Boekbespreking
Victor en Rosemary Zorza: Aanvaard afscheid-de dood van een dochter; Amboboek/Baarn, 239 blz., ƒ
Het echtpaar Zorza beschrijft heel gedetailleerd de laatste levensmaanden en vooral weken van hun 25 jarige dochter. Jane was een levendige, eigenzinnige, rebelse, bewogen en politiek uiterst linkse jonge vrouw. Op haar ziekbed groeide ze toe naar de 'aanvaarding' van haar dood. Zelf bepaalde ze hoe haar as na haar crematie moest worden uitgestrooid in de tuin van haar ouderlijke woning. Gesprekken met vader, moeder en verdere familie werden steeds opener. Van grote betekenis was in dit stervensproces de aandacht en liefde die Jane ondervond in het 'hospitium' waar zij de laatste week doorbracht. Een 'hospitium' is een speciaal tehuis voor hulp aan stervenden zoals die in Engeland en de V.S. bestaan. In een nawoord gaat Paul Sporken terughoudend in op de vraag of er ook in Nederland aan zulke hospitia behoefte zou bestaan.
Ik kan me voorstellen dat dit boek voor de ouders van Jane zelf een kostbaar document is. Ze zullen telkens troost putten uit de overgave waartoe hun dochter na veel strijd is gekomen. We vinden hier duidelijk geïllustreerd wat E. Kübler-Ross met het stadium van de 'aanvaarding' bedoelt. Schrijnend is dat het geloof daarbij geen enkele rol speelt. Het meest bedroevend zijn de bladzijden 174 en 175 met hun caricatuur van het geloof in de levende God. Soms is dit boek ontroerend. Dikwijls doet de leegheid van de surrogaat-troost huiveren.
J. H.
Dr. W. H. Velema: Ethiek in bijbels licht; (serie 'Het blijvende Woord'), uitg. J. H. Kok-Krampen, 168 blz., ƒ 29, 90.
De serie waarin dit boek verscheen is bestemd voor schoolgebruik, persoonlijke vorming, studiekringen en gespreksgroepen. De uitvoering in groot formaat, heldere letter en meestal goed gekozen illustraties maken het tot een studieboek waar aangenaam mee te werken is. Je zou aan de hand van dit boek ook een aantal cursussen kunnen catechiseren met de oudere jeugd. Alleen de prijs zou dan een beletsel vormen.
De betekenis van de Bijbel wordt in de huidige ethische bezinning ook door theologen niet hoog aangeslagen. Velema geeft tegenover die jammerlijke tendens degelijk tegenwicht door zich sterk te concentreren op de bijbelse gegevens. Zo wordtv ingegaan op de Tien Geboden, de Bergrede en de apostolische vermaningen. Meer algemene lijnen worden getrokken in hoofdstukjes als 'de Bijbel als norm voor de christelijke ethiek', 'de liefde is de vervulling van de wet', 'de leiding van de Heilige Geest', 'Huwelijk, arbeid en overheid'. Enkele andere (niet-christelijke of niet-bijbelse) ethische stelsels worden kort getypeerd.
In verschillende publicaties is prof. Velema openlijk en kritisch in gesprek met vele moderne ethici. Hier kan men de positiekeuze tussen de regels door lezen of achter de alinea' s vermoeden. Slechts een enkele maal Wordt in de tekst expliciet een naam als van Kuitert of Bultmann genoemd. Literatuurverwijzingen worden niet gegeven. Zo blijft de tekst gevrijwaard van ballast die voor de leerlingen onnodig zou zijn. Bij de docent of gespreksleider wordt wel een bredere oriëntatie verondersteld.
De stijl is over het algemeen helder. De zinnen zijn soms zo kort dat het betoog wat horterig dreigt te worden. In de laatste alinea van blz. 103 zal in plaats van 'gebod' het woord 'gebed' moeten staan. Wat onduidelijk is aan het eind van de tweede alinea op blz. 125, is het zinnetje 'Het moet echter worden afgewezen'.
Ik ben de schrijver dankbaar voor deze dóórvertaling voor breder kring van een belangrijk stuk ethische bezinning binnen de gereformeerde theologie. Moge van dit werk een goed en veelvuldig gebruik worden gemaakt.
J. H.
B. J. Zijl: Meer dan samenwonen; uitg. Stark, Texel, 71 blz., ƒ 9, 75.
Een boekje van de hand van een voorlichtingsfunctionaris van de VBOK (Vereniging tot Bescherming van het Ongeboren Kind), met een woord vooraf door ds. J. van Haaren te Amersfoort. Nu eens een geschi-ift uit de kring van de Geref. Gemeenten waarin openlijk wordt ingegaan op onderwerpen als 'huwelijk en kinderzegen', 'gezinsvorming en gezinsplanning', 'voorbehoedsmiddelen' , 'sexuele voorlichting aan kinderen'.
De schrijver neemt zeer uitgesproken standpunten in. Dat is zijn goed recht. Een woord als 'absoluut' lijkt een stopwoord van de auteur te zijn. Blijkbaar richt hij zich zeer sterk tot eigen kring of achterban. Opvallend is namelijk de scherpe zwart-wit tekening: meningen die van die van de heer Zijl afwijken heten voortdurend zelfzuchtig en egoïstisch. Ware het niet beter te pogen ook buitenstaanders te winnen door een sympathieker en congenialer benadering? Nu worden wel rake klappen uitgedeeld, maar degenen die zich aangesproken zouden moeten weten zullen zich in de caricaturale tekening niet herkennen.
Er staan veel positieve opmerkingen in het boekje. Schrijver argumenteert echter niet waarom voorbehoedsmiddelen altijd in strijd zouden zijn met de heiligheid van het huwelijk. Zwak is zijn poging om 'de pil' als mogelijk tóch een abortivum te doodverven. Ten aanzien van sterilisatie geeft hij aan echtparen in echte nood geen leidraad. Nogal eens wordt bij de veroordeling van alle anticonceptiva een volstrekt subjectief motief ingevoerd, namelijk de gevoelsmatige beleving van de geslachtsgemeenschap.
Het boekje wordt verlucht door zeven foto's van gezinsleden van de auteur. Storend is dat in het literatuurlijstje minstens zes fouten of onnauwkeurigheden voorkomen. Een ontoelaatbaar hoog percentage op negen titels!
Slotsom: als eerste handreiking bruikbaar. Het is echter niet aan te bevelen zich bij een oriëntatie in de genoemde vragen tot dit boekje te beperken. Leest u er dan Velema en Ten Hove in elk geval ook op na.
J. H.
Prof. dr. K. Runia e.a.: Scherven zonder geluk-Gedachten over echtscheiding en over wat een mens dan beleeft; uitg. Oosterbaan en Le Cointre, Goes, 125 blz. ƒ 13, 90.
Het boekje opent met een vraaggesprek dat de heer H. Gringhuis had met een gescheiden vrouw. Vervolgens geeft dr. F. H. von Meyenfeldt in het hoofdstukje 'Met de Bijbel uit elkaar?' een bezinning op de vraag: wat zegt de Bijbel over echtscheiding. Hij ziet vooral twee gezichtspunten: dat van de scheppingsopdracht en dat van de vervallen praktijk. De Bijbel kent geen 'gronden' voor echtscheiding in de zin van wettige en creatieve motieven om het huwelijk te verbreken. De in onze samenleving geaccepteerde echtscheidingsgronden (met name 'duurzame ontwrichting') zijn met geen mogelijkheid tot christelijke zede te verheffen. Maar anderzijds is er ook het menselijk tekort, het echec - en in verband daarmee de noodmaatregel van de scheiding. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Von Meyenfeldt hier dichter bij de Schrift blijft dan in zijn 'Tien tegen één', deel 4. Informatiefis de bijdrage van mr. J. in 't Veld over het huidige echtscheidingsrecht. Prof. Runia gaat vooral in op de gevoelens van hen die een scheiding aan den lijve hebben ondervonden. Het heeft veel weg van een rouwproces. Het is van belang dat Runia met groot invoelingsvermogen deze gevoelens beschrijft - van belang voor hen die het aangaat, maar ook voor de omstanders en... voor de gemeente. Gescheidenen mogen geen getekenden worden. Anderzijds - en dat is een punt van diepgaande kritiek - valt op dat er vrij gemakkelijk van uitgegaan wordt dat het tweede huwelijk weer kerkelijk bevestigd wordt. In het kader van dit boekje was een afzonderlijke bespreking en nadere afbakening van de vragen en mogelijkheden in dit opzicht nodig geweest. Het gevaar is niet denkbeeldig dat door een al te soepel beleid in deze tekort wordt gedaan aan de bijbelse principes. Ook al zal een in veel gevallen noodzakelijke afwijzing van de kerkelijke inzegening met pastorale tact en bewogenheid dienen plaats te vinden. Rest nog te wijzen op het - overgenomen - hoofdstuk van de Amerikaan André Bustanoby over 'Echtscheiding en het kind'.
Er is niet al te veel literatuur rond echtscheiding. Dit boekje vormt een welkome aanvulling.
J. H.
Dr. B. Wentsel: Het Woord, de Zoon en de dienst; Dogmatiek I, Kampen 1981, 419 blz., geb. ƒ 75, -.
Een complete dogmatiek op tafel leggen, en dan als eenmanswerk, is een hele prestatie. Dr. Wentsel, gereformeerd predikant te 's Gravenhage is daar op het ogenblik mee bezig. Deel 1 is verschenen, en nog 3 andere delen staan op stapel. Het werk dwingt ons respect af. Dat willen wij graag voorop stellen. Naast het Christelijk Geloof van prof. Berkhof en de Wegen en Kruispunten in de Dogmatiek van de hoogleraren Beker en Hasselaar, zal dit werk van Wentsel binnen ons Nederlands taalgebied voorlopig wel richtinggevend blijven.
Wentsels Dogmatiek heeft iets eigens. Zij staat - breed genomen - in de gereformeerde traditie; maar dat is, naar mijn gevoelen, toch niet het meest eigene van deze Dogmatiek. Opvallend is de titel. Dogmatiek is ondertitel, de eigenlijke titel is: Het Woord, de Zoon en de dienst. Eigenlijk is het boek een monografie over deze drie (samenhangende) onderwerpen, die dan ook nog een eerste deel uitmaakt van een dogmatiek.
Treffend is ook dat de ondertitel niet luidt: Gereformeerde Dogmatiek. Kennelijk is het de bedoeling van de schrijver niet geweest een dogmatiek te schrijven die nauw aansluit bij de gereformeerde traditie, hoogstens in een wat verwijderd verband. De inhoud toont dat trouwens ook aan. Calvijn en de gereformeerde vaderen zijn zo goed als afwezig. De bezinning gaat nauwelijks verder terug dan Bavinck en Kuyper, en eigenlijk niet verder dan Berkouwer en Ridderbos, vooral de laatste.
Niettemin, Wentsel spreekt toch van dogmatiek, niet van geloofsleer. Dat betekent: zijn methode is niet een subjectivistische, hij heeft respect voor de objectieve feiten en woorden in de Openbaring Gods.
De structuur van zijn dogmatiek is een wat vreemde, bijna: eigenzinnige. Na een bespreking van de Schrift als het Woord Gods, volgt de christologie, en dat terwijl al vanouds het gewoonte is om na de Schriftleer de Godsleer te behandelen. Daar sluit dan bij aan een stuk over de Diakonia van de kerk, waarvan men vragen kan of zij weleens in een dogmatiek thuishoort en zeker of zij hier thuis-, hoort. Een 'link' is natuurlijk wel te leggen en dat doet Wentsel ook, maar daarmee is toch, mijns inziens, deze structuur nog niet gerechtvaardigd. Inhoudelijk heeft deze Dogmatiek twee karaktertrekken: het heilshistorische (Ridderbos) en het verbondsmatige. Vooral het eerste brengt met zich mee dat er heel wat Schriftgegevens genoemd worden. Wentsel zelf zal wel zeggen: deze Dogmatiek steunt op exegese! En dat geven wij toe, maar: bepaalde exegetische inzichten kunnen niet door iedereen aanvaard worden. De heilshistorische exegese heeft, naar mijn gevoelen, zijn bedenkelijke kanten.
Er is in dit verband nog een bezwaar. Deze methode brengt met zich mee een zekere eentonigheid. Hoe vaak keren niet dezelfde teksten hier terug! En dan: is het wel juist om 'dogmatiek' zozeer te trekken in het verlengde van wat men noemt de 'bijbelse theologie' ? Bavinck heeft dat niet gedaan en diens Dogmatiek steekt toch in diepgang en bezinning uit boven hetgeen door Wentsel geboden is.
Ook het 'verbondsmatige' als principe, dat in alle loei van de dogmatiek wordt gehanteerd, roept bij mij bedenkingen op. Laat men daardoor niet één Locus in de dogmatiek, te weten die van het Verbond, heersen over alle andere? En is het dat niet juist wat Calvijn en de gereformeerde vaderen hebben vermeden?
Dit alles zijn mijnerzijds kritische opmerkingen. Zij nemen niet weg mijn waardering voor dit stuk werk. Er staan prachtige stukken in deze Dogmatiek. Stukken die uitermate instructief zijn. Er staan in dit boek ook zeer rake opmerkingen aan het adres van allerlei moderne voriiien van theologiseren en dogmatiseren.
Van belang acht ik het ook, dat Wentsel de zo gesmade 'ontologie' wezenstriniteit, enz. niet prijsgeeft; dat hij, ondanks zijn heilshistorisch schema, toch niet alles trekt in de geschiedenis, in de tijd of zelfs in een dynamisch evolutieproces. Hij probeert steeds het 'zowel-als' te handhaven; neemt daardoor een zekere 'midden-positie' in. Dat zal hem wel van twee kanten kritiek opleveren, ook binnen zijn eigen kerk.
Ik meen dat met name de theologen onder ons met veel vrucht dit boek kunnen raadplegen. Zij zullen stellig, evenals ik zelf, kritische vragen overhouden, maar toch ook de auteur dankbaar zijn voor hetgeen hij geboden heeft.
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's