testament heeft toegekend. Aan dit alles nu, wil Kuyper zeggen, mag niets worden afgedaan. Dus zulk een 'Schriftstudie' of 'Bijbelwetenschap' wijst hij af. Nogmaals, hem heeft iets anders, iets beters voor ogen gestaan. En het ware te wensen dat zijn volgelingen die lijn hadden aangehouden. Er zijn er geweest die dat gedaan hebben, maar er zijn heden ook anderen.

Geen filosofie

Als derde punt noemt Kuyper: elke studie van de Heilige Schrift, die zich beheersen laat door een valselijk ingeslopen filosofisch beginsel. Ook deze studie zal, volgens hem, moeten worden afgewezen.

Kuyper wist hoeveel kwaad de filosofie kan stichten. In de dogmatiek, maar ook in de bijbelwetenschap, en dus ook in de exegese. Wat zich vaak als exegese aandient, is in feite meer produkt van eigen filosofisch denken dan van werkelijke exegese. Achter menige Schriftbeschouwing zit een bepaald filosofisch beginsel. En dat bederft dan die Schriftbeschouwing. Kuyper heeft dit niet nader uitgewerkt in zijn rede, maar hij had allerlei namen kunnen noemen.

In zijn dagen waren het filosofen als Hegel die de Schriftstudie bedierven; heden zijn het filosofen als Heidegger en andere existentiefilosofen, en wellicht nog andere. De invloed van deze filosofen op de Schriftstudie aan het licht te brengen is een onaangename maar wel belangrijke zaak. Zij werkt ontdekkend. En zulk een ontdekking is wel nodig. Want de schijn van het zuiver wetenschappelijk onderzoek is groot!

Als Kuyper over de Schriftkritiek sprak, wist hij waarover hij het had. Hij had in Leiden gestudeerd. Daar werkten de grootmeesters van de toenmalige moderne bijbelwetenschap. Kuypers kritiek was dus niet een slag in de lucht.

Filosofische invloed

En de vraag kan worden gesteld, of er wel zoveel is veranderd. Zeker, de ontwikkelingen hebben niet stilgestaan. En de filosofische moden wisselen elkaar af. Maar de innerlijke en geestelijke houding ten aanzien van de Schrift is dezelfde. Kuyper spreekt in zijn rede ergens over heersen. Daar knopen wij bij aan. Heerst de Schrift over ons, of heersen wij over de Schrift? Als de Schrift over ons heerst dan komt er een andere studie, een ander onderzoek uit het bezig zijn met de Schrift voort, dan wanneer het omgekeerde het geval is. En zulk een onderzoek zal Kuyper voor ogen hebben gestaan toen hij zich zo loffelijk uitliet over onderzoek en studie. Zulk een onderzoek zal er nooit op kunnen uitlopen, dat de Heilige Geest gedegradeerd wordt tot een vroom bedrieger, die ons bezighoudt met mythen en andere verhalen die slechts de schijn der geschiedenis aan zich hebben. Het zal er nooit op uit kunnen lopen, dat de Schrift tegen de Schrift wordt uitgespeeld, want dat is tot oneer van de eigenlijke Auteur. En zij zal ook nooit zich gevangen willen geven aan enige eigentijdse filosofie.

Als Kuyper de Schriftkritiek verderfelijk noemt voor de gemeente Gods, dan is dat een woord waarover men niet vluchtig moet heenlezen. Zij heeft al wat een verarming, of nog erger, in de kerk teweeggebracht. Niets staat meer vast. Alle zekerheden zijn ontnomen. Ik weet het, dat vindt men in onze tijd niet meer zo erg. Maar het gevolg is wel de chaos. In theologisch en in ethisch opzicht. En dat doet zich voelen in de kerk én daarbuiten.

Gods Woord

De Heilige Schrift is het boek van de Heilige Geest. Zij wórdt niet slechts het Woord van God (Barth) maar is het Woord van God. En zij dient als zodanig ook gelezen en bestudeerd te worden. Ook de universitaire bijbelwetenschap heeft niet het recht de Schrift anders te benaderen en anders te bestuderen dan als het Woord Gods, zoals zij zich ook aandient. Maar wij weten dat de moderne bijbelwetenschap daar ver van af is. Zij benadert en bestudeert de Heilige Schrift als elk ander religieus boek uit de oudheid. Dat is een wetenschap die wij afwijzen.

Ergens in zijn rede legt Kuyper de geloofsbelijdenis af, dat hij, als het móet, liever met 'Gods eenvoudige volk' zijn onkunde wil bekennen, dan dat hij zich drijven laat op het pad van de Schriftkritiek (35). Deze belijdenis kwam bij hem niet voort uit een zekere verachting van de wetenschap. Eerder uit een diepe hoogachting voor de ware wetenschap. En daar sluiten wij ons gaarne bij aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kuyper en de Schriftkritiek (slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's