Geschiedenis en kruis, kruis en geschiedenis
Reeds lang vóór het christendom stond het kruis bekend als een magisch symbool:
Reeds lang vóór het christendom stond het kruis bekend als een magisch symbool: het wielkruis als het symbool van de zon; het hakenkruis als teken van geluk en het zogenaamde hengselkruis als teken van leven.
Oorspronkelijk gaat het om een 'paal' (Grieks: 'stauros'), daarna zijn het de twee elkaar snijdende rechte lijnen geworden die wij ogenblikkelijk als het 'kruis' (van het latijnse 'crux') herkennen.
Men heeft geprobeerd de oorsprong van deze vorm af te leiden van de Hebreeuwse letter tav, die oorspronkelijk kruisvormig is geweest en wellicht het kenteken, bedoeld in Exechiël 9 : 4 en 6, vormde. (Van daaruit zijn allerlei speculaties ontstaan dat het in Openbaring 7 : 3 vermelde teken van de honderd vier en veertig duizend verzegelden het kruisteken zou zijn, wat nogal onwaarschijnlijk is). In het Nieuwe Testament is de vurige slang op de staak (Numeri 21 : 8vv.) het beeld van Jezus aan het kruis (Johannes 3 : 14), terwijl in de Vroege Kerk de biddende Mozes het type wordt van het kruis en de Gekruisigde met als gevolg dat de uitgestrekte armen de christelijke gebedshouding gaan bepalen.
Bij de schrijvers van de eerste drie evangeliën is het kruis de aanduiding van het lijden van Jezus dat tot de dood leidde of de omschrijving van het lijden van de Christus en zijn volgelingen. Lucas 9 : 23 spreekt in dit verband zelfs over 'het dagelijks kruis'.
De apostel Paulus gebruikt de uitdrukking 'kruis' om de verlossing, het heil door de Heere Jezus bewerkt in diens vernedering tot de dood op het kruis, aan te duiden. Vandaar dat het kruis een scheiding teweegbrengt: voor de niet-gelovigen is het een schande en ergernis, voor de gelovigen daarentegen is het kruis het teken van Gods wijsheid (1 Cor. 1 : 17-25) én het teken van de nieuwe schepping (Galaten 6 : 14).
De kruisiging, zoals de evangelisten berichten, was een straf die door de Romeinen in hun wereldrijk werd toegepast. Waarschijnlijk afkomstig uit het Perzische rijk is deze executiemaatregel via Carthago in Rome bekend geworden en in praktijk gebracht. Vanouds is de dood aan het kruis beschouwd als een van de wreedste straffen, waarbij het lijden van de ter dood veroordeelde onverdraaglijk moet zijn geweest. Voor misdadigers, die geen burgerrecht (meer) bezitten, is de kruisiging een gebruikelijke doodstraf. Daarbij kunnen in het geval van Jezus drie motieven meespelen; de gekruisigde is een slaaf, een rebel en een valse profeet.
In de dood van de slaaf geldt dat hier de desgenaamde (valse) Koning der Joden vernederd wordt in de slavendood, zijn aanspraken blijken ongeldig te zijn; wanneer de rebel ter dood gebracht wordt blijkt de trouw van de Joodse leiders aan de keizer van Rome; de valse profeet wordt door de aanklagers, in overeenstemming met de Thora, de zwaarst mogelijke straf opgelegd.
Hoe is het mogelijk het Romeinse executieritueel en het joodse vonnis met elkaar te laten rijmen? Immers op zichzelf is het een hoogst merkwaardig feit dat deMessias gekruisigd is. Paulus laat ons het verband zien vanuit het Oude Testament waar het kruis niet voorkomt, maar gesproken wordt over het 'hout'. In Galaten 3 : 1 citeert de apostel Deuteronomium 21 : 23: 'vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt'. Wie hangt tussen de hemel en de aarde is de van twee zijden uitgestotene. Voor Gods aangezicht is de gehangene een gruwel, die op tijd moet worden weggedaan en niet op de plaats mag overnachten. De goddelijke vloek treft de gekruisigde, hij is de door God verlatene. Voor Paulus is het evangelie van het kruis de boodschap dat Jezus deze vloek gedragen heeft.
De verzoening vindt plaats op Golgotha, een heuvel in de vorm van een schedel óf de 'galgenplaats', de plaats van terechtstelling van misdadigers. (De in de Vroege Kerk gehoorde verwijzing haar de joodse overlevering dat hier de schedel van Adam zou zijn begraven, lijkt eerder ingegeven te zijn door een poging de naam christelijk te duiden!).
Niet alleen Jezus, ook twee anderen worden met Hem gekruisigd. Zijn plaats in het midden toont aan dat Hij de aandacht verdient; het evangelie laat Hem dan ook op deze manier zien als de door God 'verhoogde'.
Nu verdient het opschrift boven het kruis onze volle belangstelling. Naar Romeinse gewoonte wordt dit vóór de veroordeelde uitgedragen of hem om de hals gehangen en daarna aan het kruis bevestigd. Alle evangelisten vermelden 'de Koning der Joden', alleen Johannes verbindt daaraan 'de Nazarener'. Juist het koningschap van Jezus, centraal thema in het Johannes-evangelie, is voor Pilatus de reden om te vonnissen, terwijl het voor de joden de reden tot verwerping van dit volk als de meest exclusieve verbondspartner aangeeft.
Opmerkelijk is dat de reden van deze terechtstelling in de volkstaal, het Aramees; in de ambtelijke taal, het Latijn, én in de verkeersen handelstaal, het Grieks, vermeld wordt. De wereld hoort en ziet: deze is de Koning.
In wezen vallen de eerdergenoemde gegevens van de dood van een slaaf, een rebel, een valse profeet, hierbij in het niet.
De Koning sterft en dat 'gebeurt niet in een uithoek', maar op die plaats, die door velen de 'navel van de wereld' wordt genoemd. Het gericht voltrekt zich niet op een binnenplaats, maar in het openbaar. Dat wil zeggen dat het gericht zich niet voltrekt over slechts één volk, maar over een wereld, die, om de zekerheid in het heden, de toekomst prijsgeeft.
Wijzen daar ook niet de verschillende talen, waarin het vonnis medegedeeld wordt. Het Hebreeuws/Aramees is toch de taal van de theologie; het recht is toch ondenkbaar zonder het Latijn én is het Grieks niet bij uitstek de taal van de kultuur? Heel de wereld wordt betrokken bij Gods oordeel en bij de verlossing.
Zo ook is het kruis 'gechristianiseerd' en in de christelijke traditie geworden tot het teken van het echte leven, dat door dood en opstanding bereikt wordt. In combinatie met het Christusmonogram heeft het de christelijke graven gesierd, is het 'teruggelezen' in het Oude Testament: de levensboom van het verloren paradijs, de koperen slang en de staf van Mozes.
Eerst in de vijfde en zesde eeuw is er sprake van de afbeelding van Christus aan het kruis: het calvinisme heeft dan ook altijd dit sobere gegeven op een spaarzame manier gebruikt. Dat een kruis in de eredienst vereerd wordt, meldt ons de Spaanse non Aetheria, die de Goede Vrijdag-dienst in de basiliek, gebouwd op de heuvel Golgotha, in de vierde eeuw bezocht. Sinds de elfde eeuw werd het kruisbeeld verplicht op de altaren in de rooms-katholieke kerken en zo ook komt men dit beeld sindsdien steeds meer tegen in rooms-katholieke openbare gebouwen en in woningen van particulieren. Uiterst onzeker is het feit dat op 14 september 320 overblijfselen (relieken) van het kruis van Christus teruggevonden zouden zijn in Jeruzalem. Deze zogenaamde 'kruisvinding' is tot het jaar 1960 gevierd in de parochieliturgie van Rome en in het Noorden. Vanwege de uiterst onbetrouwbare overlevering heeft men besloten deze viering af te schaffen.
Aanvankelijk is men in de Vroege Kerk nogal huiverig om de kruisiging en de Gekruisigde af te beelden, wat vanzelfsprekend alles te maken heeft met de opvattingen binnen het Romeinse rijk over deze meest oneervolle slavendood.
Christus wordt niet afgebeeld aan het kruis, maar boven Hem, die op de troon zit, rijst het teken van de triomf, het kruis, uit. In later tijd wordt de overwinnende Christus wel aan het kruis afgebeeld, maar dan heel duidelijk als de triomferende Christus met de koningskroon. In de tijd van de gothiek doet de lijdende Christus aan het kruis, met doornenkroon, zijn intrede.
Zo is aan de verschillende kruisbeelden niet alleen de opvatting van de desbetrefende kunstenaar, maar ook van de heersende theologie van die tijd af te lezen.
De geschiedenis van het kruis mag dan leerzaam zijn, het is ons te doen om de Gekruisigde. En van Hem mag gelden dat Hij de Koning is, die overwint en verzoening teweegbrengt. Hij is en blijft Koning der Joden en Hij is Koning van deze wereld. Hij is dat ondanks verzet en tegenspraak, zoals dat ook eens zal blijken bij zijn wederkomst wanneer Hij komt met de wolken en 'alle oog Hem zal zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben' (Openbaring 1:7).
Maar is het kruis dan ook niet nog een ander teken?
Het kruis is het nieuwe begin van het koninkrijk waar de hoop centraal staat, maar ook de omwenteling in de geschiedenis.
In de Griekse wetenschap en filosofie heeft de gedachte geheerst van de kringloop der geschiedenis. Men geloofde in de eeuwige wederkeer van alle dingen. Deze leer die de herhaling van de geschiedenis behelst, veronderstelt een eindig aantal mogelijkheden waarbuiten niet getreden kan worden.
In deze wereldbeschouwing ligt opgesloten de leer van de reïncarnatie, de zielsverhuizing. Zoals bijvoorbeeld een Plato eens zijn leerlingen onderwees op de markten en in de zuilengangen van Athene, zo zou hij dat ook iedere maal in elke volgende wereld doen.
Dat houdt in dat er geen begin en einde zijn, geen schepping uit het niets en geen eschaton (eschatologie: leer der laatste dingen). In de geschiedenis is er dan geen éénmalig feit, niets 'nieuws', de tijd is niet onherroepelijk, er is geen ontwikkeling en geen vooruitgang. Tegen deze 'kringloop' komt de kerkvader Augustinus in het geweer: in zijn 'Over de Staat Gods' betoogt hij dat de geschiedenis 'rechtlijnig' is en een ontwikkeling heeft.
En daar heeft het kruis een grote plaats: het is dé 'nieuwe' gebeurtenis in de geschiedenis, het eenmalige en onherhaalbare in de geschiedenis dat de historie aan het licht brengt: eens en voorgoed is Christus voor onze zonden gestorven. Dat brengt ons bij schepping en voltooiing, wie het kruis mag zien, ontmoet verleden, heden en toekomst.
Zo werpt het kruis een schaduw over ons, maar straalt het 'lichtend' kruis over ons bestaan en deze wereld. Zo is er door het kruis een perspektief van Hem, die komen zal, van het Rijk Gods dat geopenbaard zal worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's