De kracht van de opstanding
Aan het slot van de machtige rede, die Paulus op de Areopagus te Athene hield, gaan sommigen spotten als zij van de door Paulus verkondigde opstanding uit de doden horen.
Aan het slot van de machtige rede, die Paulus op de Areopagus te Athene hield (Hand. 17), gaan sommigen spotten als zij van de door Paulus verkondigde opstanding uit de doden horen. Sommigen willen er ook wel méér van horen en enkelen hingen hem aan.
Dat er spotters waren is niet zo verwonderlijk. De Grieken kwamen weliswaar naar de Areopagus om telkens wat nieuws te horen en te zien maar dit nieuws was ongeloofelijk nieuws. Het waren vreemde dingen uit een wereld van een 'onbekende God'. Het leven is immers opgaan, blinken en verzinken en die weg was de eeuwen door onomkeerbaar geweest! Nooit was er iemand uit de dood terug gekomen. 'Wat wil toch deze klapper zeggen' (vers 18) vindt met name een toespitsing als Paulus over zo iets ongeloofwaardigs spreekt als de opstanding uit de doden. Calvijn zegt dan ook, dat het hier gaat om een verborgenheid voor de menselijke geest. Ook dit, juist dit is voor wijzen en verstandigen, voor de geest van wetenschap en filosofie, verborgen maar het is de kinderen geopenbaard. Daarom waren er tóch sommigen die Paulus aanhingen.
Het was ook niet vrijblijvend dat Paulus de opstanding proclameerde. Het was voor hem geen kwestie van 'je kunt het geloven of niet'. Neen het was: God verkondigt alle mensen dat ze zich bekeren zullen! Want er komt een dag dat Hij de aarde rechtvaardig zal oordelen door een Man, die hij daarvoor gesteld heeft. En dan komt de zinsnede, die de spot van sommigen oproept, namelijk om het met een woord van Calvijn te zeggen, dat Christus door zijn opstanding bewezen heeft Rechter der wereld te zijn.
Wat is sterker dan de dood? Wanneer iemand dan de ketenen van de dood verbreekt dan mag met recht worden gesproken van de kracht, de ongeëvenaarde kracht van de Opstanding. Wie de dood verbreken kan kan ook Rechter der wereld zijn. Hem is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Hij is bevoegd rechtvaardig te oordelen.
Dit alles was de Atheners te veel. Als Paulus nu alleen nog maar gezegd had, dat hij geloofde in die God, die uit 'één bloede' het ganse geslacht van de mensheid had gemaakt en dat hij de tijden tevoren bepaald had en 'de grenzen van hun woning', dan was dat nog iets van een nieuwe leer, waarover men zich nog niet zo behoefde op te winden; al was dat op zichzelf al een machtige belijdenis van Paulus, omdat er niets minder in gezegd wordt dan dat God de geschiedenis, tot de woonplaats van de volkeren en van de enkele mens - een wereld in het klein - toe in de hand heeft en leidt naar het door hem bepaalde doel. Maar opstanding der doden, daarmee spot het ongeloof, daarmee spot de filosofie, de wijsheid van de mens.
Het is de eeuwen door zo gebleven. Het feit, dat de dood letterlijk doorbroken werd met goddelijke kracht is weggeredeneerd en weggetheologiseerd. Christus stond telkens op in de herinnering van de discipelen, zo stelde het oude en nieuwe vrijzinnigheid. Christus staat op, tot vandaag, tegen de gevestigde orde, zo heet het in de messiaanse theologie. Maar Christus stond op uit het graf en zal daarom Rechter der wereld zijn, dat wordt in kinderlijk geloof beleden.
Hem kennen
De apostelen hebben de kracht van de Opstanding gekend. Het ging bij hen door het nulpunt heen. Hun verwachting was met de dood van Christus in het graf vergaan. Maar Christus openbaarde Zich als de Levende, de Opgestane. Hij doorbrak het ongeloof van Thomas, die het om zo te zeggen proefondervindelijk bewezen wilde zien en die tot de verwonderde uitroep 'Mijn Heere en Mijn God' kwam, toen hij het letterlijk mocht voelen dat de Gekruisigde Man van smarten nu dé Opgestane was. En zo hebben de apostelen zich, aangegord door de Geest, geroepen gevoeld getuigen van de Opstanding te zijn. In de brief aan de Filippenzen zegt Paulus dat Christus, nadat Hij zichzelf vernederd heeft tot de dood van het kruis, door God is verhoogd en een Naam heeft gekregen boven alle naam. Opdat - en dat is de uitwerking van de opstanding - zich zou buigen alle knie van degenen, die in de hemel en die op de aarde zijn - vrijwillig of gedwongen - en alle tong zou belijden dat Christus Heere is, Kurios, Degene die kosmische heerschappij heeft.
Vrijwillig buigen, vrijwillig de knie buigen voor deze Kurios betekent leven uit de kracht van dezelfde opstanding. Dat was de boodschap, die Paulus om zo te zeggen op het lijf geschreven was. Hij achtte alle dingen schade, zo lezen we in het vervolghoofdstuk Fil. 3, om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus. De Opstanding is garantie voor de rechtvaardiging van de goddeloze: opgestaan tot onze rechtvaardiging! Dat betekent - zegt Paulus - niet leven uit mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof.
Onze rechtvaardigheid en gerechtigheid smelten in het gericht van God als sneeuw voor de zon. Dit te ontdekken betekent het nulpunt voor wie zich goddeloos weet. Maar zo rechtvaardigt God goddelozen, geen vrome goddelozen, die nog hun eigen wet hebben, maar goddeloze goddelozen, die door hun rechten zijn heengezakt en dan de bevrijdende klaroenstoot van de vreemde vrijspraak horen, van die gerechtigheid die óns vreemd is, maar die door de kracht van de Opstanding aan het Licht trad.
Meer dan een dogma
We kunnen dogmatieken vol schrijven over de rechtvaardiging van de goddeloze, maar Hem kennen, de kracht van de Opstanding kennen gaat dieper. Dat heeft een méér dan dogmatische kracht. Het is een geestelijke kracht, gewerkt door de Geest, gebaseerd op het loutere feit, dat Christus ónze rechten aan flarden scheurde, onder het recht van de Vader dóór ging, maar dan ook plaatsvervangend dóór ging, zodat mensen weer voor God recht op hun voeten worden gesteld.
Paulus kon een hele rij van deugden opnoemen: besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israël, Hebreër uit de Hebreën, naar de wet stipt geleefd als een Farizeeër, naar de rechtvaardigheid die in de wet is onberispelijk. Maar er bleef niets van over. Het werd hem scha om Christus te leren kennen en hij kwam uit bij het bedelaarsgeloof van de ter dood veroordeelde, die zo het Leven in de kennis van de Opgestane vinden mocht.
We kunnen de lijn doortrekken naar vandaag: gedoopt als pasgeboren baby, misschien ook op latere leeftijd, altijd netjes geleefd, trouw naar de kerk, iedereen het zijne gegeven, de kerk kwam aan mij niet te kort, de zondag in ere gehouden, naar de wet geleefd, misschien wel op het wettische af, rechtzinnig in de leer, lid van een waarheidsgetrouwe kerk, actief in het verenigingsleven, of me beijverd voor het lot van mens en mensheid tot in het maatschappijkritische toe; totdat alle bodems eruit wegvallen! Schade! Het gaat om méér, het gaat dieper. Het gaat om de kennis van de Opgestane. Opdat ik Hem kenne en de kracht van Zijn opstanding. De rechtvaardiging van de goddeloze is niet louter dogma. Het is de luidende klok over het leven van een ter dood veroordeelde. Het is de lichtende glans in het duister van onze dood. Ik leef en gij zult leven!
Bevrijding
We hebben uit de Reformatie meegekregen de herontdekking van het geweldige stuk van de rechtvaardiging van de goddeloze. Toen Luther na wettisch leven en zelfpijnigend zoeken tot die kennis kwam was het alsof de deuren van het Paradijs voor hem opengingen.
De kracht van de Opstanding begint hier. Het leven krijgt nieuwe glans en zin. Het leven kan en mag geleefd, samen met de verwanten en ook met de naasten dichtbij en veraf, in verantwoordelijkheid Coram Deo, voor het Aangezicht Gods, in Christus die de Kurios is. De dag van het gericht is dan de dag waarop het recht aan de dag treedt, verworven door de kracht van de Opstanding. De dood is verslonden tot overwinning. Als we alleen in dit leven op Christus hopen zijn we de ellendigste van alle mensen, zegt Paulus in het opstandingsgetuigenis van 1 Cor. 15. Maar nu... Christus is opgestaan!
Ik eindig met een woord van Calvijn, geschreven bij Fil. 3 : 10: 'Maar omdat het niet veel is, dat men weet, dat Christus gekruist en wederopgewekt is uit de doden, tenzij men ook de vrucht vat, zo spreekt hij bijname van de kracht. Zo dan, Christus wordt dan terecht gekend, als wij gevoelen wat zijn dood en wederopstanding vermag, en hoe zij in ons krachtig is. Alle dingen zijn ons daarin voorgesteld; de verzoening, de afwassing der zonden, de verlossing van schuld en verdoemenis, de voldoening, de overwinning des doods, de verkrijging der rechtvaardigheid, de hope der zalige onsterfelijkheid. En de gemeenschap zijns lijdens. Als hij van de onverdiende rechtvaardigheid gesproken heeft, welke wij door de wederopstanding van Christus verkrijgen en door het geloof bezitten, zo spreekt hij daarna van de oefeningen der godzaligen: en dat opdat hij niet schijne een ledig geloof voor te stellen, dat geen vruchten zou voortbrengen in het leven. En hij geeft ook mede te kennen, dat dit de oefeningen zijn, waarmede de Heere de zijnen wil geoefend hebben: daar de valse apostelen de koude letter-leringen der ceremoniën in de hand staken. Zo dan, wie door het geloof alle goederen van Christus is deelachtig geworden, die moet dat bekennen, dat hem deze roeping is voorgesteld, dat hij zijn ganse leven lang de dood van Christus gelijkvormig worde. Voorts is er tweeërlei gemeenschap en deelachtigheid aan den dood van Christus. De ene is inwendig, welke de Schrift pleegt te noemen, de doding des vleses, of kruisiging van de oude mens; waarvan Paulus handelt in Rom. 6. De andere is uitwendig, welke genoemd wordt: De doding van de uitwendige mens; deze is de verdraagzaamheid des kruises.'
v.d.G
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's