In kolen vuurs
In kolen vuurs
In kolen vuurs op Simons schuldig hoofd
Heeft Zijne liefde zich zo wonderlijk gewroken.
Hij, de verloochenaar, had het contact verbroken.
Daarmee zichzelf van alle troost beroofd.
'Hebt gij Mij lief? o Simon, Jona's zoon?'
Zo vraagt de Heere in Zijn grote liefde
Aan hen, die kort geleen Hem nog zo bitter griefde.
'Steekt gij nog steeds de and'ren naar de kroon? '
Tot driemaal toe keert deze vraag nu weer;
En dit moet Petrus dan wel diep bedroeven:
Voor één verloochening één keer.
Niet slechts bij Simon blijft de Heer' hier staan.
Hij vraagt ook ons; noemt ons bij onze namen:
'Verloochenen en liefde, gaat dat samen?'
Uit: ds. F. Kijfterbelt, Studeren en mediteren, Lindenberg, Rotterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's