Boekbespreking
Dr. C. V. d. Waal: Openbaring van Jezus Christus II, Verklaring, Drukkerij en uitgeverij De Nijverheid, Oudkarspel (verkrijgbaar bij De Vuurbaak, Groningen) 1981, 444 blz., ƒ 70, 75.
In 1971 verscheen van de hand van dezelfde schrijver een uitvoerige studie over het laatse Bijbelboek waarin een inleiding en vertaling met zeer veel tekstverwijzigen gegeven werden. Nu ligt het tweede deel voor ons: een uitvoerige verklaring van het laatste Bijbelboek, die zelfstandig te gebruiken is, al sluit Van der Waal uiteraard zeer vaak aan bij het eerste deel. Het is een zeer fraaie, gebonden uitgave, gedrukt op goed papier, verlucht met een aantal illustraties. De prijs is niet mis, maar toegegeven moet worden dat het gezien de wijze waarop deze uitgave verzorgd is niet buitensporig hoog is. En juist een commentaar die men dikwijls raadpleegt, mag best een stevige uitvoering hebben.
Het allesbeheersend uitgangspunt van deze commentaar is het uitgangspunt van het Verbond en daarmee de tegenstelling tussen Israël-Jeruzalem en de gemeente op wie de beloften van God toch zijn overgegaan als het nieuwe Israël. Dat betekent tevens een afwijzing van wat Van der Waal noemt de politiek-culturele uitleg die de Openbaring betrekt op het grote geding tussen Christus en de Caesar, de kerk en het Romeinse wereldrijk.
Een sterk argument voor zijn uitleg vindt Van der Waal in de Pascha-en exodusmotieven die de schrijver vindt in het boek waarbij hij tevens aanknoopt bij de Paaspreek van Melito van Sardes. De achtergrond van Openbaring wordt volgens de schrijver mede gevormd door de zelotenbeweging van de zestiger jaren, leidend tot de Joodse opstand. Consequentie is een vroege datering, nog voor 70, van de Openbaring. Openbaring zou zich ook verzetten tegen Joodse apocalypsen met hun droom van een herstelde natie. Tegenover dit alles stelt het boek de prediking van Jezus als het Lam, de door Israël verworpen Messias. Openbaring verkondigt het verbondsgericht aan het ongehoorzame Jeruzalem. Tegelijk stelt de auteur met grote nadruk dat zijn uitleg geen voedsel wil geven aan het antisemitisme. Het antithetisch karakter richt zich niet tegen de Joden als zodanig maar betekent een confessionele opstelling tegenover de Joden en hun valse Messiaspretenties.
Wat van dit alles te zeggen? Een pluspunt is ongetwijfeld de nadruk die gelegd wordt op de verbinding tussen Oud-en Nieuw Testament. Ook de klemtoon op de eenheid van de Schrift is me uit het hart gegrepen.
Maar niettemin meen ik dat de auteur niet ontkomen is aan een krampachtig lezen van dë Openbaring vanuit een gezichtspunt. Kan men zo strak volhouden dat de Openbaring niets van doen heeft met de tegenstelling tussen Christus en de keizer. Vooral de uitleg van Openbaring 17 en 18 krijgt iets gewrongens. Wat over Babel gezegd wordt wordt betrokken op Jeruzalem. Hét betoog heeft me hier allerminst overtuigd.
En teveel wordt de uitleg toch beheerst door de idee dat de kerk heilshistorisch de plaats van Israël heeft ingenomen. Hangt dit wellicht samen met het kerkelijk-dogmatische standpunt van de schrijver? Stellig is door Van der Waal geen antisemitisme bedoeld. Maar heeft hij toch niet de Openbaring veel gelezen vanuit de anti-Joodse uitspraken van de latere kerkvaders?
De kritische opmerkingen doen overigens niets af van mijn respect en bewondering voor het vele werk dat achter het schrijven van deze commentaar schuilt. Er staat veel in waar met name predikanten hun winst mee kunnen doen. De exegese is breed uitgewerkt. Hier en daar is het betoog me zelfs iets te breed.
Gemeenteleden zijn wellicht meer gebaat bij een beknoptere verklaring. Al moet gezegd dat het betoog als zodanig zeer leesbaar is. Maar de vele in kleine letter gestelde paragrafen maken het niet zo gemakkelijk de lijn vast te houden.
Een uitvoerige literatuurlijst getuigt niet alleen van de belezenheid van de schrijver, maar nodigt ook tot zelfstandige studie. Hier en daar deden de betoogtrant en de literaire voorbeelden me denken aan de stijl van prof. K. Schilder.
Resumerend: een knap geschreven boek, met een massa gegevens, maar zeer eenzijdig in zijn uitgangspunt en daardoor voor mij toch in een aantal opzichten weinig overtuigend. Vooralsnog houd ik het liever op de uitleg die de Openbaring ziet in het kader van de grote worsteling tussen het Rijk van God en de rijken der wereld. Dat lijkt me meer in de lijn van Ijet Oude Testament. Het Verbond wordt bij Van der Waal toch wel zeer eenzijdig op de kerk betrokken.
A. N.
Dr. G. F. Locher: Dr. J. C. S. Locher over Nationalisme en nationaalsocialisme, 68 blz. uitgave Stichting Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge, Ommen 1981, prijs ƒ 9, —.
De aanleiding tot het schrijven van dit boekje is de wijze waarop de historicus, dr. G. v. Roon, in zijn studie 'Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941' zich uitgelaten heeft over Lochers opstelling ten aanzien van het nationaal-socialisme en de Jodenvervolging. Van Roon bespeurt bij Locher trekken van een christelijk antisemitisme en sympathie voor Hitler. Nu is door kritici van Van Roons werk al gewezen op het onzorgvuldig citeren en op het al te gemakkelijk oordelen, vanuit wat wij nu na zoveel jaren weten.
Een en ander is voor een van Lochers kinderen aanleiding geweest het materiaal - vooral artikelen uit het Kerkblaadje - nog eens door te nemen en te analyseren. De schrijver komt tot de conclusie dat de beschuldigingen uit de lucht gegrepen zijn. Wel geeft hij toe dat dr. Locher zich negatief heeft uitgelaten over de Joden in Wenen, afgaande op geluiden die hij in zijn studietijd in Wenen hoorde. Ook de wijze waarop Locher Mattheüs 27 : 25 interpreteerde zou misverstanden kunnen wekken. Maar de bloed-en bodemtheorie van de Nazi's verfoeide hij. Zijn verdediging van het nationalisme en zijn aanvankelijke sympathie voor de ontwikkelingen in Duitsland gingen gepaard met een in toenemende mate zich verscherpende kritiek op de Nazi's, met name hun houding ten opzichte van de kerk. Artikel 36 was voor hem een wapen om, het nationaal-socialisme des te beter te kunnen weerstaan. Locher kwam op voor ds. Martin Niemöller en stond inzake de kerkstrijd aan de kant van Karl Barth, ook bij afwijzing van bepaalde elementen uit diens theologie.
Het is een sympathiek en helder geschreven boekje wat de zoon ons over zijn vader, heeft gegeven. De rustige betoogtrant laat niet na te overtuigen. Men kan achteraf stellen: Jammer dat J. S. C. Locher zich in bepaalde opzichten niet kritischer heeft uitgelaten. Maar is het eerlijk om met de kennis die wij in 1982 hebben publicaties uit de dertiger jaren te beoordelen? Een en ander illustreert nog eens hoe moeilijk het is de geesten in hun ware aard te onderkennen.
Wie belang stelt in een klein stukje geschiedenis uit de dertiger jaren verzuime niet dit geschrift te lezen.
A. N.
Ds. J. H. Velema: Die twee tot één (Bijbel en Belijdenis VI - Gesprekken over het huwelijksformulier), Drukkerij Naarden, Naarden, 111 blz. ƒ
Eerder gaf ds. Velema in deze serie een bespreking van het Doops-en Avondmaalsformulier. Nu van het huwelijksformulier zoals dat in 1968/9 door de Gen. Syn. van de Chr. Geref. Kerken is vastgesteld. De titel van het boekje is ontleend aan Efeze 5:31. Als reden voor de invoering van een nieuw huwelijksformulier noemt de schrijver het tweeslachtig karakter van het klassieke formulier, waarin huwelijkssluiting (die voor de burgerlijke overheid dient te geschieden) en kerkelijke inzegening niet consequent uit elkaar gehouden worden. Het nieuwe formulier blijkt in de praktijk zeer te voldoen. In herv. geref. kring mag wel eens bezinning plaats vinden op de praktijk in deze - zo licht treedt verwarring op wanneer ófwel het klassieke formulier naar eigen goeddunken wordt gewijzigd ófwel een ander formulier uit het Dienstboek wordt gebezigd, zonder dat bruidspaar en gemeente de gelegenheid hebben mee te lezen. Terwijl we toch ook niet met elke zinsnede van het oude formulier kunnen instemmen!
Ds. Velema geeft in dit waardevolle boekje eigelijk een complete huwelijksethiek - ook al is alles beknopt en puntig geformuleerd. Er is een indeling in 2D lesjes gevolgd, waarbij telkens begonnen wordt met een bijbelgedeelte, dan een gesprek aan de hand van een aantal paragraafjes en tenslotte gespreksvragen. Van harte aanbevolen.
J. H.
Hans Werkman: Het hart op tafel - ervaringen en feiten rondom hartoperaties, met medewerking van prof. dr. P. J. Kuypers, hartchirurg, uitg. J. H. Kok, Kampen, 237 blz. ƒ
Een goed boek - op boeiende wijze vertelt Werkman van zijn eigen ervaring met hartoperaties, waarvoor hij ook een reis naar Houston maakte. Op een bescheiden manier komt daarbij ook iets tot uiting van de verwerking van dergelijke ingrijpende belevenissen in het. geloof, nl. in God die ons leven in Zijn hand houdt en de handen van de knapste chirurgen moet leiden, wil de operatie gezegend worden. Daarnaast bevat dit boek een belangrijk stuk gedegen informatie: wat gebeurt er bij een hartoperatie, hoe is de geschiedenis van de hartchirurgie, hoe is de voor-en nazorg geregeld, enz. Graag aanbevolen - aan hen die het persoonlijk aangaat en aan ieder die zich op dit terrein wil oriënteren.
J. H.
Julio de Santa Ana: Goed nieuws voor de armen, de houding van de kerken tegenover de armen in de kerkgeschiedenis, 144 blz. Kok, Kampen, 1981, ƒ 22, 50.
Dit boek is een eerste deel van een driedelige studie over 'de Kerk en de armen', opgezet onder auspiciën van de Wereldraad van Kerken. Het thema speelt in de oecumenische discussie een grote rol. Men denke aan Melbourne 1980. Dat behoeft ook niet te verbazen, gezien de ingrijpende tegenstellingen tussen rijk en arm in deze wereld. Tegenstellingen die er altijd geweest zijn, maar waar nu in een tijd van massamedia onze aandacht op valt. De auteur begint met een brede studie over de armen in O. en N. Testament. Het begrip 'arme' heeft naast een sociale ook een religieuze dimensie. De arme is ook de ootmoedige, afhankelijk van God. In de Psalmen ontmoeten we de 'armen van Jahwe'. Bij de uiteenzetting van de N.T.-ische gegevens komt ter sprake Jezus' houding tegenover arm en rijk, Christus' aanwezigheid bij de armen, de zaligsprekingen, de oproep tot de rijken om Jezus te volgen, de eerste gemeente en de houding tegenover de armen die we in de brieven vinden. Ook hier treft toch het genuanceerde oordeel. Enerzijds treft je de kritische houding tegenover geld en goed, de gevaren van de rijkdom. Daarnaast is opvallend hoe zeer de diakonale houding als bewijs van gerechtigheid verweven is met het geheel van de prediking van Gods Koninkrijk. De eensgezindheid in geloof komt tot uiting op het materiële vlak zegt de auteur ten aanzien van de eerste gemeente.
Boeiend zijn de hoofdstukken over de eerste eeuwen. Er is het felle oordeel van de kerkvaders over misbruik van geld en goed. Daarnaast pogingen tot een synthese, als sinds Constantijn de rijken de kerk binnenkomen. Schrijver schetst de radicale kritiek vanuit de kloosterbeweging en de middeleeuwse monnikenorde.
In de slotparagrafen trekt de auteur enkele lijnen naar de huidige situatie en schetst hij ontwikkelingen in de Wereldraad. Hier worden ook pogingen gedaan de strijd van de armen om verandering en tegen onderdrukking theologisch te doordenken. Dat brengt ons midden in de vragen naar de relatie tussen Koninkrijk van God en maatschappij.
Bij alle waardevolle bijbelse noties die de auteur naar voren brengt, rijzen hier toch vragen. Worden Rijk Gods en maatschappij niet te veel naar elkaar toegebogen? Kan men de huidige aktiemodellen in de strijd tegen armoede zo maar teruglezen in de Schrift? Wat is bedoeld met de bekering van de kerk?
Hier zal ook het gesprek met de Wereldraad over moeten gaan. Intussen doen wij er goed aan alvorens al te gemakkelijk te spreken over bevrijdingstheologie, en horizontalisme, het bijbels getuigenis inzake rijk en arm tot ons te laten doordringen.
Men kan kritiek hebben op wat de schrijver op blz. 124v zegt over de deelname aan de strijd tegen armoede, en over de klassen-en partijstrijd. Niet ontkend kan worden dat de Schrift op een dusdanig indringende manier over rijkdom en armoede spreekt dat het mede ook ons leefpatroon onder kritiek stelt, op een wijze die onder ons weleens te weinig onderkend wordt.
A. N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's