Uit de pers
Leven reageert op leven
Onder dat opschrift schreef dr. O. Jager in het Geref. Weekblad van 26 febr. een artikel naar aanleiding van het overlijden van dr. C. Rijnsdorp. Uit dit fijnzinnige herdenkingsartikel nemen we hier een gedeelte over, waar Jager ingaat op Rijnsdorp's wijze van geloven.
De eerder vrijgevochten dan uitgebalanceerde visie op het leven die zijn instelling en stijl beheerste, was diep verankerd in zijn wijze van geloven. 'Meester, Heer, uw graf kon U niet houden'. Deze regel uit één van zijn kerkliederen is maatgevend voor vrijwel alles wat hij schreef. Hij zag Christus vooral als de verhoogde Heer, die aan alle tijden vooruit is. Daarom moest hij wel in conflict komen met het kerkelijk institutionalisme waarin de Verrezene een plaats krijgt toegewezen, én met het theologisch horizontalisme waarin voor opstanding en hemelvaart geen plaats meer is. Geen enkel graf kan de Heer houden, ook niet de graven die wij al theologiserend en moraliserend gebouwd hebben. Schijnbaar liefdeloos kon hij het instituut op zijn nummer zetten: 'Het instituut is van iedereen en niemand; het neemt besluiten, redigeert zendbrieven en getuigenissen bij meerderheid van stemmen (!); zijn tyrannie en tevens zijn traagheid nemen toe bij het ouder worden. Het bemint de complicatie, het onoverzienbare, de delegatie, het uitstel, de letter, het decorum, de frase. Hoe minder het werkelijk betekent, des te decoratiever stelt het zich aan. Het is een golem met een profetenbaard.' ('In het spanningsveld van de Geest', blz. 130). Het is alsof wij Cornelis Verhoeven horen, bij wie Rijnsdorp overigens tot mijn verbazing nogal wat miste ('het aforistisch graven naar de kern, de plotselinge, verhelderende blik op de ingewikkelde verschijnselen die hij beschrijft') en wiens stijl hij aanvoelde als 'een zekere droevige eentonigheid in de opeenvolging van woorden en zinnen; een Nurks zou zeggen: gezeur op intellectueel niveau' ('Balkon op de wereld', blz. 62). Steeds opnieuw heeft Rijnsdorp ons willen bevrijden uit allerlei pogingen om Gods rijk te begrenzen tot het eigen vertrouwde grondgebied.
Over de diepste achtergrond van zijn trilogie over de kerk schreef hij mij in 1972, toen hij na een beenbreuk in het ziekenhuis lag: 'Het belangrijkste is natuurlijk de crisissituatie in de geïnstitueerde kerkelijkheid en de dringende noodzakelijkheid, niet alleen van een juiste diagnose, maar van een sterke stimulans om vanuit het geloof in onze levende Heer woorden te spreken die tot vernieuwd handelen kunnen leiden. Van die gedachte ben ik de laatste jaren 'bezeten' en hier heeft de taal een functie die ver uitgaat boven literair specialisme.' Zijn doodsvijand was de kerkelijke zelfgenoegzaamheid, die een willekeurige cirkel beschrijft om daarbinnen het eigenlijke leven te lokaliseren. Ons rijkje (het instituut, het verleden, de vaderen, de theologie) kan nooit het rijk van God vervangen. Het leven is meer dan theologie en activiteit. In het volle leven ervaren de gelovigen zichzelf als totale mensen. Geen moment mag er tussen hen en de komende Heer zoiets abstracts staan als een kerk, opgevat als een zaak, een ding. Zijn vroomheidstype doet soms aan Erasmus denken. Rijnsdorp wilde ruimte voor een blijvende structurele spanningen tussen activiteit en passiviteit, voor de polariteit van Woord en Geest, voor een leven met de levende Heer dat niet ingepolderd kan worden in de tyrannie van het vrome gemoed ('Koningskinderen') of in een kerkelijk-theologisch Christus-complex.
Ook op de relatie van theologie en cultuur in het werk van deze veelzijdige auteur gaat Jager in.
Hij begreep dat een theologie die haar relatie tot de cultuur verwaarloost, ons vandaag niet meer helpen kan. 'Men kan niet genoeg herhalen dat God ons christenen in de jongste dag zal vragen, hoe we op de uitdaging van de moderne literatuur hebben gereageerd. Alleen maar geschokt, vroom veroordelend? ' ('De moderne roman in opspraak', blz. 26). Hij plaatste de kerkelijke problematiek in de context van de culturele crisis. Daar was een visionaire blik voor nodig, een profetische visie op de totaliteit. Wie daarmee voor de dag durft komen, moet de moed hebben zich schijnbaar ongedisciplineerd op te stellen tegenover de vakspecialisten en tussen verscheidene vakdisciplines in. Al kunnen een aristocratisch uiterlijk, een respectabele staat van dienst, een hoge leeftijd en een eredoctoraat zo' n ziener tegen een al te gewaagde weerloosheid beschermen, het blijft een dappere daad, dat dr. Rijnsdorp zich welbewust plaatste tegenover allen die altijd meteen te plaatsen zijn. Voor het besef van bepaalde specialisten kan de aanpak van zo'n Manusje-van-alles de verwarring alleen maar groter maken. In werkelijkheid was hij nu juist een ordelievend man, die de dingen op hun plaats zetten. Maar zijn orde was niet die van de evenwichtige indelers-van-professie. Zij was de orde van het leven als eenheid. Alle genres die hij beoefende, hebben één kenmerk dat heel zijnswezen karakteriseert: leven reageert op leven.
Tot op zeer hoge leeftijd is Rijnsdorp aktief bezig gebleven met schrijven, recenseren, radio-en t.v. uitzendingen voorbereiden. Terecht schrijft Jager dat één artikel onvoldoende zijn betekenis kan schetsen. Maar wie nadenkt over de relatie van christelijk geloof en cultuur, nader gespecificeerd Calvinisme en cultuur, kan aan het werk van Rijnsdorp niet voorbij. Zijn roman Koningskinderen heeft terecht aandacht en waardering gekregen als gaaf voorbeeld van protestants-christelijke literatuur. Met dankbaarheid denk ikzelf terug aan de vele, vele dagbladartikelen over modetrne literatuur, muziek, drama en geschiedenis, waarbij je steeds weer verrast werd door de wijze waarop de auteur zijn onderwerp in het geheel van de cultuur en de tijdsontwiklfeling wist te plaatsen.
***
Kerk-zijn in de 20e eeuw
In Herv. Nederland van 13 maart treffen we een gesprek aan met ds. J. Vuyst die thans leiding geeft aan het werk van Kerk en Wereld. Vuyst geeft in dit artikel zijn impressies over de kerk van de toekomst, dat is - daar laat hij geen twijfel over bestaan - de kritische basisgemeente, kleine kernen van mensen, die de weg proberen te vinden in de samenleving in gehoorzaamheid aan de God van de uittocht en de bevrijding. Die kerk heeft de moraal van een soort verzetsgroep, en is niet te vinden bij de christendommelijkheid van het CDA of de CDU's. Uiteraard komt in dit gesprek ook 'rechts' ter sprake.
Je ziet dat mensen door hun gevoel bedreigd te worden, alle grond onder hun voeten te verliezen, zich gaan organiseren, zich hard gaan opstellen om in alle opzichten - kerkelijk, politiek, maatschappelijk en wat hun ideeën over menselijke verhoudingen betreft - te behouden wat ze hebben, niet naar hun gevoel nog méér te verliezen. Je kunt dat in de Evangelische Omroep zien, maar ook in gemeentegroepen binnen de hervormde kerk; predikanten die zich uiterst kritisch opstellen tegenover de nieuwe ontwikkelingen binnen de totale kerk. Zo'n bundeling als de Evangelische Alliantie, met haar grote aantallen organisaties, dat die uitgerekend nu plaats heeft, is natuurlijk ook niet toevallig. Het zit allemaal in één kader. Onze katholieke vrienden zitten ontzettend met de opstelling van Rome naar de bisschoppen hier. En de gereformeerde kerken hebben ook uiterst gespannen verhoudingen, want die willen zo graag alles bij el kaar houden. Die spanning blijft de komende jaren toenemen en zal ook steeds sterker worden'.
Wie gaat er aan het langste eind trekken?
'De vernieuwingsgezinde kerk staat zwak tegenover dit soort organisaties. Wat is de basisbeweging in Nederland, wat stelt die voor vergeleken met een uit de grond gestampte organisatie als de Evangelische Alliantie? Als het gaat om organisatorische macht en geld, dan zit het allemaal daar, niet bij de basisbeweging. Maar ik ben er niet somber over. Het is bij de beweging nog maar kruimelwerk, maar dat rnóet het ook zijn. Het hele optreden van Jezus is kruimelwerk. Het stelt geen moer voor, het is een paar jaar daar rondtrekken in Israël en er de tranen van de ogen wissen. Kruimelwerk. Maar het inspireert wel, en dat is iets anders. Kerk zijn is geloven dat dat werkelijke macht heeft en wat tweegbrengt in de wereld en dat al die andere, organisatorische machten, de allianties, die niet hebben. Hoewel ze het altijd gehad hebben en op dit ogenblik ook hebben en nog wel zullen groeien ook. Zij delen in deze wereld de lakens uit. De EA dringt met wonderen en geweld de media binnen, maar de basisbeweging krijgt natuurlijk niet zoveel zendtijd om haar verhalen te vertellen.
Waar zit dan het eigenlijke zout waardoor de samenleving verandert? Die keuze zullen we moeten maken.
Dat achter Vuyst's visie een bepaalde theologie zit, steekt hij niet onder stoelen of banken.
'Ik denk aan wat Jezus in zijn bergrede zegt tot zijn discipelen en de mensen die er omheen staan: kijk, waar draait het nou eigenlijk allemaal om? We zoeken, zetten ons in voor, streven naar het koningschap van de Eeuwige, het koninkrijk van God. Dat impliceert, dat je een ongelooflijk wantrouwen hebt tegen de koningen, de machthebbers in deze wereld. Het is een God die partij kiest voor Hebreeuwse slaven, zo hebben we hem leren kennen. Hij zou koning moeten worden, maar dan heeft hij mensen nodig die het leuk zouden vinden als hij koning werd, die wel doen wat hij zegt. En daar gaat het om: hoe wordt het op aarde leuk, prettig, goed. Die vraag raakt alle terreinen van het leven. In feite zegt Jezus, dat je nergens bezorgd over hoeft te zijn, want in die schepping zitten genoeg mogelijkheden voor kleding, je kunt net zo tierelieren als de leliën des velds. Maar dan moet je ervoor oppassen dat je op deze aarde geen schatten gaat verzamelen, want dan loopt het spaak. We zitten nu in het stadium, dat de kerken daartegen een kritische houding gaan aannemen.
De kerk is een wereldmacht, maar gebruikt die macht niet; ik herken niets in dat verwijt aan de kerk, omdat ik dan weer teveel denk aan die grote georganiseerde kerkblokken, die er nog wel lange tijd zullen blijven. Daar gebeurt 'het' niet. Aan de basis wél. Het eigenlijke werk van de kerk is het ploeteren daar aan de basis. Daarin ligt ook de toekomst van de kerk; de christendommelijkheid moet en zal ook verdwijnen'.
Een paar opmerkingen over dit interview en de daarin gemaakte opmerkingen.
A: Wat drijft Vuyst - en hij is niet de enige - toch om over de EA zo'n vertekend beeld te geven, als zou dit een geweldig machtsblok zijn? De EA zou met wonderen en geweld de media binnendringen... Mijn vraag is: Waar? De EO besteedt er zo wat aandacht aan, en af en toe de NCRV, maar dan is het op. En wat de basisbeweging betreft, ik denk dat de wekelijkse programma's van de IKON, zoals 'de andere wereld op zondagmorgen', alsmede een blad als Hervormd Nederland wekelijks de ideeën van de basisbeweging doorgeven. Over invloed in de wereld van de media gesproken!
B: Wat mij opvalt is het radicale en bijna absolute spreken. Jezus staat niet aan de kant van de christendommelijkheid (EA, CDA enz.). Zijn werk is kruimelwerk, ... en, dat lees ik er uit, in dat opzicht gaat de basisbeweging in zijn spoor. Dreigt hier niet de vereenzelviging van de ware kerk met een bepaalde groep?
C: Wordt bij Vuyst de wijze waarop de Schrift over de Kerk spreekt toch niet op een geweldige manier versmald tot een maatschappijkritisch gerichte voorhoede? Waar is hier de gemeenschap met het belijden van de kerk (Zondag 21 en Art. 27 van de NGB)? Binnen de ruimte van de Herv. Kerk mogen we elkaar toch die vraag stellen?
D: Wat is voor Vuyst het Evangelie dat we aan de wereld mogen doorgeven? Vuyst heeft geweldige moeite met hen die uit angst zoals hij zegt, de mensen maar vragen zich in Jezus' armen te storten. Daartegenover zegt hij: 'Het gaat erom dat God koning wordt en daarvoor heeft God mensen nodig die dat leuk vinden, die doen wat hij zegt, opdat het op aarde leuk wordt.' Maar ben ik er dan zo naast als ik zeg dat in het Nieuwe Testament de prediking van Gods Koningschap verbonden is met de roep door geloof en bekering in te gaan in Gods Rijk? Zeker, ik wil de boodschap niet versmallen tot het 'Veilig in Jezus armen'. Het Evangelie is breder, wijder, en daarom dieper. Maar gelooft Vuyst nu werkelijk dat een beweging als de EA en in onze kerk de IZB een dergelijk versmalde boodschap aanhangen? Het kan toch ook hem bekend zijn dat ook allerlei 'Evangelicals' veel aandacht geven aan diakonaat en hulpverlening. Evangelisatie heeft toch te maken met de bewogenheid met de schare. Als Christus deze schare ziet als schapen zonder herder begint hij hen vele dingen te leren, en stuurt hij zijn leerlingen uit met de boodschap van prediking en genezing, heil en hulp. En wat hebben de apostelen an ders gedaan dan mensen te bewegen tot geloof in Christus?
E: Ligt er niet een wettische krampachtigheid in dat God mensen nodig heeft? Is de bijbelse boodschap niet veel bevrijdender: De Heere is Koning, zo zeker Jezus gestorven is en is opgestaan! En als het op aarde goed zal worden, zal dat toch alleen maar kunnen door de verzoening met God! Ik vrees dat de aanpak die Vuyst voorstaat weinig te zeggen heeft tot de enkele mens die we tegenkomen in gesprek en op huisbezoek in de problematiek van schuld, verslaving, eenzaamheid, vervreernding van God en de naaste, angst voor de dood en de zinloosheid. Een kerk die uit is op strategieën in de samenleving en daarvoor afstand neemt van de gehele traditie, zoals Vuyst wil, zou wel eens met stomheid geslagen kunnen zijn.
F: Tenslotte, het gesprek illustreert m.i. de grote tegenstellingen die er leven in onze Kerk. Vuyst is Kerk en Wereld niet. Maar ik denk hem geen onrecht te doen als ik zeg dat hij toch in dit gesprek meningen ten beste geeft die door Kerk en Wereld gedeeld worden. De tegenstellingen waar ik hier boven over sprak, raken niet de oppervlakte, maar m.i. de kern van de zaak, nl. de visie op het heil, de vraag: Wie is God? De vraag naar wezen en functie van de kerk. Ds. Vuyst is functionaris in de Herv. Kerk. Onze gehele kerk is er mee gediend als we antwoord krijgen op de vraag of de door hem voorgedragen visie inderdaad het Hervormde standpunt vertolkt, of dat het een zeer eenzijdige stem is die voorbijgaat aan wat er werkelijk op het grondvlak van de kerk leeft. Voorshands ben ik geneigd het op het laatste te houden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's