De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

In Kerknieuws van Scheps stond een interessant interview met prof. dr. Tj. v. d. Walt, rector van de universiteit in Potcliefstroom; in Zuid Afrika een vooraanstaand man, die ook grote bekendheid geniet in het buitenland. Prof. Van der Walt behoort tot de Gereformeerde (Dopper)kerk, die zich niet bij voorbaat identificeert met het regeringsbeleid, terwijl anderzijds ook kritische positie wordt gekozen in zake de theologische veranderingen in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Hier volgen enkele sprekende uitspraken van prof. Van der Walt:

• 'We zullen moeten beseffen dat we samen, zwarten, blanken, kleurlingen en Indiërs, burgers van Zuid-Afrika zijn. Dat betekent dat de schatten en rijkdommen van ons land ook toegankelijk moeten zijn voor alle inwoners. De blanken hebben dan wel In financieel opzicht de macht in handen, ze zullen moeten beseffen dat ze volkomen afhankelijk zijn van de zwarte werkers.'

• 'Ik denk dat de toekomst heel wat moeilijker is dan met name vele Afrikaners vermoeden en verwachten. Er zijn drie elementen die die moeite uitmaken: de nog steeds toenemende buitenlandse druk op Zuid-AfrIka, de toenemende onrust en frustratie onder de zwarte bevolkingsgroepen en de verkrampte rechtse tegenkanting tegen hervormingen. Overigens zie Ik niet zo tegen die toekomst op: de moeilijkheden waarvoor we staan brengen ons terug bij de grondvragen van de problemen waarvoor we staan en we worden gedwongen ons daar Intensief mee bezig te houden.

Ik meen dat we vandaag staan voor de keuze tussen revolutie of reformatie. En Ik ben ervan overtuigd dat de meerderheid van de blanken en nletblanken voor het laatste zullen kiezen. Ik grond dat op drie dingen: het nog steeds overwegend christelijk karakter van de bevolkingsgroepen, de onderlinge welwillendheid ten opzichte van elkaar Is nog groot en er is een onderling lotsverbondenheid.

Ik ben niet pessimistisch. Kijk naar onze studenten. Er is In toenemende mate sprake van onderlinge contacten tussen zwarte en blanke studenten. Dingen die een aantal jaren geleden nog volslagen ondenkbaar waren, worden nu zonder slag of stoot geaccepteerd. Ik herinner me nog dat in 1973 een besluit om de zg. nagraadse studies aan onze universiteit open te stellen voor zwarte studenten op geweldig verzet stuitte. Vandaag kraalt daar geen haan meer naar'

• In welke richting moet naar uw mening een oplossing voor de problemen van uw land worden gezocht?

'Ik vind dat we onze uitgangsstelling moeten nemen In het gegeven dat we samen burgers van Zuid-Afrika zijn. Van daaruit denk ik dat er hoge prioriteit verleend zal moeten worden aan het totstandbrengen van economische hervormingen ten behoeve van de niet-blanke bevolkingsgroepen. Die kunnen dan vervolgens dienen als speerpunt om ook sociale en politieke veranderingen te realiseren. Economische integratie van de bevolkingsgroepen moet ook lelden tot sociale en op den duur ook politieke Integratie.'

Dat betekent het einde van de zg. thuislanden?

'Nee, dat hoeft niet ik ben tegen de thuislanden als ze gebruikt worden als dump-plaats voor zwarten. Maar als vorm van decentralisatie en als ontwikkelingsmodel van de zwarte bevolkingsgroepen kunnen ze wel een funktie vervullen in een toekomstig politiekbestel in ons land.'

• GEEN DWANG Hoe staat u tegenover de feitelijke apartheid in de samenleving van uw land?

'Ik denk dat het sleutelwoord In dit verband dwang is. Ik ben tegen verplichte apartheid, evenals ik tegen verplichte integratie ben. Ik geloof dat de oplossing ligt in vrijwillige differentiatie.

We zullen moeten beseffen dat de bijbelse eisen van gerechtigheid, liefde en dienst boven noties als segregatie en integratie moeten uitgaan. De reformatorische erfenis kan daarbij goede diensten bewijzen. We hebben In onze kerken een flinke scheut Schots methodisme en piëtisme meegekregen. Vanuit Potschefstroom proberen wij nu meer aandacht te vragen voor de erfenis van het Calvinisme: Christus is Heer over het gehele leven, ook het maatschappelijke en politieke leven. Dat zal ons volk weer moeten beseffen: dat godsdienst maar niet slechts iets is voor de binnenkameren de zondagse kerkdiensten, maardathethet gehele leven moet doortrekken. Dan komt er ook weer uitzicht op reformatie In ons staatsbestel. En dan hebben we niet veel tijd meer te verliezen. Want als de verwachtingen van de zwarten In ons land blijven frustreren, dan moeten we een geweldige explosie verwachten. En laten we dan alsjeblieft niet de buitenwereld blameren, maar onszelf. '

***

In de Alblasserwaard verschijnt jaarlijks een gids over orgelconcerten: 'Orgelklanken uit de Alblasserwaard' (verkrijgbaar door storting van ƒ 2, 50 op gironummer 685049 t.n.v. de heer C. Meyers, Oudaenstraat 17, Papendrecht. Uit de gids voor 1982 (het vijfde nu verschenen nummer) knipten we de volgende passage uit een bijdrage getiteld: 'Er staan orgels In...': '

'Het is ongelooflijk veel wat de mens heeft ondernomen om zijn honger naar muziek te bevredigen. Duizenden jaren geleden maakte hij al muziekinstrumenten. Heel eenvoudige zoals fluiten, trommels en harpen. Hij maakte ze van materialen uit zijn omgeving, die hij met gereedschap kon bewerken, hout vezels, vruchten, botten en darmen van dieren. Deze primitieve klankopwekkers stonden aan het begin van een ontwikkelingsproces dat uitmondde In ons huidige enorm veelzijdige muzlekinstrumentarium. Een heel interessant proces ook omdat het ongeveer gelijke tred heeft gehouden met de algemene ontwikkeling van de techniek. Deze laat ons zien dat de toepassing van het wiel een vervolg kreeg in het tandwiel, waarmee beheerste draaiende bewegingen konden worden uitgevoerd. Met hefbomen konden heen en weer gaande bewegingen en tulmelbeweglngen worden verricht. In de vroege middeleeuwen komen we deze toepassingen al tegen in de orgels, de uurwerken en de klokkenspelen In de kerktorens.

Begaafde werktulgkundigengingen weer een stap verder. Zij voegden uurwerk en klokkenspel samen tot de automatische speelwerken die nu al honderden jaren vele (kerk)torens als speeltorens laten zingen. Deze klokkenspelen, die de uurslag van de torens een muzikaal tintje geven, zijn in feite de eerste automatisch werkende mechanische muziekinstrumenten. Maar ze hebben tevens de stoot gegeven tot het vervaardigen van allerlei soorten speeldozen voor huiselijk gebruik, waaronder de zg. Flötenuhren een belangrijke plaats hebben Ingenomen. Wat Is een Flötenuhr? De Duitse naam voor een uurwerk met een aangebouwd orgeltje. In het tijdvak 1750 tot 1850 zijn ze bij duizenden gemaakt in meerdere landen van West-Europa. De werking ervan Is als volgt Een gewicht aan een ketting - als bij een staartklok - brengt het blaasbalgje in beweging en doet ook een cilinder draaien waacin pennetjes zijn gestoken volgens een bepaald patroon. Wanneer deze pennetjes of stiften langs ventleltjes lopen worden deze opengedrukt en stroomt lucht uit het balgje naar de op dit ventleltje aangesloten pijpen. De pijpen gaan vervolgens spreken In de door de cilinder gegeven volgorde en laten een melodietje horen. Wanneer een stift het ventleltje loslaat sluit dit zichzelf weer en zwijgen ook de corresponderende pijpen.

In een volgende fase werden weer grotere orgels gebou wd die niet meer meteen uurwerk gecombineerd waren. Deze cilinderorgels werden direct aangedreven door gewichten of veren. En weer een andere variatie op hetzelfde thema was het echte draaiorgel dat werd bediend - door met de hand aan een kruk of een wiel te draaien. Het voornaamste van deze ontwikkelingen was dat men muziekstukken kon laten horen wanneer en zo vaak als men wenste, zonder daarbij afhankelijk te zijn van een kundig bespeler \/an deze mogelijkheid Is zelfs in de kerken gebruik gemaakt, met name In Engeland. Daar waren tot omstreeks 1850 veel te weinig organisten beschikbaar om in de dorps-en kleinere stadskerken de gemeentezang op een normaal orgel te begeleiden. Daar brachten de "kerkdraaiorgels" uitkomst. Op een aantal cilinders waren de melodieën van de meest gezongen kerkliederen gestoken. En de koster of een ander gemeentelld die als "orgeldraaier" fungeerde, kon zodoende het gemis 'van een organist verhelpen. Honderden van deze orgels zijn gebouwd en door gerenommeerde bouwers. Voor de hierin geïnteresseerde lezers enkele namen: Bates, Flight & Robson, Gray & Davison, Walker. Ook weer volgens hetzelfde principe zijn In de vorige eeuw de straatdraaiorgels gebouwd. Wie kent ze niet, de op karren en wagens geplaatste Instrumenten met hun barokke fronten en doordringende klank. De draaiorgels die vooral In de grote steden zoveel kleur en vrolijkheid in het straatbeeld brengen. Maar die ook weer niet uitsluitend profane muziek ten gehore brachten. Want in Amsterdam werd In de jaren twintig een draaiorgel voor het straatevangellsatlewerk gebruikt. Er staan orgels In... maar waar? In Utrecht! In het unieke museum "Van Speeldoos tot Pierement" dat vorig jaar zijn 25-jarig bestaan vierde. (...)'

***

Een lezer stuurde ons een stukje uit de Volkskrant. Het gaat over de reconfessionalisering, die zich in Nederland, naar het heet, voltrekt, zèg ook verrechtsing, zèg ook toenemende invloeden van evangelische bewegingen. Hoe we dit ook moeten taxeren, één ding is zeker, in geseculariseerde kringen komt er onrust over dit verischijnsel. Het feit, dat zich in het kader van de evangelisatiecampagne 1982 'Er is hoop' bijzonder veel belangstellenden meldden, heeft al heel wat bittere reacties opgeroepen, met name ook de campagne op zich al. Uithef stukje in de Volkskrant geven we volgende satirische stukjes door; uiteraard niet met instemming maar wèl om aan te geven wat er aan de hand is. Het stuk is in typisch losse roman-stijl geschreven.

De toepassing is de volgende:

'In mijn buurtcafé stond hij wat bekommerd aan de tap. Zijn normale leren jasje had hij verwisseld voor een stemmig kostuum, dat contrasteerde met zijn warrige, halflange haren die al behoorlijk grijs waren. Met een ruk trok hij de knoop van het iele, onwennige stropdasje naar beneden.

"Ik kom net van een receptie, " legde hij verontschuldigend uit. "Je zult het niet geloven: van een verlovingsreceptie. Compleet met aan beide kanten de wederzijdse ouders, gouden ringen en bloemstukken. Maar wat het ergste is: het gebeurt allemaal in mijn eigen huis. De verloving van mijn dochter! Als vader heb je natuurlijk allerlei zorgelijke gedachten over wat er van dat kind van je terecht komt. Wordt ze punk of raakt ze aan de drugs? Gaat ze met een of andere griezelig type hokken, sluit ze zich aan bij een krakerscollectief? Of wordt ze nog eens strijdbaar in het lesbisch front? Je moet toch overal rekening mee houden. Maar niks van dat alles. Mijn dochter gaat zich verloven. En wacht even: niet met een of andere rechtse bal met een blazer van een roeivereniging. Nee, met een EO-evangelist. Precies twintig jaar geleden ben ik los gekomen van het geloof. En nu bekeert mijn eigen dochter zich weer. Met Jezus in d'r hart en een evangelist aan d'r arm. Het zijn geen vrolijke tijden, neem dat maar van mij aan." (...)'

'Vijfentwintig jaar lang leken de kerken naar hun faillissement toe te snellen. Zij verloren hun klanten bij het leven. En dat is te vroeg voor een instantie die de eeuwigheid in het vooruitzicht stelt.

Wanneer is die leegloop begonnen? Ik denk dat het eerste voorteken de vernieuwde tekst van de katholieke "kleine katechismus" voor de lagere school was. Kijk maar naar vraag één. In de eerste klas moest ik als 6-jarige nog leren: "Waartoe zijn wij op aarde?

A. Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor in de hemel te komen."

Dat was een duidelijk antwoord; veel vrolijks op aarde werd niet in het vooruitzicht gesteld. Een jaar later kwam er een nieuwe druk en was het plotseling:

... om hier en in het hiernamaals gelukkig te worden. "

Kijk, daarover valt te sjoemelen. Wil je geluk? Wacht niet tot na de dood! Het was hier al te koop. En dankzij wederopbouw, loonrondes en welvaart kon je er steeds meer van aanschaffen, zodat er voor het hiernamaals niets meer over hoefde te blijven. De hemel kon bij gebrek aan belangstelling zijn poorten wel sluiten en zo ook de filialen daarvan op aarde - de kerken. De enige hemel die nog bestond, was die tot waar men in de jaren zestig de bomen zag groeien. De epitheta "katholiek" en "christelijk" vielen af van dansscholen en dagbladen, als herfstbladeren van de bomen.

Nu weer de ommekeer. Het woord "inleveren" is nog niet gevallen, of men verlangt uitgestelde terugbetaling via religie. Investeringsloon in de eeuwigheid. Bekeringen en verlovingen in christelijke stijl. Misschien is dat wel de meest angstwekkende vorm van doemdenken.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's