De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Synode en Catechese

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Synode en Catechese

Momenten uit de behandeling van de beleidsnota-1982 van de Raad voor de Catechese

7 minuten leestijd

In de morgenvergadering van vrijdag 19 maart nam de Generale Synode de behandeling ter hand van de Beleidsnota van de Raad voor de Catechese.

In de morgenvergadering van vrijdag 19 maart nam de Generale Synode de behandeling ter hand van de Beleidsnota van de Raad voor de Catechese. De nota geeft aan, dat de inhoud van de catechese niet meer hoofdzakelijk bepaald wordt door de Heidelberger Catechismus, maar ook door nieuwe missionaire en diakonale werkvelden. De catechese wordt minder gezien als een les om te geven dan als een weg om te gaan. De raad staat daarbij voor tal van godsdienstpedagogische en didaktische vragen. Hij herinnert aan de discussienota 'Jongeren en Kerk' van de Hervormde Jeugdraad (1981) en sluit zich in hoofdlijnen hierbij aan: jongeren zijn op zoek naar andere vormen van geloofsbeleving dan de volwassenen.

De raad onderkent twee stromingen bij die jeugd, die niet afwijzend staat tegenover de kerk, maar wel in haar teleurgesteld is. Voor de ene groep is de vraag: 'Wat heb ik in deze wereld te verrichten, hier en nu?' De andere groep stelt de vraag: 'Waar en hoe kan ik in deze wereld God ervaren?' De raad wil op hun vragen serieus en diepgaand ingaan.

Ook wil men een open oog hebben voor de toegenomen vraag in de gemeenten naar volwassenencatechese. Permanente, voortgaande catechese is noodzakelijk. Dit wil de raad stimuleren. Ondanks geringe mankracht stelt hij zich aan gemeenten en voorgangers gaarne ten dienste.

De prioriteiten, die de raad voor de catechese zich stelt zijn de volgende: in 1982 zal vooral aandacht geschonken worden aan de cursus 'theologische vorming van gemeenteleden' en aan de vernieuwing van de catechetenopleiding. Men wil ernstig onderzoeken of een 'tweede-wegopleiding' mogelijk is, dus naast de universitaire een andere weg naar het predikambt.

Ook wil men in dit jaar enige aandacht geven aan de wetenschappelijke begeleiding en de ontwikkeling van een raad voor de educatie, waarin deze raad samen zou gaan met de raad voor het jeugdwerk en de centrale voor het vormingswerk. In 1983 wil men dit programma voortzetten, de leerplanontwikkeling op gang brengen enz. Voor trainingen zou men graag een derde secretaris aanstellen. De Beleidsnota werkt deze plannen dan verder uit. Tal van synodeleden maakten van de gelegenheid gebruik in te gaan op deze beleidsnota. De nota werd eerst ingeleid door de voorzitter van de raad, ds. Van Egmond. Deze benadrukte het belang van de bovengenoemde twee stromingen onder de jeugd. Hij dacht, dat het niet alleen gaat om andere woorden, maar ook om andere inhouden. Een andere aanpak dan vroeger is nodig. Hij wees de visie van de vaste commissie af, die in haar beoordeling van de nota de vrees had uitgesproken, dat de raad te veel wil omvatten in zijn arbeid. Past dit wel bij een kerk, die een minderheid geworden is?

Ouderling Vonk pleitte voor een samengaan van de raden voor Catechese, Kerk en School, Jeugdraad en Centrale voor het Vormingswerk. Ook een wetenschappelijk instituut voor de catechese, door de raad beoogd, had zijn instemming, maar hij wilde de kosten graag eerst berekend zien.

Ds. G. Biesbroek (Ede) uitte zijn waardering, vond toerusting en geestelijke vorming erg belangrijk, maar vond wel dat de inhoud van de catechese bepaald diende te blijven door de klassieke geloofsthema's. Hoe wordt de ene groep jongeren bewaard voor horizontalisme, de andere voor verticalisme? Hij wees op het onderscheid tussen kerk en school: de kerk vormt jongeren op weg naar de belijdenis, de school houdt zich bezig met godsdienstig onderricht. Hij achtte een tweede weg naar het predikantschap nodig. Toerusting door de Heilige Geest blijft het voornaamste. Hij vroeg naar de mogelijkheden voor mensen met een diploma-Bijbelschool.

Ds. J. A. H. Brok (Raad v..h. Jeugdwerk) stelde de overdracht van het geloof van ouderen op jongeren ter discussie. Gaat het er niet om dat oud en jong samen leren aan de onderwijzing in de thora? Hij wilde de maatschappelijke context meer betrokken zien in de catechetische processen. Welke grondhouding moet de catecheet vertonen? Mogelijk is een Raad voor Kerk en Jongeren gewenst.

Ouderling J. v. d. Bragge (Kampen) wilde niet al te vroeg zeggen dat de oude catechisatieboekjes verouderd zijn. Misschien wat de vorm, niet wat de inhoud betreft! Daar liggen rijke schatten. Kennis van de bijbelse grondwoorden is van enorm belang. Men moet vanuit de klassieke grondthema's naar de actualiteit gaan. Van de Schrift naar de maatschappij.

Ds. A. A. V. d. Berg (secr. Raad v. d. Cat.) reageerde op de eerste ronde sprekers. Hij stelde, dat we achter lopen bij andere, ook buitenlandse, kerken op godsdienstpedagogisch terrein. Dat dient ingehaald te worden. Ingaand op de laatste vraag van ds. Biesbroek vertelde hij, dat het niveau van de Bijbelscholen sterk uiteenloopt. Met sommige diploma's kan men 'insporen' in de catechetenopleidingen, soms met vrijstellingen. Positief sprak hij over het Ned. Bijbel Instituut te Bosch en Duin en over de Reformatorische Bijbelschool te Zeist. De grondhouding van de catecheet is het besef met elkaar op weg te zijn. Zoals Israël uit Egypte op weg ging naar Kanaan en de discipelen van Galilea naar Jeruzalem. Op die weg zijn gevaren en mislukkingen. We mogen echter op die weg ook 'aan elkaar leren'.

Dr. W. Balke (den Ham) had waardering voor de helderheid van de nota. Hij sprak zijn zorg uit over een 'tweede weg' naar het ambt van predikant. Die weg mag er best komen, maar een wetenschappeiijk-theologische toerusting is onmisbaar. Hij waarschuwde tegen een overaccentuering van de menswetenschappen. Laat het confessioneel gehalte van de opleidingen niet verwateren.

Diaken W. Jansen (Heemstede) citeerde dr. Hans Jansen ('Theologie na Auschwitz'). De christelijke catechese der verguizing (van de Joden) infecteerde de christenen met anti-semitisme. Deze zaak moet officieel ter harte genomen worden.in de beleidsoverwegingen rondom de catechese, zo bepleitte hij. Hij verweet de raad zijn taak volgens de kerkorde niet uit te voeren: doet de raad alleen aan voortgezette catechese?

Ds. W. V. d. Zee ('s Gravenhage) sloot daar later in het debat bij aan met een sterk pleidooi voor vormen van kindercatechese. Deze pleitte tevens voor meer pastorale accenten in de catechese.

In een tweede beantwoordingsronde sprak J. E. Zevenbergen namens de raad voor de catechese. Hij stelde oud. v. d. Brugge gerust: ook de raad vindt de Bijbelse kernwoorden van groot belang. De klassieke thema's blijven doorklinken.

Ds. A. Pothuis (Zaandam) vroeg voorrang voor de minsten en de kleinen ook in de catechese. Wie is de Heer in de maatschappelijke situatie van de catechisant, zo vroeg hij zich af. Hij sprak ook over de verdrukkende structuren van de school...

Ds. A. Romein (GDR) onderstreepte het belang van diakonaal onderricht in de catechese. Diakonale toerusters kunnen helpen bij de programma's. Hij vroeg bij het zoeken naar .wegen voor de opleiding van een pastoraalagogisch werker niet alleen contact te leggen met het pedagogisch onderwijs (lerarenopleiding), zoals de raad doet, maar ook bij het agogisch onderwijs (sociale academie).

Mevr. A. Mulder prees de éénjarige evangelistenopleiding van de IZB en ds. A. de Haan (R. V. d. Z.) miste de oecumenische dimensie teveel in de beleidsnota.

Ds. V. Egmond antwoordde nogmaals namens de raad voor de catechese. Onder meer sprak hij over de zijns inziens diepste vraag: Over welke God hebben we het? De Grote Baas, die alles regelt, of: over Hem, die Zelf de weg gaat en in beweging is?

Dr. R. J. Mooi achtte het zetten van stappen op weg naar een nieuwe raad voor de educatie thans niet gewenst. Hij kondigde op korte termijn uiterst belangrijke nota's aan met het oog op herorganisatie in de kerk. Toen de synode na deze uitvoerige bespreking aan de besluitvorming toe was, werd het advies van het Breed Moderamen, aanvaard. Dit luidde als volgt:

1. De generale synode behandelde in haar vergadering van 19 maart 1982 de beleidsnota 1982 van de Raad voor de Catechese en besloot het daarin vervatte beleid goed te keuren.

2. De synode verzoekt de Raad om eventuele plannen, initiatieven, vorming van commissies, stuurgroepen of overlegstructuren afzonderlijk aan het breed moderamen van de generale synode voor te leggen opdat dit deze eerst op de financiële consequenties zou kunnen beoordelen.

3. De synode spreekt haar grote waardering en dank uit voor het vele werk dat de Raad met grote inzet en toewijding van zijn leden en zijn functionarissen verricht op een belangrijk terrein van synodale verantwoordelijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Synode en Catechese

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's