Niet aan het Avondmaal... en dan toch ouderling? (1)
Pastorale overwegingen
De Schrift leert ons: 'al wat uit het geloof niet is, dat is zonde'.
Nieuwe vragen
Naar aanleiding van de paar artikeltjes over presbyteraat en pastoraat kreeg ik van heel verschillende kanten een paar brieven. Met vriendelijk dank voor de hartelijke woorden begrijp ik er uit, dat men graag nog 't een en ander geschreven zou zien over de deelname van de ambtsdragers, bijzonder dan de ouderlingen, aan de tafel des Heeren. Of liever: men stelt de vraag, of iemand kan volharden in het afblijven van de bediening en toch ouderling kan zijn. Van hen wordt toch gevraagd dat zij de gemeente Gods regeren en voorgaan op de goede weg. Het schijnt, dat in meer dan één gemeente deze zaak, op welke wijze dan ook, aan de orde is. Soms in gesprekken met elkaar, diepgaand en eerlijk, soms ook, erger, omdat over en weer men zelfs van een soort tucht-maatregel kan spreken: Bezwaren tegen gekozen ambtsdragers! Gemeenteleden onder tucht! Het woord 'polarisatie' lijkt vrijwel op elke situatie in samenleving en kerk van toepassing te zijn. Actie wekt nu eenmaal vaak reactie. Ik wil graag proberen enige pastorale overwegingen daarover u te geven.
Wat kan en wat mag?
Als men mij de vraag voorlegt: kan een ouderling in het ambt staan en blijven, zonder dat hij aan het Avondmaal deelneemt, dan moet ik zeggen: ja, dat kan. Want het gebeurt in ons kerkelijk leven. Nu al weer zo'n vijftien jaar geleden al, schreef collega Timmer in het onder ons nog steeds bekende 'In Antwoord' dienaangaande: 'dat blijkt wel te kunnen. Bedenken we maar hoe in vele van onze gemeenten ambtsdragers, en dus ook ouderlingen, stelselmatig afblijven van de Tafel des Heeren'. Alleen..., als zulks kan, mag het dan ook? En dan zinspeel ik niet stillekens op kerkordelijke bepalingen, maar dan bedoel ik: mag dat van... God? Want daar gaat het toch om? Helaas zijn we ook in de kerk vaak veel meer druk met de vraag wat mén er wel van zeggen zal dan dat zwaar weegt hoe de Heere er over oordeelt. En nog erger is, dat menigmaal veeleer een beroep gedaan wordt op de levenswijze van Gods volk dan op het gezag van Gods Woord. Mij komt in gedachten wat wijlen ds. L. Boone eens zei: 'mensen, bidt of uw voetstappen vastgemaakt worden in het Woord en volgt Gods volk niet, want zij zetten hun voetjes ook nog wel eens scheef'. En dan kunnen we schier eindeloos redetwisten over: mag dit en mag dat wel? We kunnen zo heel snel klaar zijn! De Schrift leert ons: 'al wat uit het geloof niet is, dat is zonde'. We kunnen ook zo gemakkelijk voor een ander denken en spreken. We kunnen zo gemakkelijk de dienst voor een ander uitmaken en zelf buiten schot blijven. Ik denk, dat we ze in elke gemeente wel vinden, die schijnbaar precies kunnen beoordelen wie wel en wie niet uit de gemeente mogen aangaan, en zelf nooit deelnamen, of zelfs... het er echt moeilijk mee hadden, in de klem zitten of zaten. Heeft ds. Van Sliedregt er terecht destijds niet op gewezen, dat met een gerust hart jaar in jaar uit te kunnen afblijven even erg is als op valse gronden, lichtvaardig aan te gaan? Wat we ook doen of nalaten, de Heere ziet en weet alle dingen.
Gescheiden wat toch bijeen behoort
Voordat ik nu specifiek inga op de vraag, die boven dit artikel staat, wil ik graag er op wijzen, hoezeer in de praktijk uit elkaar gehaald is, wat wezenlijk samen behoort te gaan. Men zal met name in 'onze gemeenten' hier en daar kunnen spreken van een zekere schroom vóór of zelfs mijding van het Heilig Avondmaal. Zeker, we kunnen er blij mee zijn, als er met deze dingen ernst wordt gemaakt. Met een oppervlakkige deelname aan het sacrament is niemand gediend. We behoeven ook niet te pogen als het ware 'met een stok naar de tafel te slaan'; dat middel kon erger zijn dan de kwaal. Naar mijn overtuiging zal nog altijd de Bijbelse prediking en benadering het beste medicijn blijken te zijn.
Toch zullen we eerlijkheidshalve nog wel twee dingen moeten vaststellen. In de eerste plaats kan het voorkomen, dat er veel schroom is voor de tafel des Hebren. Echter, geen enkele schroom voor het Woord en de prediking ervan! Nu is er inderdaad verschil. Het Woord komt tot allen, het sacrament heeft de Heere voor Zijn gelovigen ingesteld. Maar... dat geeft niet de vrijheid om vrijblijvend onder de prediking te verkeren. Rekenen we ermede, dat we straks ook van elke Woordbediening rekenschap moeten afleggen? Weten we, dat er in elke kerkdienst wat 'gebeurt'? Óf ons hart is bij het uitgaan van de kerk nog harder geworden dan het al was, óf... we werden voor het eerst of opnieuw verbrijzeld, overtuigd, vertroost, verlevendigd.
In de tweede plaats merken we op, dat velen vanzelfsprekend naar het doopvont gaan. Natuurlijk, ons kind kan toch niet ongedoopt, en dus als een heidentje opgroeien? Maar even vanzelfsprekend gaat men niet ten Avondmaal. 'Dat kan zo maar niet'! Zo maar wel... ten doop dus, zonder voorbereiding? Het geloof, het ware geloof dat nodig is om de doopbelofte te volbrengen en om de doop te leren verstaan, is ook nodig om godvruchtig Avondmaal te vieren. Daar is toch geen ander geloof nodig? Er is ook geen ander geloof! Inderdaad ook tussen de beide sacramenten is verschil, bij alle overeenkomst, die we niet mogen vergeten. Maar hebben wij niet menigmaal Woord en sacrament, doop en avondmaal uit elkaar getrokken in de praktijk van ons kerkelijk leven? Met deze overweging sluit ik dit eerste artikeltje af. En u overweegt voor uzelf deze dingen ook, voor Gods aangezicht?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's