De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Maar hij nam die niet’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Maar hij nam die niet’

8 minuten leestijd

Marcus 15 : 23b

Als Jezus gekruisigd wordt, gebeurt er, wat bij een kruisiging wel meer plaats vond. Een soldaat wil Hem een donker vocht uit een vat laten drinken. 'Wijn met mirre' schrijft Marcus. Wijn gemengd met een bitter verdovend kruid. Ze diende tot verdoving van de verscheurende pijnen, door degene, die gekruisigd werd, geleden.

Wat een tegenstelling! Hier wordt gemarteld en de pijn verzacht. De beul heeft in de ene hand de hamer, in de andere de spons met het verdovend vocht. De soldaat loopt toe. 'Drink Jezus. Het zal Uw geest en zenuwen wat doden. De wonden zullen U minder pijn doen. Wat U wordt aangedaan zal Uw hart niet zo verscheuren.' Uit de wijze, waarop Marcus het vertelt, blijkt, dat de soldaat dit meerdere malen probeert. Doch - Jezus weigert!

Waarom? Omdat Hij weet, - dat Hij nu niet drinken mag. Achter die soldaat ziet Hij de Vader. Die geeft Hem te drinken. Zijn drinkbeker gevuld met de volle toorn op de zonde, met het volle pond van Zijn straf-en gehoorzaamheid eisende gerechtigheid. Hij moet die als de Borg tot op de bodem drinken. Hij voelt het, ondanks Zijn smarten, zuiver aan, dat als de Hemelse Rechter straft. Deze geen slag teveel geeft en dat ook elke slag voluit gevoeld moet worden. Hij doorziet het, dat die beker met het verdovend vocht niet komt uit de hand van Zijn Vader, maar dat ze een verzoeking is van de boze. Jezus ziet achter die soldaat ook de boze staan. Deze heeft Hem al eerder ontrouw willen maken aan Zijn roeping als de Middelaar, toen Hij in de woestijn honger had. Hier op Golgotha komt de boze nu Hij dorst heeft. Dorst is erger dan honger. Dan verdort het bloed, de bronnen van het leven drogen op, de dood is in opmars. Zo is de verzoeking hier voor Hem des te zwaarder. In welke hachelijke omstandigheid tracht de boze Hem nog ten val, tot zonde, te brengen. En tussen die spons met dat vocht en Jezus' gekloofde lippen hangt onze zaligheid, het behoud van de wereld tot eer van God!

Immers, Jezus moet aan het kruis de beker van de Vader dus nog tot op de bodem drinken. Bij andere smarten moet Hij nog de smart van de absolute verlatenheid van de Vader en van de helse angsten, het dieptepunt van Zijn lijden, ondergaan. En dat in volle helderheid! In de eeuwige rampzaligheid is zelfs geen wijn met mirre om te bedwelmen en te verdoven. Onze Borg mag in het diepte-en zwaartepunt van Zijn lijden in Zijn bewustzijn en gevoelsleven niet afgestompt zijn. Volkomen helder moet Hij beleven, wat de volle straf op de zonde, die verlatenheid van God, inhoudt.

Het luistert in het gericht van de heilige Vader nauw. Het doorslaggevende staat hier op het spel. Jezus' offer moet een volmaakt offer zijn. Het Lam Gods een volmaakt Lam. Neemt Hij hier van die verdovende drank, dan kan Hij niet zijn dat Lam, de Borg, in wiens werk de heilige Vader vrede vindt, de Middelaar, Die getrouw is tot in het einde!

Jezus weigert ook bij aandringen. Wat is Hij dan ook hier te aanbidden als de Borg en Zaligmaker, volmaakt in Zijn Liefde en trouw jegens de Vader, jegens zondaren. Zijn volk!

Nu realiseren wij ons, wat de boze deed op Golgotha, is dat iets dat buiten ons leven staat? Het is waar, dat wij ieder, om ons zondaar zijn voor God, verloren mensen zijn, onder Zijn rechtvaardig oordeel. Wij kunnen ons nooit ten volle indenken, hoe erg dit eigenlijk is. Pas in de hel wordt dit beseft.

Maar, reeds in het paradijs kwam de boze met de leugen. Sindsdien is hij er alsmaar op uit om de wereld te verdoven en te bedwelmen. De wereld, voor zover die in zijn macht gebonden ligt, doet bij zichzelf hetzelfde. Zo komen zij met middelen om ons geestelijk bewustzijn nog maar meer te verduisteren. Om de stem van ons geweten en zelfs van het Woord, als dat tot ons komt, te verzwakken. Het gevolg is, dat de mens almeer afgestompt wordt tegenover de geestelijke dingen. En niet vlucht met zijn onverzoende zonden en bestaan tot de Troon der genade.

Hij zoekt de verstrooiing in de vreugden en zorgen van dit leven, in wat deze wereld biedt, in eigen inspanning en geploeter. Doch hij ziet niet recht zijn ware toestand door de zonde en de konsekwentie daarvan. Hij probeert die weg te stoppen achter een dicht scherm, in een roes. Met dat al loopt hij als een slaapwandelaar alsmaar door op een doodgevaarlijke weg, die leidt tot dat ontwaken in het eeuwig oordeel, waar geen druppel tot verdoving meer gegeven wordt.

Zeker ook in onze tijd biedt de boze zijn wijn met mirre aan. Ze schijnt eerst aantrekkelijk, maar dan... Hij zegt: 'Koopt van deze wijn.' Maar het is duurkoop! Wat betaalt hier de mens? Wordt hij niet alsnog door de Heere gegrepen, dan wordt hij almeer meegesleept op de weg van de verdoving. Daar vindt hij eerst nog tijdelijke bevrediging.

Hoevélen, eerst nog ontnuchterd, komen er dan nog achter, dat zó het leven vreselijk arm en uitzichtloos is? En als daar weer de verzoeking is? Hoevelen komen er dan terecht bij de verslavende middelen? Waaraan zij, als zij daaruit niet gered worden verslaafd worden, ten dode?

Inderdaad, wij leven ook als gemeente met onze jongeren in een wereld waarin de roep van de boze al luider klinkt, 'Koop en drinkt van mijn wijn met mirre'. Wat is zijn opzet? Waarheen wil hij de mens uiteindelijk brengen?

Weer denken wij terug, aan wat Jezus deed bij Zijn kruisiging. Hij wilde voor Zijn allerbitterst lijden de verdovende drank niét drinken. Hij wees de verzoeking af. Hij onderging dat lijden met helder bewustzijn. Als het volmaakte Offerlam. Doch daarom is Hij een verzoening voor alle zonden, ook voor déze zonde, dat wij ons laten misleiden en bedwelmen. Daarom is Hij nu ook de Heere, Die ons door Zijn Woord, Wet en Evangelie, en met Zijn Geest, wil doen ontwaken uit onze doodslaap en roes. Hij is de Enige, Die dit kan!

Daar is nu Zijn roepstem. Hij weet terdege wat. er op het spel staat. Wat is Zijn roepstem dringend! Ze wil indringen tot in ons hart. 'Komt, koopt van Mij ogenzalf. Genade, verlichtend, ontdekkend en overtuigend. Koopt zonder geld. Ik heb ze verworven. Ze wordt U uit genade, door Mijn Geest gegeven, opdat u waarlijk zien moogt en opdat dat hart en leven veranderende gevolgen bij U zal hebben!

Dan brengt Hij ons tot het heldere inzicht, hoe schuldig, vloekwaardig zijn voor de Heere. De nevelen verdrijft Hij. Verlicht van buitenaf en innerlijk door Zijn Woord en Geest dalen wij als het ware af in de schachten van ons bestaan. Wij zien door een schijnwereld heen, de wáre wereld, rondom ons en in ons eigen hart. De middelen tot verdoving moeten weggeworpen worden. Wij kunnen er onze toevlucht niet meer toe nemen. Wij worden ertoe gedrongen, geen verdoving meer te zoeken, maar vergeving, verlossing, vernieuwing tot eer Gods! En, - om die te zoeken op de rechte plaats. Aan de Troon der genade waar Christus, de volmaakte Borg, nu is aan de rechterhand van Zijn Vader!

Wij krijgen die plaats dan ook helder in het oog. Hij trekt er ons naar toe. Hij laat ons dan niet zonder de rechte kennis van Hem als de Borg en Zaligmaker. Wat tot gevolg heeft, dat wij leren doen wat de moordenaar eens deed op Golgotha. Ons tot Hem wenden in het geloof, dat nu alles nog alleen van Hem verwacht, met de bede, 'Heere, gedenk mijner'. Laat Hij dit dan onbeantwoord? Nog altijd wil Hij zich in ons leven betonen, de Borg en Zaligmaker, Die door Zijn standvastigheid tot het uiterste, nu blinde zondaren stelt in het licht. Ten dode bedwelmenden waarlijk verlost, met God verzoent en vernieuwt en brengt tot de Waarheid en de kennis daarvan. De waarheid van ons leven buiten Hem, - van Hemzelf, van de zin en het doel van dit leven, - van het gebeuren in de wereld en in de kerk. Deze waarheid maakt waarlijk vrij.

Wat blijft er in dit leven nog steeds het gevaar van de geestelijke bedwelming! De boze zoekt telkens nog te verleiden. Wij laten ons zo licht verleiden. Wat hebben wij daarom steeds te waken en te bidden om die genade, waardoor wij niet opnieuw in de verzoeking meegetrokken worden. 'Zend Heer, Uw licht en waarheid neder’!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

‘Maar hij nam die niet’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's