In de kou
(Aan) de kerk geen boodschap meer
De kerk deed het vroeger voor de mensen. Dat is nu goeddeels weggevallen en de mensen staan in de kou, voelen zich hun schutse ontnomen.
(Aan) de kerk geen boodschap meer
De laatste maanden heb ik betrekkelijk veel rooms-katholieken ontmoet, met wie ik ongemerkt in een gesprek over kerk en godsdienst belandde. Ik heb daarbij vaak moeten denken aan een boek, dat de titel draagt, die ik ook boven dit artikel heb gezet, namelijk In de kou. Het is geschreven door Godfried Bomans en Michel van der Plas en verscheen aan het eind van de zestiger jaren. In dit boek vertellen zij 'over hun Roomse jeugd en hoe het hen verder verging'. Het 'rijke roomse leven' wordt nog eenmaal voor het voetlicht gehaald. Maar - zo luidt hun konklusie - het is voorbij! Men weet thans niet meer wat men de kinderen nog moet meegeven. Men teert zelf nog wel - zo zeggen zij - 'op het vet van de vroomheid die voorbij is', maar hoe zit het over twintig jaar, als ook die resten zijn opgeteerd? 'Maar jouw zoon, daar gaat het om, en mijn dochter, die komen in een volkomen efficiënte wereld terecht, waar de dingen gewoon zichzelf betekenen' . In de kou; de geborgenheid is weg; de schutse van de kerk is weg.
Ontreddering
We leven zo langzamerhand twintig jaar verder. In genoemde ontmoetingen bleek me, dat de onzekerheid en de vertwijfeling groot kan zijn. Alles is anders geworden. Moest men vroeger voor de simpelste dingen biechten en werden bepaalde daden als doodzonden aangemerkt, was er verder de troost van de hemel en de angst voor de hel, het is nu nagenoeg verleden tijd. De roomse geestelijkheid, die het habijt heeft uitgetrokken en het gewone pakje aangetrokken, of de non die met de sigaret in de mond in de auto stapt, het zijn dingen, die voor vele rooms katholieken het kerkelijk aureool hebben doen verbleken. Maar de kerk is zó ook voor hen ongeloofwaardig geworden. Wat vroeger per sé moest of wat vroeger als onomstotelijk vaststond, behoeft vandaag niet meer zo nodig of is ondergraven door 'de volkomen efficiënte wereld', waarvoor thans aandacht wordt gevraagd. Nu werd het de vroegere rooms katholiek in zekere zin gemakkelijk gemaakt. De kerk geloofde, om zo te zeggen, voor hem of haar; de kerk dééd aan zondevergeving, de priester zorgde, in onverstaanbaar latijn overigens, wat op zich al tekenend is, wel voor de relatie met God. Hij zorgde wel voor de goede afloop van het mensenleven. Al vanaf de twaalfde eeuw in de absolutie, de vrijspreking van de zondaar na de biecht, is de formule 'Christus te absolvat' (Christus vergeve u, wensende vorm) vervangen door het Ego te absolvo (ik vergeef u). En aan het eind van het leven was er altijd nog het sacrament voor de stervenden (laatste oliesel).
De kerk deed het vroeger voor de mensen. Dat is nu goeddeels weggevallen en de mensen staan in de kou, voelen zich hun schutse ontnomen. Bij sommigen slaat dit om in bitterheid. Waar was het vroeger allemaal goed voor, als het nu geen waarde meer heeft?
De huidige rooms katholieke kerk, althans daar, waar de progressieve theologie vaste voet heeft gekregen, en dat is met name in eien belangrijk deel van de Nederlandse kerkprovincie het geval, maakt het de mensen intussen in plaats van makkelijk moeilijk. Deed vroeger de kerk het, nu moet men het zelf doen. Het ijzeren juk van de wet om de maatschappij te verbeteren is aan de rooms katholieke kerk ook niet voorbij gegaan. In de ban van de oecumenische theologie komen veel rooms katholieke geestelijken ook niet veel verder meer dan het 'hier en nu'. De hemel is ook uit het vizier verdwenen, sociale inzet voor de mensheid is óók vaak de enige snaar op de viool geworden. Geen wonder dat mensen, die zich vertwijfeld afvragen of men als klein mensje wel iets kan doen, effektief kan doen, om tot een betere wereld te geraken, het dan maar zoeken in het goed zijn voor elkaar. Maar men moet het zelf doen. De godsdienst is tot een doe-het-zelf aangelegenheid geworden. Intussen lieten de parochieleden de geestelijkheid ook voor stoelen en banken staan. Als de kerk het niet meer voor je doet, als de kerk geen boodschap meer heeft van hoop, dan kan men het beter zelf maar uitzoeken. Kortom, de secularisatie heeft in rooms katholieke kring ook z'n duizenden verslagen. En mensen voelen zich in de kou staan. Bij ouderen is er misschien nog heimwee naar vroeger, bij jongeren weet men het nog van horen zeggen of men heeft al volledig afgehaakt.
Schouders ophalen?
Protestanten van onvervalste snit kunnen licht de schouders ophalen over de secularisatie bij Rome. Dat kan men immers verwachten van een kerk, die op het concilie van Trente, toen de rechtvaardiging van de goddeloze uit genade werd afgewezen, tot een 'secte' werd (dr. Th. L. Haijtjema). Wij protestanten hebben immers geleerd, dat niet de kerk ons zalig maakt of ons heil bewerkt, dat we ook niet zelf ons heil kunnen bewerken door daden van menslievendheid of sociale bewogenheid, of door welke goede werken dan ook, maar dat het genade, de souvereine genade van God is als een mens behouden wordt. Wij mogen ons immers als onwaardigen, als mensen, die zelf niets kunnen bijdragen, overgeven aan Gods barmhartigheid en ons overleveren aan Zijn genade?
Alles goed en wel, maar is de realiteit onder protestanten anders dan bij rooms-katholieken? Me dunkt dat ook de kerken van de Reformatie, grosso modo, de één meer de ander minder, in de ban gekomen zijn van de 'volkomen efficiënte wereld' en in de greep gekomen zijn van de oecumenische theologie, die de mensen koud laat omdat deze het hart koud laat. De uittocht uit de kerk(en) is ook onder protestanten al zo lang aan de gang, omdat op veel kansels de kerk geen boodschap meer heeft voor de mensen en zij derhalve aan de kerk geen boodschap meer hebben. Als het toch alles in het hier en nu, in het maatschappelijk engagement ligt, dan kan ik thuis de godsdienst ook wel beleven. Maar de genade en de vrede, die alle verstand te boven gaat, en die in de verborgen omgang met God wordt ervaren en gevoed wordt door de prediking van de onuitsprekelijke genade voor zondaren, wordt dan niet meer gekend. Ook vele protestanten staan in de kou. Het hart blijft onrustig en de volkomen efficiënte wereld van vandaag blijkt intussen onnoemelijke spanningen op te roepen, waarin geen troost meer wordt ervaren. Wat vroeger zonde werd genoemd in de kerken is het thans niet meer. Maar de ontwrichting van het leven, persoonlijk en maatschappelijk, is er intussen door gegeven, met alle spanningen van dien. De wet des Heeren werkt niet ordenend en bewarend meer. Hoezeer veel mensen in de kou staan, blijkt intussen wel uit het feit dat depressiviteit een zó veel voorkomend verschijnsel is, dat de therapeuten van welke aard of inslag dan ook, handen vol werk hebben. Ook Jezus heeft het al gezegd, dat elke dag genoeg heeft aan zijn eigen kwaad. Maar Hij liet eraan vooraf gaan 'Weest dan niet bezorgd tegen de morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen' (Mt. 6 : 34). Christus zelf roept ons op ons leven te geven in de handen van Zijn Vader, om éérst het Koninkrijk Gods te zoeken. Dat is een koninkrijk, dat niet van de wereld is en dus niet in het hier en nu opgaat maar dat gekomen is in de Gekruisigde en de Opgestane, die het mensen, die door al hun vastheden zijn heengezakt, uit handen neemt en hen in de ware vrijheid stelt.
Opvallend
Vorige week namen we in onze rubriek 'Globaal Bekeken' een satirisch stukje op uit de Volkskrant, waarin het het summum van het huidige doemdenken werd genoemd, dat velen thans weer naar de godsdienst gaan grijpen. Karl Marx zou spreken over godsdienst als opium van het volk. Maar feit is, dat velen zich vandaag daar laten verzamelen, waar hoop in een mensenleven nog wordt uitgezegd. Jongeren-ontmoetingen met een evangelische inslag trekken tienduizenden. Als een verlamd meisje uit Amerika komt vertellen hoe ze verder met hoop kon leven na een nekbreuk stromen duizenden toe. En de elitairen, die zich met al de grote problemen bezig houden maar voor het hart geen boodschap meer hebben, brengen vaak ook slechts wat elitairen uit gemeente of parochie op de been.
Velen snakken naar eep nieuw woord van houvast, om uit de koude van het alledaagse leven en uit de kou, waarin de kerk hen vaak liet staan, te komen. Paulus vermaant de Galaten: 'Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd zijt; gij zijt van de genade vervallen' (Gal. 5 : 4). Dat is een ernstig woord voor rooms-katholieken, voor wie de kerk het deed, dat is een ernstig woord voor rooms-katholieken en protestanten die geleerd krijgen of zelf menen het zelf te moeten doen, die zelf het Rijk moeten realiseren. Onder de wet hoe dan ook, is het de dood in de pot, onder de genade echter is vrijheid, vrede en vreugde, ook al blijft elke dag genoeg hebben aan eigen kwaad. Terugvallen op de genade - te hopen is dat het dat zijn als velen vandaag weer vragen om nieuwe spiritualiteit - is geen toegeven aan doemdenken. Het is leven uit het besef, gewerkt door de Geest in de erkenning van ons recht op het derven van Gods gemeenschap, dat er geen verdoemenis is voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen maar naar de geest. Dan is men waarlijk en waarachtig 'uit de kou'. Een kerk die dit niet meer als boodschap heeft, laat echter mensen, die naar woorden van leven en hoop haken, in de kou.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1982
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's