De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bij de Goede Vrijdag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bij de Goede Vrijdag

7 minuten leestijd

Alwaar zij Hem Kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden. Johannes l9 : 18

We vernemen het kruisevangelie in de tekst van een ooggetuige. Johannes de evangelist is er bij geweest, heeft gestaan naast de moeder des Heeren. Nu is het niet Johannes' aanwezigheid bij het kruis die de waarde van Zijn getuigenis bepaalt: de mens ziet maar aan wat voor ogen is. Maar Johannes geeft ons Gods Woord door, gedreven door de Heilige Geest. Daarom geeft Johannes ook nauwkeurig aan waar de Zaligmaker werd gekruist. Dat was buiten Jeruzalem. 'En Hij dragende Zijn kruis ging uit...' Als we Hem daar in gedachten zien uitgaan, lezer, is het goed als we bedenken: dat heb ik verdiend. Ik moest uit Gods stad verdreven worden om al mijn zonden. Maar zie: Jezus gaat uit. Opdat wij zouden bidden: Ontsluit, ontsluit voor mijne schreden de poorten der gerechtigheid... En opdat wij zouden kunnen zingen: Jeruzalem, dat ik bemin, wij treden uwe poorten in. Daar staan o Godsstad onze voeten... Wat een wonder! Alwaar zij Hem kruisten... Dat was op Golgotha. Toch legt Johannes meer nadruk in vers 17 op de benaming Hoofdschedelplaats. De Romeinen hadden deze heuvel uitgekozen om de rechterlijke doodvonnissen te voltrekken. Dat moeten er velen zijn geweest. Daarom was die Hoofdschedelplaats een verschrikkelijk oord. Ook vonden daar veelal de begrafenissen van de misdadigers plaats. Zovelen waren er daar begraven, dat bij een nieuwe begrafenis het gebeente van een vorige naar boven kwam. Hoofdschedelplaats, een heuvel om te huiveren, wellicht ook al om de vorm die ze had, namelijk die van een schedel. Daar wordt Christus gekruist. De kruisheuvel verkondigt al op zichzelf wat de zonde heeft teweeggebracht. Wat is het hier het tegenbeeld van het Paradijs! Maar, ... op Hoofdschedelplaats komt de Tweede Adam. Hij is naar dit oord des doods gekomen om onze dood over te nemen.

Hoofdschedelplaats toont het beeld van de wereld. Wat een overwinningen behalen de zonde en de dood daarin. Maar als we op Hoofdschedelplaats letten, zien we daar ook het toonbeeld van ons eigen hart. Of reageren daar niet meer de zonde en de dood? Uit onszelf zijn we onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Daar hebt u het antibeeld van het Paradijs, waar alles zeer goed was. Maar als de hoge God ons aanziet in onszelf dan grijnst uit ons hart de dood Hem aan, en uit ons leven de verwording door het verderf van de zonde.

Leerden we daar met het diepst van ons hart over huiveren voor Gods aangezicht? Dan mag ik u een goede boodschap overbrengen. Deze: de Heere Jezus is naar Hoofdschedelplaats toegegaan. En tot op vandaag de dag geldt, dat Hij zonde en dood van u wil overnemen.

Voor wie is dan de Zaligmaker naar Hoofdschedelplaats gegaan? Niet voor rechtvaardigen, maar voor zondaren. Niet voor onschuldigen, maar voor hen die zich door Gods recht gevonnist weten. Voor hen die weten door eigen schuld verloren te zijn, mag de tijding worden gebracht: Jezus heeft Zich in uw plaats gesteld.

De eigengerechtigde mens keert Hoofdschedelplaats de rug toe en zegt met de oudste zoon: ik heb u altijd gediend, ik heb nooit uw gebod overtreden. De taal van de verootmoediging is anders. Hoor die andere zoon maar: ik ben niet meer waard uw zoon genaamd te worden. Voor hen wordt niet het gemeste kalf geslacht, voor hen is het Lam Gods geslacht. Wie sterft van de honger naar de gerechtigheid krijgt vanaf de kruisheuvel een overvloedige maaltijd, en die dorst heeft, kome en drinke van het water des levens om niet.

Want op Hoofdschedelplaats zijn de Boom des Levens en de Levensbron. Daar stromen de rivieren Gods, vol water. Ze overtreffen ver de Pison, Gihon, Hiddékel en Frath van Edens hof. Golgotha is een ruim en goed land voor de woestijnreizigers.

Alwaar zij Hem kruisten... Een aangrijpende gebeurtenis. De Heere Jezus wordt naar omhoog geheven en gaat het beeld tonen van de slang die verhoogd werd in de woestijn. Maar zo zal Hij satans slangekop vermorzelen gaan. De handen worden uitgerekt en vastgebonden, daarna aan het hout vastgenageld. Zo ook de voeten. Hier brengt de mens zijn God het vonnis aan, hier keurt de mens zijn Zaligmaker de vloekdood waard. Wat is de mens, wat is in hem te prijzen?

Daar hangt de Heere Jezus tussen hemel en aarde. Uitgestoten van de aarde, niet ontvangen door de hemel. In Bethlehem geen plaats voor Hem in de herberg, hier geen plaats meer voor Hem in heel het heelal. Nu kunnen zijn armen geen kinderen meer omvangen, en zijn voeten niet meer vaardig zijn op de bergen om het goede te boodschappen. Echter, weent niet over Hem! Met vastgenagelde handen en voeten heeft Hij de grootste overwinning aller tijden behaald! Wat mogen Zijn beschermelingen dan wel niet van Hem verwachten nu Hij is gezeten in de heerlijkheid Zijns Vaders? Dat zij als goddelozen worden gerechtvaardigd door het geloof dat in Jezus Christus is, en alles wat daaraan vastzit: een reeks van schatten, niet te tellen noch te bevatten.

Misschien voelt u zich aan handen en voeten gebonden aan de zonde, aan de kracht van het verderf, aan de macht van de drievoudige dood. Zie dan het Lam Gods aan Zijn kruis. Zijn handen zijn niet alleen vastgenageld, maar ook uitgebreid. Die armen nodigen. Ze stoten niet af. Als alles voor u gesloten is, dan zijn deze armen nog open. Die uitgebreide armen zijn geen tekenen van machteloosheid, maar van machtige, almachtige zondaarsliefde. Ze roepen het u toe: die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen. Allen die een schuldeiser hebben in Gods wet en recht kunnen nog terecht.

Zo komen, betekent wel: sterven, sterven aan de zonden, sterven aan de oude mens, sterven aan uzelf. Maar wat u daarmee verliest is alleen winst. Want het betekent ook: léven in Hem, leven van Hem, op kosten van Zijn bloed, voor Zijn rekening. Dan worden wij niets en Hij alles.

En met Hem twee anderen... Waarom die twee anderen hier nog vermeld? Ze vormen zo'n tegenstelling met de Heere Jezus, deze moordenaars. Wenden we ons van hen af? Dan keren we ook Hem de rug toe? Maar wie zich met Paulus de grootste der zondaren weet, die gaat niet graag boven die moordenaars uit. Trouwens dan zijn we ook te hoog om de Middelste kruiseling nog te zien. Maar wie zondaar wordt voor God, komt op gelijke hoogte met die twee anderen. En dan behoeft u maar naast u te kijken en ziet u Christus. Wie zal de zaligmakersliefde peilen die achter de diepte van Zijn vernedering zit?

Aan elke zijde één, en Jezus in het midden. Op dezelfde afstand van de Heere Jezus hingen ze, maar wat een oneindig verschil. Aan de ene, kant wordt de schuld erkend, die tot straf bewoog en de Heere Jezus geprezen. Aan het andere kruis wordt het oude zondaarsleven voortgezet tot het bittere einde, ondanks dat de Zaligmaker zo dichtbij is in de grootste nood en smart. Wat doet u lezer? Volharden op de weg van zonden, of op het pad van de eigengerechtigheid? Wat erg, temeer daar zo dichtbij genade valt en het Paradijs ontsloten wordt. Werp toch met de andere moordenaars een blik op het Lam Gods, en roep Hem aan terwijl Hij in het kruisevangelie nabij is.

En Jezus in het midden. Zo is Christus ook Middelaar tussen God en mensen. Wij keerden God de rug toe. Zijn Vader moest Hem om ons verlaten. Zo wordt Hij de weg waarop Zijn volk zalig wordt. Kwam Hij in uw leven al in het midden? Dan leerden wij die middelpuntzoekende krachten in ons, gericht op ons 'ik', belijden en bestrijden. Dan werden we door de Heilige Geest gedecentraliseerd. Want Gods Geest stelt Hem centraal in ons hart en leven. En Jezus in het midden. Dat midden is de kern van het geloof: in Welke wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden naar de rijkdorn Zijner genade (Ef. , 1 : 7). Van de eeuwige verkiezing en de genieting van het heil is Jezus het midden. Dan gaat het goed in de oefeningen van het geloof, wanneer Jezus steeds weer en steeds meer in het midden komt. En het verlangen groeit naar de volkomenheid, waar het Lam staande als geslacht midden in de troon Gods staat, temidden van de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen. En Jezus in het midden. Zo wordt Hij verheerlijkt, nu en eeuwig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bij de Goede Vrijdag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's