Het Christelijk geloof en de geschiedenis (1)
Hoe kijken we vanuit het geloof tegen dat wijde veld van de geschiedenis aan?
Inleiding
Wie 'geschiedenis' zegt kan daarbij aan vele dingen denken. Daar zijn de jaartallen, de feiten en de namen, van grote en kleine gebeurtenissen. Daar zijn de verhalen die we rondom de data en namen kunnen weven. Zo is menigeen met de geschiedenis in aanraking gekomen. Zo is menigeen geboeid door de kleurrijke taferelen uit de vaderlandse geschiedenis of de wereldhistorie. Maar feiten, namen, data en jaartallen vormen nog maar een fragment van wat we aanduiden als 'de geschiedenis'. Het gaat om meer dan losse gebeurtenissen die we aaneen kunnen rijgen. Het gaat ook om achtergronden en verbanden. Wie zich b.v. verdiept in de tachtigjarige oorlog kan dat op allerlei manieren doen. Hij kan de nadruk leggen op de politieke aspecten, op de geloofsworsteling, op de rol van de kerk, maar ook op de sociale en economische omstandigheden waaronder mensen in die tijd leefden. En dan kan de waardering heel verschillend uitvallen. Geschiedschrijving blijkt geen neutrale aangelegenheid te zijn, maar samen te hangen met de visie van de auteur. Wat is er b.v. een verschil tussen de wijze waarop Groen van Prinsterer de geschiedenis beschreven heeft en historici als Romein en Geyl! Wat gaan b.v. in de waardering van een figuur als Willem van Oranje de wegen uiteen. En - om nog een voorbeeld te noemen - hoeveel interpretaties zijn er niet in omloop van een figuur als Maarten Luther? Geschiedschrijving roept ook vragen op.
En die vragen vermenigvuldigen zich als we nadenken over de zinvraag. Wat is de zin van de geschiedenis? Hoe kijken we vanuit het geloof tegen dat wijde veld van de geschiedenis aan? Kunnen we, om een bekende spreekwijze te hanteren, Gods hand in de geschiedenis aanwijzen? U begrijpt: Met deze vragen zitten we middenin een theologische doordenking van de problematiek van de geschiedenis. Ik hoop niet dat u van deze wat gewichtige term schrikt. Want het gaat om zaken die elk gelovige, elk meelevend lid van de gemeente raken? Elk die in zijn tijd staat als bewust levend mens, kennis nemend van het verleden en gericht op de toekomst, en die in die plaatsbepaling wil vasthouden aan de Schrift, kan niet heen om de vraag: Wat kunnen we vanuit het Evangelie van Jezus Christus over dit alles zeggen? Wat betekent het dat er in Openbaring 5 sprake is van de boekrol die in de handen van het Lam ligt?
In deze bezinning krijgen we een welkome hulp in een prachtig boek van de Apeldoornse kerkhistoricus, prof. dr. W. v. 't Spijker, getiteld Triptiek van de geschiedenis. Het is een fraaie uitgave van 190 blz. en de prijs is zodanig dat die geen bezwaar behoeft te vormen (geb. ƒ 21, 90). De uitgave is verzorgd door Oosterbaan en Le Cointre, te Goes.
Door allerlei omstandigheden is de bespreking van dit boek wat vertraagd. Daarvoor aan schrijver en uitgever mijn excuses. Ik hoop dit goed te maken, door er wat meer aandacht aan te geven dan doorgaans in een aankondiging gebeurt, nl. door in een tweetal artikelen een aantal aspecten van dit boek te behandelen.
Een vervolg
De auteur heeft zich al enkele jaren diepgaand met de vragen rondom de geschiedenis bezig gehouden. Enkele jaren geleden publiceerde hij een historisch opgezette studie Reformatie en Geschiedenis, waarin hij na een overzicht over de opvattingen van de geschiedenis vóór de Reformatie vooral inging op de wijze waarop de Reformatoren over de geschiedenis gedacht hebben en - daarmee verbonden - hoe we de Reformatie als beweging in de geschiedenis hebben te beschouwen. Dat boek eindigde met een hoofdstuk 'Blijvende betekenis van de Reformatorische geschiedenisbeschouwing' waarin Van 't Spijker er onder andere op wijst, hoe de Reformatorische visie op de geschiedenis bepaald wordt door haar visie op de Heilige Schrift als gezaghebbende openbaring van God, boven alle tradities, kerkelijke meningen en historische gebeurtenissen. De Schrift alleen - Christus alleen! Dat bepaalde haar spreken over de geschiedenis. 'De blijvende betekenis van de Reformatie voor óns verstaan van de geschiedenis zal de blijvende, de voortdurende herinnering zijn aan het wonder van dit spreken van God in Christus en door Zijn Geest.' (a.w. blz. 189).
Nu zouden we kunnen zeggen dat de schrijver in het tweede boek de lijn die hij in het slothoofdstuk trekt, verder doortrekt. Het is min of meer een bijbels-theologische en dogmatische studie over de vragen van de geschiedenis. Het reformatorisch karakter blijkt ook nu weer daaruit dat Van 't Spijker zijn uitgangspunt neemt in de Schrift, de openbaring van God in Christus. Laatste grond voor onze zekerheid is immers het Woord. Er behoort wat moed toe om dit anno 1982 zo te poneren. Immers, het denken over de geschiedenis is veelal gestempeld door het denken van de Verlichting, de beweging van de autonome mens die de openbaring kritisch doorlicht vanuit zijn redelijk denken. Zeer velen zijn van oordeel dat we als moderne mensen niet meer achter dit bijbel-kritische denken terug kunnen en dat we niet meer kunnen spreken over de geschiedenis zoals de Reformatoren gedaan hebben.
Daarom is de positie die de gereformeerde theologie inneemt in vele opzichten ook een wat eenzame positie. Maar daarom juist een zeer belangrijke! Want het gaat immers ten diepste om de vraag of we uitgaan van de god der filosofen, zoals Pascal het formuleerde, of dat we ons denken in beslag laten nemen door de God van Abraham, Izaak en Jacob, die zich in Zijn woord heeft geopenbaard.
Een drieluik
Het uitgangspunt dat prof. Van 't Spijker inneemt bepaalt ook de titel: Triptiek van de geschiedenis. Een triptiek is een drieluik, een kunstwerk, waarbij de zijstukken het middenstuk in gesloten toestand bedekken. Gaan de luiken open dan zien we het eigenlijke panorama zich ontvouwen. De omslag van het boek bevat een afbeelding van een deel van het beroemde drieluik van de gebroeders Van Eyck in de St. Baafskathedraal in Gent: de aanbidding van het Lam.Gods. De gesloten panelen onttrekken het Lam aan onze blik. Gaan de panelen open, dan worden we geboeid en getroffen door het beeld van de overwinning van het Lam. Zo wil Van 't Spijker de geschiedenis bezien.
In Christus, het Lam van God, komt de drieënige God tot ons. Christus is de zin van de geschiedenis en bij het kruis zien we pas de ware werkelijkheid van de heilsgeschiedenis, de geschiedenis van de kerk en de wereld. Deze theologie van het Kruis is - reformatorisch verstaan - trinitarische theologie. Het gaat om het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In alles wat de Heere doet, werkt de drieënige God. In al Gods werken is een verrassende eenheid en tegelijk een verrassende verscheidenheid, lezen we op blz. 15. Bijbels theologisch denken over de geschiedenis betekent dat schepping, verlossing en heiliging ter sprake komen.
Vanuit deze geloofsvisie, dit belijdend spreken is dit boek geschreven. Dat is een visie die haaks staat op het geseculariseerde denken. We hebben immers de terreinen keurig gescheiden. Dat we onderscheiden laat zich verstaan. We kunnen immers ook een theologisch vernisje aanbrengen op het gebeuren in de geschiedenis, waardoor we aan de Schrift onrecht doen en het historiebeeld vervalsen. Maar onderscheiding betekent niet dat we ontslagen zijn van een geloofsvisie op de geschiedenis. Als in onze tijd Marxisten openlijk en eerlijk hun kijk op de geschiedenis geven, waarom moeten christenen dan vluchten in de neutrale beschouwing? Dat lukt ons immers niet. Niemand leest ook met een neutrale blik het boek van de geschiedenis. Daarom is het voor mij de vraag, of men kan zeggen dat theoloog en historicus elkaar in dit boek niet ontmoeten en dat de concrete geschiedenis hier niet in het beeld komt. Dat laatste is op zich wel waar. U moet hier geen overzicht van de geschiedenis aantreffen. Maar dat is ook niet de opzet geweest van de auteur. Het gaat om een doorlichting van de werkelijkheid, ook de historische werkelijkheid vanuit het Evangelie van Jezus Christus. Moeten we dan niet zeggen: Zo pas krijg je de concrete werkelijkheid echt in het vizier? Ik vind dit geen zelfgenoegzame wijze van theologiseren, zoals men aan Van 't Spijkers adres wel opgemerkt heeft, eerder een fundamentele benadering van de geschiedenis die in onze tijd wel eens broodnodig zou kunnen zijn.
Vraag is wel: Zijn historici die vanuit het chr. geloof willen denk, en en handelen bereid deze geloofsvisie op de geschiedenis te verwerken? Of zou het kunnen zijn dat wanneer theoloog en historicus langs elkaar heen praten, dit zijn oorzaak vindt in het feit dat we anno 1982 gewend zijn geraakt aan puur horizontalistische, geseculariseerde wijze van wetenschapsbeoefening, waarin alleen oorzaak en gevolg nog meedoen, en we geloof en wetenschap gaan scheiden? Ik stel het vragenderwijs, omdat ik besef met deze vragen een diepgaand probleem aan te roeren. Maar ik zou het toejuichen als het boek van Van 't Spijker in die zin door historici positief werd opgevat als een stukje huiswerk om zich opnieuw te bezinnen op de relatie tussen christelijk geloof en de wetenschap van de geschiedschrijving en geschiedbeoefening.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's