De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘En brachten ze aan Zijn mond’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘En brachten ze aan Zijn mond’

8 minuten leestijd

Joh. 19 : 29b

Het allerergste is op Golgotha gepasseerd. Jezus heeft de volle vloek op de zonde, de godverlatenheid, doorleefd. Dart roept Hij om drinken. Dat wordt Hem aangereikt in een spons op een rietstok gestoken. En dan is daar de tegenstelling. Tevoren wilde Jezus niet drinken, nu wel!

Alles, ook dit doet Hij met opzet. Bewust wilde Hij eerst niet drinken. Nu wel. Dit is niet, omdat na alles Zijn weigeren Hem nu te machtig wordt. Of, omdat de kwaliteit van de drank nu veel beter is. Het is sterke, zure soldatenwijn! Water en azijn met eieren! Zijn drinken nu is niet in strijd met Zijn weigeren eerst.

De evangelist Johannes werpt er bijzonder licht over. Jezus zélf vraagt om wat drinken. Uit Zijn brandende keel klinkt het 'Mij dorst'. Maar volgens Johannes doet Hij dit, terwijl Hij nu weet, dat alles volbracht is. En - opdat de Schrift zou vervuld worden! In dit laatste ligt een herinnering aan de lijdenspsalmen. Daarin werd profetisch van de Christus voorzegd, dat Hij als Borg, één met Zijn volk, zo diep vernederd zou worden, dat zelfs de beleving van het gemis van de eerste levensbehoefte - vocht - , Hem niet bespaard zou worden. Hij, de Heere, over alles zou zelfs om verlichting in dit gemis moeten vragen! Ook dit gaat tijdens Jezus' kruislijden op Golgotha in vervulling.

De evangelist verbindt dit hier dus met dat andere, dat Jezus nu weet, dat thans alles volbracht is. Inderdaad, Jezus is zich nu goed bewust, dat het allerzwaarste dat van Hem geëist werd, volbracht is, en dat dit niet zonder rijke zegen zal blijven. Maar, _ dat er nu nog twéé dingen voor Hem als Borg te doen zijn! Hier geldt dan eveneens, 'opdat de Schrift vervuld zou worden'. Vanaf het kruis reeds Zijn overwinning proklameren tot eer van Zijn Vader en tot verschrikking van de boze. En dan nog de dood ingaan, de scheiding van geest en lichaam beleven. Dit laatste behoorde immers ook nog tot de betaling voor de zonde. Wat Hij reeds doorleefd had, was het allerergste. Doch ook dit zou nog erg zijn!

Maar, in de zekerheid van Zijn overwinning reeds, moet die proklamatie goed hoorbaar zijn, helder opklinken! Juist omdat Hij de Borg is, mag de dood Hem niet besluipen, terwijl Zijn bewustzijn is afgenomen. Neen, Hij moet de dood ingaan in vol bewustzijn, Zich gewillig gevend. Opdat het een volmaakt betalen van de zonde zijn zou.

Is Hij, echter, na alles wat Hij doorleden heeft en dat, terwijl Hij ook mens is, hiertoe nog in staat? Bijna ontvallen Hem de laatste krachten en zou Hij het bewustzijn verliezen. Hoevelen sterven er uiteindelijk buiten bewustzijn? Doch dit mag bij Hem niét zo zijn. Als de volkomen Borg en Hogepriester moet Hij goed wakker zijn als ook dit offer van Hem gevraagd wordt. Hij moet Zelf bewust Zijn leven afleggen, zich helemaal geven in de dood. Zijn sterven moet een daad zijn! Maar daarom wil Hij hier niet versmachten van dorst en zonder helder bewustzijn inslapen, en roept Hij nog, dat Hij dorst heeft. Wat ook een andere betekenis heeft, die wij nu laten rusten. Daarom drinkt Hij nu. Zijn niet drinken tevoren was gehoorzaamheid. Zijn wél drinken nu is dit eveneens. Weer wil Hij niet bedwelmd worden en het volle bewustzijn verliezen. In helder bewustzijn wil Hij Zijn overwinning, nog aan het kruis, uitroepen en dan zich geven in de dood.

Is Jezus zich hier bewust, hoe nauw het hier alles weer luistert? Het allerergste, het doorleven van de godverlatenheid, van de eeuwige dood is voorbij. Zal Hij nu maar niét meer vragen? Mag Zijn geest, na alles wat doorleden is, nu niet langzaam aan uitdoven? Tevoren heeft Hij bewezen dat Hij de verdoving niet zocht. Doch, als ze nu door uitputting over Hem komt? Wat sluipt ook hier de verzoeking van de boze weer op Hem aan! Wat zou deze gewild hebben, dat Jezus buiten bewustzijn gestorven was. Dan toch was Hij niet de Volmaakte Borg, het volmaakte offerlam. Maar Jezus doorziet de verzoeking ook hier weer. Tevoren wilde Hij niet ontrouw worden en Hij dronk niet. Nu wil Hij evenmin ontrouw worden en Hij drinkt wel. Hij wilde geen verzachting van de eeuwige dood. Nu evenmin wil Hij die van de tijdelijke dood. Zo legt Hij in bewuste gehoorzaamheid en liefde jegens de Vader en Zijn volk, de laatste penning, nog te betalen, voor de Vader neer. Zó is Zijn overwinningswoord, 'Het is volbracht' niet alleen helder, doch ten volle waar, gegrond en betrouwbaar. Zó is Hij de volmaakte Borg en Hogepriester tot onze zaligheid.

Een bijzondere zorg dreef Jezus ertoe, dat Hij Zijn 'Het is volbracht' helder en goed verstaanbaar zou uitspreken. Wat was dit tot eer van Zijn Vader en tot ontgoocheling van de boze. Was het ook niet met het oog op ons, dat Hjij dit zo wilde? In dat overwinningswoord ligt toch het gehele Evangelie opgesloten?

Aan Gods recht is voldaan, de eer der Wet is volbracht, de vloek der Wet gedragen en de macht van de duisternis verslagen. Er is verzoening verlossing, aanneming en verandering tot kinderen Gods, eeuwig leven onder Gods Zegen voor des doodsschuldigen.

Des doodsschuldigen! Dat zijn wij immers allen voor God. Nu kan men daarin verblind en verdoofd voortleven en alzo eens God moeten ontmoeten, terwijl de zonde nog onverzoend is. Dan blijft de toorn Gods op ons. Het kan echter ook anders. Gods Geest met het Woord, haalt ons uit de verdoving. Al helderder wordt het ons, dat wij inderdaad des doods schuldig zijn. Het wordt ons tevens duidelijker dat er geen sprake van redding kan zijn, dan alleen van de andere - Gods - kant!

Welnu, Hij heeft er voor gezorgd, dat de werkelijkheid van die redding duidelijk en betrouwbaar op Golgotha is geproklameerd!

Wie durft, wie kan dit wonder geloven? Het ongeloof en de twijfel, het nog iets in onszelf willen zoeken, zit ons diep in het vlees. Maar wat is dit tot oneer van Hem. Dat moet ons tot groot verdriet zijn. Daarom moeten wij ons daarin niet laten ophouden. De Geest, die de Geest der Waarheid is, ons ontdekt, is ook de Geest, Die Christus verheerlijkt. Die daarom ook die Proklamatie zo met kracht in ons wil laten doordringen, dat wij er ons in geloof aan gewonnen geven. Alzo zal Christus zelf zich ook in ons leven betonen de volkomen Borg en Zaligmaker, Die ons inderdaad delen doet in de verzoening en verlossing, de aanneming en vernieuwing tót kinderen Gods en het Leven, door Hem verworven.

Hoe blijft het ook dan in ons leven? Wat wordt dit leven uit het geloof en uit de Zegen daaraan verbonden, steeds nog bestreden. Het ligt in de vuurlinie. Hoe staat het met de kerk in deze wereld? En met de wereld zelf? Hij zorgde ervoor dat Zijn overwinningsroep met kracht klonk. Wij mogen wel bidden, dat zij steeds weer in ons hart mag doorklinken. Wat een bemoediging en belofte liggen er opgesloten in die roep! Voor onszelf, voor de kerk, voor de wereld als schepping Gods. In veel diepere zin dan Naomi het eens zei tot Ruth van Boaz, mogen wij het zeggen: 'Deze zal niet rusten, totdat Hij de zaak voleindigd zal hebben.'

Bij dit alles bedenken wij, dat Jezus aan het kruis ook dorst, de ergste lichamelijke kwelling heeft gekend. De verzachting daarin stelde Hij in dienst van Zijn verlangen, dat Zijn overwinningsroep krachtig zou klinken en Zijn sterven een bewuste offerdaad zou zijn. Wij hebben vanwege onze zonden geen recht op de geringste weldaad van Gods algemene genade. De meest onontbeerlijke is door Hem verdiend. Wij mogen ons wel steeds afvragen, hoe besteden wij de gaven, die wij op dit gebied nog ontvangen? Alleen in egoïstische zin of op een verantwoorde wijze mede in dienst van de voortgang van Zijn Evangelie en van Zijn Koninkrijk?

Jezus wilde zich bewust geven in de dood en zich alzo voorbereiden op de ontmoeting met de Vader. Wij hebben, 'zolang de Heere God dit wil in dit leven onze plaats in te nemen, onze roeping te vervullen, onze strijd te strijden. Het is ook onze voorbereidingstijd! In onze tijd is de boze al heviger bezig om te verzoeken, te verdoven, te misleiden. Anderen! Doch hij gaat ook ons en onze kinderen niet voorbij.

Tot Gods eer en tot ons eeuwig behoud, zijn wij geroepen die verzoeking helder onder de ogen te zien en daaraan weerstand te bieden. Wat zijn in deze strijd Woord, sacrament, gebed niet te missen bronnen van licht en kracht. Jezus dronk zelfs van de zure wijn. Een uitgeput lichaam kan het geestelijk leven belemmeren. Dan is versterking in deze gewenst als bij Elia in de woestijn. Overdaad kan hier echter nog een grótere bedreiging vormen. Een teer, nauw leven hier geeft vaak een ruime ingang. Gods gemeente gaat door vele verdukkingen in, in het Koninkrijk Gods. Zij ontkomt aan de eeuwige dood en gaat door de tijdelijke dood heen op koste van de prijs door haar Borg betaald.

Hij zal met haar in het Koninkrijk van Zijn Vader de nieuwe wijn drinken en van Zijn heil haar beker doen overvloeien!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

‘En brachten ze aan Zijn mond’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's